FR.042
Gebruiken
L5
L6
Formuleren vragen.
Frans › Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau
- Leeftijd
- 10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Formuleren
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L6 10.4.2
- In de PDF
- pagina 11,12
Leerlijn
Formuleren vragen.
MIA
Vragen:
• vraag met een vragend voornaamwoord: wie (qui), wat (quoi), wat (que/qu’), welke
(van de) (quel/quelle/quels/quelles)
• vragen met de intonatievorm, met ‘est-ce que’, met een vraagwoord
• vragen met een vragend bijwoord: waar (où), wanneer (quand), hoe (comment),
hoeveel (combien (de))
Hangt samen met
- Schakel FR.066 Formuleren verschillende soorten zinnen. L5,L6
- Vlag FR.045 Beantwoorden vragen met een zin. L5,L6
- Vlag FR.065 Herkennen verschillende soorten zinnen. L5,L6
- Vlag FR.080 Herkennen vragende voornaamwoorden. L5,L6
- Vlag FR.081 Herkennen vraagwoorden. L5,L6
Wordt verwezen vanuit
- Vlag FR.045 Beantwoorden vragen met een zin. L5,L6
- Schakel FR.080 Herkennen vragende voornaamwoorden. L5,L6
- Schakel FR.081 Herkennen vraagwoorden. L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Mondeling interageren”
KO L4 L6 De leerlingen kunnen 10.4.1 ja-neevragen stellen. 10.4.2 een vraag met een vragend voornaamwoord of met een vragend bijwoord stellen. 10.4.3 op een ja-neevraag met een zin bevestigend antwoorden. 10.4.4 op een ja-neevraag ontkennend antwoorden met gebruik van een bijwoord van ontkenning. 10.4.5 op een vraag met een vragend voornaamwoord of vragend bijwoord passend antwoorden. 10.4.6 deelnemen aan een gesprek door vragen, antwoorden en uitspraken te begrijpen, erop te reageren, zelf vragen te stellen, antwoorden te geven en uitspraken te doen.