FR.037
Gebruiken
L5
L6
Vertellen over zichzelf en hun leefwereld.
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Vertellen
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L6 10.3.10
- In de PDF
- pagina 10
Leerlijn
Vertellen over zichzelf en hun leefwereld.
MIA
Vertellen:
• met een vorm van ondersteuning
• met aandacht voor verstaanbare uitspraak
• met aandacht voor eenvoudige zinsconstructie
• met concrete inhoud
• in enkele enkelvoudige zinnen
Voorbeelden
Onderwerpen om over te vertellen of te presenteren:
• een gebeurtenis zoals een ontmoeting, een uitstap, een ongeluk, een
sportevenement, een feest
• beschrijving van iets of iemand zoals de verschillende delen van een huis, een
medeleerling
Met een vorm van ondersteuning:
• zinnen, vaste structuren (il/elle est ..., il a les cheveux …)
• trefwoorden om korte zinnen mee te maken
• gerichte vragen/ opdrachten
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Spreken”
KO L4 L6 De leerlingen kunnen 10.3.1 een tweemaal beluisterde zin van 5 à 7 aangeleerde woorden na 1 à 2 seconden vlot nazeggen als bevestiging van begrip en automatisering. 10.3.2 geschreven zinnen van elk 6 à 8 aangeleerde woorden vlot luidop lezen. 10.3.3 vanuit een context zinnen vormen vanuit opgegeven woorden. 10.3.4 zinnen vormen met aanpassing van opgegeven woorden (genus, getal, persoonsvorm). 10.3.5 zinnen omvormen van bevestigend naar ontkennend en omgekeerd. 10.3.6 zinnen omvormen qua tijden – tegenwoordige tijd (indicatif présent), verleden tijd (passé composé), nabije toekomst (futur proche). 10.3.7 beluisterde of gelezen Nederlandse zinnen van een 3 à 5 woorden vlot mondeling naar het Frans vertalen. 10.3.8 met een vorm van ondersteuning de gegevens van een tekst mondeling opsommen. 10.3.9 met een vorm van ondersteuning de inhoud van een tekst mondeling beschrijven. 10.3.10 zinnen vormen op basis van een afbeelding of uitbeelding.