622 doelen — de eerste 500 worden getoond
-
Herkennen eenvoudige eindrijm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eindrijm: via rijmpjes en versjes
Voorbeelden
Eenvoudige eindrijm: kat-mat, koe-moe
-
Herkennen rijm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het rijm, rijmen
-
Passen rijm toe.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassen: • Rijmt het of rijmt het niet? • Zoek bij elkaar wat rijmt. Zoek de rijmende woorden. • ontbrekende zinnen en woorden aanvullen • zelf rijm bedenken
Voorbeelden
Rijmt het of rijmt het niet?: (a) boom-tak, zak-tak; b) kok-pot, kok-rot Zoek bij elkaar wat rijmt: (a) maan-haan-ster-kip; b) maan-haan-schaap-man
-
Herkennen klankgroepen in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankgroepen: in korte woorden
Voorbeelden
Klankgroepen in woorden: in korte woorden: ‘fo-to’, ‘ba-llen’
-
Herkennen klankgroepen in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankgroepen: in langere woorden
Te hanteren begrippen
het woord, de klankgroep
Voorbeelden
Klankgroepen in woorden: in langere woorden: ‘fo-to-toe-stel’, ‘re-gen-boog’
-
Verdelen een woord in klankgroepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
-
Voegen klankgroepen samen tot een woord.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
-
Zeggen klanken, een reeks woorden of een zin op.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opzeggen: Herhalen van wat de leraar of een kleuter voorzegt: trainen van het auditief geheugen. Klanken: • met aandacht voor de uitspraak Een reeks woorden: • 2 tot 4 woorden Een zin: • een eenvoudige, korte zin nazeggen • een korte zin aanvullen
Voorbeelden
Opzeggen: woordenrij onthouden en herhalen; onthoudspel zoals "Ik ga op reis en neem mee..."; "Appel, banaan, peer." Luister nu goed, wat ontbreekt: "Appel, peer"; Als je /oe/ hoort, sta je recht, als je /ie/ hoort handen omhoog en als je /ee/hoort ga je op je hurken zitten.
-
Onderscheiden klanken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klanken: sterk contrasterende klanken
Voorbeelden
Sterk contrasterende klanken onderscheiden: • De leraar laat twee sterk contrasterende klanken horen: “ssss” (slang) en “rrrr” (motor). Als de slang sist (“sss”) bewegen de kinderen als een slang. Als de motor rijdt (“rrr”) bewegen ze als een motor. • De leraar vertelt een kort verhaaltje met veel “aaah” en “oooh”-uitroepen. Bij “aaah” doet de leraar samen met de kinderen de mond wijd open, bij “oooh” vormt iedereen met de handen een “toeter” rond de mond. -
Herkennen verschillen en overeenkomsten tussen twee gesproken klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de klank
-
Herkennen klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: aangeven of een klank wel of niet voorkomt in een woord Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
-
Onderscheiden de beginklank in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: De beginklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve discriminatie). Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
Voorbeelden
Beginklank onderscheiden: • Sorteren op beginklank (M – mand, muts, mama) • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (maan-maan, mees-lees)
-
Onderscheiden de eindklank in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: De eindklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve discriminatie). Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
Voorbeelden
Eindklank onderscheiden: • Sorteren op eindklank (M – oom, bloem, lam) • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (boom-boos, lam-lam)
-
Onderscheiden klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: auditieve discriminatie: De klank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken. Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden Klanken in woorden: • beginklank • middenklank • eindklank Klanken: Een variatie aan klanken
Te hanteren begrippen
vooraan, achteraan, in het midden
Voorbeelden
Klanken in woorden: • Wat hoor je vooraan in /vuur/? • Wat hoor je achteraan in /kaas/? • Wat hoor je in het midden in /kat/? • Wat hoor je vooraan in /ook/? • Wat hoor je in het midden in /reus/? • Wat hoor je vooraan in /ijs/?
-
Verdelen een woord in afzonderlijke klanken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
-
Voegen afzonderlijke klanken samen tot een woord.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
-
Voeren klankbewerkingen uit in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankbewerkingen: • toevoeging van een klank • weglating van een klank • vervanging van een klank
Voorbeelden
Toevoeging van een klank: Ik voeg vooraan een /b/ toe aan /oom/ en bekom /boom/. Weglating van een klank: /raap/ zonder /r/ is /aap/. Vervanging van een klank: Bij het woord /mat/ wissel ik de /m/ in voor een /l/. Zo vorm ik het woord /lat/.
-
Tonen hun kennis van klanken in verschillende contexten.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Daniel luistert naar een versje en klapt telkens als hij een woord hoort dat met de klank /s/ begint, zoals slang, stoel en sok. • Abigail rijmt boom op room en legt uit dat ze dezelfde klankgroep achteraan hoort. -
Herkennen voor hen belangrijke letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het woord, de letter
Voorbeelden
Belangrijke letters: • Letters herkennen in woorden die ze vaak tegenkomen. • Letters herkennen in woorden die steeds in een letterlijke herhaling in een prentenboek voorkomen. -
Verklanken voor hen belangrijke letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
-
H e r k e n n en minstens vijftien letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • in verschillende verschijningsvormen Letters: • korte klinkers • lange klinkers • tweetekenklinkers • medeklinkers
Te hanteren begrippen
de klinker, de medeklinker
-
Verklanken minstens vijftien letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verklanken: • met correcte uitspraak • leesletters: kleine letter, hoofdletter
-
Herkennen alle letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • schrijfletters: kleine letter, hoofdletter • in verschillende verschijningsvormen
Te hanteren begrippen
de korte klinker, de lange klinker, de tweetekenklinker, de medeklinker
-
Verklanken alle letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: • korte klinkers • lange klinkers • tweetekenklinkers • medeklinkers Verklanken: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • schrijfletters: kleine letter, hoofdletter
-
Begrijpen het doel van het alfabet.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doel: • alfabetisch rangschikken • alfabetisch opzoeken
Te hanteren begrippen
de letter, het alfabet
-
Zeggen het alfabet op.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
-
Gebruiken het alfabet bij het opzoeken of rangschikken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
-
Tonen hun kennis van letters in verschillende leescontexten.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de kleuterklas wordt gewerkt rond het thema verkeer. In de bouwhoek ligt een doos met verkeersborden. Dario en Frieke bouwen samen een winkel. De parkeerplaatsen bij de winkel duiden ze aan met het verkeersbord waar de letter ‘p’ op staat. Zij weten dat dat de letter ‘p’ is van het woord ‘parkeren’. • In de schoolbibliotheek staan de boeken alfabetisch gerangschikt. Yaro vindt snel een boek dat hij wil lezen door met behulp van het alfabet te zoeken. Wanneer hij het uit heeft gelezen kan hij het ook gemakkelijk op de juiste plek terugplaatsen door gebruik te maken van de alfabetische volgorde. -
Lezen klankzuivere woorden met één lettergreep.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Klankzuivere woorden met één lettergreep: pen, boos, juf, reus
-
Lezen lidwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lidwoorden: de, het, een
-
Lezen eenlettergrepige woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenlettergrepige woorden: • eindigend op -d of -t • eindigend op -ng, -nk • met klankgroep aai, ooi, oei
-
Lezen eenvoudige tweelettergrepige woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige tweelettergrepige woorden: • niet samengestelde woorden • samengestelde woorden
Voorbeelden
Eenvoudige tweelettergrepige samengestelde woorden: kastdeur, voetbal
-
Lezen klankzuivere woorden met medeklinkerclusters vooraan of achteraan.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woorden met medeklinkerclusters: • MKMM • MMKM • MMKMM • MMMKM • MKMMM Medeklinkerclusters: • inclusief sch-, -ch, -cht
Voorbeelden
Woorden met een medeklinkercluster vooraan: de kraan, de trap, de strik, het schaap Woorden met een medeklinkercluster achteraan: de poort, de berg, de herfst, de dag, mol lacht, beer zegt
-
Lezen verkleinwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met een hoofdletter.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met een doffe e klank.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woorden met een doffe e: • in een onbeklemtoonde lettergreep achteraan • met voorvoegsel ge-, be-, ver- • met achtervoegsel -ig, -lijk
-
Lezen woorden met specifieke lettercombinaties.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Specifieke lettercombinaties: • eeuw, ieuw en uw • eindigend op -b, -p
-
Lezen woorden met gesloten lettergrepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met open lettergrepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de lettergreep
-
Lezen frequente woorden waarin specifieke letters en lettercombinaties afwijkend worden uitgesproken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Afwijkende uitspraak: • politie (t als s) • bureau (eau als oo)
-
Lezen frequente leenwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het leenwoord
Voorbeelden
Frequente leenwoorden: restaurant, computer
-
Lezen vaak voorkomende afkortingen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vaak voorkomende afkortingen: • EU lezen als ‘Europese Unie’ • p.7 lezen als ‘pagina 7’
-
Lezen gekende letters en woorden in eenvoudige zinnen aan een gepast tempo.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 8 woorden • één zin per regel • zowel kleine letters als hoofdletters • enkelvoudige zinnen • korte samengestelde zinnen met ‘en’, ‘maar’ • leestekens punt, uitroepteken en vraagteken *in een variatie aan teksten
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 12 woorden • korte zinnen die betekenisvol zijn afgebroken en doorlopen op de volgende regel • samengestelde zinnen • met klankzuivere en niet-klankzuivere één- en meerlettergrepige woorden • leestekens komma, aanhalingstekens en dubbel punt • leesgedrag afstemmen op leestekens punt, uitroepteken en vraagteken *in een variatie aan teksten -
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 16 woorden • lange zinnen met woordgroepen die kunnen doorlopen over de regels heen • leesgedrag afstemmen op leestekens komma, aanhalingstekens en dubbel punt *In een variatie aan teksten
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 20 woorden • zinnen beginnen niet meer noodzakelijk op een nieuwe regel • alle soorten woorden komen aan bod Lezen: accuraat en geautomatiseerd *In een variatie aan teksten
-
Herkennen bij het lezen woordgroepen in een zin als eenheid.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen woordgroepen in een zin als eenheid met hantering van de leesboog.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen woorden verstaanbaar en accuraat.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Accuraat: • correcte uitspraak versus spellingsuitspraak Verstaanbaar: • articulatie
Voorbeelden
Correcte uitspraak versus spellingsuitspraak: • De normale uitspraak van pannenkoek is [panəkoek]. Als je een [n] uitspreekt is dat een spellinguitspraak. • Lezen woorden eindigend op -lijk met de juiste uitspraak zoals het woord /natuurlijk/, [natuurlək]. -
Lezen het woord met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: met gepaste klemtoon
-
Illustreren lezen met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: • met gepaste klemtoon • met behulp van lees- en woordtekens • in functie van de inhoud van de tekst
-
Lezen de zin met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: • met gepaste klemtoon • met behulp van lees- en woordtekens • in functie van de inhoud van de tekst
-
Illustreren lezen met expressie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Expressie: • gepast volume • gepast tempo • natuurlijkheid • emotionaliteit
-
Lezen met het gepaste volume.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen teksten in het gepaste tempo.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen met natuurlijkheid en emotionaliteit.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijkheid en emotionaliteit: • Spreken bij het luidop lezen van teksten op dezelfde manier als bij een gewoon gesprek. (natuurlijkheid) • Laten het verschil horen tussen een dialoog en een beschrijving. (natuurlijkheid) • Geven uitdrukking aan beelden, gevoelens en gedachten. (emotionaliteit) -
Lezen frequent voorkomende woorden met behulp van de visuele woordvorm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lezen met behulp van visuele woordvorm: • directe woordherkenning zoals de eigen naam • woordherkenning op basis van de eerste letter, dikwijls in combinatie met een afbeelding -
Herkennen verschillende leestechnieken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leestechnieken: • elementaire leeshandeling • lezen met behulp van klankclusters en spellingspatronen • lezen met behulp van morfologische analyse
-
Gebruiken de elementaire leeshandeling bij het lezen van nieuwe woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementaire leeshandeling: • De letters in een woord verklanken in de juiste volgorde. • De juiste volgorde van de klanken onthouden. • De klanken samenvoegen tot een woord. • Het nieuwe woord betekenis geven.
Voorbeelden
Elementaire leeshandeling: • /mmmaaannn/, /maan/ • /lllijijijmmm/, /lijm/
-
Gebruiken klankclusters en spellingspatronen bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
klankclusters en spellingspatronen: • combinaties van medeklinkers • combinaties van zowel klinkers als medeklinkers • vaste lettercombinaties
Voorbeelden
klankclusters en spellingspatronen bij het lezen: • Lettercombinaties worden herkend en in één keer gelezen: /z/, /eep/, /zeep/, /st/, /ap/, /stap/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). • Cluster: str, spr, kl • Spellingpatroon: ak, open, aan • Vaste lettercombinaties: aai, ooi -
Gebruiken de visuele woordvorm bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Visuele woordvorm: de woordvorm en de bijhorende klankvorm is in het geheugen opgeslagen, als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling
-
Gebruiken morfologische analyse bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Morfologische analyse: Het woord opdelen aan de hand van betekenisvolle lettercombinaties.
Voorbeelden
Morfologische analyse: • Herkennen direct woorddelen in een woord zoals /voet/ en /bal/ in /voetbal/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). • Herkennen betekenisvolle lettercombinaties zoals /ge/,/knoei/, /geknoei/; /ver/, /geven/, /vergeven/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). -
Lezen onbekende woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lezen: • met behulp van inzicht in de morfologische opbouw • met behulp van kennis van leenwoorden
Voorbeelden
Morfologische opbouw: • indrukwekkend = samenstelling van indruk (in + druk) en het afgeleide woord wekkend (werkwoord wekken + achtervoegsel -end). betekenis: iets dat indruk wekt. • verdedigingsmiddel = afleiding van het werkwoord verdedigen, verdediging (verdedig + -ing), gevolgd door een samenstelling met middel. De -s- is een tussenklank (verbindings-s). • verstandshuwelijk = samenstelling van verstand en huwelijk, verbonden door een tussen-s. betekenis: een huwelijk gebaseerd op verstandelijke overwegingen. • desinformatie = afleiding met het voorvoegsel des- ('verkeerd', 'misleidend') en het zelfstandig naamwoord informatie. betekenis: opzettelijk misleidende informatie. Leenwoorden: multifunctioneel, telecommunicatie, treinconducteur, infantiel, artificieel -
Verbeteren eigen fouten bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: met behulp van: • leestechnieken • afbeeldingen • aanwijzingen van anderen
-
Verbeteren zichzelf wanneer een woord of een regel niet of foutief gelezen is.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: met behulp van: • de inhoud van de tekst • kennis van woord- en leestekens
-
Verbeteren zichzelf qua intonatie en expressie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Reflecteren over hoe accuraat de eigen leesvaardigheid is.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Tonen na reflectie verbeteringen in een volgende leesbeurt.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Begrijpen (voor)gelezen teksten.*
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • eenvoudige visuele boodschappen • expliciete informatie • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn • reageren door vragen te stellen *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een voorgelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • door het uit te beelden • met behulp van concreet materiaal en/of afbeeldingen
Voorbeelden
Perspectiefname: • Het hoofpersonage in het voorgelezen verhaal huilt. De kleuters leven zich in in het verdriet van het hoofdpersonage. Ze leggen aan de leerkracht uit dat het personage verdrietig is omdat die zijn speelgoed kwijt is. • De leerkracht leest een verhaal voor dat verteld wordt vanuit het ik-perspectief: ‘… en plots hoorde ik een luide ‘bonk’.’ De kleuters weten dat het personage in een vreemd huis is binnengewandeld. Ze vertellen dat het hoofdpersonage denkt dat de deur is dichtgewaaid. -
Geven informatie uit een (voor)gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • met gebruik van taal uit de tekst
-
Begrijpen de verhaallijn van (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de belangrijkste elementen uit een verhaallijn van (voor)gelezen teksten weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • in eigen woorden • in chronologische volgorde • met gebruik van taal uit de tekst Belangrijkste elementen: • hoofdpersonage(s) • hoofdgedachte
-
Begrijpen gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • expliciete informatie • hoofd- en bijzaken • hoofdgedachte • verbanden tussen voorgelezen tekst en vakspecifieke kennis en voorkennis • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven hoofd- en bijzaken in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de hoofdgedachte uit gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Leiden relaties en verbanden af bij (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing *een variatie aan teksten
-
Leiden relaties en verbanden af bij gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing • middel-doel • deel-geheel • tussen hoofdpersonen en nevenpersonages *een variatie aan teksten
-
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: door informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Leiden impliciete boodschappen in een gelezen tekst* af.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impliciete boodschappen afleiden: aanwijzingen identificeren, verbindingen maken, conclusies trekken
Voorbeelden
Impliciete boodschappen afleiden: • In het verhaal zegt het hoofdpersonage ‘Oef! Deze doos is zwaar’. Wat hij niet zegt tegen de nevenpersonages is dat die graag hulp zou krijgen bij het dragen van de doos. • ‘Fietsen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de gezondheid. Toch blijven veel ouders kiezen voor de auto, vooral op regenachtige dagen of wanneer ze haast hebben.’: In deze passage uit de tekst wordt impliciet gezegd dat het beter zou zijn als ouders hun kinderen vaker met de fiets naar school laten gaan. *een variatie aan teksten -
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: impliciete en expliciete informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Maken verbindingen tijdens het luisteren naar of lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
-
Maken verbindingen tijdens het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis • tussen passages uit de tekst
-
Bepalen of de titel bij de tekst past.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen werkelijkheid en fantasie.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: bij (voor)gelezen teksten
-
Reflecteren over werkelijkheid en fantasie bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Onderscheiden fictie en non-fictie bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
fictie, non-fictie
-
Herkennen feiten en meningen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: in gelezen teksten
Te hanteren begrippen
de mening, het feit
-
Onderscheiden feiten en meningen in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Verwoorden het standpunt van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standpunt: over het onderwerp van de tekst
-
Geven een onderbouwde beoordeling over de standpunten van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderbouwde beoordeling: argumenten uit de tekst
-
Verwoorden hoe een tekst aansluit bij het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de bruikbaarheid van gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Analyseren standpunten en boodschappen uit verschillende teksten over hetzelfde onderwerp.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende teksten: • teksten van verschillende auteurs • verschillende teksten van dezelfde auteur
-
Vatten informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde onderwerp samen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Geven eigen gedachten en meningen weer over teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gedachten en meningen: • over de vorm • over de inhoud Weergeven: • onderbouwd met informatie uit de tekst
-
Onderbouwen hun mening op basis van vergelijking van verschillende bronnen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening: • relatie tussen zender en ontvanger • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd
-
Reflecteren over de kennis die de gelezen tekst opleverde.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de betrouwbaarheid van bronnen bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betrouwbaarheid van bronnen herkennen: • Wie is de auteur? • Wat is de datum? • Waarom schrijft de auteur dit?
-
Herkennen sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • actualiseren van kennis en woordenschat • actief luisteren aan de hand van luisterstrategieën
-
Gebruiken sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Beschrijven sturingsstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • leesdoel bepalen • oriëntatie op de tekst • actualiseren van kennis en woordenschat • actief lezen door toepassen van leesstrategieën • controleren van begrip • toepassen van herstelstrategieën • controle bereiken leesdoel
Te hanteren begrippen
de controle, het leesdoel, het begrip
-
Passen sturingsstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Stemmen hun manier van lezen af op het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren van lezen: • globaal lezen • intensief lezen • kritisch lezen
-
Reflecteren over de keuze van zelf gekozen gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Duiden de invloed van eigen voorkennis en identiteit op de interpretatie van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bodhi weet al veel over de ruimte en zegt: ‘Wanneer ik een verhaal lees dat zich in de ruimte afspeelt, kan ik me gemakkelijk voorstellen hoe de ruimte eruitziet.’ • Sara is sportief en speelt voetbal in haar vrije tijd. Ze zegt: ‘Ik vind het stom dat in de meeste verhalen over voetbal de hoofdpersonages jongens zijn.’ • Bashir is moslim. Hij las een boek waarin het hoofdpersonage ook een moslim is en zegt: ‘Ik herken mezelf helemaal in Omar, het hoofdpersonage!’ -
Illustreren herstelstrategieën bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herstelstrategieën: • Een stukje opnieuw lezen, langzamer. • Een stukje hardop lezen. • Een stukje verder lezen, wordt het dan duidelijk? • Naar de illustraties kijken, wordt het dan duidelijk? • Helpt het om een leesstrategie toe te passen? • Hulp vragen als je er echt niet uitkomt.
Te hanteren begrippen
hardop, de illustratie, opnieuw, langzamer, verder, de hulp
-
Passen herstelstrategieën toe.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Herkennen leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren • verbinden
-
Gebruiken leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Beschrijven leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: Welke strategie zet ik wanneer in en waarom? Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren: mentale beelden en zintuigelijke gewaarwordingen • verbinden • samenvatten • afleiden
Te hanteren begrippen
voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden
Voorbeelden
Visualiseren: • Terwijl je leest speelt er zich een film af in je hoofd. • Bij het lezen van een tekst over een heerlijk geurende en mooi versierde taart, beelden de leerlingen zich in hoe de taart smaakt. -
Beschrijven de best passende leesstrategie(ën) bij het begrijpend lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Selecteren: • Wanneer de leesstrategie inzetten? • Waarom de leesstrategie inzetten? • Welke leesstrategie inzetten?
-
Passen leesstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Selecteren leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Reflecteren over het eigen gebruik van leesstrategieën.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Herkennen een grote variatie aan teksttypes.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksttypes: instructie, recept, handleiding, schema, flyer, boekbespreking, e-mail, liedjestekst, gedicht, verhaal, formulier, verslag, artikel, opinietekst, historische bronnen
-
Verwoorden het doel van een teksttype bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doel: informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, raad geven, waarschuwen
Te hanteren begrippen
informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, adviseren, waarschuwen
-
Begrijpen de leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Volgen tijdens het voorlezen de leesrichting en paginawisseling.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Duiden het principe van leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Herkennen het verschil tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil tussen: • symbolen • pictogrammen • afbeeldingen • letters en andere tekens
-
Begrijpen de congruentie tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Congruentie: • de tekening in het prentenboek laat precies zien wat de tekst zegt • de bewegingen bij een liedje ondersteunen de tekst. Bij het woord ‘springen’ springen de kleuters • afbeeldingen bij woordplaten -
Onderscheiden letters als verschillend van andere symbolen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: in verschillende verschijningsvormen: leesletters, schrijfletters
-
Herkennen dat geschreven taal een communicatief en esthetisch doel heeft.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Communicatief doel: • Taal kan bewaard blijven. • Taal kan tijd en afstand overbruggen. • Taal kan gelezen worden. • Taal kan gebruikt worden om iets te onthouden. • Taal kan gebruikt worden om een boodschap over te brengen. • Taal kan gebruikt worden om iets te benoemen. • Taal kan gebruikt worden om een verhaal weer te geven. Esthetisch doel: • Taal kan gebruikt worden om van te genieten.
-
Illustreren dat verhalen een opbouw hebben.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Begrijpen de functie van hoofdletters en interpunctie bij het lezen van een tekst.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies van hoofdletters en interpunctie bij het lezen: • De hoofdletter duidt het begin van een nieuwe zin aan. • De hoofdletter geeft een naam aan. • Het punt, uitroepteken en vraagteken duiden het einde van een zin aan. • Een uitroepteken geeft weer dat de tekst luid wordt gelezen. • Een vraagteken geeft weer dat een zin vragend wordt gelezen.
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.*
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de alinea • de titel • de tussentitel
Te hanteren begrippen
de alinea, de tussentitel, de titel * Tekststructuur: informatieve teksten. Verhaalstructuur: verhalende teksten.
-
Herkennen elementen van tekststructuur/verhaalstruc tuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de regel • het begin • het midden • het slot
Te hanteren begrippen
de regel, het begin, het midden, het slot
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de tekstopmaak • cursief • vet • hoofdstuk
Te hanteren begrippen
de tekstopmaak, cursief, vet, het hoofdstuk
-
Begrijpen vormelijke elementen van tekststructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • doel en gebruik Vormelijke elementen van tekststructuur: • de index • de inhoudsopgave • de legende • de tabellen • de figuren
-
Illustreren het verband tussen tekststructuur/verhaalstructuur en teksttype.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de tekst, het teksttype
Voorbeelden
Verband tekststructuur en teksttype: • Binnenkort gaat de klas naar een interactief museum. De leraar bracht een folder mee. De kinderen ontdekken zelf wat er allemaal te beleven valt door de folder te lezen. Het valt op dat elke activiteit wordt voorgesteld in een apart stukje tekst in de folder. Ze ontdekken de inkomprijs, het adres en de openingsuren achteraan op de folder. • Bij het lezen van een verslag van een activiteit merkt Tijl op dat er eerst een inleiding is over de activiteit en dat daarna de gebeurtenissen beschreven worden. -
Begrijpen de hoofdgedachte van een tekst aan de hand van inhoudelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inhoudelijke elementen van tekststructuur: • oorzaak-gevolgstructuur • chronologische opbouw • probleem-oplossingsstructuur • vergelijkende opbouw • beschrijvende opbouw Inhoudelijke elementen van verhaalstructuur: • begin (kennismaking: personages, situatie, plaats), midden (probleem en obstakels), slot (oplossing en afloop) • chronologische opbouwVoorbeelden
Oorzaak-gevolg: In een tekst over de opwarming van de aarde lezen de leerlingen dat door de opwarming de ijskappen smelten en daardoor de zeespiegel stijgt. De hoofdgedachte in de tekst (oorzaak-gevolg) is: “de opwarming van de aarde zorgt voor een stijgende zeespiegel” Chronologisch opbouw: In een tekst over de levenscyclus van een vlinder leiden leerlingen aan de hand van de opeenvolgende chronologische stappen volgende hoofdgedachte af: “Het leven van een vlinder bestaat uit vier fases die elkaar opvolgen.” Probleem-oplossing: In een tekst over het verkeer lezen de leerlingen over de toenemende verkeersonveiligheid en mogelijke oplossingen. De hoofdgedachte is: “Toenemend verkeer veroorzaakt gevaar voor voetgangers en fietsers, dus worden er maatregelen genomen.” Vergelijkende opbouw: In een tekst over de verschillen en gelijkenissen tussen haaien en dolfijnen leiden leerlingen aan de hand van vergelijkende elementen volgende hoofdgedachte af: “Dolfijnen en haaien leven in zee maar verschillen sterk in bouw en ademhaling.” Beschrijvende opbouw: In een tekst over het leven in een middeleeuwse stad leiden de leerlingen aan de hand van de verschillende beschrijvende elementen af dat de tekst beschrijft hoe een middeleeuwse stad eruitzag en hoe het leven daar georganiseerd was.
-
Analyseren de doelen van teksten aan de hand van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur/verhaalstructuur: • vormelijke elementen • inhoudelijke elementen
-
Herkennen samenhang in teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: woorden die de volgorde aanduiden
Voorbeelden
Woorden die de volgorde aanduiden: eerst, toen, daarna
-
Herkennen samenhang in teksten aan de hand van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden: verwijzen naar andere woorden of woordgroepen in de tekst • signaal- en verbindingswoorden: verbinden zinnen of tekstdelen en geven aan wat voor verband er tussen die zinnen of tekstdelen bestaat.Voorbeelden
Verwijswoorden “Lisa zocht haar potlood maar ze kon het nergens vinden” Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Door de zware regenval trad de rivier buiten haar oevers zodat verschillende dorpen tijdelijk onbereikbaar waren.” • Chronologisch: “Toen de eerste telescopen werden uitgevonden, konden mensen voor het eerst planeten bestuderen.” • Probleem-oplossing: “De waterfilter werd aangepast om de kwaliteit te verbeteren.” • Vergelijking:” De lynx beweegt geruisloos net als andere katachtigen die in bossen leven.” • Beschrijving: “De stad heeft historische gebouwen, onder andere kerken en marktpleinen.” -
Begrijpen de betekenis van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden • signaal- en verbindingswoorden
Te hanteren begrippen
de structuuraanduider
Voorbeelden
Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Veel mensen rijden met de wagen dus stijgt de luchtvervuiling aanzienlijk.” • Chronologisch: “Hij oefende elke dag dus werd hij beter in piano spelen..” • Probleem-oplossing: “Sommige leerlingen hebben moeite met concentratie en daarom bieden scholen stilteplekken aan.” • Vergelijking:” De tijger jaagt in het donker terwijl de leeuw meestal overdag jaagt.” • Beschrijving: “Sommige vlinders hebben bijzondere patronen bijvoorbeeld stippen of strepen” -
Herkennen de invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur op het tekstbegrip bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur: • Korte concrete zinnen geven duidelijk de boodschap weer. • Zinnen met structuuraanduiders geven een oorzaak-gevolg, chronologie, probleem- oplossing, vergelijking of beschrijving weer. • In een informatieve tekst geven tussentitels bij alinea’s kort weer welke informatie in die alinea over het onderwerp zal gegeven worden.Te hanteren begrippen
de redenering
-
Tonen hun kennis van tekstconventies in verschillende contexten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Thijs kan goed voorlezen. Dat komt omdat hij tijdens het lezen goed kijkt naar de leestekens. Zo weet hij wanneer hij moet ademhalen, de zinnen moet splitsen, even moet wachten enzovoort. • Amina en Leyla lezen samen in een boek. Ze lezen om de beurt een zin. Daarbij kijken ze goed naar de hoofdletters en de leestekens. Zo weten zij waar de zin begint en waar die stopt. -
Herkennen een dynamische pengreep.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dynamische pengreep: • doseren van de spierspanning van de vingers • met soepele vingers en pols • schrijfgerief tussen duim en wijsvinger
Te hanteren begrippen
de duim, de vingers, de wijsvinger, de hand, de pols
-
Gebruiken een dynamische pengreep bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Schrijven rechte en gebogen lijnen tussen twee lijnen.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Schrijven patronen tussen twee lijnen.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Kleuren egaal.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Kleuren binnen de lijntjes.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Arceren met rechte lijnen.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Beschrijven de schrijfrichting.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfrichting: • van links naar rechts • van boven naar beneden • pagina na pagina
Te hanteren begrippen
van links, naar rechts, van boven, naar beneden, van voor, naar achter
-
Schrijven volgens het principe van schrijfrichting.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Illustreren een correcte schrijfhouding.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correcte schrijfhouding: • een goede zithouding • afstand tussen ogen en schrijfhand
Voorbeelden
• Lex zit mooi recht, met het onderste deel van de rug tegen de rugleuning van de stoel, het bovenlichaam licht voorovergebogen en de buik op een vuistbreedte afstand van de tafel. De voeten staan naast elkaar, plat op de grond. De onderarmen rusten op de tafel terwijl de ellebogen net op of net buiten de tafel liggen. Het hoofd is licht gebogen. • Lumi controleert met een meetlat of de afstand tussen de ogen en de schrijfhand van Fré ongeveer 30 cm meet. ‘Dat is de ideale afstand om te schrijven’, zegt de juf. -
Passen een correcte schrijfhouding toe.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Illustreren een gepaste positie van het schrijfoppervlak.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Gepaste positie van het schrijfoppervlak: • rechtshandigen leggen hun schrijfoppervlak iets schuin gedraaid naar de kant van de schrijfhand • linkshandigen die boven de regel schrijven leggen hun schrijfoppervlak iets schuin gedraaid naar de kant van de schrijfhand • linkshandigen die onderhands schrijven leggen hun schrijfoppervlak iets schuin gedraaid weg van de schrijfhand -
Passen een gepaste positie van het schrijfoppervlak toe.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Beschrijven de functie van de niet-schrijfhand.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van de niet-schrijfhand: • om het schrijfoppervlak te fixeren zodat het niet verschuift • om het schrijfoppervlak na iedere regel een stukje omhoog te schuiven
-
Gebruiken de niet-schrijfhand als ondersteuning bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Herkennen verschillende schrijfmaterialen.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmaterialen: • schrijfgerief • schrijfoppervlakken
-
Beschrijven welke schrijfmaterialen geschikt zijn in functie van het resultaat.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmaterialen: • schrijfgerief • schrijfoppervlakken
-
Gebruiken verschillende schrijfmaterialen.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Zetten geschikte schrijfmaterialen in om een tekst te creëren.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Liam merkt dat schrijven met een wasco of dikke stift op een post-it niet goed werkt, omdat dit schrijfmateriaal te dik is voor het kleine papiertje. • Sofie gebruikt een whiteboardstift in plaats van een gewone stift om te schrijven op een whiteboard, omdat de inkt uitwisbaar moet zijn. -
Illustreren de correcte route bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correcte route: • kleine letters, cijfers • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken • rekentekens
Te hanteren begrippen
omhoog, omlaag, (naar) boven, (naar) onder, rond, gebogen, de lijn, de lus, schuin
-
Illustreren de correcte route bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correcte route: • hoofdletters • leestekens: de komma
-
Illustreren de correcte route bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Correcte route: • leestekens: het dubbele punt
-
Illustreren het schrijven binnen een volledige liniatuur.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Volledige liniatuur: de grondlijn en de hulplijnen
Te hanteren begrippen
de grondlijn, de hulplijnen
-
Schrijven volgens de correcte route tussen een volledige liniatuur.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • kleine letters, cijfers • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken • letters, woorden en zinnen • rekentekens
-
Schrijven volgens de correcte route tussen een volledige liniatuur.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • kleine letters, hoofdletters, cijfers • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken • letters, woorden en zinnen • rekentekens
-
Schrijven volgens een correcte route binnen een volledige liniatuur.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • kleine letters, hoofdletters en cijfers • leestekens: het dubbele punt, de komma • woorden, zinnen en rekentekens
-
Schrijven volgens een correcte route.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: zinnen met een variatie aan leestekens • zonder hulplijnen • op een enkele grondlijn • woordtekens: trema, koppelteken, apostrof, accent
-
Gebruiken een regelmatig handschrift.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regelmatig handschrift: regelmaat in (romp)letterhoogte, op de grondlijn, regelmaat in woord- en letterafstand
-
Schrijven met juiste spatiëring.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Juiste spatiëring: • met afstand tussen letters binnen woorden • met witruimte tussen woorden.
Te hanteren begrippen
de spatie
-
Gebruiken de kantlijn op gelijnd papier.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Schrijven regelmatig, zonder hulplijnen, op een enkele grondlijn.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Stemmen het schrijftempo en de vormgevingskwaliteit op elkaar af.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Camille leert sneller schrijven, terwijl haar persoonlijk handschrift regelmatig en duidelijk blijft. • Sylvie schrijft heel snel, maar moet alert blijven om duidelijk en regelmatig te schrijven. -
Corrigeren het eigen handschrift in functie van leesbaarheid.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Reflecteren over de impact van de leesbaarheid van de eigen schrijfproducten.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Robbe en Lex maken een interview voor op de klasblog. Lex stelt de vragen en Robbe neemt notities. Robbe weet dat hij in een vlot tempo moet schrijven om het gesprek te kunnen volgen. Hij weet ook dat hij leesbaar moet schrijven, zodat ze nadien de notities kunnen overtypen op de computer.
-
Schrijven digitale teksten.
Nederlands › Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden
-
Schrijven voor hen belangrijke woorden als globale eenheden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het woord, de letter
Voorbeelden
Voor hen belangrijke woorden: • de eigen naam, namen van voor hen belangrijke mensen, naamwoorden van voor hen belangrijke mensen zoals papa, oma, tante… kopiëren door letters te stempelen, met losse letters te leggen, met een toetsenbord te typen, na te tekenen in kapitalen • themawoorden kopiëren door letters te stempelen, met losse letters te leggen, met een toetsenbord te typen, na te tekenen met schrijfmaterialen -
Schrijven klankzuivere woorden met één lettergreep.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankzuivere woorden met één lettergreep: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden • inclusief woorden met ui, oe, eu
Te hanteren begrippen
de klank, de medeklinker, de klinker
-
Schrijven klankzuivere woorden met één lettergreep door middel van foneem- grafeemkoppeling.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: woorden die ze nog niet eerder hebben gezien
Voorbeelden
Woorden die ze nog niet eerder hebben gezien: Ik ken de letters s, m, aa, r, v en maak zelf nieuwe woorden zoals vaar, vaas, raam; Ik leerde het woord ‘om’ en kan nu ook kom, som en sok maken.
-
Schrijven klankzuivere woorden met meerdere lettergrepen.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers
-
Illustreren de verlengingsregel bij woorden die eindigen op een t-/d- of p-/b- klank.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de medeklinker, de klinker
Voorbeelden
Verlengingsregel: • Schrijf ik paart of paard? Bij verlenging hoor ik paarden, dus schrijf ik paard. • Schrijf ik rib of rip? Bij verlenging hoor ik ribben, dus schrijf ik rib.
-
Passen de verlengingsregel toe bij woorden die eindigen op een t-/d- of p/b- klank.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
-
Illustreren de verdubbelingsregel voor medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de korte klinker, de lange klinker, de open lettergreep, de gesloten lettergreep, de dubbele medeklinker
Voorbeelden
(woorden met) medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker bommen, takken, padden, ladder, teller
-
Passen de verdubbelingsregel voor medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker toe.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
-
Illustreren de verenkelingsregel voor vrije klinkers.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vrije klinker: • vrije klinker in een woord • vrije klinker op het einde van een woord
Voorbeelden
(woorden met) Vrije klinkers: Bomen, taken, paden, lader, teler, auto, na, nu
-
Passen de verenkelingsregel voor ongedekte klinkers toe.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers
-
Illustreren het vormen van regelmatige verkleinwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regelmatige verkleinwoorden: • op -je, • op -tje • op -pje • op -etje
Te hanteren begrippen
het verkleinwoord
-
Illustreren het vormen van onregelmatige verkleinwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van onregelmatige verkleinwoorden: Bij het achtervoegsel -kje valt de g van het woordeinde -ng in het grondwoord weg.
Voorbeelden
Onregelmatige verkleinwoorden: koning – koninkje, ketting – kettinkje
-
Illustreren het vormen van onregelmatige verkleinwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van onregelmatige verkleinwoorden: • Klankverandering in grondwoord • Verlenging van vrije klinker • Verdubbeling van medeklinker • Uitzonderlijk verkleinwoord • Verkleinwoorden van leenwoorden
Voorbeelden
Onregelmatige verkleinwoorden: • schip – scheepje, vat – vaatje • oma – omaatje, taxi – taxietje • bel – belletje, slab- slabbetje • jongen – jongetje • café – cafeetje, baby – baby’tje, sms- sms’je
-
Schrijven verkleinwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden
-
Illustreren het vormen van meervouden op -s, -en, -eren.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
-
Illustreren het vormen van meervouden op ‘s.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud
-
Illustreren het vormen van meervouden van zelfstandige naamwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van meervouden: • meervouden met behoud van betekenis en verandering van betekenis • zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben • zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben
Te hanteren begrippen
het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud
Voorbeelden
Meervouden van zelfstandige naamwoorden met verandering van betekenis: been > beenderen – benen Zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben: ongedierte Zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben: mazelen, hersenen
-
Illustreren het vormen van meervouden van woorden op -ie, -ee.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Meervouden van woorden op -ie, -ee: zee > zeeën; kopie > kopieën; bacterie > bacteriën
-
Illustreren het vormen van woorden met een afwijkende meervoudsvorm.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Woorden met een afwijkende meervoudsvorm: museum > musea; centrum > centra
-
Schrijven meervouden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden
-
Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd: stam + uitgang
Te hanteren begrippen
het werkwoord, de persoonsvorm, de stam, de uitgang, de tegenwoordige tijd, de infinitief
Voorbeelden
Werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd: ik werk, jij denkt, hij gaat, wij wandelen, jullie eten, zij dromen
-
Schrijven werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
-
Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd: vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid tegenwoordige tijd + voltooid deelwoord
Te hanteren begrippen
de voltooid tegenwoordige tijd, het voltooid deelwoord
Voorbeelden
Werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd: ik heb gewerkt, ik ben gekomen
-
Schrijven werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
-
Illustreren het vervoegen van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd: • stam + uitgang • zonder klankverandering
Te hanteren begrippen
de verleden tijd
Voorbeelden
Werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd: ik werkte, wij wandelden, zij droomden
-
Illustreren het vervoegen van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd: • stam + uitgang • met klankverandering
Voorbeelden
Sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd jij dacht, hij ging, jullie aten
-
Schrijven werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
-
Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid verleden tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van werkwoorden in de voltooid verleden tijd: vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid verleden tijd + voltooid deelwoord
Te hanteren begrippen
de voltooid verleden tijd
Voorbeelden
Werkwoorden in de voltooid verleden tijd: ik had gewerkt, ik was gekomen.
-
Schrijven werkwoorden in de voltooid verleden tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
-
Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de toekomende tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd: vervoeging van het werkwoord zullen + infinitief
Te hanteren begrippen
de infinitief, de toekomende tijd
-
Schrijven werkwoorden in de toekomende tijd.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
-
Tonen hun kennis van spellingsregels van frequente werkwoorden in de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd in verschillende contexten.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de klas werken de leerlingen rond het brede thema ‘Toen, nu en binnenkort’. Amir, Jackson en Robin onderzoeken hoe onze kustlijn zich doorheen de tijd verlegde. Ze schrijven daarover een artikel voor op de klasblog. Bij het schrijven letten ze op de spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden. • Nadia koos ervoor om een verhaal te schrijven over haar moeder, haar grootmoeder en zijzelf wanneer ze 8 jaar oud waren. Daarin vergelijkt ze het leven van haar grootmoeder, haar moeder en zichzelf. Na het schrijven kijkt Nadia na of ze telkens de juiste spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden heeft gebruikt. -
Schrijven woorden met een medeklinkercluster vooraan of achteraan.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Woorden met een medeklinkercluster vooraan: de kraan, de trap, de strik Woorden met een medeklinkercluster achteraan: de poort, de berg, herfst
-
Schrijven -ng en -nk woorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
-
Schrijven woorden met sch-.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
-
Schrijven woorden met meerdere medeklinkers in het midden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Woorden met meerdere medeklinkers in het midden: het masker, het kasteel, onder
-
Schrijven woorden met au/ou en ei/ij.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
-
Schrijven woorden met meertekenklanken.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meertekenklanken: • aai • ooi • oei • eeuw • ieuw • uw • eu • ui • oe
-
Schrijven -ch/-g en -cht/-gt woorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
-
Schrijven woorden die eindigen op -teit en -heid.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
-
Schrijven laagfrequente woorden met een dubbele medeklinker.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Laagfrequente woorden met een dubbele medeklinker: onmiddellijk, het parallellogram, de professor
-
Schrijven woorden die eindigen op -isch(e), -air(e), -iaal, -eaal, -ueel, -ieel.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het grondwoord, het achtervoegsel
-
Schrijven de doffe klank in lidwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lidwoorden: de, het, een
-
Schrijven de doffe klank in hoogfrequente woorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
doffe klank in hoogfrequente woorden: me, de moeder, deze
-
Schrijven de doffe klank in onbeklemtoonde lettergrepen, weergegeven door e, i, o of u.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
doffe klank in onbeklemtoonde lettergrepen: de dokter, de havik, de avond, de datum
-
Schrijven in woorden met een voor- en/of achtervoegsel de doffe klank.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
voor- en/of achtervoegsel: • ge-, ver-, be- • -elen, -eren, -enen • -ig, -lijk
-
Herkennen frequente leenwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Frequente leenwoorden: de agenda, de game
-
Herkennen tweeklanken in frequente leenwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tweeklanken in frequente leenwoorden: cacao, patio, koala
-
Schrijven frequente leenwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
-
Herkennen frequente woorden met een afwijkende uitspraak van de letters ‘g’, ‘j’ en ‘ch’.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Frequente woorden met een afwijkende uitspraak: de bagage, de jury, de chauffeur
-
Herkennen in frequente woorden fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden: • k als c • s als c • t als th • i als y • z als s • s als t • ks als cc • k als cc • k als q • kw als qu • ks als x • wr als vr • oo als eau • oo als au • oe als ou • ie als i
Voorbeelden
Woorden met fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden: cursus, citroen, thuis, systeem, museum, politie, accent, accordeon, quotiënt, aquarium, examen, wreed, bureau, restaurant, journalist, februari
-
Herkennen in frequente woorden medeklinkers die niet uitdrukkelijk uitgesproken worden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Frequente woorden met medeklinkers die niet uitdrukkelijk uitgesproken worden: zachtjes, het lichtje
-
Schrijven woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
-
Illustreren de oorsprong van woorden uit verschillende vakgebieden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oorsprong van woorden uit verschillende vakgebieden: fauna en flora uit het Latijn; fotografie uit het Grieks
-
Schrijven woorden uit verschillende vakgebieden met een oorsprong in het Latijn of Grieks.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
-
Herkennen vaak voorkomende afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
afkortingen: a.u.b., bv. initiaalwoorden: EHBO, pc letterwoorden: vip, ufo
-
Schrijven vaak voorkomende afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken
-
Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regels voor het gebruik van hoofdletters: • aan het begin van een zin • bij het schrijven van eigennamen van personen • bij titels van boeken en films
Te hanteren begrippen
de hoofdletter, de kleine letter
Voorbeelden
Gebruik van hoofdletters: • Op een dag gebeurde er iets geks. • Erwin Vandenbroucke, Adelinde Loconsole • Sjakie en de chocoladefabriek (boek van Roald Dahl) • Wonka (film naar het boek van Roald Dahl)
-
Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regels voor het gebruik met hoofdletters: • het eerste woord van een aanhaling • aan het begin van een zin • aardrijkskundige namen • namen van windstreken die verwijzen naar een geografisch gebied • feestdagen • namen van talen en taalvariëteiten Regels voor het gebruik zonder hoofdletter: • een zin die met een getal begint
Te hanteren begrippen
de hoofdletter, de kleine letter
Voorbeelden
Met hoofdletter: • Hij zei: “Ik lust geen kaas.” • België, Gent, Limburg • Noord, Zuid • Dag van de Leraar, Dag van de Arbeid, Nieuwjaar, Internationale Vrouwendag, Europese Dag van de Talen, Werelddierendag • Nederlands, West-Vlaams Zonder hoofdletter: 67 personen werden geëvacueerd. -
Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regels voor het gebruik met hoofdletter: • na een afgekort woord aan het begin van een zin: ‘s en ‘t • vaste benaming van een bekende historische gebeurtenis • afleidingen van aardrijkskundige namen • namen van windstreken die deel uitmaken van aardrijkskundige namen • namen van gebouwen, bedrijven en merken Regels voor het gebruik zonder hoofdletter: • historische periodes • namen van windstreken in afleidingen
Voorbeelden
Met hoofdletter: • ’s Morgens eet ik yoghurt. • de Slag bij Waterloo, de Tweede Wereldoorlog • een Antwerpenaar, Franse kaas • Zuid-Afrika, Noord-Amerika • het Atomium Zonder hoofdletter: • middeleeuwen, ijstijd, juli • de westerse beschaving, oosterse wijsheid
-
Passen de regels voor het gebruik van hoofdletters toe bij schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
-
Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpunctietekens: • het punt • het uitroepteken • het vraagteken
-
Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpunctietekens: • het dubbele punt • de komma
-
Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpunctietekens: de dubbele aanhalingstekens, de haakjes
-
Schrijven frequent gebruikte woorden met woordtekens.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordtekens: het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent
Te hanteren begrippen
het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent
-
Tonen hun kennis van spelling in verschillende contexten.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jean-Baptist controleert zijn toets op spelling en merkt dat hij werkwoorden in de verleden tijd correct moet vervoegen om een foutloze tekst te schrijven. • Lena schrijft een boodschappenlijstje en let erop dat ze woorden zoals ‘yoghurt’ en ‘mayonaise’ correct spelt. -
Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruik van hoofdletters en interpunctie: • hoofdletter aan het begin van een zin • leesteken aan het einde van de zin: punt, uitroepteken, vraagteken
-
Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruik van hoofdletters en interpunctie: • hoofdletter aan het begin van een zin, inclusief uitzondering bij een zin die met een getal begint • leesteken in de zin: komma, dubbele punt -
Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruik van hoofdletters en interpunctie: • hoofdletter aan het begin van een zin, inclusief uitzonderingen zoals ’s Morgens… en 14 dagen later… • hoofletter aan het begin van een aanhaling • leesteken in de zin: dubbele aanhalingstekens -
Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • enkelvoudige zinnen • mededelende zin Zinsstructuren: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zin -
Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • enkelvoudige zinnen • uitroepende zin, vragende zin, ontkennende zin, gebiedende wijs Zinsstructuren: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zin -
Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • enkelvoudige en samengestelde zinnen • mededelende zin Zinsstructuren: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zin -
Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.
Nederlands › Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • enkelvoudige en samengestelde zinnen • mededelende zin, uitroepende zin, vragende zin, ontkennende zin, gebiedende wijs Zinsstructuren: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zin -
Gebruiken tekeningen, krabbels, symbolen, letter- of cijfervormen om ideeën, gebeurtenissen en kennis vast te leggen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Lotje tekent een smiley naast haar opdracht om aan te geven dat ze het leuk vond om die te maken. • Achilles vult de eerste letter van een woord aan met een zelf uitgevonden letterteken. -
Geven de betekenis van hun schrijfproduct weer.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Gilles toont met trots zijn prijslijst en zegt: “Ik heb een lijst gemaakt voor de winkel”
-
Gebruiken specifieke stukken uit het schrijfproduct als antwoord op een specifieke vraag.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De leraar vraagt aan Gilles wat hij schreef. Hij toont zijn prijslijst, zegt en wijst tegelijkertijd aan: “Ik schreef wortel, brood, banaan en de prijzen”
-
Gebruiken het schrijven geïntegreerd tijdens hun spel.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • tekeningen • al dan niet uitgevonden grafemen
-
Schrijven teksten voor zelfgekozen doeleinden.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksten voor zelfgekozen doeleinden: • kopiërend letters, woorden en zinnen schrijven voor eigen plezier • een eigen ervaring, belevenis, gevoelens… in een dagboek schrijven
-
Noteren informatie in een aangeboden schematische voorstelling.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: uit verschillende vakdisciplines Schematische voorstelling: • schema • lijst
Voorbeelden
• Het is winter. De kinderen leren over weersverschijnselen die bij de winter horen. Ze leren ook dat daar aangepaste kledij bij hoort. Ze maken een lijstje van welke kledij geschikt is om in de winter te dragen. • In de les verkeer onderzoeken de kinderen welke soorten verkeersborden er zijn. Ze noteren in hun schema welke vormen en kleuren de aangeboden verkeersborden hebben, door de vorm te tekenen en in te kleuren. Samen met de leerkracht noteren ze er de naam bij en wat de betekenis van de combinatie van vorm en kleur is, zoals verbodsbord, gevaarsbord… Zo hebben ze een handig overzicht gemaakt van de soorten verkeersborden dat ze later nog kunnen raadplegen om de betekenis van een ongezien verkeersbord te achterhalen. -
Herkennen kernwoorden in teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
-
Maken beknopte notities met behulp van kernwoorden uit teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Teksten: • mondeling of schriftelijk aangeboden • van verschillende vakdisciplines
-
Gebruiken schematische voorstellingen bij het ordenen van inhouden uit teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • met gebruik van kernwoorden • met weergave van verbanden
Voorbeelden
• In een tekst over de verschillende diersoorten worden er verschillende voorbeelden gegeven. Suzanna en Doris maken samen een lijstje waarin ze per diersoort de voorbeelden opsommen. • Linde en Samia vergelijken twee landschappen met elkaar. Ze stellen dit voor in een venndiagram. -
Verwoorden de hoofdgedachte van een tekst in een korte zin.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekst: • een alinea of de volledige tekst Verwoorden: • met behulp van genoteerde kernwoorden
-
Schrijven de hoofdgedachte van een tekst in een korte zin.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekst: • een alinea of de volledige tekst Schrijven: • met behulp van kernwoorden
-
Maken gestructureerde aantekeningen met behulp van kernwoorden.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
-
Schrijven in eigen woorden het kernidee van een tekst op.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekst: een alinea of de volledige tekst
-
Verwoorden het belang van het samenvatten van teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Belang van samenvatten: • informatie verwerven en onthouden • Een gelezen verhaal kort samenvatten omdat je het wil aanraden aan een vriend.
-
Vatten een tekst samen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenvatten: • kernidee/hoofdgedachte • argumenten • relevante details
-
Vatten de inhoud van teksten samen, gebruikmakend van de tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur/verhaalstructuur: • vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: titel, tussentitel, alinea, hoofdstuk, bladzijde, regel, cursief, vet, tekstopmaak • inhoudelijke elementen van tekststructuur: oorzaak-gevolgstructuur, chronologische opbouw, probleem-oplossingsstructuur, vergelijkende opbouw, beschrijvende opbouw • inhoudelijke elementen van verhaalstructuur: begin (kennismaking: personages, situatie, plaats), midden (probleem en obstakels), slot (oplossing en afloop); chronologische opbouwTe hanteren begrippen
het hoofdstuk, de bladzijde, de alinea, de regel, de titel, de tussentitel, de tekstopmaak, cursief, vet
-
Schrijven teksten op basis van informatie, verzameld uit verschillende bronnen (synthese).
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te leren › Noteren en samenvatten
-
Illustreren de functies van geschreven taal.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies van geschreven taal: • om te informeren • om te communiceren
-
Illustreren dat je als auteur invloed kan uitoefenen op de lezer.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloed auteur: • taalgebruik • woordkeuze
Voorbeelden
Invloed auteur: • In een spannend verhaal kies je geschikte woorden om als auteur te beschrijven wat een angstig personage voelt, ziet en hoort. De lezer kan deze spanning als het ware in zijn lichaam voelen. • Als auteur van een informatiebrochure kies je voor korte, krachtige zinnen en duidelijke afbeeldingen. Zo moet de lezer weinig moeite doen om te lezen en is die toch goed geïnformeerd. -
Reflecteren samen over de invloed die elkaars schrijfproducten uitoefenen op lezers.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Evi maakte een poster om iedereen duidelijk te maken dat bananenschillen in de groenafvalbak horen. Ze kleurde de afvalbak groen en tekende een pijl van de bananenschil naar de vuilbak. Evi en haar klasgenoten reflecteren samen over de duidelijkheid van deze boodschap. Ze leggen aan elkaar uit hoe zij de boodschap op de poster van Evi begrijpen. • Mehmet maakte een verslag met een tekening over de voetbalmatch. Mehmet schreef in grote letters wat de supporters riepen en hij gebruikte uitroeptekens. Mehmet en zijn klasgenoten reflecteren samen over de tekstopmaak. Zij leggen aan elkaar uit in hoeverre grote letters en uitroeptekens duidelijk maken dat de supporters roepen. • Daria schreef een spookverhaal. De leerlingen ervaren hoe spannend het is door de manier waarop Daria beschrijft hoe het hoofdpersonage kippenvel krijgt en rilt van angst wanneer ze een deur hard hoorde dichtklappen. Daria en haar klasgenoten reflecteren samen over de spanning in het verhaal. Ze geven aan welke woorden of woordgroepen het verhaal voor hen spannend maken. -
Geven weer wat hen als auteur motiveert om iets te schrijven wat invloed kan uitoefenen op de lezers.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Dario schreef als auteur van een fantastisch verhaal over de knotsgekke avonturen van een kind om de lezers plezier te doen beleven aan een fantasievol verhaal. • Misha wil als auteur dierenleed onder de aandacht brengen door een schokkende poster van een verwaarloosd huisdier te maken. -
NL.271 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L4 1.2.12; L4 1.2.13; L4 1.2.14; L4 1.2.15; L4 1.2.16; L4 1.2.17; L4 1.2.18; L6 1.2.10; L6 1.2.11; L6 1.2.12; L6 1.2.13; L6 1.2.14; L6 1.2.15; L6 1.2.16; L6 1.2.17
Beschrijven stappen van een schrijfproces.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijfstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfproces: • schrijven voorbereiden • boodschap formuleren • reviseren • verzenden/ publiceren • reflecteren op het schrijfproces
-
Voeren de stappen van het schrijfproces nauwkeurig uit.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijfstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: • met aandacht • met doorzettingsvermogen
-
Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Schrijfdoel en -publiek: • Binnenkort gaan de kleuters op bezoek in het rusthuis. Samen met de meester schrijven ze een brief om de inwoners van het rusthuis te vertellen dat ze ernaar uitkijken om samen spelletjes te spelen en dat ze een verrassing voor hen hebben. Samen met de meester verwoorden de kleuters dat ze een brief schrijven aan de rusthuisbewoners (publiek) om hen te informeren over wat ze komen doen (doel). • Richard (publiek) is ziek. Alle kinderen van de klas hebben een tekening voor hem gemaakt. Samen met de juf schrijven de kleuters een kaartje met beterschapswensen (doel). De kleuters brengen samen met de juf het hele pakket naar de post. -
Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: gebruik makend van het communicatiemodel: zender, ontvanger, boodschap, kanaal
-
Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: gebruik makend van het communicatiemodel: doel, medium, effect
-
Bepalen het schrijfdoel en -publiek.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Sara heeft een raadsel geschreven en hangt het op het prikbord achteraan in de klas. Aan haar klasgenoten én de meester (publiek) vertelt ze dat zij hun oplossing (doel) op een papiertje mogen noteren en in de pot stoppen. Aan het einde van de week kijkt ze na of er iemand het raadsel heeft opgelost. Het juiste antwoord hangt ze bij het raadsel op het prikbord. • Tiago, Zayn en Matteo kiezen ervoor om een mail te schrijven naar het jeugdverblijf (publiek) waar ze binnenkort met de klas naartoe gaan. Ze willen weten of er een lift in het gebouw is zodat Zayn met zijn rolstoel naar de tweede verdieping kan gaan (doel). -
Selecteren een teksttype dat het best bij het schrijfdoel en het -publiek past.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Teksttype: uit een variatie aan teksten
-
Reflecteren over de keuze van teksttype in functie van het schrijfdoel.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
-
Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden: • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis • verzamelen van ideeën en informatie via een woordspin of schema • selecteren van ideeën en geschikte informatie • ordenen van ideeën en verzamelde informatie via een woordspin of schema • structureren van ideeën en verzamelde informatie: begin, midden, slot
Te hanteren begrippen
het begin, het midden, het slot
Voorbeelden
Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden: • inhoud bedenken, verzamelen en ordenen gebruik makend van een woordspin, mindmap, tabel • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn, venndiagram, boomdiagram -
Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden: • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis • inhoud bedenken met behulp van strategieën: brainstorm, vragen stellen, associëren • verzamelen van ideeën en informatie • selecteren van ideeën en geschikte informatie • ordenen van ideeën en verzamelde informatie • structureren van ideeën en verzamelde informatie: titel, tussentitels, alinea’s, structuuraanduidersTe hanteren begrippen
de titel, de tussentitel, de alinea, verwijswoorden, verbindingswoorden
Voorbeelden
Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden: • inhoud bedenken en verzamelen gebruik makend van een woordspin, mindmap, tabel • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn, venndiagram, boomdiagram -
Ordenen verzamelde ideeën en informatie over het bepaalde schrijfonderwerp.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
-
Selecteren relevante ideeën en informatie die in de geschreven tekst zullen worden verwerkt.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
-
Selecteren geschikte informatie uit verschillende (relevante) bronnen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden
-
Dragen bij aan een tekst om eigen ervaringen, creatieve ideeën en aangeboden inhouden vast te leggen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
-
Schrijven teksten over voor hen bekende onderwerpen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • samen met de leraar • met letters, cijfers en al dan niet uitgevonden tekens
-
Begrijpen het principe van hardop schrijven.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Principe van hardop schrijven: • gedachten weergeven in de vorm van woorden, zinnen en teksten • zinnen en formuleringen uitproberen ‘in mijn hoofd’
-
Schrijven korte teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Korte teksten: • met meestal één inhoudselement • vaak met chronologische opbouw • korte zinnen, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig
-
Schrijven langere teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Langere teksten: • met enkele inhoudselementen • met chronologische opbouw • langere zinnen, naast enkelvoudige ook samengestelde zinnen
-
Schrijven langere teksten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Langere teksten: • met meerdere, samenhangende inhoudselementen: de tekst bevat steeds meer details, karakters worden steeds meer uitgediept, ideeën worden steeds dieper uitgewerkt • variatie in zinsbouw • gepaste woordkeuze • figuurlijk taalgebruik • register afgestemd op het publiek -
Verbeteren hun schrijfproducten op basis van feedback.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Shari kan heel goed vriendschapsbandjes maken. Ze maakt een stappenplan voor haar klasgenootjes, zodat die zelf vriendschapsbandjes kunnen maken. Ze beschrijft hoe de draden aan elkaar geknoopt moeten worden, maar vergeet te schrijven dat het een stappenplan is om vriendschapsbandjes te maken. Haar klasgenootjes geven haar hierover feedback. Shari verbetert haar werk door een passende titel bovenaan haar stappenplan te schrijven. • In zijn verhaal gebruikt Bert vaak erg lange zinnen zonder komma’s. Bij een klassikale leesbeurt door de meester valt het de leerlingen op dat er weinig leestekens gebruikt zijn. Bert gaat er meteen mee aan de slag. Het helpt hem om daarbij de zinnen zachtjes aan zichzelf voor te lezen. Zo merkt hij wanneer er een komma moet komen om adem te halen. -
Lezen zelfgeschreven schrijfproducten na.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Nalezen: verbeteren foutjes die ze zelf opmerken alvorens hun werk in te leveren
-
Gaan in dialoog met elkaar bij het reviseren van hun schrijfproducten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reviseren: • tekststructuur • zinsbouw • woordgebruik • tekstconventies • spelling
Voorbeelden
• Levi las zijn zelfgeschreven verhaal voor in de klas. De klasgenoten konden meelezen op het Smartboard. Nona merkt op dat het hoofdpersonage zeer goed beschreven is: ze kan zich inbeelden hoe die eruitziet en hoe die zich voelt. (woordgebruik) • Jax en Phil schreven een krantenartikel over de klasuitstap voor de schoolkrant. Lien en Frauke lezen het artikel na. Ze ervaren de tekst als verwarrend omdat alle gebeurtenissen door elkaar zijn opgesomd. Ze helpen Jax en Phil om de tekst goed te structureren. -
Illustreren hulpmiddelen om schrijfproducten te reviseren.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hulpmiddelen: woordenboek
-
Illustreren hulpmiddelen om schrijfproducten te reviseren.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Hulpmiddelen: woordenboek, spellingscorrector
-
Gebruiken hulpmiddelen bij het reviseren van schrijfproducten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren
-
Tonen een selectie aan eigen schrijfproducten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
-
Selecteren uit eigen geschreven teksten welke ze willen delen met anderen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen geschreven teksten: • persoonlijke teksten • teksten van de groep
-
Illustreren criteria waaraan een schrijfproduct dat ze willen delen met anderen moet voldoen.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Criteria: • afgestemd op het publiek • gepast taalregister • gepaste woordkeuze • figuurlijk taalgebruik • variatie aan zinsbouw • gepaste tekstopmaak • gepaste kanaal en medium: geschreven tekst
Voorbeelden
Gepaste kanaal en medium - geschreven tekst: een kartonboekje voor een verhaal voor jonge kleuters, een poster om een oproep te doen aan kinderen, een brief aan een ouder persoon
-
Illustreren presentatievormen voor schrijfproducten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Presentatievormen: een klaskrant, een poster, een dagboek, een presentatie, een leesboek, een informatiemuur
-
Bepalen een presentatievorm in functie van het schrijfdoel en publiek.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
-
Schrijven teksten met een verzorgde tekstopmaak.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: passend bij het schrijfdoel
-
Schrijven teksten met een verzorgde opmaak.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verzorgde opmaak: • handgeschreven • digitaal
-
Gebruiken digitale middelen om geschreven teksten vorm te geven.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geschreven teksten: • voor verschillende doeleinden en -groepen Vormgeven: • volgens gangbare schrijfconventies
Voorbeelden
Digitale middelen: • verschillende devices (of dragers) • tekstverwerkers • presentatiesoftware
-
Duiden de gemaakte keuzes bij het schrijven van een tekst in functie van het schrijfdoel.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duiden gemaakte keuzes: • over het eigen schrijfproces en schrijfproduct • over het schrijfproces en schrijfproduct van anderen
Voorbeelden
Keuzes in functie van het schrijfdoel: • Een brief schrijven op een wisbordje is niet handig. • De structuur ‘inleiding – midden – slot’ gebruiken bij het schrijven van een verhaal. • Bij een presentatie schrijf je trefwoorden, géén zinnen. • Bij een verslag over ons groepswerk schrijven we hoe we te werk zijn gegaan, in de juiste volgorde. • In een versje dat we schrijven voor de kleuters van de eerste kleuterklas, gebruiken we geen moeilijke woorden. -
Vergelijken de eigen intentie als schrijver met de interpretatie van het publiek over hun eigen geschreven tekst.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
De eigen intentie en interpretatie van het publiek: • Ik schreef een instructie om een doosje van papier te vouwen. Ik zie dat mijn klasgenoten er niet in slagen om met behulp van mijn instructie succesvol een doosje te vouwen. Mijn instructie is dus niet duidelijk genoeg. • Ik schreef een recensie over een boek dat ik héél goed vind. Ik zie dat mijn klasgenoten dit boek nu ook willen lezen. Ik ben erin geslaagd om mijn enthousiasme over het boek over te brengen op de klasgenoten die mijn recensie lazen. -
Reflecteren over hun persoonlijke schrijfstijl.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren: op kenmerken van hun teksten die specifiek zijn voor hun eigen schrijfstijl
-
Schrijven teksten met aandacht voor schrijfconventies.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfconventies: • leesbaar handschrift • tekstopmaak afgestemd op teksttype en schrijfdoel • met aandacht voor een passende bladschikking: schrijven naast de kantlijn, schrijven op de schrijflijn, spaties tussen woorden, zinnen en alinea’s, afspraken rond het gebruik van leestekensTe hanteren begrippen
tekstopmaak, cursief, vet
-
Gebruiken kennis over tekststructuur/verhaalstructuur om de eigen gedachten te structureren ter voorbereiding op het uiteindelijke schrijfproduct.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur: • vormelijke structuur • inhoudelijke structuur: oorzaak-gevolgstructuur, chronologische opbouw, probleem- oplossingstructuur, vergelijkende opbouw, beschrijvende opbouwTe hanteren begrippen
de tekst, het begin, het midden, het slot
-
Gebruiken kennis over tekststructuur/verhaalstructuur om de eigen gedachten te structureren ter voorbereiding op het uiteindelijke schrijfproduct.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur: • vormelijke structuur • inhoudelijke structuur: oorzaak-gevolgstructuur, chronologische opbouw, probleem- oplossingstructuur, vergelijkende opbouw, beschrijvende opbouwTe hanteren begrippen
de titel, de tussentitel, de alinea, de structuuraanduiders
-
Schrijven teksten met een eenvoudige en herkenbare structuur die bij het teksttype past.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksten met eenvoudige en herkenbare structuur: • een recept: ingrediënten, werkwijze • een brief: plaats en datum, aanhef, slot
-
Schrijven steeds complexer wordende teksten in een structuur die bij het teksttype past.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Steeds complexer worden teksten: • een brochure: omslag met titel en afbeelding of logo; introductie; informatief gedeelte met alinea’s en tussentitels, contactgegevens • een verhaal: inleiding-midden-slot -
Schrijven teksten met variatie in zinsbouw.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
-
Tonen hun kennis over tekststructuur/verhaalstructuur in verschillende contexten.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Levi leest een stappenplan om pannenkoeken te bakken. Hij zegt dat er eerst een lijst met benodigdheden staat, gevolgd door duidelijke instructies in volgorde. Hij herkent dat dit een instructietekst is. • Rebecca vertelt een zelfverzonnen verhaal aan haar klasgenoten. Ze begint met wie en waar, daarna vertelt ze wat er misloopt en eindigt met hoe het opgelost wordt. Ze gebruikt bewust de opbouw van een verhaalstructuur. -
Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: signaalwoorden die de volgorde aanduiden
Voorbeelden
Structuuraanduiders: eerst, toen, daarna
-
Illustreren het gebruik van structuuraanduiders.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden: verwijzen naar iemand of iets wat eerder in de tekst genoemd was • verbindingswoorden: leggen verbanden tussen zinnen en tussen alinea’s • signaalwoorden: geven het soort verband tussen zinnen en tussen alinea’s weer (tijd: eerst, toen, daarna; oorzaak: omdat, doordat; gevolg: zodat, waardoor; tegenstelling: maar; opsomming: en, bovendien; conclusie: dus, daarom)Voorbeelden
Structuuraanduiders: • Het konijn van Alice was verdwenen. Alle buren hielpen haar zoeken. (verwijswoord) • Juf Jo was ervan overtuigd dat onze school kampioen zou worden. We hadden dan ook goed getraind. (verbindingswoord) • Meester Steve gelooft dat het ons zal lukken om heerlijke pannenkoeken te bakken. Maar dan is het wel nodig om de ingrediënten precies af te meten. (signaalwoord) -
Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden: verwijzen naar iemand of iets wat eerder in de tekst genoemd was • verbindingswoorden: leggen verbanden tussen zinnen en tussen alinea’s • signaalwoorden: geven het soort verband tussen zinnen en tussen alinea’s weer
-
Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.
Nederlands › Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: argumentatieve verbindingswoorden
Voorbeelden
Structuuraanduiders: We willen dat de bibliotheek in onze school aantrekkelijk blijft. • Daarom zetten we de boeken netjes terug op hun plaats in de boekenkasten. (argument) • Toch zijn er nog altijd boeken die in de sofa blijven liggen. (tegenargument)
-
Luisteren aandachtig.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Gebruiken non-verbale communicatie bij het luisteren.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Non-verbale communicatie: • blik gericht houden • blik van de leraar volgen • oogcontact maken • aandacht voor lichaamstaal, mimiek en stemgebruik van de spreker
-
Leiden de betekenis van mondelinge boodschappen af met behulp van de context.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Context: • visuele ondersteuning: boeken, prenten, concreet materiaal, presentatie, gebaren, mimiek • auditieve ondersteuning: stemgebruik, intonatie -
Voeren enkelvoudige mondeling gegeven instructies uit.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Voeren meervoudige mondeling gegeven instructies uit.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Reageren op eenvoudige mondeling gestelde vragen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reageren: • verbaal • non-verbaal Vragen: • open vragen • gesloten vragen • denkstimulerende vragen
-
Formuleren vragen in functie van de luisteropdracht.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luisteropdracht: • om meer informatie te krijgen • om na te gaan of ze de boodschap goed begrepen hebben
-
Begrijpen in concrete luistersituaties expliciete boodschappen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Leiden in concrete luistersituaties expliciete boodschappen af.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Begrijpen in concrete luistersituaties expliciete en impliciete boodschappen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Leiden in concrete luistersituaties expliciete en impliciete informatie af.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Impliciete boodschappen: • Bij ‘Ik heb het koud’ wordt niet gezegd: ‘Het zou fijn zijn als het raam gesloten werd.’ • Bij ‘Je hebt je best gedaan’ wordt niet gezegd: ‘Het resultaat is niet goed genoeg.’ -
Leiden relaties en verbanden af bij een beluisterde tekst.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing
-
Leiden relaties en verbanden af bij expliciete informatie uit een beluisterde tekst.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing • middel-doelrelatie • conclusie trekken: informatie uit de tekst combineren om tot een conclusie te komen -
Leiden relaties en verbanden af bij expliciete en impliciete informatie uit een beluisterde tekst.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: conclusie trekken: informatie uit de tekst combineren om tot een conclusie te komen
-
Herkennen feiten en meningen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: in beluisterde teksten
Te hanteren begrippen
de mening, het feit
-
Onderscheiden feiten en meningen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: in beluisterde teksten
-
Maken verbindingen tijdens het beluisteren van teksten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
-
Maken verbindingen tijdens het beluisteren van teksten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen voorkennis • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis • tussen passages uit de tekst
-
Reflecteren over de kennis die de beluisterde tekst opleverde.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Analyseren in luistersituaties factoren van het communicatiemodel.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: • relatie tussen zender en ontvanger • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd
Te hanteren begrippen
communicatie, de zender, de ontvanger
-
Analyseren in luistersituaties factoren van het communicatiemodel.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: • relatie tussen boodschap en kanaal • mening, feit
Te hanteren begrippen
de boodschap, het kanaal
-
Geven weer hoe een spreker over het onderwerp denkt.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Analyseren in concrete luistersituaties factoren van het communicatiemodel.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Analyseren: • het medium herkennen als drager van de boodschap • het kanaal herkennen als de weg waarlangs de boodschap wordt verspreidTe hanteren begrippen
communicatie, het medium, het kanaal
Voorbeelden
Communicatiemodel: • via een persoonlijke gesprek (medium) een presentatie (kanaal) over een onderzoek geven • via een radiozender (medium) een reclameboodschap in een radiospot (kanaal) verspreiden -
Vergelijken hoe verschillende sprekers over eenzelfde onderwerp denken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Reflecteren over hoe de spreker hun standpunt beïnvloedt.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen sturingsstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • actualiseren van kennis en woordenschat • actief luisteren met behulp van luisterstrategieën
-
Gebruiken sturingsstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
-
Herkennen herstelstrategieën bij het luisteren.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herstelstrategieën: controle van begrip door: • vragen om herhaling • vragen om verduidelijking • vragen om tempo of volume aan te passen
-
Passen herstelstrategieën functioneel toe.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
-
Tonen hun kennis van herstelstrategieën in verschillende contexten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Caleb leest een moeilijk woord voor tijdens het hoekenwerk, maar hapert halverwege het woord. Hij stopt even, kijkt naar het woord, spreekt het opnieuw maar trager uit en probeert het opnieuw. • Asher legt een spel uit aan haar groepje, maar merkt dat de anderen het niet begrijpen. Ze herformuleert haar uitleg, gebruikt voorbeelden en controleert of iedereen het nu wel begrijpt. -
Beschrijven sturingsstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • luisterdoel bepalen • toepassen van herstelstrategieën • controle bereiken luisterdoel • actief luisteren door toepassen van luisterstrategieën • actualiseren van kennis en woordenschat
-
Passen sturingsstrategieën toe in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
-
Stemmen hun manier van luisteren af op het luisterdoel.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
• Een variatie aan manieren van luisteren: globaal luisteren, intensief luisteren, kritisch luisteren, empatisch luisteren -
Tonen hun kennis van sturingsstrategieën in verschillende contexten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Norah hoort de juf iets zeggen maar begrijpt het niet goed. Ze steekt haar hand op en vraagt: “Wil je het nog eens zeggen, maar trager alsjeblieft?” • Isaac zit naast een klasgenoot die iets uitlegt over een spel, maar hij verstaat het niet goed. Hij vraagt: “Wat bedoel je precies met ‘kaart omdraaien’?” -
Herkennen luisterstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luisterstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren • verbinden
-
Gebruiken luisterstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
-
Beschrijven luisterstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luisterstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren • verbinden • samenvatten • afleiden
Te hanteren begrippen
voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden
-
Passen luisterstrategieën toe in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
-
Selecteren luisterstrategieën in luistersituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Selecteren: • Wanneer de luisterstrategie inzetten? • Waarom de luisterstrategie inzetten? • Welke luisterstrategie inzetten?
-
Tonen hun kennis van luisterstrategieën in verschillende contexten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Juf Linde toont de kleuters de kaft van het nieuwe boek dat ze gaat voorlezen. Daarop staat een grote vogel met zijn vleugel in een verband. Juf Linde vraagt de kleuters wat zij denken dat er zou kunnen gebeurd zijn met de vogel. De kleuters geven voorspellingen. Tijdens het lezen van het verhaal gaat juf Linde samen met de kleuters na of de voorspellingen overeenkomen met het verhaal. De kleuters sturen hun voorspellingen bij. • Er is een man met een blindengeleidehond naar de klas van Mika gekomen om uitleg te geven over hoe zo’n hond een blinde kan helpen. De kinderen stellen vragen om verduidelijking, of om nog meer te weten te komen. -
Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren voor verstaanbaar spreken: • verstaanbaar uitspreken van klanken en klankcombinaties • passend volume
-
Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren voor verstaanbaar spreken: • correcte uitspraak van klanken en klankcombinaties • duidelijke articulatie
-
Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren voor verstaanbaar spreken: • Standaardnederlands • gepaste klemtoon: zinsaccent en woordaccent • met een ondersteunende houding, passende gebaren en passende mimiek • met natuurlijkheid en emotionaliteit
-
Gebruiken hun kennis van verstaanbaar spreken bij het spreken, vertellen en presenteren.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Spreken, vertellen en presenteren: • een verhaal vertellen • een gedicht voordragen • een mop vertellen
-
Stemmen het spreken, presenteren en vertellen af op het spreekdoel en publiek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afstemmen: • expressie • taalregister: formeel en informeel
Voorbeelden
Afstemmen van het spreken, presenteren en vertellen: • Yari, Matteo en Dries nemen samen een luisterverhaal op. Het is een griezelig verhaal over spoken, skeletten en geesten. Om de enge sfeer in het verhaal te brengen, lezen de jongens expressief: ze fluisteren, laten stiltes vallen, vertellen dan heel luid om het luisterpubliek te doen schrikken, krijsen om angst uit te drukken… (expressie) • Het thema van de week is ‘De aarde leeft’. In groepjes gaan de kinderen in allerlei teksten lezen over onderwerpen die bij het thema passen. Mandy en Soraya lezen een boek over een reiziger die een vulkaanuitbarsting meemaakt. Daarover maken ze een presentatie die ze gaan gebruiken in de klas. Daarbij komen vele vakspecifieke woorden aan bod. Tijdens hun presentatie leggen ze in hun eigen woorden aan de klasgenoten goed uit wat een krater, magma, lava… is. (register) -
Gebruiken expressie bij het spreken, vertellen en presenteren.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
-
Gebruiken een gepast register bij het spreken, vertellen en presenteren.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gepast register: • formele taal • Informele taal
-
Gebruiken non-verbale communicatie om een boodschap te ondersteunen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Non-verbale communicatie: lichaamstaal: oogcontact, lichaamshouding
-
Gebruiken non-verbale communicatie om een boodschap te ondersteunen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Non-verbale communicatie: • mimiek • intonatie • lichaamstaal: oogcontact, lichaamshouding, gebaren
-
Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren van begrijpelijk en gepast spreken: • bij het onderwerp blijven
-
Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren van begrijpelijk en gepast spreken: • woordkeuze • correcte zinsconstructies • samenhang
-
Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren van begrijpelijk en gepast spreken: • gepaste woordkeuze • complexere zinsconstructies • ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren
-
Spreken begrijpelijk en gepast.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
-
Vertellen samenhangend over gedachten en gebeurtenissen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhangend: • met een aanzet tot volgorde • met een aanzet tot gebruik van structuuraanduiders (verwijs- en verbindingswoorden)
-
Illustreren gestructureerd en samenhangend spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerd en samenhangend: • logische en gemakkelijk te volgen samenhang • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-, signaal- en verbindingswoorden) -
Illustreren gestructureerd en samenhangend spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerd en samenhangend spreken: • logische en gemakkelijk te volgen samenhang • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-, signaal- en verbindingswoorden)Te hanteren begrippen
het begin, het midden, het slot
-
Spreken gestructureerd en samenhangend.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerd en samenhangend: • logische en gemakkelijk te volgen samenhang • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-, signaal- en verbindingswoorden) -
Reflecteren op factoren van verstaanbaar spreken in verschillende contexten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering
-
Formuleren mondeling korte zinnen met één of meer woorden.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
-
Formuleren mondeling standaardzinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standaardzinnen: Veel voorkomende zinnen in veel voorkomende communicatieve situaties.
Voorbeelden
Standaardzinnen: • Hoe heet jij? • Tot morgen!
-
Formuleren mondeling basiszinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiszinnen: • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructies • mededelende, vragende, enkelvoudige en eenvoudig samengestelde zinnen
Voorbeelden
Basiszinnen: • Fikri maakt een tekening. • Waar is het potlood? • Ik teken een huis en daarna kleur ik het. • Ik ben moe want ik heb veel gespeeld.
-
Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • enkelvoudige zinnen • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de gebiedende wijs -
Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • enkelvoudige zinnen • samengestelde zinnen: verbanden leggen met behulp van structuuraanduiders • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de gebiedende wijs -
Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • enkelvoudige complexere zinnen • samengestelde zinnen: verbanden leggen met behulp van structuuraanduiders • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de gebiedende wijs -
Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • enkelvoudige complexere zinnen • samengestelde complexere zinnen: verbanden leggen met behulp van structuuraanduiders • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de gebiedende wijs -
Illustreren stappen in het spreekproces.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stappen in het spreekproces: • spreken voorbereiden • boodschap formuleren • reviseren • presenteren • reflecteren op het spreekproces
-
Verzamelen inhoud voor hun spreektaak.*
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verzamelen: • Bedenken wat ze zelf al weten over het onderwerp en vullen hun kennis aan met informatie die de leerkracht aangeboden heeft. • Maken een woordenwolk of mindmap over het onderwerp waarover ze gaan spreken. *onder begeleiding -
Selecteren een teksttype die het beste bij het spreekdoel past.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksttype: • een gedicht om te beschrijven hoe kleurrijke blaadjes van de boom in de herfst naar beneden dwarrelen • een interview om een klasgenoot te doen vertellen wat die zo geweldig vindt aan diens favoriete boek -
Geven de inhoud van hun spreektaak gestructureerd weer.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerd: • volgens de best passende tekststructuur bij het teksttype past
-
Verzamelen onderbouwende argumenten om hun standpunten en meningen te staven.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standpunten en meningen: • op basis van voorkennis en vakspecifieke kennis
-
Selecteren onderbouwende argumenten om hun standpunten en meningen te staven.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standpunten en meningen: • op basis van voorkennis en vakspecifieke kennis
-
Vertellen in een vertrouwde omgeving over een zelfgekozen onderwerp.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren
-
Vertellen begrijpelijk en samenhangend over een zelfgekozen onderwerp.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vertellen: • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructies • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
-
Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreken: • in een variatie aan teksten • voor een publiek Begrijpelijk, gepast en samenhangend: • met aandacht voor goedgekozen woorden • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
-
Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreken: • in een variatie aan teksten • voor een publiek Begrijpelijk, gepast en samenhangend: • met aandacht voor goedgekozen woorden • met aandacht voor een gepaste woordkeuze • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve teksten • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten in een gepast register • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang • Verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden -
Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreken: • in een variatie aan teksten • voor een publiek Begrijpelijk, gepast en samenhangend: • met aandacht voor goedgekozen woorden. • met aandacht voor een gepaste woordkeuze. • met aandacht voor complexere zinsconstructies die duidelijk zijn voor de luisteraar • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve teksten • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten • in een gepast register • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden -
Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fouten: • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen
-
Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
-
Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fouten: • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen • onduidelijke articulatie
-
Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen
-
Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Fouten: • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen • een opbouw, gedachtegang of redenering herformuleren in functie van het begrip en de samenhang -
Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen • een opbouw, gedachtegang of redenering herformuleren in functie van het begrip en de samenhang -
Vertellen in de klas.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vertellen: • over ervaringen vanuit de eigen leefwereld en de klas- en schoolomgeving • over een plan van aanpak
-
Presenteren* aan een bekend publiek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Presenteren: • beschrijven van een voorwerp, persoon, dier of plaats • verslag uitbrengen over een ervaring of beleving • instructie geven over een plan van aanpak (uitleggen hoe je iets moet doen) • een mededeling doen * presenteren of vertellen
-
Presenteren* aan een bekend publiek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Presenteren: • verslag uitbrengen over een leeractiviteit • verzamelde informatie over een persoonlijk interesseveld uiteenzetten • een beschrijving geven • een mededeling of aankondiging doen • een anekdote vertellen • een mening formuleren * presenteren of vertellen
-
Presenteren* aan een bekend en onbekend publiek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Presenteren: • inzichten en besluit van een eerder gevoerd onderzoek delen • een mening uiteenzetten en beargumenteren • een oproep tot actievoeren • informatie, verzameld uit verschillende bronnen delen * presenteren of vertellen
-
Gebruiken hulpmiddelen bij het presenteren* wanneer die de boodschap ondersteunen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hulpmiddelen: • concreet materiaal • afbeeldingen * presenteren of vertellen
-
Gebruiken hulpmiddelen bij mondeling presenteren*.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hulpmiddelen: • concreet materiaal • afbeeldingen • digitale hulpmiddelen zoals presentatiesoftware * presenteren of vertellen
-
Reflecteren over het eigen spreekproces.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen spreekproces: • de formulering van de boodschap tijdens het spreken • de presentatie bij het spreken
-
Reflecteren over het eigen spreekproces.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen spreekproces: • de voorbereiding voor het spreken • de keuze van het teksttype in functie van de boodschap en het publiek/ de ontvanger • de formulering van de boodschap tijdens het spreken • het eventuele reviseren of verbeteren tijdens het spreken • de presentatie bij het spreken
-
Illustreren kenmerken van een spreekstijl.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van een spreekstijl: • verstaanbaarheid • het gebruik van lichaamstaal • expressie • taalregister
-
Reflecteren over de eigen spreekstijl en die van anderen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreekstijl: • verstaanbaarheid • het gebruik van lichaamstaal • expressie • taalregister
-
Reflecteren over de eigen spreekstijl en die van anderen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreekstijl: • verstaanbaarheid • het gebruik van lichaamstaal • expressie • taalregister • taalgebruik: complexiteit van zinnen, rijkdom van de woordenschat, breedvoerig of beknopt -
Reflecteren over de boodschap van de spreker(s).
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren: Gebruik makend van gespreksstrategieën: • zich relevante zaken afvragen en vragen stellen • verbindingen zoeken tussen wat deelnemers zeggen
-
Voeren gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gesprekken: mondelinge interactievormen • rechtstreeks aansluitend bij de plaats, tijd en situatie waarin ze plaatsvinden • los van de zichtbare werkelijkheid
Voorbeelden
Gesprekken: • De kleuters bekijken samen met de leerkracht een apparaat (technisch systeem) en bespreken hoe het zou kunnen werken. (plaats, tijd en situatie) • Jonas vertelt over een bezoek dat hij samen met zijn ouders bracht aan hun grootouders in het rusthuis. (los van de zichtbare werkelijkheid) -
Participeren aan gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Participeren: • doelgericht luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek Gesprekken: mondelinge interactievormen • kringgesprek • onderwijsleergesprek • gesprek om informatie te geven of te vragen • dialoog • gesprekken in kleine groepen
-
Participeren aan gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Participeren: • doelgericht luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek Gesprekken: mondelinge interactievormen • onderwijsleergesprek • gesprek om informatie te geven of te vragen • dialoog • groepsgesprek • discussie
-
Participeren aan gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Participeren: • Doelgericht en genuanceerd luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek Gesprekken: mondelinge interactievormen • onderwijsleergesprek • gesprek om informatie te geven of te vragen • dialoog • groepsgesprek • discussie
-
Gaan met elkaar in gesprek om te onderhandelen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderhandelen: • over het plan van aanpak bij een groepsactiviteit • over de oplossingsstrategie bij problemen
-
Gaan met elkaar in gesprek om te onderhandelen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderhandelen: • over het plan van aanpak bij een groepsactiviteit • over de taakverdeling bij een groepsactiviteit • over de oplossingsstrategie bij problemen
-
Gaan met elkaar in gesprek om afspraken te maken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Voeren probleemoplossende gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Geven in een gesprek argumenten om de eigen mening te staven en een andere mening te ontkrachten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Gebruiken vragen in een discussie om verduidelijking van de standpunten te krijgen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Vergelijken in een discussie argumenten en tegenargumenten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Formuleren een conclusie bij een discussie.*
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Sturen in een discussie argumenten, het eigen standpunt of de eigen mening bij.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Geven in een discussie argumenten om de overtuiging van de anderen te veranderen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg
-
Participeren spontaan aan gesprekken om persoonlijke ervaringen uit te wisselen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
-
Gebruiken in een gesprek vraagzinnen om hulp te vragen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
-
Gebruiken in een gesprek vragen om de gewenste informatie te bekomen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • een behandeld onderwerp binnen de verschillende leergebieden Vraagsoorten: • gesloten vragen • open vragen
-
Gebruiken in een gesprek vragen om de gewenste informatie te bekomen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • een behandeld onderwerp binnen de verschillende leergebieden Vraagsoorten: • gesloten vragen • open vragen • meerkeuzevragen
-
Gebruiken in een gesprek verschillende vraagsoorten om informatie in te winnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagsoorten: • gesloten vragen • open vragen • reflectieve vragen
-
Gebruiken in een gesprek verschillende vraagsoorten om informatie in te winnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagsoorten: • kritische vragen • hypothetische vragen • controlevragen
-
Tonen hun kennis over het stellen van vragen in verschillende contexten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Ezra bladert in een informatief boek over vulkanen en zegt: “Hoe ontstaat lava eigenlijk?” • Micah bouwt samen met klasgenoten een bouwwerk voor een project en vraagt: “Wie wil de toren bouwen en wie maakt de brug?” -
Gebruiken gerichte vragen om de gewenste informatie te bekomen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gerichte vragen: • aan leeftijdsgenoten en bekende volwassenen
-
Gebruiken vragen in een gesprek om meer informatie te winnen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • stellen van vragen en verder doorvragen
-
Gaan met elkaar in gesprek om gedachten uit te wisselen.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Gedachten uitwisselen: • over eigen werk, groepsactiviteiten, (voor)gelezen boeken, actualiteit, media
-
Gaan met elkaar in gesprek over hun eigen en elkaars mening.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Eigen en elkaars mening: • over eigen werk, over andermans werk, ervaringen bij leeractiviteiten, gelezen boeken, actualiteit, media -
Herkennen feiten en meningen in gesprekssituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de mening, het feit
-
Onderscheiden feiten en meningen in gesprekssituaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen
-
Participeren actief aan een gesprek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Actief: • de blik gericht houden op de gesprekspartners • non-verbaal reageren • verbaal reageren
-
Zetten een volgehouden aandachtspanne in bij het voeren van gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
-
Gebruiken standaardzinnen, basiszinnen en vraagzinnen in een gesprek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standaardzinnen, basiszinnen en vraagzinnen: • bij het groeten • bij het aanspreken • bij het bedanken • bij vragen
Voorbeelden
Groeten: • Goeiemorgen juf/meester. • Tot morgen juf/meester. Aanspreken: • Dag meneer/mevrouw directeur, dit is voor u. • Yoshi, mag ik met jou meespelen? Bedanken: • Dankjewel, Lize. • Dat is lief, dankjewel. Vragen: • Wie weet dat? • Hoe doe je dat?
-
Herkennen gespreksconventies.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • op een gepaste manier het woord nemen of vragen • elkaar laten uitspreken
-
Gebruiken gespreksconventies.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • op een gepaste manier het woord nemen of vragen • elkaar laten uitspreken
-
Herkennen gespreksconventies.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • inspelen op wat anderen zeggen
-
Gebruiken gespreksconventies.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • inspelen op wat anderen zeggen
-
Illustreren gespreksconventies.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • elkaar laten uitspreken • op een gepaste manier het woord vragen of nemen • inspelen op de inbreng van de gesprekspartner • elkaars inbreng waarderen
-
Passen gespreksconventies toe.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gespreksconventies: • elkaar laten uitspreken • op een gepaste manier het woord vragen of nemen • inspelen op de inbreng van de gesprekspartner • elkaars inbreng waarderen
-
Voeren samenhangende gesprekken die ze gaande houden door in te spelen op de inbreng van de ander.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inspelen op de inbreng van de ander: • antwoorden in volzinnen op vragen • brengen argumenten, meningen en nieuwe informatie in die aansluiten bij het gespreksonderwerp. -
Houden in een gesprek de gesprekslijn vast.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
-
Passen de rol van gespreksleider toe.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rol van de gespreksleider: • rekening houdend met beurtwisseling
-
Voeren samenhangende gesprekken die ze gaande houden door in te spelen op de inbreng van de ander.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inspelen op de inbreng van de ander: • bouwen verder op andermans ideeën • bevragen argumenten die aansluiten bij het gespreksonderwerp • nuanceren argumenten die aansluiten bij het gespreksonderwerp • legen verbanden tussen verschillende standpunten • komen tot een conclusie* *met ondersteuning
-
Illustreren het passend afronden van een gesprek.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Passend afronden van een gesprek: • het gesprek samenvatten, waardering uiten, vooruitblikken, een reflectie geven
-
Ronden een gesprek passend af.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
-
Houden rekening met wat gesprekspartners weten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Rekening houden met wat gesprekspartners weten: • Niet nodeloos herhalen van informatie die al gekend of geweten is, iedereen weet dat de school niet open is op zaterdag en zondag. • Geven aanvullende informatie die nodig is om het gesprek te volgen, leggen uit dat een ‘glitch’ een fout of storing in een computerspel is. -
Stemmen luister- en spreekstijl af op verschillende situaties.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spreekstijlen: • formeel en informeel taalgebruik • spreektempo, volume en woordgebruik aangepast aan het publiek
-
Tonen open te staan voor elkaars meningen en standpunten.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
-
Reageren gepast als de gesprekspartner anders reageert of denkt.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gepast: • aanvaarden dat de ander anders reageert dan verwacht • de ander de vrijheid gunnen om de vragen, onderwerpen… aan te nemen, te weigeren of te twijfelen -
Reflecteren over de gespreksconventies die ze gebruikt hebben.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
-
Reflecteren over gevoerde gesprekken.
Nederlands › Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Reflecteren over: • Wat ging er goed in het gesprek? • Wat zou je anders doen de volgende keer? • Op welke manier liet je merken dat je de ander begreep? • Heb je je mening duidelijk kunnen overbrengen? • Was mijn uitleg duidelijk voor de ander? Hoe weet ik dat? • Waren mijn argumenten sterk genoeg, en hoe had ik die nog sterker kunnen maken? • Hoe heb ik mijn non-verbale communicatie ingezet om het gesprek te ondersteunen?
-
Begrijpen basiswoordenschat.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiswoordenschat: • woordenschat met betrekking tot de leefomgeving en de school • Inhoudswoorden • functiewoorden
Voorbeelden
Inhoudswoorden: stoel, bouwen, eten Functiewoorden: want, naast, nu, maar
-
Gebruiken basiswoordenschat.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiswoordenschat: • woordenschat met betrekking tot de leefomgeving en de school • Inhoudswoorden • Functiewoorden
-
Begrijpen basiswoordenschat*.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiswoordenschat: • inhoudswoorden • functiewoorden • woorden met meerdere betekenissen
Voorbeelden
Inhoudswoorden: stoel, bouwen, eten Functiewoorden: want, naast, nu, maar Woorden met meerdere betekenissen: arm, bloem, pad, blik, blad *woordenschat met betrekking tot de leefomgeving en de school
-
Gebruiken basiswoordenschat.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiswoordenschat: • woordenschat met betrekking tot de leefomgeving en de school • inhoudswoorden • functiewoorden • woorden met meerdere betekenissen
-
Herkennen eenvoudige school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige school-en instructietaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • inhoudswoorden • functiewoorden
Voorbeelden
Inhoudswoorden: bank, kijken Functiewoorden: want, naast, nu, maar
-
Gebruiken eenvoudige school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige school-en instructietaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • inhoudswoorden • functiewoorden
-
Begrijpen eenvoudige school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige school- en instructietaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • inhoudswoorden • uitdrukkingen • functiewoorden • woorden met meerdere betekenissen
Voorbeelden
School- en instructietaal: • Neem het penseel. • Hang je jas aan de kapstok en ga in de rij staan.
-
Gebruiken eenvoudige school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige school- en instructietaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • inhoudswoorden • functiewoorden • woorden met meerdere betekenissen
-
Gebruiken een steeds uitgebreidere woordenschat.*
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitgebreide woordenschat: nieuw geleerde woorden, zowel school- als instructietaal *onder begeleiding
-
Begrijpen school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
School- en instructietaal: • inhoudswoorden • uitdrukkingen • functiewoorden • woorden met meerdere betekenissen
Voorbeelden
School- en instructietaal: functie, gevolg van, tenzij, ondanks, verklaren, omcirkelen, toch, dus, behandelen, vorm (tekst of voorwerp), vergelijken
-
Gebruiken school- en instructietaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
School- en instructietaal: in verschillende vakken
-
Begrijpen vaktaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vaktaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • relevante themawoordenschat • vakspecifieke taal
-
Gebruiken vaktaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vaktaal: • binnen de context van de activiteiten, vakspecifieke kennis, voorkennis en ervaring • relevante themawoordenschat • vakspecifieke taal
-
Begrijpen vaktaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
-
Begrijpen vaktaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de vaktaal
-
Gebruiken vaktaal.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
-
Tonen hun kennis van school-, instructie- en vaktaal in verschillende contexten.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordenschatkennis
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Fons zit nog maar pas in de Ravenklas (K2-K3). Hij mag van de juf een vriendje aanduiden waarmee hij samen een taak gaat doen. Fons begrijpt het woord ‘aanduiden’ en wijst naar zijn vriend Rune, die een jaartje ouder is. (instructietaal) • In het vijfde leerjaar lezen de leerlingen boeken die binnen het brede thema ‘kracht en beweging’ passen. Kyona leest een boek waarin het hoofdpersonage een waterraket gaat bouwen. In het boek komen woorden voor zoals ‘kracht, beweging, massa, energie, snelheid en weerstand’. Kyona begrijpt deze woorden in de context van het boek omdat ze in de lessen over natuurverschijnselen hierover leerde. (vaktaal) -
Herkennen woordleerstrategieën in luistersituaties.*
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordleerstrategieën: • linken leggen met bekende woorden • de woordopbouw analyseren • de eigen bredere talenkennis inzetten om betekenissen af te leiden • de betekenis van woorden afleiden uit de context
Voorbeelden
De eigen bredere talenkennis inzetten: • Irene spreekt thuis Spaans. Wanneer ze met haar klasgenootjes in de keukenhoek speelt, maakt ze graag een woordgrapje: wanneer de andere kinderen haar vragen om de pan aan te geven, geeft ze een brood. In het Spaans betekent ‘pan’ immers brood! • Taner is een Turkse jongen die nog maar twee maanden op school is, maar hij kent het Nederlandse woord ‘suiker’ al! Dat is niet moeilijk want het Turkse woord ‘şeker’ (klinkt als ‘sjeek-èr’) lijkt heel erg op het Nederlandse woord ‘suiker’. Misschien zijn er nog meer Nederlandse en Turkse woorden die op elkaar lijken? *onder begeleiding -
Illustreren woordleerstrategieën in luister- en leessituaties.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordleerstrategieën: • om verduidelijking vragen • vergelijken met een bekend woord • de context inzetten • de eigen bredere talenkennis inzetten om betekenissen af te leiden • de woordopbouw analyseren
-
Illustreren woordleerstrategieën in luister- en leessituaties.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordleerstrategieën: • om verduidelijking vragen • vergelijken met een bekend woord • de context inzetten • de eigen bredere talenkennis inzetten om betekenissen af te leiden • de woordopbouw analyseren • belang van het woord in de tekst na gaan • hulpbron inzetten
-
Illustreren woordleerstrategieën in luister- en leessituaties.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordleerstrategieën: • om verduidelijking vragen • vergelijken met een bekend woord • de context inzetten • de eigen bredere talenkennis inzetten om betekenissen af te leiden • de woordopbouw analyseren • belang van het woord in de tekst na gaan • hulpbron inzetten • vreemdetalenkennis inzetten
-
Gebruiken verklarende woordenlijsten en woordenboeken om de betekenis van woorden te achterhalen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
-
Zetten woordleerstrategieën actief in op zoek naar nieuwe woordbetekenissen en relaties.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
-
Passen woordleerstrategieën toe*.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
-
Passen woordleerstrategieën toe.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Woordleerstrategieën
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassen: • Om nieuwe woordbetekenissen en relaties te achterhalen uit gesproken context. • Om nieuwe woordbetekenissen en relaties te achterhalen uit geschreven context.
-
Herkennen betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: • categorie en exemplaar (hyperoniem- hyponiem) • eenvoudige synoniemen • eenvoudige tegenstellingen (antoniemen) • veel gebruikte trappen van vergelijking
Voorbeelden
Betekenisrelaties: categorie en exemplaar: • Een appel (exemplaar) is een stuk fruit (categorie). • Het kleurpotlood (exemplaar) is tekengerief (categorie). Betekenisrelaties: eenvoudige synoniemen Mijn mama rijdt met de wagen; mijn mama rijdt met de auto. Betekenisrelaties: eenvoudige tegenstellingen Ik ben groot, mijn zus is klein. Betekenisrelaties: veel gebruikte trappen van vergelijking Die meloen is zwaarder dan de perzik. De pompoen is het zwaarst.
-
Herkennen betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: context: beroep-handeling, gebeurtenis-plaats, tijd-gebeurtenis
Voorbeelden
Betekenisrelaties – context: • De kok doet zijn schort aan en neemt een braadpan. (beroep-handeling) • Zwemmen – het zwembad (gebeurtenis-plaats) • De ochtend – opstaan (tijd-gebeurtenis)
-
Begrijpen betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: verwijswoorden: zij, hij, het, die, deze, dit, dat
Voorbeelden
Verwijswoorden: • Toen was zij nog een baby. > ‘zij’ verwijst naar een eerder vernoemd personage. • Oma wil graag de mooiste taart van de bakker, die met slagroom.
-
Illustreren betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: vormrelatie - homoniemen (woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen)
Te hanteren begrippen
het homoniem
Voorbeelden
Vormrelatie – homoniemen: • Hij zit op de bank voor de bank. • Zij neemt de bal niet mee naar het bal.
-
Illustreren betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: antoniemen
Te hanteren begrippen
het antoniem
Voorbeelden
Antoniemen: boven – onder, groot – klein, blij – verdrietig
-
Illustreren betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: synoniemen
Te hanteren begrippen
het synoniem
Voorbeelden
Synoniemen: boos – kwaad, blij – vrolijk, snel – vlug, beginnen – starten
-
Illustreren betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenisrelaties: trappen van vergelijking
Te hanteren begrippen
de trappen van vergelijking
Voorbeelden
Trappen van vergelijking: • Deze pizza is lekker, maar die pizza is lekkerder. • Het resultaat is goed, dit resultaat is beter, dat resultaat is het best.
-
Begrijpen gradaties in woordbetekenissen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gradaties in woordbetekenissen: woorden die de intensiteit van een eigenschap of actie weergeven
Voorbeelden
Woorden die de intensiteit van een eigenschap of actie weergeven: • Caro vindt de blauwe jurk prachtig! • Die danseres danst uitstekend!
-
Illustreren betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
betekenisrelaties tussen woorden: • hyponiemen • hyperoniem
Te hanteren begrippen
het hyponiem
Voorbeelden
Hyponiemen en hyperoniem: • ‘Dier’ is het hyperoniem. ‘Hond, kat, olifant’ zijn hyponiemen van ‘dier’. • ‘Vogel’, ‘zoogdier’, ‘reptiel’(hyponiemen) zijn ‘gewervelden’(hyperoniem). • ‘Tang’, ‘hamer’, ‘schroevendraaier’ (hyponiemen) zijn ‘gereedschappen’ (hyperoniem). -
Gebruiken betekenisrelaties tussen woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
-
Gebruiken gradaties van woordbetekenissen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
-
Reflecteren in luister- en leessituaties op verbanden tussen woorden en hun betekenis.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Betekenisrelaties
-
Analyseren concrete en abstracte woorden in een gelezen tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Abstractiegraad van woorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Concrete en abstracte woorden: hoe meer abstracte woorden gebruikt worden in een tekst, hoe complexer de tekst is
Voorbeelden
Concrete woorden: voetballer, appel, lopen, wakker, rood, lauw Abstracte woorden: verandering, democratie, analyseren, evalueren
-
Herkennen in lees- en luistersituaties de figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Figuurlijke betekenis: uitdrukkingen
Voorbeelden
figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen: • Het hoofdpersonage in het luisterverhaal wordt ‘een brave Hendrik’ genoemd. De meester legt uit dat dit een uitdrukking is voor een gehoorzaam iemand die zich netjes aan de regels houdt. • De juf leest een verhaal voor waarin wordt verteld dat een personage ‘met hart en ziel’ haar werk deed. Ze legt uit dat dit een gezegde is en dat het betekent dat het personage haar werk heel graag doet. • De juf leest een verhaal voor over ‘een buitenbeentje’. Ze legt uit dat het een uitdrukking is voor iemand die een beetje anders dan anderen is. • In de tekst lezen de kinderen dat prinses Elisabeth ‘blauw bloed’ heeft. De leerkracht legt uit dat prinses Elisabeth haar bloed niet blauw van kleur is, maar dat het een gezegde is dat betekent dat zij van adel is en dus geboren is in een voorname familie. -
Begrijpen in lees- en luistersituaties de letterlijke en figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Figuurlijke betekenis: uitdrukkingen
Te hanteren begrippen
letterlijk, figuurlijk, de uitdrukking, het figuurlijk taalgebruik
Voorbeelden
Figuurlijke betekenis: • In het beluisterde nieuwsbericht horen de kinderen een geïnterviewd persoon zeggen: ‘Genoeg is genoeg!’. Ze denken samen na over de betekenis van deze uitdrukking en komen tot de conclusie dat het betekent dat die persoon het beu is. • De kinderen beluisteren een interview met een bekend persoon. Als antwoord op een vraag van de interviewer antwoordt de persoon: ‘Dat is de hamvraag.’ De leerkracht verduidelijkt dat de ‘hamvraag’ de vraag is waar het allemaal om draait. • In een aflevering van het jeugdjournaal zegt de sportjournalist dat de atleet ‘de handdoek in de ring gooit’. De meester legt uit dat dit spreekwoord betekent dat de atleet het opgeeft en niet verder deelneemt aan de wedstrijd. • In de tekst lezen de kinderen dat het hoofdpersonage ‘groen’ is. De leerkracht legt uit dat ‘groen’ meerdere betekenissen kan hebben. Groen is letterlijk een kleur. Maar het kan figuurlijk als betekenis jong of milieubewust hebben. • Aan het einde van het verhaal leest Timon: ‘na regen komt zonneschijn’. Hij zoekt het spreekwoord op in het online spreekwoordenboek en komt te weten dat het betekent dat na alle tegenslag alles weer goed komt. -
Reflecteren over de figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren: • met elkaar • in verschillende lees- en luistercontexten