LL.098
Gebruiken
K3
L1
L2
L3
L4
L5
L6
GO!-doel
Voeren een onderzoek uit.
Leren leren › Leren leren › Soorten taken › Onderzoeken
- Leeftijd
- 5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Voeren
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 27
Leerlijn
Voeren een onderzoek uit. MIA Onderzoek: • via inventariseren • via classificatie • longitudinaal
Wordt verwezen vanuit
- Vlag AA.116 Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen. K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag AA.147 Maken vergelijkingen binnen en tussen landen op basis van aardrijkskundige indicatoren. L5,L6
- Vlag AA.192 Vergelijken de tijdzones van verschillende landen. L4
- Vlag GE.008 Vergelijken de prehistorie met het heden. K2,K3
- Vlag GE.009 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de prehistorie. L1,L2
- Vlag GE.010 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de prehistorie. L3,L4
- Vlag GE.012 Vergelijken een perspectief van mensen in de prehistorie met een hedendaags perspectief. L3,L4
- Vlag GE.028 Vergelijken de oudheid met het heden. K2,K3
- Vlag GE.029 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de oudheid. L1,L2
- Vlag GE.030 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de oudheid. L3,L4
- Vlag GE.032 Vergelijken een perspectief van mensen in de oudheid met een hedendaags perspectief. L3,L4
- Vlag GE.047 Vergelijken de middeleeuwen met het heden. K2,K3
- Vlag GE.048 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de middeleeuwen. L1,L2
- Vlag GE.049 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de middeleeuwen. L3,L4
- Vlag GE.051 Vergelijken een perspectief van mensen in de middeleeuwen met een hedendaags perspectief. L3,L4
- Vlag GE.066 Vergelijken de vroegmoderne tijd met het heden. K2,K3
- Vlag GE.067 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen van de vroegmoderne tijd. L1,L2
- Vlag GE.068 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen binnen de vroegmoderne tijd. L3,L4
- Vlag GE.070 Vergelijken een perspectief van mensen in de vroegmoderne tijd met een hedendaags perspectief. L3,L4
- Vlag GE.084 Vergelijken de moderne tijd met het heden. K2,K3
- Vlag GE.085 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de moderne tijd. L1,L2
- Vlag GE.086 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de moderne tijd. L3,L4
- Vlag GE.088 Vergelijken een perspectief van mensen in de moderne tijd met een hedendaags perspectief. L3,L4
- Vlag GE.103 Vergelijken de hedendaagse tijd met het heden. K2,K3
- Vlag GE.104 Vergelijken de bestudeerde samenlevingen uit de hedendaagse tijd. L1,L2
- Vlag GE.105 Formuleren aspecten die kenmerkend zijn voor samenlevingen in de hedendaagse tijd. L3,L4
- Vlag GE.107 Vergelijken perspectieven van mensen in de hedendaagse tijd. L3,L4
- Vlag GE.132 Vergelijken continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen. L1,L2
- Vlag GE.139 Analyseren hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu. L3
- Vlag GE.141 Analyseren het perspectief van mensen. L4
- Vlag GE.187 Vergelijken de levenslijnen van verschillende ouders. L2
- Vlag GE.189 Vergelijken levenslijnen van grootouders. L2
- Vlag GE.228 Determineren erfgoed uit eigen leven en omgeving. K3,L1,L2,L3
- Vlag GE.230 Determineren erfgoed in hun stad of gemeente. L3,L4
- Vlag GE.232 Analyseren het belang van erfgoed. L4,L5
- Vlag GE.234 Analyseren het belang van erfgoed. L6
- Vlag GE.243 Vergelijken de bestudeerde samenleving met hedendaagse samenlevingen. L3,L4,L5,L6
- Vlag IT.006 Classificeren hardware en software. L3,L4
- Vlag WI.021 Classificeren volgens twee kwantitatieve kenmerken. K3
- Vlag WI.023 Bepalen een hoeveelheid ondanks het uiterlijk, de plaatsing, de telvolgorde van de telvoorwerpen (conservatiebegrip). K3,L1
- Vlag WI.150 Gebruiken een getal als hoeveelheid, rangorde, maatgetal of code. L4,L5,L6
- Vlag WI.265 Verdelen een geheel in twee delen. K3
- Vlag WI.267 Verdelen een geheel in twee delen. L1
- Vlag WI.268 Verdelen een geheel in drie delen. L1
- Vlag WI.707 Classificeren ruimtefiguren. K3
- Vlag WI.709 Classificeren ruimtefiguren. L1,L2
- Vlag WI.716 Classificeren veelvlakken volgens het aantal vlakken. L5,L6
- Vlag WI.726 Classificeren ruimtefiguren. L5,L6
- Vlag WI.736 Classificeren vlakke figuren volgens vorm. K2,K3,L1
- Vlag WI.740 Tekenen lijnen. K2,K3,L1,L2
- Vlag WI.759 Classificeren veelhoeken volgens het aantal hoeken en zijden. L3,L4
- Vlag WI.763 Leiden vanuit classificatie van (on)regelmatige veelhoeken de definities af. L5,L6
- Vlag WI.765 Bepalen de eigenschappen in verband met diagonalen in veelhoeken. L5,L6
- Vlag WI.767 Classificeren driehoeken volgens de hoeken. L3,L4
- Vlag WI.770 Classificeren driehoeken volgens de zijden. L4
- Vlag WI.772 Classificeren driehoeken volgens de zijden en de hoeken. L4,L5,L6
- Vlag WI.774 Leiden vanuit classificatie van soorten driehoeken de definities af. L5,L6
- Vlag WI.782 Classificeren soorten vierhoeken volgens de eigenschappen van de zijden en hoeken. L3,L4
- Vlag WI.789 Classificeren soorten vierhoeken volgens de eigenschappen van de zijden en hoeken. L5,L6
- Vlag WI.790 Leiden vanuit classificatie van soorten vierhoeken de definities af. L5,L6
- Vlag WI.827 Gebruiken een spiegel om spiegelbeelden en spiegelingen te vinden. K3,L1,L2
- Vlag WI.832 Gebruiken een spiegel om te bepalen of twee vlakke figuren elkaars spiegelbeeld zijn. L3,L4
- Vlag WI.833 Bepalen de spiegelas. L3,L4
- Vlag WI.858 Voeren constructies uit. K2,K3
- Vlag WI.873 Classificeren objecten volgens één kwalitatief kenmerk. K1,K2,K3
- Vlag WI.874 Gebruiken als-dan relaties. K2,K3
- Vlag WI.875 Gebruiken de betekenis van niet, en, of, in, uit, binnen, buiten. K2,K3
- Vlag WI.876 Classificeren objecten volgens twee kwalitatieve kenmerken. K2,K3
- Vlag WI.878 Bepalen verzamelingen en deelverzamelingen. L1,L2
- Vlag WI.883 Classificeren figuren volgens meerdere criteria. L5,L6
- Vlag WI.906 Onderscheiden zekere en onzekere gebeurtenissen van elkaar. K3,L1
- Vlag WT.030 Classificeren organismen. K3
- Vlag WT.031 Classificeren dieren. K2,K3
- Vlag WT.032 Classificeren gewervelde dieren. L1,L2,L3,L4
- Vlag WT.033 Classificeren ongewervelde dieren. L1,L2,L3,L4
- Vlag WT.034 Classificeren dieren. L5,L6
- Vlag WT.037 Classificeren dieren volgens de taxonomie. L5,L6
- Vlag WT.047 Herkennen planten. L2
- Vlag WT.050 Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen. L3,L4
- Vlag WT.051 Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen. L3,L4
- Vlag WT.053 Herkennen soorten planten. L5,L6
- Vlag WT.078 Ordenen planten en schimmels volgens de taxonomie. L5,L6
- Vlag WT.079 Classificeren planten en schimmels volgens de taxonomie. L5,L6
- Vlag WT.084 Ordenen organismen volgens de taxonomie. L5,L6
- Vlag WT.085 Classificeren de organismen volgens de taxonomie. L5,L6
- Vlag WT.100 Vergelijken de levenscyclus bij dieren. K3,L1,L2,L3,L4
- Vlag WT.104 Beschrijven de kenmerken van de groeistadia van planten. L3,L4
- Vlag WT.118 Vergelijken biotopen uit de eigen omgeving met dezelfde biotoop elders in de wereld. L5,L6
- Vlag WT.137 Analyseren het omgaan met afval. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.157 Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens. K3,L1
- Vlag WT.165 Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten. L4,L5,L6
- Vlag WT.170 Voeren een groei-onderzoek uit. L1,L2
- Vlag WT.171 Voeren een groei-onderzoek uit. L3,L4
- Vlag WT.237 Onderscheiden basissmaken. L3,L4
- Vlag WT.276 Classificeren materie op basis van 1 of 2 waarneembare eigenschappen. K2,K3
- Vlag WT.285 Classificeren materie op basis van verschillende eigenschappen. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.289 Vergelijken massadichtheid bij verschillende materies. L6
- Vlag WT.295 Herkennen verschillende soorten krachten. L2,L3
- Vlag WT.296 Illustreren de relatie tussen kracht en beweging. L4
- Vlag WT.297 Illustreren effecten van krachten op beweging. L5
- Vlag WT.298 Duiden het onderscheid tussen gewicht en massa. L6
- Vlag WT.322 Herkennen de elektrische geleiders en niet- geleiders (isolatoren) in een stroomkring. L3,L4
- Vlag WT.340 Selecteren een gepaste lichtbron. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.345 Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen. L3,L4
- Vlag WT.346 Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen. L5,L6
- Vlag WT.348 Beschrijven dat licht zich rechtlijnig voortbeweegt. L4
- Vlag WT.365 Vergelijken energievormen en hun energiebronnen in hun omgeving op hernieuwbaarheid. L5,L6
- Vlag WT.371 Herkennen dat geluid wordt veroorzaakt door trillingen. L3,L4
- Vlag WT.372 Illustreren dat geluid verplaatsbaar is. L4
- Vlag WT.374 Vergelijken geluid in verschillende vormen. L1,L2,L3,L4
- Vlag WT.375 Beschrijven de invloed van de afstand tot de geluidsbron op de geluidsterkte. L5,L6
- Vlag WT.376 Illustreren de weerkaatsing en de absorptie van geluid in technische systemen. L5
- Vlag WT.378 Herkennen de gehoordrempel bij de mens. L6
- Vlag WT.379 Analyseren hoe verschillende materialen en objecten het geluid beïnvloeden. L5,L6
- Vlag WT.382 Nemen veranderingen in aggregatietoestanden waar. K3,L1,L2
- Vlag WT.383 Illustreren de aggregatietoestanden van verschillende stoffen. L3
- Vlag WT.384 Illustreren de fasen van het aggregatieproces. L4
- Vlag WT.385 Beschrijven het proces van stollen. L3
- Vlag WT.386 Beschrijven het proces van verdampen. L4
- Vlag WT.387 Classificeren stoffen volgens hun aggregatietoestand. L3,L4
- Vlag WT.395 Beschrijven de werking van magneten en van hun polen. L3,L4
- Vlag WT.396 Bepalen de zuidpool en de noordpool van een magneet. L3,L4
- Vlag WT.408 Voeren een vooraf opgezet eerlijk onderzoek. L3,L4
- Vlag WT.411 Voeren een eerlijk, wetenschappelijk – technologisch onderzoek. L5,L6
- Vlag WT.489 Beschrijven geschakelde tandwielen. L3,L4
- Vlag WT.490 Illustreren dat tandwielen aan elkaar kunnen geschakeld worden door middel van een ketting. L5
- Vlag WT.491 Beschrijven de draairichting van aan elkaar geschakelde tandwielen door middel van een ketting. L5
- Vlag WT.494 Illustreren het gebruik en de functie van een ketting en een riem. L6
- Vlag WT.495 Gebruiken het technisch principe ketting en riem als overbrenging in hun technisch ontwerp. L6
- Vlag WT.497 Beschrijven de werking van hefbomen. L3,L4
- Vlag WT.498 Beschrijven de verhouding tussen lastarm en machtarm. L5,L6
- Vlag WT.500 Gebruiken het hefboomprincipe in hun technisch ontwerp. L5,L6
- Vlag WT.503 Beschrijven de werking van een katrol. L3,L4
- Vlag WT.504 Beschrijven de werking van een meervoudige katrol. L5
- Vlag WT.505 Illustreren het gebruik van katrollen. L6
- Vlag WT.506 Gebruiken katrollen in hun technisch ontwerp. L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.510 Beschrijven de functie van technische principes van constructies. L1,L2
- Vlag WT.511 Illustreren het gebruik van technische principes van constructies. L3,L4
- Vlag WT.512 Herkennen technische principes van constructies. K3,L1,L2
- Vlag WT.513 Beschrijven de functie van technische principes van constructies. L3,L4
- Vlag WT.514 Illustreren het gebruik van technische principes van constructie. L3,L4
- Vlag WT.515 Herkennen technische principes van constructies. L1,L2
- Vlag WT.516 Beschrijven de functie van technische principes van constructies. L3,L4
- Vlag WT.517 Illustreren het gebruik van technische principes van constructie. L3,L4
- Vlag WT.518 Herkennen technische principes van constructies. L1,L2
- Vlag WT.519 Beschrijven de functie van technisch principes van constructies. L3,L4
- Vlag WT.520 Illustreren het gebruik van technische principes van constructie. L3,L4
- Vlag WT.523 Herkennen technische principes van constructies. L1,L2
- Vlag WT.524 Beschrijven de functie van technisch principes van constructies. L3,L4
- Vlag WT.525 Illustreren het gebruik van technische principes van constructie. L3,L4