LL.099
Begrijpen
L3
L4
GO!-doel
Herkennen verschillende vormen van onderzoek.
Leren leren › Leren leren › Soorten taken › Onderzoeken
- Leeftijd
- 8-9,9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 27,28
Leerlijn
Herkennen verschillende vormen van onderzoek. MIA Onderzoek: • massa-onderzoek • proefondervindelijk stapsgewijs onderzoek Te hanteren begrippen het massa-onderzoek, de enquête, de steekproef, de analyse, de data, het besluit, formuleren, de proef, stapsgewijs, het onderzoek, verkennen, de onderzoeksvraag, het plan, uitvoeren, de bronnen raadplegen, het besluit, evalueren
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WI.149 Verwoorden de betekenis en het nut van getallen in reële contexten. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.167 Illustreren dat de grootte van een breukdeel relatief is tot de grootte van het geheel. L3,L4
- Vlag WI.168 Illustreren dat de grootte van de breukdelen relatief is tot het aantal breukdelen. L3,L4
- Vlag WI.447 Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.519 Beschrijven een referentiemaat voor een millimeter. L3
- Vlag WI.523 Beschrijven een referentiemaat voor een kilometer. L3
- Vlag WI.526 Beschrijven een referentiemaat voor een decimeter. L4
- Vlag WI.530 Beschrijven een referentiemaat voor een lengte. L4
- Vlag WI.535 Beschrijven een referentiemaat voor een centiliter. L3
- Vlag WI.538 Beschrijven een referentiemaat voor een milliliter. L3
- Vlag WI.542 Beschrijven een referentiemaat voor een deciliter. L4
- Vlag WI.553 Beschrijven een referentiemaat voor een gram. L3
- Vlag WI.556 Beschrijven een referentiemaat voor een massa. L4
- Vlag WI.562 Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante centimeter. L4
- Vlag WI.563 Illustreren dat één vierkante centimeter niet vierkant van vorm moet zijn. L4
- Vlag WI.567 Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante meter. L4
- Vlag WI.568 Illustreren dat één vierkante meter niet vierkant van vorm moet zijn. L4
- Vlag WI.571 Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante decimeter. L4
- Vlag WI.572 Illustreren dat één vierkante decimeter niet vierkant van vorm moet zijn. L4
- Vlag WI.649 Geven referentiematen voor geldwaarden. L4,L5
- Vlag WI.710 Herkennen delen van een ruimtefiguur. L2
- Vlag WI.711 Herkennen delen van een ruimtefiguur. L3
- Vlag WI.712 Beschrijven ruimtefiguren. L3
- Vlag WI.714 Beschrijven ruimtefiguren. L4
- Vlag WI.741 Herkennen rechten en krommen. L3
- Vlag WI.742 Herkennen loodrechte stand en evenwijdigheid. L3
- Vlag WI.744 Herkennen horizontale en verticale lijnen. L3
- Vlag WI.746 Illustreren dat een verticale lijn een lijn is die loodrecht staat op een horizontale lijn. L3
- Vlag WI.747 Illustreren dat evenwijdige lijnen elkaar nooit snijden omdat de afstand tussen de lijnen altijd dezelfde blijft. L4
- Vlag WI.753 Herkennen een hoek en een hoekpunt in een vlakke figuur. L3,L4
- Vlag WI.755 Verwoorden dat het aantal hoeken van een veelhoek gelijk is aan het aantal zijden. L3
- Vlag WI.756 Herkennen een rechte, stompe en scherpe hoek. L3
- Vlag WI.757 Herkennen de delen van een veelhoek. L3
- Vlag WI.761 Herkennen diagonalen in veelhoeken. L4
- Vlag WI.766 Herkennen driehoeken. L3,L4
- Vlag WI.768 Verwoorden de eigenschappen van de hoeken van een driehoek. L3,L4
- Vlag WI.769 Herkennen driehoeken. L4
- Vlag WI.771 Verwoorden de eigenschappen van de zijden van een driehoek. L4
- Vlag WI.777 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een rechthoek. L3,L4
- Vlag WI.778 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een vierkant. L3,L4
- Vlag WI.779 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een trapezium. L3,L4
- Vlag WI.780 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een parallellogram. L3,L4
- Vlag WI.781 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een ruit. L3,L4
- Vlag WI.815 Herkennen congruentie, gelijkvormigheid en gelijkheid in figuren. L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.819 Herkennen symmetrie en asymmetrie. L3,L4
- Vlag WI.831 Verwoorden eigenschappen van een punt, een lijnstuk en een vlakke figuur en hun spiegelbeeld. L3,L4
- Vlag WI.838 Beschrijven de projectie van vormen en figuren. L1,L2
- Vlag WI.852 Verwoorden de elementen die een rol spelen bij het al dan niet kunnen zien van iets of iemand als er een obstakel in het gezichtsveld staat. L3,L4
- Vlag WI.853 Verwoorden dat de breedte van hun gezichtsveld bepaalt wat ze kunnen zien. L3,L4
- Vlag WI.859 Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel. L3
- Vlag WI.861 Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel. L4
- Vlag WI.879 Verwoorden de gemeenschappelijke eigenschappen van elementen van een verzameling. L3,L4
- Vlag WI.894 Beschrijven de patrooneenheid van een herhalend patroon. L1,L2,L3,L4
- Vlag WI.900 Beschrijven orde, regelmaat, verbanden en patronen tussen getallen. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WT.405 Herkennen de systematische aanpak van onderzoek. L3,L4