Leerplannen Leerplandoelen
FR.033 Gebruiken L5 L6

Vormen zinnen om qua tijden.

Frans Spreken Bewerkend spreken

Leeftijd
10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Vormen
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L6 10.3.6
In de PDF
pagina 9

Leerlijn

Vormen zinnen om qua tijden.

MIA
Omvormen van tijden:
• van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar verleden tijd (passé composé)
• van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar nabije toekomst (futur proche)
• van verleden tijd (passé composé) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
• van verleden tijd (passé composé) naar nabije toekomst (futur proche)
• van nabije toekomst (futur proche) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
• van nabije toekomst (futur proche) naar verleden tijd (passé composé)

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Spreken”
KO

L4

L6

De leerlingen kunnen
10.3.1 een tweemaal beluisterde zin van 5 à 7
aangeleerde woorden na 1 à 2 seconden vlot nazeggen als
bevestiging van begrip en automatisering.
10.3.2 geschreven zinnen van elk 6 à 8 aangeleerde
woorden vlot luidop lezen.
10.3.3 vanuit een context zinnen vormen vanuit
opgegeven woorden.
10.3.4 zinnen vormen met aanpassing van opgegeven
woorden (genus, getal, persoonsvorm).
10.3.5 zinnen omvormen van bevestigend naar
ontkennend en omgekeerd.
10.3.6 zinnen omvormen qua tijden – tegenwoordige tijd
(indicatif présent), verleden tijd (passé composé), nabije
toekomst (futur proche).
10.3.7 beluisterde of gelezen Nederlandse zinnen van een
3 à 5 woorden vlot mondeling naar het Frans vertalen.
10.3.8 met een vorm van ondersteuning de gegevens van
een tekst mondeling opsommen.
10.3.9 met een vorm van ondersteuning de inhoud van
een tekst mondeling beschrijven.
10.3.10 zinnen vormen op basis van een afbeelding of
uitbeelding.