276 doelen
-
Benoemen waar ze wonen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: naam van de stad of gemeente
-
Benoemen waar ze wonen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: straatnaam, huisnummer België
Te hanteren begrippen
de straatnaam, het huisnummer, het land, België
-
Benoemen waar ze wonen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: naam en adres (straat, huisnummer, gemeente of stad) België stad, dorp
Te hanteren begrippen
het adres, de stad, het dorp
-
Benoemen de “schoolgemeente”.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: de gemeente of stad waar de school zich bevindt en de postcode
Te hanteren begrippen
de postcode, de schoolgemeente
-
Illustreren de eigen gemeente, buurgemeente(n) en/of deelgemeente(n).
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen gemeente: naam en postcode
Te hanteren begrippen
de buurgemeente, de deelgemeente, de gemeente, de thuisgemeente
Voorbeelden
Buurgemeente: Een buurgemeente van de gemeente Bredene is De Haan. Deelgemeente: Uitkerke is een deelgemeente van de stad Blankenberge.
-
Illustreren de eigen regio.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen regio: • de naam van de eigen regio • geografische kenmerken • culturele kenmerken • economische/toeristische kenmerken
-
Herkennen regio’s in België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Regio’s in België: • de Kempen • de Hoge Venen • de kuststreek • de Ardennen
Te hanteren begrippen
de regio, de Kempen, de Hoge Venen, de kuststreek, de Ardennen
-
Lokaliseren België op de globe.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
-
Lokaliseren de eigen gemeente of stad, de “schoolgemeente”, buurgemeente(n), deelgemeente(n), regio’s van België en de eigen regio op een kaart.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
-
Benoemen de Belgische provincies met hun provinciehoofdplaatsen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de provincie, de provinciehoofdplaats
-
Lokaliseren de Belgische provincies en hun provinciehoofdplaatsen op een kaart van België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten
-
Benoemen de gewesten en de gemeenschappen in België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de gewesten, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeenschappen, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap
-
Lokaliseren de gemeenschappen en gewesten op een kaart van België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten
-
Benoemen de buurlanden van België met hun hoofdstad.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Buurlanden van België
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het buurland, de hoofdstad
-
Lokaliseren de buurlanden van België met hun hoofdstad.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Buurlanden van België
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • op een kaart van Europa • op een globe
-
Benoemen de werelddelen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › De werelddelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
Afrika, Antarctica, Azië, Europa, Oceanië, Noord – Amerika, Zuid- Amerika, het werelddeel
-
Lokaliseren de werelddelen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › De werelddelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa, Oceanië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Benoemen de landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland met hun hoofdsteden.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de Europese Unie, Europa
-
Lokaliseren de landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland met hun hoofdsteden.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: op een kaart van Europa
-
Benoemen landen in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen in de wereld
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landen: • Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika • de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico, Brazilië, Argentinië • Australië, Nieuw-Zeeland • China, India, Japan • Israël, Iran, Turkije
-
Lokaliseren landen in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen in de wereld
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landen: • Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika • de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico, Brazilië, Argentinië • Australië, Nieuw-Zeeland • China, India, Japan • Israël, Iran, Turkije Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Benoemen een lokale rivier.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de rivier
-
Benoemen rivieren, zeeën en oceanen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rivieren: de Nijl
-
Lokaliseren een plaatselijke rivier.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jeremy legt uit hoe je van de school naar de Zwalm moet stappen. • Amy vertelt: “Als we naar het zwembad gaan, dan rijden we over de Demer.”
-
Benoemen rivieren in België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rivieren: • de Maas • de Schelde • de Ijzer
Te hanteren begrippen
de Ijzer, de Maas, de Schelde
-
Lokaliseren rivieren in België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: op een kaart van België
-
Benoemen de zeeën in Europa.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zeeën: • de Middellandse Zee • de Noordzee
Te hanteren begrippen
de Middellandse Zee, de Noordzee
-
Lokaliseren de zeeën in Europa.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zeeën: • de Middellandse Zee • de Noordzee Lokaliseren: op een kaart van Europa
-
Benoemen de oceanen in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oceanen: • de Grote Oceaan • de Atlantische Oceaan • de Indische Oceaan
Te hanteren begrippen
de Grote Oceaan, de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan
-
Lokaliseren de oceanen in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oceanen: • de Grote Oceaan • de Atlantische Oceaan • de Indische Oceaan Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Benoemen rivieren in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rivieren: • de Seine • de Donau • de Rijn • de Amazone
Te hanteren begrippen
de Seine, de Donau, de Rijn, de Amazone
-
Lokaliseren rivieren in de wereld.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rivieren: • de Seine • de Donau • de Rijn • de Amazone Lokaliseren: • op een wereldkaart
-
Benoemen vulkanen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vulkanen : • de Etna • de Vesuvius
Te hanteren begrippen
de vulkaan, de Etna, de Vesuvius
-
Lokaliseren vulkanen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vulkanen : • de Etna • de Vesuvius Lokaliseren: op een kaart van Europa
-
Benoemen bergen en bergketens.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bergen en bergketens: • de Alpen • het Himalayagebergte • de Pyreneeën • de Oeral • de Mount Everest
Te hanteren begrippen
de bergketen, de Alpen, de Pyreneeën, de Oeral, de Mount Everest, de Himalaya
-
Lokaliseren bergen en bergketens.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bergen en bergketens: • de Alpen • het Himalayagebergte • de Pyreneeën • de Oeral • de Mount Everest Lokaliseren: • op een kaart van Europa • op een wereldkaart • op een globe
-
Illustreren de hoogteligging van bergen.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoogteligging: • Mount Everest (Nepal – Tibet): hoogste berg ter wereld (8848 m)
Te hanteren begrippen
de Mount Everest, de hoogste berg Voorbeelden: Hoogteligging: • Mount Everest (Nepal – Tibet): 8849 m • Annapurna (Nepal): 8091 m • Mont Blanc (Frankrijk – Italië): 4807 m • De Matterhorn (Zwitserland – Italië): 4478 m • Großglockner (Oostenrijk): 3798 m
-
Ordenen bergketens volgens hun hoogteligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
-
Tonen hun topografische kennis van de wereld en de mentale kaart van Europa in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Joris situeert de nieuwe president in Polen op de staatkundige Europese kaart. • Op uitstap met de klas in Luik wandelen de leerlingen over een brug. “We wandelen over de Maas”, zegt Oona. -
Herkennen een vertrouwde ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
op, onder, boven, ver, dicht, voor, achter
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • vertrouwde/ verkende ruimte • verkleinde ruimte
Te hanteren begrippen
in, erop, uit, naast, hoog, laag, tussen, binnen, buiten, tegen
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan, onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, opzij, midden, links, rechts
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
linkerkant, rechterkant, linkerzijde, rechterzijde
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
linksboven, rechtsboven, linksonder, rechtsonder
-
Gebruiken de relatieve ligging om een bepaalde locatie, persoon of voorwerp te beschrijven.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
-
Duiden de relatie tussen zonnestand, tijdstip en de hoofdwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. De zon komt nooit in het noorden. 's Middags staat de zon in het zuiden. Duiden: met inbegrip van notatie O, W, N en Z
Te hanteren begrippen
de hoofdwindrichting, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z) de windroos
-
Gebruiken de hoofdwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • de windroos • het kompas • de zonnestand • inclusief notatie (O, W, N, Z)
-
Benoemen de tussenwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het noordoosten (NO), het zuidoosten (ZO), het zuidwesten (ZW), het noordwesten (NW), de tussenwindrichting(en)
-
Gebruiken de hoofd- en tussenwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • de windroos • het kompas • de zonnestand (schaduwlijnen) • bepaling van richting en locatie • inclusief notatie (O, W, N, Z, NO, ZO, ZW, NW)
-
Benoemen Noordpool en Zuidpool.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de Noordpool, de Zuidpool
-
Lokaliseren Noordpool en Zuidpool.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: op een globe
-
Herkennen de evenaar.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De evenaar: De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in twee gelijke helften.
Te hanteren begrippen
de evenaar, het halfrond, de halfronden
-
Lokaliseren de evenaar.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: op een globe
-
Herkennen het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond ten opzichte van de evenaar.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond
-
Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Herkennen de nulmeridiaan, het westelijk halfrond en het oostelijk halfrond.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De nulmeridiaan: De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in 2 halfronden. De nulmeridiaan wordt gebruikt als het beginpunt voor het meten van lengtegraden. Deze lijn loopt van de Noordpool naar de Zuidpool en heeft een lengtegraad van 0 graden. Belangrijke feiten over de nulmeridiaan: locatie: De officiële nulmeridiaan loopt door Greenwich, een wijk in Londen, Engeland. Daarom wordt hij ook wel de Greenwichmeridiaan genoemd. gebruik: Hij wordt gebruikt als referentiepunt voor het wereldwijde coördinatensysteem (GPS) en voor het bepalen van tijdzonesTe hanteren begrippen
de nulmeridiaan, de meridiaan, het westelijk halfrond, het oostelijk halfrond
-
Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, de nulmeridiaan, het oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Herkennen de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de Noordpoolcirkel, de Zuidpoolcirkel
-
Lokaliseren de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Herkennen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de Kreeftskeerkring, de Steenbokskeerkring, de breedtecirkel
-
Lokaliseren de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • op een wereldkaart • op een globe
-
Herkennen breedtecirkels.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breedtecirkels: De denkbeeldige lijnen die parallel lopen aan de evenaar. Ze geven de geografische breedte aan, gemeten in graden ten noorden of zuiden van de evenaar. De evenaar, Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring en poolcirkels zijn breedtecirkels.
Te hanteren begrippen
de breedtecirkel
-
Tonen hun kennis over absolute en relatieve ligging in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Johan zegt: “Onze school ligt ten zuiden van het station en vlakbij de rivier." • Saartje zegt: “Kinshasa ligt dicht bij de evenaar. Het is daar dus dikwijls heel warm.
-
Herkennen lucht als essentieel voor het leven op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de lucht
-
Herkennen de atmosfeer als essentieel voor het leven op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De atmosfeer: is een laag van lucht die de aarde omringt
-
Verwoorden de functies van de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De functies: Zorgt voor zuurstof die de meeste organismen nodig hebben. Beschermt ons tegen gevaarlijke straling van de zon. Houdt de aarde voldoende warm zodat planten, dieren en mensen kunnen leven. Het weer ontstaat in de atmosfeer
Te hanteren begrippen
de atmosfeer
-
Beschrijven de rol en samenstelling van de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De samenstelling van de atmosfeer: De atmosfeer bestaat uit: koolstofdioxide: Dit gas helpt planten groeien, omdat ze koolstofdioxide opnemen en zuurstof teruggeven. Het speelt ook een rol in de opwarming van de aarde. zuurstofgas: Dit is het gas dat we nodig hebben om te ademen. Zonder zuurstof kunnen mensen, dieren en planten niet leven. stikstofgas: Dit is het meest voorkomende gas. Planten gebruiken stikstof om te groeien (de meeste planten nemen het op uit de bodem via hun wortels), maar wij mensen ademen het gewoon in en weer uit. andere gassen: Naast stikstofgas, zuurstofgas en koolstofdioxide bevat de atmosfeer nog kleine hoeveelheden andere gassen. De rol van de atmosfeer (voor het leven op aarde): • Maakt door de samenstelling van de gassen leven op aarde mogelijk. • Beschermt tegen gevaarlijke straling van de zon, vooral dankzij de ‘ozonlaag’. • ‘Broeikaseffect’: het vasthouden van warmte in de atmosfeer zodat de aarde warm genoeg blijft om op te leven. Door extra CO₂ in de atmosfeer wordt het broeikaseffect sterker. • De atmosfeer bepaalt ons weer en ons klimaat omdat daarin lucht, wolken, wind en regen ontstaan en warmte wordt vastgehouden of afgevoerd.Te hanteren begrippen
het zuurstofgas, de koolstofdioxide
-
Geven mogelijke maatregelen voor het in stand houden van de verhouding van het gasmengsel in de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Duurzame maatregelen: • bomen planten: Bossen absorberen koolstofdioxide en produceren zuurstof. • beperk luchtvervuiling: Strengere regels voor industrieën verminderen de uitstoot van schadelijke stoffen. -
Tonen hun kennis over de atmosfeer in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Elisabeth loopt door het park en zegt dat bomen helpen om de lucht schoon te houden. Ze weet dat planten koolstofdioxide uit de lucht nemen en er zuurstof voor in de plaats geven, zodat het evenwicht tussen gassen wordt behouden. • Basie kijkt naar een natuurdocumentaire en hoort dat dieren en mensen moeten ademen. Hij vertelt dat we zuurstof uit de lucht halen om te leven. -
Benoemen water en land op de globe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het water, het land
-
Lokaliseren water en land op de globe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
-
Illustreren de ‘blauwe planeet’.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Blauwe planeet: Het aardoppervlak bestaat uit land en water in ongelijke verdeling (meer water dan land) en wordt omgeven door lucht.
Te hanteren begrippen
de planeet, de blauwe planeet
-
Beschrijven de consequentie van de verhouding zout en zoet water op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verhouding: meer zout (97,5%) dan zoet (2,5%) water Zoet water: Enkel gezuiverd zoet water is voor mensen drinkbaar. Consequentie: Aangezien mensen en dieren vooral zoet water nodig hebben om te drinken en er veel minder zoet water is dan zout water, is het zoet water kostbaar en moet dus zuinig gebruikt worden.
Te hanteren begrippen
het zoet water, het zout water
-
Lokaliseren gebieden met zoet water.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebieden: • rivieren • meren • ondergrondse voorraden • de zoetwatergebieden van de Amazone • de polen (70% van zoet water is opgeslagen in de ijslagen van de polen)
-
Illustreren de aanwezigheid van ondergrondse voorraden van zoet water.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Ondergrondse voorraden: • het Maasbekken en het Henegouws bekken • Onder de Noordzee en voor de kust van Noorwegen liggen zoetwatervoorraden die honderden jaren mee kunnen gaan. -
Reflecteren over eigen watergebruik en de gevolgen hiervan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen watergebruik: zoet water regenwater Gevolgen: waterschaarste
-
Herkennen dat water van hoog naar laag stroomt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Herkennen watervlaktes en waterlopen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de beek, de rivier, het meer, de zee
-
Verwoorden het onderscheid tussen rivier en kanaal.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het kanaal
-
Geven de loop van een rivier in een eenvoudige voorstelling weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorstelling: de richting van het stromende water (de stroom: hoog naar laag) het begin (de bron) en einde van een waterloop (de monding)
Te hanteren begrippen
de bron, de monding, de stroom, stroomopwaarts, stroomafwaarts
-
Beschrijven de waterkringloop.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De waterkringloop: De kringloop van het water begint waar water door de “zonnewarmte” verdampt. Deze verdamping vormt waterdamp, die opstijgt en afkoelt. Hierdoor ontstaat condensatie, waarbij waterdruppels samenkomen en wolken vormen. Wanneer de druppels in de wolken te zwaar worden, valt het water als neerslag naar beneden. Een deel van deze neerslag stroomt via rivieren terug naar de zee, terwijl een ander deel in de bodem zakt en onderdeel wordt van het grondwater. Dit grondwater kan weer naar boven komen en als oppervlaktewater verder stromen, waarna het proces opnieuw begint. Zo blijft water voortdurend in beweging in een natuurlijke kringloop.
Te hanteren begrippen
de waterkringloop, verdampen, de verdamping, de condensatie, de neerslag, de wolk, de zee, de rivier, de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater
-
Tekenen de waterkringloop.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Reflecteren over het belang van wateropname in de bodem.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Herkennen kenmerken van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: de rots: grote, harde stukken steen. Ze liggen op de grond of in bergen. Sommige rotsen zijn glad, andere zijn ruw. de grot: Een grote opening in een berg of onder de grond. het zand: Kleine, zachte korreltjes die je vindt op het strand of in de zandbak.
Te hanteren begrippen
de aarde, de rots, de grot, het zand
-
Classificeren volgens kenmerken van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: steen zand aarde
-
Herkennen de verschillende lagen van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De aarde: is bolvormig. De buitenkant van de aarde noemen we de aardkorst. Daaronder zit een laag heet gesteente met sommige vloeibare delen.
Te hanteren begrippen
de aarde, bolvormig, vloeibaar, de aardkorst
-
Benoemen de verschillende lagen van de aarde met hun relatieve temperatuur.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De lagen van de aarde met hun temperaturen: aardkorst: de rotsachtige buitenlaag (0°C tot 1000°C) De buitenste laag waar wij op leven. Onder de oceanen is hij dunner, onder continenten dikker. mantel: de halfvaste middenlaag (1000°C tot 3700°C) Dikste laag van de aarde, gemaakt van langzaam bewegend heet gesteente en ook gesmolten gesteente of magma. Zorgt voor vulkanen en aardbevingen. buitenkern (3700°C tot 4500°C) Vloeibaar en gemaakt van gesmolten ijzer en nikkel. Beweging in deze laag zorgt voor het magnetisch veld van de aarde. binnenkern (4500°C tot 6000°C) Gemaakt van vast ijzer en nikkel, ondanks de enorme hitte. Blijft vast door de gigantische druk van de bovenliggende lagen.Te hanteren begrippen
de aardkorst, de mantel, de buitenkern, de binnenkern, de verschillende lagen van de aarde, de relatieve temperatuur
-
Tekenen de lagen van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
-
Beschrijven vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: invloed op het landschap: ontstaan van nieuwe bergen en eilanden, warmwaterbronnen en geisers menselijke activiteiten: ontstaan van landbouw (door mineralen in de lava en as: voedingsstoffen voor planten), toerisme (vulkanische eilanden, spectaculaire fenomenen) en ontginning van delfstoffen
Te hanteren begrippen
de warmwaterbron, de geiser, de aswolk
-
Beschrijven vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vulkanen: kenmerken: magma, lava, vulkaanpijp, krater Beschrijven: • oorzaken: Onder de aardkorst, in ‘de mantel’ zit o.a. heel heet gesmolten gesteente (magma). Dat magma wil omhoog omdat er veel druk op staat. Als er een opening in de aarde is, komt het naar buiten via de vulkaanpijp van de vulkaan. Dan noemen we dat een uitbarsting. Dan stroomt er lava van de krater naar beneden.Te hanteren begrippen
de vulkaan, het magma, de lava, de vulkaanpijp, de krater, de vulkaanuitbarsting
-
Illustreren patronen van vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patronen: Vulkanen vormen vaak ketens of bogen langs de randen van tektonische platen, waar ze ontstaan door bewegingen in de aardkorst. Twee van die patronen van vulkanen zijn: de vulkanen in de Middellandse zee (waaronder de Etna) en de vulkanen rond de rand van de Grote Oceaan: ‘de Ring van Vuur’
Te hanteren begrippen
de Ring van Vuur, de Etna
-
Lokaliseren vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • in het Middellandse Zeegebied waaronder de Etna • de Ring van Vuur
-
Beschrijven aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardbevingen: epicentrum: Het punt aan het aardoppervlak recht boven de plaats waar de aardbeving begint. seismische golven: Trillingen die zich door de aardkorst verplaatsen en de schokken veroorzaken. De magnitude of de kracht van de aardbeving wordt afgeleid uit een seismogram. naschokken: Kleinere schokken die volgen na de hoofdbeving en nog schade kunnen veroorzaken.
Te hanteren begrippen
de aardbeving, het epicentrum, de seismische golven, de beving, de magnitude, het seismogram, de kracht van de beving
-
Beschrijven de platentektoniek.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Platentektoniek: De aardkorst is verdeeld in grote stukken, tektonische platen. Bij de randen van deze platen, de plaatgrenzen, gebeurt heel wat: Platen bewegen zeer langzaam uit elkaar. Platen botsen en de ene schuift zeer langzaam onder de andere, wat bergen of vulkanen kan vormen. Platen schuiven langs elkaar, wat aardbevingen veroorzaakt.Te hanteren begrippen
de plaatgrens, verschuiven
Voorbeelden
Uit elkaar bewegen: bij de Midden-Atlantische Rug: door het langzaam uit elkaar bewegen van 2 platen midden in de Atlantische oceaan stroomt magma uit de aardkorst en ontstaat nieuwe oceaanbodem en een lange onderzeese bergketen Botsen: de Himalaya, de Ring van Vuur. Langs elkaar: de San Andreasbreuk in Californië.
-
Beschrijven de mogelijke effecten van aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Mogelijke effecten: naschok, verwoesting, aardverschuiving, tsunami (Een tsunami is een reusachtige golf die ontstaat door een aardbeving, vulkaanuitbarsting of onderwaterlandschuiving.)
Te hanteren begrippen
de naschok, de verwoesting, de tsunami, de aardverschuiving
-
Illustreren de kracht/de magnitude van aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kracht/de magnitude van aardbevingen: lichte aardbeving: Je voelt het meestal niet. Alles blijft veilig. zwakke tot matige aardbeving: Dingen kunnen licht schudden, maar er is weinig schade. sterke aardbeving: Gebouwen kunnen beschadigd worden en mensen voelen het duidelijk. zeer krachtige aardbeving: Veel schade, bruggen en huizen kunnen instorten. extreme aardbeving: Heel zeldzaam, maar kan hele gebieden verwoesten.
Te hanteren begrippen
de verwoesting
-
Analyseren de ruimtelijke spreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Situeren aardbevingen: plaats gevolgen voor natuur en mens Analyseren: relatie met de ligging van plaatgrenzen.
Voorbeelden
Housan vergelijkt op een wereldkaart de ligging van de Ring van Vuur met de Himalaya. Hij merkt op dat in de Ring van Vuur veel aardbevingen én vulkanen voorkomen, terwijl de Himalaya vooral uit een lange bergketen bestaat. Hij vraagt zich af wat de oorzaak hiervan is.
-
Illustreren de anticipatie op aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Anticipatie: technieken bij constructie van gebouwen om schokken op te vangen opvolgen (monitoren) en preventief evacueren
Te hanteren begrippen
de schade, voorkomen, de evacuatie, de opvolging
-
Geven voorbeelden van anticipatie op aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Technieken bij constructie: De “gestemde massademper” in het hoogste kantoorgebouw van Taipei (Taiwan). Monitoren en preventief evacueren: Na de zeer zware aardbeving bij het Russische Kamtsjatka-schiereiland in juli 2025 werden in verschillende landen rond de Stille Oceaan miljoenen mensen gewaarschuwd en geëvacueerd uit kustgebieden uit voorzorg voor een mogelijke tsunami.
-
Tonen hun kennis van de aardkorst in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Naar aanleiding van de berichtgeving over een aardbeving zoekt Kas op de wereldkaart waar de aardbeving plaats vond en of er een link is met de Ring van Vuur. • Ouissem leest een stripverhaal over een vulkaanuitbarsting. Hij zoekt op hoe magma naar boven komt en herkent dat dit gebeurt in breuken of zwakke zones van de aardkorst. -
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg • helling • water: de zee, het strand • vegetatie: de boom, het gras • bodem: zand
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel • helling: omhoog, omlaag • water: de zee, het strand, de plas, de vijver • vegetatie: de boom, het gras, de weide, het gazon, het bos • bodem: zand
Te hanteren begrippen
de berg, de zee, het strand, de boom, het gras, het zand, de heuvel, omhoog, omlaag, de plas, de vijver, de weide, het gazon, het bos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • helling: omhoog, omlaag, steil, zacht • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
de vallei, steil, zacht, de oceaan, de rivier, de beek, het riet, het grasland, vruchtbaar, rotsachtig, zanderig
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon, het loofbos, het naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
het loofbos, het naaldbos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei, de bergketen • water: de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: het zand, de klei, de leem, steenachtig
Te hanteren begrippen
de waterval, de klei, de leem, steenachtig, de bergketen
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek, de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig, het zand, de klei, de leem, steenachtigTe hanteren begrippen
het zeeniveau, de horizonlijn, het hoogteverschil, het reliëf, de helling, de vegetatie, de bodem
-
Beschrijven de loop van de rivier.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Loop van de rivier: typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren: de bovenloop: Dit is het eerste stuk van de rivier en wordt ‘bovenloop’ genoemd omdat veel rivieren in de bergen ontspringen. Sommige ontstaan ook in meren, moerassen of uit bronnen in de grond. kenmerken: stroomt meestal snel en krachtig kan diepe kloven en valleien vormen in de bergen de middenloop: Het water stroomt hier minder snel en begint bochten (meanders) te maken. kenmerken: rivier wordt breder en langzamer vlakker landschap langs de rivier liggen vaak dorpen, steden en landbouwgebieden de benedenloop: Dit is het laatste deel, waar de rivier heel breed wordt. kenmerken: langzame stroom, soms met moerassen of plassen kan grote delta's vormen voordat het de zee bereikt soms zie je een getijdenrivier, waarbij eb en vloed invloed hebben op de stromingTe hanteren begrippen
de bron, de bovenloop, de middenloop, de benedenloop, de monding, de delta
-
Beschrijven het proces van riviervorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Riviervorming: Een rivier begint bij een bron. Dit kan zijn: smeltend ijs van een gletsjer hoog in de bergen regenwater dat zich verzamelt in kleine stroompjes ondergrondse bronnen waar water uit de aarde omhoogkomt Er ontstaan ook nieuwe rivieren door het smelten van de ijskap, bv. in Groenland (als gevolg van de klimaatverandering) Kleine stroompjes komen samen en worden steeds breder en krachtiger. Dit water snijdt een pad door de bergen en valleien. Op hun pad meanderen (kronkelen) ze doorheen het landschap waarbij ze de ene oever eroderen (uitslijten) en op de andere oever wordt materie (slib, gesteenten) afgezet. Uiteindelijk mondt een rivier uit in een estuarium. Een estuarium is een overgangsgebied tussen een rivier en de zee, waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen. Dit zorgt voor unieke natuurgebieden met bijzondere planten en dieren.Te hanteren begrippen
het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de smeltende ijskap, de smeltende gletsjer
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: reliëf: de hellingsgraad (vertelt ons hoe steil een helling of een berg is. Het wordt gemeten in procent of graden)
Te hanteren begrippen
de hellingsgraad, het reliëf
Voorbeelden
• Steven maakt een fietstocht en beklimt een helling met hellingsgraad 10%. Hij voelt dit stevig in zijn kuiten. • Boerin Mieke voorkomt erosie en vangt het regenwater van steile hellingen op door haar gewassen in terrassen aan te leggen. -
Beschrijven kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kustprocessen: Het kustproces is hoe de kustlijn verandert en verschillende landvormen en kusthabitats ontstaan door water (golfslag, eb en vloed, stromingen), wind en andere natuurlijke krachten. We onderscheiden volgende landvormen: landtong, klif, zandbank en (zand)duin en volgende kusthabitats: de duinen, het strand (kiezel- of zandstrand) en het koraalrif.
Te hanteren begrippen
het kustproces, de kustlijn, de golfslag, de zandduin, de kiezel, de landvorm, de landtong, de klif, de zandbank, de kusthabitat, het koraalrif
Voorbeelden
• Odin vertelt: “Een landtong is ontstaan uit het kustproces waar golven en stromingen zand en stenen verplaatsten en er een smalle uitloper van land is ontstaan.” • Friedl loopt na een hevige storm op het strand en ziet een hoge klif die ontstaan is door de erosie van het strand. -
Geven voorbeelden van landvormen en kusthabitats ontstaan door kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landvormen: • landtong • klif • zandbank • duin Kusthabitats: • de duinen • het (kiezel- of zand-)strand • het koraalrif
Voorbeelden
Landvormen: Fjorden, zeegrotten, rotspilaren Kusthabitats: Estuariua, slikken, schorren, wadden, delta’s, mangrovebossen
-
Geven voorbeelden van het overleven van dieren in kusthabitats.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Overleven van dieren: • Zeevogels zoals meeuwen, alken en sternen nestelen op stranden en kliffen. • Krabben en schelpdieren zoals kokkels, mosselen en zeepokken leven op rotsen en in zand. • Zeehonden en walvissen jagen en rusten in koudere kustwateren. -
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de steppe • de savanne
Te hanteren begrippen
de savanne, de steppe
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de woestijn • het regenwoud
Te hanteren begrippen
de woestijn, het regenwoud
-
Beschrijven het proces van woestijnvorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Proces van woestijnvorming: gebeurt wanneer een gebied langzaam verandert in een droge, onvruchtbare woestijn. Dit kan gebeuren door natuurlijke en menselijke invloeden. Woestijnvorming: natuurlijke oorzaken: weinig neerslag: Sommige gebieden krijgen nauwelijks regen, waardoor de bodem uitdroogt. extreme temperaturen: Sterke zon zorgt voor verdamping van water en droogte. wind en erosie: Wind blaast zand en stof weg, waardoor vruchtbare grond verdwijnt. gebergten die regen tegenhouden: Sommige woestijnen ontstaan doordat bergen vochtige lucht blokkeren.Te hanteren begrippen
de woestijnvorming
-
Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf(vorm) • helling • vegetatie • bodem • water
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
-
Geven weer hoe een landschap verandert door natuurlijke interactie.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Veranderingen door natuurlijke interactie: • Rivieren slijten het landschap uit • De zee verandert de kust • Gletsjers schuren U-vormige dalen uit • Wind vormt duinen aan de kust • Planten op een helling houden erosie tegen
-
Beargumenteren het belang van het behoud en herstel van natuurlijke landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin • transportinfrastructuur: de straat • landbouw: de boerderij • handel en diensten: de bakker • recreatie en toerisme: de zee
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin, het appartement • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee
Te hanteren begrippen
het huis, de tuin, de straat, het appartement, de weg, de bus, het spoor, de trein, de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel, het zwembad, de zee
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin, het appartement • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de akker, het gewas • industrie: de fabriek, de werkplaats • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee, het park, de bibliotheekTe hanteren begrippen
de akker, het gewas, de fabriek, de werkplaats, het park, de bibliotheek
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, de stad • transportinfrastructuur: de snelweg • landbouw: de veeteelt • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme
Te hanteren begrippen
het rijhuis, het vrijstaand huis, de snelweg, de veeteelt
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het appartementsgebouw • transportinfrastructuur: de haven • landbouw: de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme: het sportterrein
Te hanteren begrippen
het appartementsgebouw, de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw, het sportterrein, de haven
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen • transportinfrastructuur: het kanaal • landbouw: de gemengde landbouw • industrie: kranen • handel en diensten: het winkelcentrum • recreatie en toerisme
Te hanteren begrippen
het kanaal, de gemengde landbouw, het winkelcentrum, de landbouw, de industrie, de handel, de dienst, de recreatie, het toerisme, de kraan
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: stedelijk, landelijk • transportinfrastructuur: de luchthaven • landbouw • industrie: hoogspanningslijnen • handel en diensten: het kantoor, de bank • recreatie en toerisme: de entertainmentfaciliteit
Te hanteren begrippen
de luchthaven, het kantoor, de bank, de entertainmentfaciliteit, stedelijk, landelijk
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: de open ruimte, de verstedelijking, de ruimtelijke ordening • transportinfrastructuur • landbouw: de duurzame landbouw, de intensieve landbouw • industrie: olie- en gasinstallaties • handel en diensten: de opslagfaciliteiten voor grondstoffen, materialen en goederen • recreatie en toerismeTe hanteren begrippen
de open ruimte, de verstedelijking, de duurzame landbouw, de intensieve landbouw, de opslagfaciliteit, de ruimtelijke ordening, de grondstoffen, de materialen, de goederen
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: een schematische weergave van menselijke aspecten
-
Determineren een landschap op basis van menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen • transportinfrastructuur • landbouw • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme
-
Beschrijven landbouwprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de irrigatie: water als bron, transporteren van water, verdeling van water op de gewassen
Te hanteren begrippen
de irrigatie
-
Beschrijven landbouwprocessen
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de verwerking en distributie van gewassen: oogsten schoonmaken verwerking: snijden en verpakken, drogen, koelen of invriezen opslag: De gewassen worden bewaard in grote magazijnen of koelruimtes voordat ze worden vervoerd. Vervoer: Vrachtwagens, treinen, schepen of zelfs vliegtuigen brengen het voedsel naar fabrieken, winkels en markten. verkoop en distributie: Winkels, supermarkten en marktkramen verkopen het voedsel aan mensen, zodat ze het kunnen kopen en thuis kunnen koken. op het bordTe hanteren begrippen
oogsten, schoonmaken, verwerken, de verwerking, de opslag, het vervoer, de distributie, de verkoop
-
Beschrijven landbouwprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de verwerking en distributie van voedsel: oogsten of slachten: voor plantaardige voeding: Gewassen worden geoogst wanneer ze rijp zijn. voor dierlijke voeding: Dieren worden geslacht in gecontroleerde omstandigheden volgens hygiëne- en welzijnsnormen. schoonmaken: Groenten en fruit worden gewassen en gesorteerd. Vlees wordt na het slachten gereinigd, waarbij organen, botten of huid worden verwijderd afhankelijk van het eindproduct. verwerking: groenten en fruit: Snijden, verpakken, drogen, koelen of invriezen. vlees: snijden verpakken: Vers of vacuümverpakt om houdbaarheid te verlengen. drogen of roken koelen of invriezen: Om bacteriegroei te verminderen en versheid te behouden. opslag: Voedsel wordt bewaard in gecontroleerde magazijnen, koelruimtes of vriezers om bederf te voorkomen en kwaliteit te garanderen. vervoer: Transport vindt plaats per vrachtwagen, trein, schip of vliegtuig, afhankelijk van de afstand en houdbaarheid van het product. verkoop en distributie: Supermarkten, slagerijen en markten verkopen de producten rechtstreeks aan consumenten. Voedselfabrikanten verwerken de producten verder in kant-en- klaarmaaltijden, sauzen of andere voedingsmiddelen. op het bordTe hanteren begrippen
de plantaardige voeding, de dierlijke voeding, de voedselbewaring, de voedselverwerking, de voedseldistributie
-
Geven de distributie via de korte keten weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de korte keten
-
Beschrijven het belang van water als hulpbron in landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang van water: water als hulpbron: waterkrachtcentrale, gebruikt waterkracht om elektriciteit te maken: water verzamelen: De centrale staat bij een rivier of een meer. Een dam houdt het water tegen en verzamelt het in een groot reservoir. water laten stromen: Als de centrale energie nodig heeft, wordt het water met grote kracht naar beneden geleid door buizen. turbines draaien: Het stromende water duwt tegen grote schoepen van een turbine. Een turbine lijkt op een soort grote windmolen, maar dan aangedreven door water. Door de kracht van het stromende water begint de turbine te draaien. elektriciteit maken: De draaiende turbine is verbonden met een generator. Een generator werkt als een magische machine die beweging omtovert in elektriciteit. Wanneer de turbine draait, maakt de generator stroom die we kunnen gebruiken. stroom sterker maken: Transformatoren zorgen ervoor dat de stroom sterk genoeg is om ver te reizen. stroom naar huizen en scholen: Via kabels wordt de elektriciteit naar huizen, scholen en fabrieken gestuurd. water komt terug: Het water stroomt weer terug naar de rivier of het meer, zodat we het opnieuw kunnen gebruiken.Te hanteren begrippen
het water, de hulpbron, de dam, het reservoir, de waterkracht
-
Illustreren de menselijke interactie met landschappen en infrastructuur.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interactie: interactie met aandacht voor duurzaamheid: aanleg van golfbreker gebruik van natuurlijke hulpbronnen positieve en negatieve interactie
Te hanteren begrippen
de duurzaamheid, de natuurlijke hulpbron, de golfbreker, de waterhabitat, de vervuiling
Voorbeelden
Positieve interactie: • bosbouw: duurzaam bosbeheer waarbij hout wordt geoogst met behoud van biodiversiteit en herbeplanting • kustbeheer: aanleg van golfbrekers • energie opwekken: gebruik van waterkrachtcentrales en windturbines • recreatie: natuurgebieden afbakenen en onderhouden, waar mensen kunnen in wandelen en dieren observeren Negatieve interactie: • Landbouw en industrie: Vervuiling van waterhabitats • Wonen: versnipperen van open, natuurlijke ruimte -
Illustreren het belang van delfstoffen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: vanuit verschillende perspectieven: • economie • politiek • duurzaamheid
Te hanteren begrippen
de delfstof
Voorbeelden
Delfstoffen: • economie: De winning van delfstoffen creëert veel banen. • politiek: Overheden moeten regels maken over hoe delfstoffen gewonnen worden. • duurzaamheid: We moeten nadenken over hoe we delfstoffen gebruiken en overgaan op duurzamere energiebronnen, zoals zon en wind. -
Geven weer hoe een landschap verandert door menselijke interactie.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verandering door menselijke activiteit: • Mensen veranderen landschappen door bouwen van wegen en huizen. • Mensen leggen perken aan en bouwen speeltuinen.
-
Geven de relatie(s) tussen de functie(s) van een locatie of bepaald gebied en landschapselementen weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Relaties: • In Antwerpen is er veel industrie omdat de producten via de Schelde eenvoudig getransporteerd kunnen worden naar de zee. • Aan de kust komen er veel toeristen omwille van de aanwezigheid van zand en zee. -
Beschrijven het bevolkingsaantal in hun leefwereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsaantal: • de klas • de school • de familie
Te hanteren begrippen
het aantal mensen, veel, weinig
-
Beschrijven bevolkingsaantal en bevolkingsdichtheid in hun leefwereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsaantal en bevolkingsdichtheid: Bevolkingsaantal is hoeveel knuffels er in totaal in de doos zitten. Bevolkingsdichtheid kijkt naar hoeveel knuffels er op een klein stukje van de doos zitten. Als alle knuffels heel dicht op elkaar gepropt zijn, is de bevolkingsdichtheid hoog. Als ze veel ruimte hebben en verspreid liggen, is de dichtheid laag. Beschrijven: • in de klas • in de school • in de buurt • in hun woonbuurt
Te hanteren begrippen
dichtbevolkt, dunbevolkt
-
Herkennen de diversiteit van de bevolking.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Diversiteit: etniciteit: Waar komen mensen vandaan? Mensen hebben verschillende achtergronden en familiegeschiedenissen. Sommige mensen hebben voorouders uit Europa, Afrika, Azië of andere delen van de wereld. religie: Waar geloven mensen in? Mensen hebben verschillende geloven en manieren om hun leven te leiden. leeftijd: jonge en oude mensen
Te hanteren begrippen
de etniciteit, de religie, de leeftijd.
-
Beschrijven factoren die de bevolkingsaantallen beïnvloeden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren: migratie geboortecijfer industrialisatie en verstedelijking
Te hanteren begrippen
de migratie, het geboortecijfer, de industrialisatie, de verstedelijking, de oorzaak, de verklaring, het bevolkingsaantal
-
Geven verklaringen voor veranderende bevolkingsaantallen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
In de klas van Jef zitten er per 1 september 20 leerlingen. Per 2 februari zijn dit er slechts 18, omdat de familie Er verhuisde naar Turkije (migratie).
-
Beschrijven patronen van bevolkingsspreiding.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsspreiding: Bevolkingsdichtheid is het aantal mensen dat op een specifieke oppervlakte woont, meestal uitgedrukt in inwoners per vierkante kilometer. Bevolkingsspreiding laat zien waar mensen wonen en waarom ze geneigd zijn zich in bepaalde gebieden te vestigen. Patronen: • steden versus platteland • werkgelegenheid en economie • toegankelijkheid en infrastructuur • woonbeleid, woningbouw • migratie en bevolkingsgroei
Te hanteren begrippen
de bevolkingsdichtheid, het patroon, de bevolkingsspreiding, de bevolkingsgroei
Voorbeelden
Steden versus platteland: In Munte wonen weinig mensen, verspreid over het platteland. In Ledeberg wonen heel veel mensen in rijhuizen en appartementen. Werkgelegenheid en economie: In de buurt van grote bedrijven wonen veel mensen die in het bedrijf werken. Toegankelijkheid en infrastructuur: Op plekken waar vervoer en voorzieningen zoals winkels en scholen goed zijn, wonen veel mensen. Woonbeleid en woningbouw: In sommige gebieden (bv. nationaal park) mag niet meer gebouwd worden en zullen er dus geen nieuwe mensen komen wonen. Migratie en bevolkingsgroei: Mensen verhuizen naar plaatsen waar ze verwachten een betere toekomst voor zichzelf en/of hun gezin uit te kunnen bouwen.
-
Geven verklaringen van hoge of lage bevolkingsdichtheid.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verklaringen: • vanuit verkende patronen • vanuit diversiteit
Voorbeelden
Verklaringen bevolkingsdichtheid: In de voormalige mijnstreken van Limburg leidde de bloeiende economie en werkgelegenheid tot een hogere bevolkingsdichtheid en de bouw van nieuwbouwwijken voor arbeidsmigranten.
-
Illustreren dat welvaart ongelijk verdeeld is.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Niveaus van welvaart (volgens Hans Rosling): niveau 1 - extreme armoede: De mensen hebben geen toegang tot schoon water, elektriciteit of goede gezondheidszorg. Vaak moeten ze lopen om water te halen en koken op open vuur. niveau 2 – basisvoorzieningen: De mensen hebben eenvoudige huizen, kunnen soms een fiets kopen en hebben toegang tot basisgezondheidszorg en onderwijs. niveau 3 - gemiddelde levensstandaard: De mensen hebben een koelkast, een motorfiets en kunnen hun kinderen naar school sturen. Ze hebben betere gezondheidszorg en meer stabiliteit. niveau 4 – welvaart: De mensen hebben auto’s, goede huizen, toegang tot universiteiten en reizen met het vliegtuig. Dit is het niveau waarop de meeste mensen in rijke landen leven.
Te hanteren begrippen
de armoede, de extreme armoede, de basisvoorziening, de levensstandaard, de gemiddelde levensstandaard, de welvaart
Voorbeelden
• Sam zegt dat sommige kinderen in de zomervakantie naar het buitenland of naar pretparken gaan, terwijl andere kinderen thuisblijven omdat hun ouders daar geen geld voor hebben. • Nele zegt dat wij naar de dokter gaan als we ziek zijn maar dat in Peru bijvoorbeeld veel kinderen dat niet kunnen omdat ze de dokter niet kunnen betalen. -
Maken vergelijkingen binnen en tussen landen op basis van aardrijkskundige indicatoren.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige indicatoren: • oppervlakte • bevolkingsaantal • bevolkingsdichtheid • welvaartsniveau • bevolkingsspreiding
-
Komen op voor een leefbare en solidaire samenleving vanuit hun kennis over bevolkingsdichtheid en welvaartsverschillen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag • wind • bewolking
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: regen, sneeuw • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
het is koud, het is warm, het vriest, het regent, het sneeuwt, de regen, de sneeuw, er is wind, er zijn wolken, het waait, er is veel/weinig wind, het is bewolkt, de zon schijnt
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: hagel, mist • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
de temperatuur, de neerslag, de wind, de bewolking, de hagel, het hagelt, de mist
-
Beschrijven de relatie tussen bewolking en neerslag.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie bewolking-neerslag: dunne, witte wolken: uitleg: Deze wolken zijn hoog in de lucht en lijken op veertjes. relatie met neerslag: geen regen grote, witte wolken: uitleg: Deze wolken lijken op watjes of bergen. relatie met neerslag: Meestal droog, maar als ze donker worden, kan er regen komen. grijze, dikke wolken: uitleg: Deze wolken bedekken de hele lucht als een grijze deken. relatie met neerslag: vaak lichte regen donkere, hoge wolken: uitleg: Deze wolken zijn groot, donker en kunnen onweer brengen. relatie met neerslag: hevige regen, soms met donder en bliksemTe hanteren begrippen
de witte wolken, de hoge wolken, de grijze wolken, de dikke wolken, de lage wolken, de dunne wolken, de lichte regen, de hevige regen, de bliksem, de donder, het onweer
-
Analyseren weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: bewolking
-
Geven dagelijks weersverschijnselen weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur: koud en warm • neerslag: sneeuw, hagel, mist, regen • wind • bewolking Weergeven: door middel van symbolen registratie in weerkalender vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een week.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een week en een maand.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: een seizoen Interpreteren: • observatie van neerslag, wind • meten van bewolking, temperatuur • registratie (temperatuur in lijngrafiek) • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking, temperatuur, neerslag, wind • registratie (temperatuur in lijngrafiek en neerslag in staafdiagram) • vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking temperatuur, neerslag, wind, luchtdruk • registreren in weerkalender • vergelijking met klimatogram
-
Beschrijven luchtdruk in relatie tot het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luchtdruk: hoge luchtdruk (H): Wat gebeurt er? De lucht daalt naar beneden. gevolg: Het weer is meestal droog en zonnig. ezelsbruggetje: H van helder weer lage luchtdruk (L) Wat gebeurt er? De lucht stijgt omhoog. gevolg: Er ontstaan wolken en regen. ezelsbruggetje: L van lelijk weer (regenachtig)
Te hanteren begrippen
de luchtdruk, de hoge luchtdruk, de lage luchtdruk
-
Illustreren hoe reliëf en seizoensgebonden oceaantemperaturen het weer beïnvloeden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de oceaantemperatuur, de landmassa
Voorbeelden
Het weer beïnvloeden: • bergen (reliëf): Bergen “duwen” lucht omhoog, zoals bv. de Alpen in Oostenrijk. De lucht koelt af waardoor er regen of sneeuw ontstaat. Achter de berg is het vaak droger. • warme of koude zeeën (seizoensgebonden oceaantemperaturen): Boven een warme zee stijgt warme, vochtige lucht op, waardoor de kans op regen groter wordt. Boven een koude zee ontstaat koude lucht, wat zorgt voor droger en kouder weer. • landmassa (grote stukken land): Land warmt sneller op dan zee. In de zomer (in België): warme lucht stijgt boven land → lage luchtdruk → wolken en regen In de winter (in België): land koelt snel af → koude lucht daalt → hoge luchtdruk → droog en koud weer • luchtdruk: Lage luchtdruk = stijgende lucht → vaak regen of storm Hoge luchtdruk = dalende lucht → vaak droog en zonnig weer -
Tonen hun kennis over het weer in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Als het koud is, doet Jeppe zijn jas aan tijdens de speeltijd. • Nils vertrekt op zeeklassen. Hij vertelt aan zijn mama dat het daar in de winter warmer is dan in Brussel. -
Herkennen een weerpatroon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerpatroon: weersverschijnselen: temperatuur, neerslag, wind, bewolking een terugkerende weeromstandigheid in een bepaald gebied over een bepaalde periode
Te hanteren begrippen
het weerpatroon
-
Vergelijken weerpatronen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van weersverschijnselen registratie gedurende minstens twee verschillende perioden (in verschillende seizoenen)
Voorbeelden
Weerpatronen: • In de winter zijn de temperaturen lager dan in de zomer. • De windrichting is niet elke dag hetzelfde.
-
Illustreren het verschil tussen weer en klimaat.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het verschil: Weer is de toestand van de atmosfeer op een specifieke plaats en moment. Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode, meestal 30 jaar, in een bepaald gebied.
Te hanteren begrippen
het weer, het klimaat
-
Beschrijven klimaatkenmerken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatkenmerken: (gemiddelde) temperatuur: koud, gematigd, warm (gemiddelde) neerslag: nat, droog
Te hanteren begrippen
de droogte, de regenval, de warmte, de koude
Voorbeelden
Hannes vertelt dat we in België een gematigd nat klimaat hebben.
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de hittegolf: Een periode van meerdere dagen met heel warm weer. Het is vaak droog en zonnig, en het kan moeilijk zijn om af te koelen. • de waterbom: Een plotselinge, heel hevige regenbui op één plaats. Er valt in korte tijd heel veel water, wat kan zorgen voor overstromingen.Te hanteren begrippen
de hittegolf, de waterbom
-
Vergelijken de verzamelde weersverschijnselen met de kenmerken van het klimaat in België.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van het klimaat: zachte winters en relatief koele zomers (dankzij de nabijheid van de zee), de neerslag is gelijkmatig verspreid over het ganse jaar, wisselvallig weer, het is vaak bewolkt
-
Illustreren de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatzones: De aarde is verdeeld in verschillende klimaatzones met vergelijkbare klimaatkenmerken. tropisch klimaat: Het is altijd warm en er valt veel regen. Je vindt dit klimaat in landen rond de evenaar. polair klimaat: Het is er heel koud, bijna het hele jaar door. Er groeien bijna geen planten. Dit klimaat komt voor rond de Noordpool en Zuidpool. gematigd klimaat: Hier zijn de vier seizoenen goed te merken: lente, zomer, herfst en winter. Het is meestal niet te warm en niet te koud. België heeft een gematigd zeeklimaat.
Te hanteren begrippen
de klimaatzone, het tropisch klimaat, het polair klimaat, het gematigd klimaat
-
Vergelijken het klimaat in verschillende gebieden van de wereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van een wereldkaart met gemiddelde jaartemperatuur en totale jaarneerslag
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de orkaan: Een enorme storm met harde wind en veel regen, die ontstaat boven warme zeeën. Orkanen kunnen veel schade veroorzaken. De term ‘orkaan’ wordt gebruikt voor de Atlantische Oceaan en het oostelijke deel van de Grote Oceaan. • de tyfoon: De naam voor een orkaan in het westelijke deel van de Grote Oceaan, vooral rond landen zoals de Filipijnen, Japan en China. • de sneeuwstorm: Een hevige storm met veel sneeuw en wind. Het zicht is slecht en het wordt erg koud.Te hanteren begrippen
de orkaan, de tyfoon, de sneeuwstorm
-
Illustreren klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: • temperatuursverandering op aarde • neerslagverandering op aarde • frequentere extreme weersverschijnselen
-
Geven acties om klimaatverandering tegen te gaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
-
Illustreren de klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: Veranderingen in het klimaat zijn niet nieuw. Er zijn altijd al periodes van afkoeling en opwarming geweest die gevolgen hadden voor het leven op aarde. Sinds de industriële revolutie (rond 1850) is de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak met 1,1 à 1,3°C gestegen. Het verschil met vorige klimaatveranderingen is dat deze klimaatverandering sneller gaat dan de voorgaande, de verandering mondiaal is en niet regionaal. De invloed van de mens was nog nooit zo groot door het verbruik van fossiele brandstoffen (uitstoot broeikasgas CO₂), consumeren van (veel) vlees en melk (uitstoot broeikasgas methaan door veeteelt) en het kappen van regenwouden (verdwijnen van de ‘groene longen’ van onze aarde). Door menselijke activiteiten verandert dus de samenstelling van de atmosfeer. De concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt hoger en versterkt daarmee het broeikaseffect, waardoor de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de aarde stijgt.
Te hanteren begrippen
de klimaatverandering, de opwarming van de aarde, de fossiele brandstof, consumeren, de ontbossing, het broeikasgas, het broeikaseffect
-
Illustreren de gevolgen van de huidige klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gevolgen klimaatverandering: Het versneld smelten van gletsjers en poolijs zorgt voor een stijging van de zeespiegel. Door de opwarming van de aarde zet zeewater uit, wat ook leidt tot een stijging van de zeespiegel. Er komen vaker extreme weersomstandigheden voor, zoals hevige (hagel)buien, onweer, hittegolven, droogtes en soms krachtigere of langere orkaanseizoenen. Er ontstaan grotere verschillen tussen droge periodes en periodes met veel neerslag. Klimaat- en landschapszones verschuiven. Al deze gevolgen dragen andere gevolgen met zich mee: overstromingen, klimaatvluchtelingen, veranderingen in landbouw, verspreiding van ziekten en insecten
Voorbeelden
Verschuiving klimaat- en landschapszones: • Gebieden die nu al vrij droog zijn, verwoestijnen. • In koude gebieden verdwijnt sneeuw en ijs sneller, waardoor de toendra verandert en sommige planten en dieren verdwijnen. • Sommige boeren in het zuiden van Frankrijk schakelen over van wijnteelt naar olijventeelt (beter tegen hitte en droogte bestand). In België komen er jaarlijks wijntelers bij. -
Geven weer hoe we de klimaatverandering duurzaam kunnen aanpakken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duurzame aanpak: nationale en internationale samenwerking energietransitie: van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen energiebesparing klimaatadaptatie natuurherstel en -bescherming
-
Herkennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: Tropisch klimaat: gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Hier staat de zon het hele jaar hoog aan de hemel. Kenmerken: warm, vaak vochtig, met kleine temperatuurverschillen gedurende het jaar Gematigd klimaat: gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. De zon staat hier lager aan de hemel dan in de tropen en er zijn duidelijke seizoenen. Kenmerken: milde tot koude winters, warme tot zachte zomers, neerslag verspreid over het jaar. Polair klimaat: gebied binnen de poolcirkels. De zon komt in de winter soms helemaal niet op (poolnacht) en gaat in de zomer niet onder (middernachtzon). Kenmerken: zeer koud, weinig neerslag, vaak sneeuw of ijs
Voorbeelden
Tropisch klimaat: regenwouden in het Amazonegebied, Congo, Zuidoost-Azië Gematigd klimaat: België (gematigd zeeklimaat), Nederland, Verenigde Staten, delen van China Polair klimaat: Antarctica, Noordpoolgebied, delen van Siberië en Groenland
-
Beschrijven het concept vegetatietype in relatie tot klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een vegetatietype: Een indeling van natuurlijke plantengroei op basis van de soorten planten die er voorkomen, hun structuur en hoe ze aangepast zijn aan hun omgeving. Relatie: Klimaat bepaalt welke planten kunnen groeien. Vegetatie weerspiegelt het klimaat van een gebied. Veranderingen in klimaat kunnen leiden tot verschuivingen in vegetatietypes.
Te hanteren begrippen
het vegetatietype, de toendra, het tropisch regenwoud, de savanne, het loofbos, het gemengd bos, het mos, het korstmos
-
Tonen hun kennis over het klimaat en klimaatverandering in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Leo ontwerpt en presenteert een model van een duurzame stad waarin de zon en de wind worden gebruikt om energie op te wekken. Hij legt uit hoe deze technologieën van zonne- en windenergie bijdragen aan het verminderen van broeikasgassen en klimaatverandering. • Ellen maakt grafieken en tabellen waarin ze het energieverbruik van fossiele brandstoffen vergelijkt met dat van hernieuwbare energiebronnen. Ze berekent hoeveel CO₂-uitstoot bespaard kan worden door zonnepanelen of windmolens te gebruiken. Tijdens de presentatie legt ze uit hoe deze reductie helpt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. -
Herkennen de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Illustreren dat de zon overdag voor licht zorgt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de dag, de nacht, licht, donker, de zon
-
Illustreren de beweging van de aarde rond haar as.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De beweging: de richting: in tegenwijzerzin (van west naar oost, gezien vanaf de noordpool) Illustreren: door gebruik van een globe (wereldbol)
Te hanteren begrippen
de aarde, de wereldbol, de aarde draait
-
Herkennen de zon, de maan en de sterren.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: De zon is rond en geeft licht en warmte. De sterren zien we als lichtjes aan de hemel. De maan zien we niet altijd in dezelfde vorm. De zon en maan zien we niet altijd op dezelfde plaats.
Te hanteren begrippen
de ster, de maan
-
Herkennen het ritme van seizoenen in hun directe omgeving.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de herfst verzamelt Georges kleurrijke blaadjes uit de schooltuin. • De kerselaar staat volop in bloei. “Dat komt omdat het lente is”, meent Jetje.
-
Bepalen welke dagelijkse gebeurtenissen bij dag en welke bij nacht horen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Beschrijven kenmerken van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van seizoenen: de lente: De dagen worden langer. Het wordt warmer. Bomen en bloemen beginnen te groeien. Veel dieren krijgen jongen. de zomer: De dagen zijn het langst. Het is vaak warm of heet. Veel mensen gaan vaak op vakantie. Planten groeien snel. de herfst: De dagen worden korter. Het wordt kouder. Bladeren vallen van de bomen. Er is vaak wind en regen. de winter: De dagen zijn het kortst. Het is vaak koud, soms is er sneeuw of ijs. Veel bomen zijn kaal. Sommige dieren houden een winterslaap.Te hanteren begrippen
de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen
-
Beschrijven hoe dag en nacht ontstaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontstaan dag en nacht: Een dag duurt 24u omdat de aarde in 24u rond haar as draait. Ritme van dag en nacht: De kant van de aarde die naar de zon is gekeerd ontvangt het licht, daar is het dus dag. De andere kant ontvangt geen licht, daar is het nacht.
-
Herkennen het ritme van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ritme van seizoenen: De aarde draait om de zon. Daardoor verandert het weer in de loop van het jaar. Dat noemen we seizoenen. Elk (meteorologisch) seizoen begint op een vaste datum. Na drie maanden begint het volgende seizoen weer. Lente: begint op 21 maart Zomer: begint op 21 juni Herfst: begint 21 september Winter: begint op 21 december
Te hanteren begrippen
De lente: begint op 21 maart, de zomer: begint op 21 juni, de herfst: begint op 21 september, de winter: begint op 21 december
-
Beschrijven de omwenteling van de aarde rond de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omwenteling: De aarde draait in ongeveer 365 dagen (een jaar) rond de zon.
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindeling: Van een dag: De aarde draait in één dag rond haar as van west naar oost (gezien vanaf de noordpool), waardoor we de zon zien opgaan in het oosten en ondergaan in het westen) Van een jaar: De beweging van de aarde rond de zon duurt een jaar.
-
Herkennen de tijdzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdzones: De aarde is verdeeld in 24 tijdzones (stroken op de globe waar het overal hetzelfde tijdstip is). In elke tijdzone is het 1 uur vroeger of later dan in de volgende. Hoe westelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe vroeger het wordt. Hoe oostelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe later het wordt.
Te hanteren begrippen
de tijdzone, de nulmeridiaan
Voorbeelden
Tijdzones: • Als het in de winter in België 12 uur 's middags is, is het in Japan al avond, namelijk het is er 20.00 uur. • Mia gaat naar New York. Als het bij ons 12.00 uur is, dan is het in New York nog maar 06.00 uur. -
Vergelijken de tijdzones van verschillende landen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Duiden de seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De seizoenen: Worden bepaald door de baan die de aarde volgt rond de zon (in 1 jaar tijd) en de schuine stand van de as van de aarde. Als de noordelijke helft van de aarde (het noordelijk halfrond) meer naar de zon helt, ontvangt die helft meer zonlicht en is het bij ons warmer (vanaf de lente tot en met de zomer). Vanaf de herfst tot en met de winter helt het noordelijk halfrond weg van de zon en ontvangt zo minder zonlicht en is het bij ons kouder.
-
Duiden een schrikkeljaar.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een schrikkeljaar: Om de vier jaar wordt er één dag toegevoegd omdat de aarde iets meer dan 365 dagen nodig heeft om rond de zon te draaien.
Te hanteren begrippen
het schrikkeljaar
-
Beschrijven de omwenteling van de maan rond de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De omwenteling: De maan heeft ongeveer een maand nodig om één keer rond de aarde te draaien. De maan draait om de aarde en doordat we de maan steeds vanuit een andere hoek zien, lijken haar vormen te veranderen, dit noemen we de maanfases: soms zien we de hele maan (volle maan) en soms helemaal niet (nieuwe maan).
Te hanteren begrippen
de omwenteling, de volle maan, de nieuwe maan
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde en maan verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindelingen: • De aarde draait om haar as in 24 uren van west naar oost, gezien vanaf de noordpool (tegenwijzerzin): een dag. • De maan draait rond de aarde in 27,3 dagen. • De aarde draait in tegenwijzerzin rond de zon in 365 dagen en 6 uur: een jaar. • De schuine stand van de aarde in combinatie met de omwenteling om de zon veroorzaakt de seizoenen. -
Beschrijven maanfasen en eclipsen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maanfasen: • 4 maanfasen: nieuwe maan (je ziet de maan bijna niet), eerste kwartier (je ziet de “rechterhelft” van de verlichte kant), volle maan (je ziet de hele verlichte maan), laatste kwartier (je ziet de “linkerhelft” van de verlichte kant) Ontstaan: De maan draait rond de aarde, de zon verlicht altijd één kant van de maan, afhankelijk van waar de maan staat ten opzichte van de aarde en de zon zien we een ander stukje van het verlichte deel. Duur: De volledige maancyclus duurt ongeveer 29,5 dagen, elke fase duurt ongeveer een week. Eclipsen: • Maansverduistering/maaneclips: Als de aarde tussen de zon en de maan staat, de aarde blokkeert het zonlicht, waardoor de maan donker wordt of roodachtig kleurt. Je ziet dit alleen als het volle maan is. Zonsverduistering/zoneclips: Als de maan tussen de zon en de aarde staat, de maan blokkeert het zonlicht, waardoor het donkerder wordt overdag. Je ziet dit alleen als het nieuwe maan is.Te hanteren begrippen
de maanfase, de nieuwe maan, het eerste kwartier, de volle maan, het laatste kwartier, de maancyclus, de zonsverduistering, de maansverduistering
-
Duiden de getijden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getijden: • De zwaartekracht van de maan trekt aan het water op aarde. Daardoor stijgt en daalt het water aan de kust, wat we de getijden noemen, met eb en vloed. • springtij: Bij volle maan en nieuwe maan staan de zon, de aarde en de maan ongeveer op één lijn. Hierdoor versterken de zwaartekracht van de maan en de zon elkaar, wat leidt tot springtij.Te hanteren begrippen
eb, vloed, laagwater, hoogwater, de getijden, het springtij
-
Geven invloeden van maanstanden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloeden: • Getijden (eb en vloed) worden beïnvloed door de maanstand. • Andere invloeden
Voorbeelden
Andere invloeden: • Dieren en planten reageren soms op het licht van de maan. • Tijd en kalenders in sommige culturen zijn gebaseerd op de maan. • Sommige mensen geloven dat de maan invloed heeft op slaap of gedrag, maar dat is niet wetenschappelijk bewezen. -
Beschrijven een ster.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een ster: Is een grote, hete bol van gas die licht en warmte uitstraalt. Onze zon is een ster. ’s Nachts zie je veel sterren aan de hemel.
-
Beschrijven het zonnestelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zonnestelsel: De zon: als middelpunt van het zonnestelsel, een ster die licht en warmte afgeeft De planeten: die rond de zon draaien Andere hemellichamen die rond de zon draaien (kometen, asteroïden)
Te hanteren begrippen
het zonnestelsel, de komeet, de asteroïde
-
Beschrijven de planeten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De planeten: De 8 planeten in ons zonnestelsel draaien om de zon. Elke planeet is anders. Sommige zijn klein en rotsachtig (zoals Aarde en Mars), andere zijn groot en gasachtig (zoals Jupiter en Saturnus). De aarde is de enige planeet waar er leven is.
Te hanteren begrippen
de planeet, Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
-
Beschrijven het planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het planetenstelsel: Een planetenstelsel is een groep planeten die rond een ster draaien. Ons zonnestelsel is dus één voorbeeld van een planetenstelsel. In het heelal zijn er miljarden andere sterren en veel daarvan hebben ook hun eigen planetenstelsel.
Te hanteren begrippen
de ster, het planetenstelsel, het zonnestelsel
-
Geven de relatie tussen ster, zonnestelsel, planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De relatie: • Een ster is een lichtgevende gasbol. Er zijn miljarden sterren in het heelal. • Een planetenstelsel is een ster met planeten eromheen. Veel sterren hebben een planetenstelsel. • Het zonnestelsel is ons eigen planetenstelsel, met de zon in het midden.Te hanteren begrippen
het planetenstelsel, het zonnestelsel, het heelal
-
Tonen hun kennis over kosmografie in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Laya koppelt het trekgedrag van vogels aan de kennis van de seizoenen. • Tijdens een kringgesprek over de dagelijkse routine gebruikt Linus de zon om zijn dag te beschrijven: "Als de zon opkomt, sta ik op. Als de zon ondergaat, ga ik slapen." -
Herkennen de ruimtelijke inrichting.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimtelijke inrichting: • kamer • een buitenruimte
-
Passen ruimtelijke inrichting toe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimtelijke inrichting: in vertrouwde ruimtes
Voorbeelden
Ruimtelijke inrichting: opruimen
-
Geven een geobserveerde ruimte weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: via tekening
-
Passen ruimtelijke inrichting toe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassen: • in verkende ruimte • in verkleinde ruimte
-
Beschrijven de ruimtelijke inrichting.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: vanuit het geheugen / vanuit mentaal standpunt
-
Geven een geobserveerde ruimte weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • via tekening of schets • via foto
-
Illustreren de oriëntatie van een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Oriëntatie van de kaart
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oriëntatie: Met een kompas kun je een kaart goed oriënteren: je draait de kaart zodat het noorden op de kaart overeenkomt met het echte noorden.
Te hanteren begrippen
het kompas, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z)
-
Oriënteren een kaart en een plattegrond.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Oriëntatie van de kaart
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oriënteren: met behulp van een kompas
-
Herkennen afbeeldingen of miniatuurweergaven van vertrouwde plaatsen en voorwerpen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
-
Illustreren dat de werkelijkheid kan afgebeeld worden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afgebeeld worden: op een foto, tekening, plattegrond (2D) met een verkleinde ruimte (3D)
Te hanteren begrippen
de werkelijkheid, de afbeelding, verkleind, de ruimte
-
Maken een 3D voorstelling van een werkelijke ruimte.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
-
Maken een 3D voorstelling van een werkelijke ruimte.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maken: rekening houden met verhoudingen (op zicht)
-
Maken een 2D voorstelling van de werkelijke ruimte.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maken: een plattegrond als afdruk van maquette rekening houden met verhoudingen (op zicht)
-
Herkennen lucht- en satellietbeelden als verkleinde weergave van de werkelijkheid.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de luchtfoto, het satellietbeeld
-
Herkennen de schaal op een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De schaal: als verhouding tussen de werkelijkheid en een verkleinde afbeelding breukschaal lijnschaal
Te hanteren begrippen
de schaal, de werkelijke afstand, de verhouding
-
Interpreteren de schaal van een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • werkelijke afstanden tussen locaties berekenen • de grootte van objecten op de kaart schatten • de schaalfactor omzetten in een bruikbare eenheid
-
Duiden de betekenis van symbolen en pictogrammen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Symbolen/pictogrammen: met betrekking tot de ruimtelijke oriëntatie Duiden: • op een plattegrond van een vertrouwde en verkende ruimte • in de klas • op het schooldomein
Te hanteren begrippen
de plattegrond, het symbool, het pictogram
Voorbeelden
Symbolen op een plattegrond: Voetstappen in een bepaalde richting, rood kruis of stopteken, WC-symbool Pictogrammen in de klas en op het schooldomein: Uitgang, WC, pijl naar links of rechts, pictogrammen in de klas met aanduiding van de hoek
-
Herkennen een legende.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Legende: functie: legt uit wat de kleuren, symbolen of tekens op een plattegrond of afbeelding betekenen
Te hanteren begrippen
de legende
-
Interpreteren een legende van een plattegrond.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: herkenning van objecten en locaties van een vertrouwde en verkende ruimte
Voorbeelden
Bij het bekijken van een kaart van een speelplein herkent Colette de schommel door naar het symbool van een schommel in de legende te kijken.
-
Maken een eenvoudige legende.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Felix maakt een legende bij zijn tekening. • Jonas maakt een eenvoudige legende bij de plattegrond van zijn huis
-
Duiden kaartsymbolen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duiden: • Symbolen op de kaart vertegenwoordigen iets in de ‘echte wereld’ (symboliseren): rivier, weg, spoorweg, kerk, brug, bos • Een kaart is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid (generaliseren)Te hanteren begrippen
de rivier, de weg, de spoorweg, de kerk, de brug, het bos
Voorbeelden
Symboliseren: een blauwe lijn = rivier, een zwart lijntje = weg, een boom-symbool = bos, een kruis = kerk Generaliseren: een heel groot bos wordt gewoon een groen vlak, huizen worden kleine blokjes, een stad wordt een grijze vlek
-
Interpreteren de legende van een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: om locaties te identificeren om routes te plannen
-
Illustreren de functie van een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaarten: analoge en digitale kaarten geografische kaarten en plattegronden
Te hanteren begrippen
de kaart
-
Herkennen dat op een kaart het noorden meestal bovenaan ligt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: op een kaart met een noordpijl
Te hanteren begrippen
de noordpijl
-
Herkennen register en vakcoördinaten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Register en vakcoördinaten: Een kaart of rooster wordt verdeeld in vakken met letters (horizontaal) en cijfers (verticaal). Elk vak heeft een coördinaat dat bestaat uit een letter en een cijfer.
Te hanteren begrippen
het register, het coördinaat
-
Lezen een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaart: analoge en digitale kaarten geografische kaarten en plattegronden Lezen: met gebruik van register en vakcoördinaten met oriëntatie naar het noorden met behulp van een kompas
-
Selecteren een geschikte kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaart: analoge en digitale kaarten • geografische kaarten • plattegronden • atlas
-
Illustreren dat verschillende soorten kaarten andere informatie bieden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaarten: analoge en digitale kaarten Informatie: natuurkundige kaarten: tonen natuurlijke kenmerken van het landschap staatkundige kaarten: tonen grenzen, landen, steden, wegen thematische kaarten: klimaatkaart, bevolkingskaart, vegetatiekaart, toeristische kaart (plattegrond, stadsplan), historische kaart
-
Lezen een kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaart: analoge en digitale kaarten • staatkundige kaarten • natuurkundige kaarten • thematische kaarten • plattegronden • atlas Lezen: met gebruik van register, vakcoördinaten en schaal met oriëntatie naar het noorden met behulp van een kompas
-
Selecteren een geschikte kaart.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kaart: analoge en digitale kaarten • staatkundige kaarten • natuurkundige kaarten • thematische kaarten • plattegronden • atlas
Voorbeelden
• Sézanne wil laten zien hoe groot het Romeinse Rijk was, dus kiest zij een geschikte historische kaart (=thematische kaart). • Yannick wil de mediterrane klimaatzone tonen en kiest daarom een klimaatkaart (=thematische kaart). -
Gebruiken cartografische technieken om een klein gebied voor te stellen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Cartografische technieken: • Generaliseren • Symboliseren • Oriënteren • Schaal aanbrengen
Voorbeelden
Cartografische technieken: Een plattegrond van de speelplaats tekenen (generaliseren van de werkelijkheid) met zelfontworpen legende die de symbolen op de kaart verduidelijkt (symboliseren), met duiding van pijl met noordrichting (oriënteren) en met weergave van de schaal.
-
Reflecteren kritisch op verschillende kaarten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren: • Verandering van de kaarten (tijd en ruimte) • Wereldbeeld op basis van verschillende weergaven van de wereld • Oorlogen hebben een invloed op de kaarten.
-
Herkennen richtingsaanwijzingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Richtingsaanwijzingen: opzij, vooruit, achteruit, hoger, lager, omhoog, omlaag
-
Verplaatsen zichzelf volgens eenvoudige richtingsaanwijzingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
-
Herkennen richtingsaanwijzingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
vooruit, achteruit, hoger, lager, omhoog, omlaag, naar boven, naar beneden
-
Herkennen richtingsaanwijzingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
naar mij toe, van mij weg, recht naar, schuin naar, opzij, midden, links, rechts
-
Herkennen hun positie, afstand en kijkrichting in de ruimte.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • in de werkelijke vertrouwde ruimte • in de werkelijk verkende ruimte
Voorbeelden
Positie: Ik sta naast de kast; Ik sta achteraan in de turnzaal. Afstand: Ik sta ver van de juf; Ik sta dicht bij het boekenrek met de strips. Kijkrichting: Ik zie de boom als ik naar buiten kijk; Als ik in de richting van de deur kijk, zie ik de kapstokken.
-
Oriënteren zich.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zich oriënteren: in de werkelijke vertrouwde ruimte in de werkelijk verkende ruimte door rekening te houden met: • positie • afstand • kijkrichting
Voorbeelden
Maja speelt in een grote turnzaal en wil terug naar de plek waar ze haar drinkbeker heeft achtergelaten. Ze staat bij een grote blauwe mat (positie) en herinnert zich dat haar drinkbeker dichtbij de klimmuur staat (afstand). Ze kijkt om zich heen (kijkrichting) en ziet de klimmuur aan de andere kant van de zaal. Door zich om te draaien en naar de klimmuur toe te lopen, kan ze haar drinkbeker weer terugvinden.
-
Oriënteren zich met behulp van geografische hulpmiddelen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geografische hulpmiddelen: • plattegrond Zich oriënteren: De plattegrond oriënteren (richten) op basis van herkenningspunten in de werkelijke ruimte.
-
Oriënteren zich met behulp van geografische hulpmiddelen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geografische hulpmiddelen: • plattegrond • kaarten • satellietbeelden • kompas • de zonnestand Zich oriënteren: • op basis van plattegrond of kaart, gericht op basis van herkenningspunten in de werkelijke ruimte en met een kompas of zonnestand • zonder kaart op basis van kompas of zonnestand -
Oriënteren zich met behulp van een digitaal hulpmiddel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitaal hulpmiddel: • routeplanner • navigatiesystemen • online kaartendiensten • kompasapp
-
Tonen hun kennis over zich oriënteren in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bram gebruikt een kaart van een natuurgebied om locaties van verschillende biotopen te vinden. Hij gebruikt de schaal om de afstand tussen het bos en de vijver te schatten en de legende om te zien waar specifieke soorten planten of dieren zich bevinden. • In de bibliotheek herkent Stijn wat hij ziet in een bepaalde kijkrichting: "Ik zie de prentenboeken als ik naar de rechterkast kijk." -
Herkennen de functie en het gebruik van een kompas.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De functie: • richting bepalen: Het kompas wijst altijd naar het magnetisch noorden. Zo weet je waar noord, oost, zuid en west zijn. navigeren: Wandelaars, fietsers, zeilers en avonturiers gebruiken een kompas om de juiste weg te vinden. Ook handig als je geen GPS of kaart hebt. kaarten juist gebruiken: Met een kompas kun je een kaart goed oriënteren: je draait de kaart zodat het noorden op de kaart overeenkomt met het echte noorden. Het gebruik: • Leg het kompas plat in je hand of op de grond. Wacht tot de naald stilligt. De rode kant van de naald wijst naar het noorden. Draai jezelf of de kaart zodat het noorden op de kaart overeenkomt met het noorden van het kompas. Nu weet je waar de andere richtingen zijn: rechts van het noorden is het oosten links van het noorden is het westen achter je is het zuidenTe hanteren begrippen
het kompas, zich oriënteren, de richting bepalen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen
-
Herkennen instrumenten om windrichtingen te bepalen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De windrichting: De windrichting vertelt vanwaar de wind komt. Instrumenten: • vlaggen • bomen • rook • windvaan
Te hanteren begrippen
de windvaan
-
Herkennen het instrument om de windsnelheid te bepalen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Instrumenten: de anemometer
Te hanteren begrippen
de anemometer, de windsnelheid
-
Beschrijven de schaal van Beaufort
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schaal van Beaufort: De Beaufortschaal is een schaal van 0 tot 12 die de kracht van de wind beschrijft.
Te hanteren begrippen
windstil, de zwakke wind, de matige wind, de krachtige wind, stormachtig, de storm
-
Herkennen instrumenten in verband met het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Temperatuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerinstrumenten: gebruik en functie van de thermometer: Een instrument om te meten hoe warm of koud het is. Je leest de temperatuur af in graden Celsius (°C).
Te hanteren begrippen
de thermometer
-
Herkennen instrumenten in verband met het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Neerslag
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerinstrumenten: gebruik en functie van de pluviometer: een meetinstrument om te meten hoeveel regen er valt. Je zet het buiten en na de regen kijk je hoeveel mm water erin zit.
Te hanteren begrippen
de pluviometer
-
Herkennen instrumenten in verband met het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Bewolking
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerinstrumenten: gebruik en functie van de schaal van octa’s om de bewolkingsgraad te bepalen: Hoe gebruik je de schaal? Kijk naar de hemel door een kijkvenster dat in acht gelijke delen is verdeeld. Schat hoeveel van die acht delen bedekt zijn met wolken. Noteer het aantal octa’s dat overeenkomt met de hoeveelheid bewolking.
Voorbeelden
Schaal van octa’s: • 0 octa: heldere hemel • 4 octa: halfbewolkt • 8 octa: volledig bewolkt
-
Herkennen instrumenten in verband met het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Luchtdruk
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerinstrumenten: gebruik en functie van de barometer: Een instrument om te meten hoe zwaar de lucht is (luchtdruk). Zo kun je voorspellen of het mooi of slecht weer wordt. Lage druk is kans op regen, hoge druk is vaak droog weer.
Te hanteren begrippen
de barometer
-
Interpreteren de meteorologische waarnemingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meteorologische waarnemingen: de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa
-
Interpreteren de meteorologische waarnemingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meteorologische waarnemingen: de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa de temperatuur: gebruik van de thermometer de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook, windvaan
-
Interpreteren de meteorologische waarnemingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meteorologische waarnemingen: de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa de temperatuur: gebruik van de thermometer de neerslaghoeveelheid: gebruik van pluviometer de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook, windvaan de windsnelheid: gebruik van anemometer
-
Interpreteren de meteorologische waarnemingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meteorologische waarnemingen: de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa de temperatuur : gebruik van de thermometer de neerslaghoeveelheid: gebruik van pluviometer de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook, windvaan de windsnelheid: gebruik van anemometer de windkracht: gebruik van de schaal van Beaufort de luchtdruk: gebruik van de barometer
-
Vergelijken weersvoorspellingen met echte metingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersvoorspelling: • Temperatuur • Windrichting • Neerslag • Bewolking
Te hanteren begrippen
de weersvoorspelling
-
Tonen hun kennis over meteorologische waarnemingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meteorologische waarnemingen: de weersvoorspelling de eigen waarneming
-
Beschrijven klimatogrammen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Klimatogrammen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimatogrammen: gebruik en functie van klimatogrammen: Klimatogrammen zijn aardrijkskundige staafdiagrammen en lijngrafieken die het gemiddelde weer van een plaats over een jaar tonen. Ze geven meestal twee dingen weer: temperatuur (in °C) met een lijn, neerslag (in mm) met blauwe staafjes. Wat leer je uit een klimatogram? hoe warm of koud het is in elke maand. in welke maanden het veel of weinig regent. of een gebied een droog of nat klimaat heeft. Een klimatogram helpt je om het klimaat van een land of streek te begrijpen.Te hanteren begrippen
het klimatogram, het staafdiagram, de lijngrafiek
-
Interpreteren klimatogrammen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Klimatogrammen
-
Herkennen aspecten in een voorstelling van landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Landschappen schematisch weergeven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorstelling: • een schematische weergave van menselijke aspecten • een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Landschappen schematisch weergeven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: • een schematische weergave van menselijke aspecten • een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
-
Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Oplossingen: Probleem: We vallen over de auto’s die op de grond liggen. Oplossing: we leggen de auto’s in een opbergdoos. Probleem: Er is geen plaats in de klas om in een lange rij rond te stappen. Oplossing: we schuiven enkele tafels en stoelen opzij. Probleem: Er zijn twee plaatsen tekort aan tafel. Oplossing: we plaatsen er een tafel bij. Probleem: De deur kan niet open. Oplossing: we verplaatsen de doos die ervoor stond.
-
Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen
-
Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: gebruik van ruimtelijke begrippen oorzaak – gevolg redeneringen
-
Beschrijven oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Actuele ruimtelijke problemen: relatieve meting • afstanden vergelijken • richtingen aangeven • hoogte vergelijken • plaatsbepaling Beschrijven: gebruik van ruimtelijke begrippen
Te hanteren begrippen
de plaats, vergelijken, de afstand, de richting, de hoogte, bedenken, de oplossing
Voorbeelden
Afstanden vergelijken: Is de zandbak dichterbij dan de glijbaan? Richtingen aangeven: De boom staat achter het schoolgebouw. Hoogte vergelijken: Welke toren is hoger, die van jou of die van je vriend? Plaatsbepaling: Waar is de zon als we buiten spelen? Boven ons of achter de bomen?
-
Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen met behulp van relatieve ruimtelijke begrippen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen
-
Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige vragen: Vragen in verband met: • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?) • relaties (Waarom ligt het daar?) • Contrasten
Voorbeelden
Aardrijkskundige vragen: • ruimtelijke positie: "Waar ligt het station?" • relaties: "Waarom ligt het station in het midden van de stad?” • contrast: "Waarom zijn de huizen in de stad hoger dan in het dorp?"
-
Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige vragen: Vragen in verband met: • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?) • relaties (Waarom ligt het daar?) • contrasten • interactie op verschillende schalen: Wat ergens gebeurt, kan invloed hebben op andere plaatsen (lokaal, regionaal, wereldwijd).Voorbeelden
Interactie op verschillende schalen: • Waarom eten wij bananen die uit een ander land komen? • Wat gebeurt er als er in een ander land oorlog is?
-
Bedenken aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige vragen: Vragen in verband met: • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?) • relaties (Waarom ligt het daar?) • contrasten • interactie op verschillende schalen • verandering in de tijd, inclusief de toekomst (Hoe verandert dat?)
Voorbeelden
Aardrijkskundige vragen: • verandering in de tijd: een foto van het dorpsplein van vroeger en een foto van nu: Waarom zijn er nu verkeerslichten en vroeger niet? • verandering in de tijd, inclusief de toekomst: De leerlingen bekijken drie beelden of tekeningen van de schoolstraat van vroeger (50 jaar geleden), de schoolstraat van nu, fantasierijke voorstelling van de schoolstraat in de toekomst: Wat zou er in de toekomst kunnen bijkomen of verdwijnen? Hoe zal ons vervoer er in de toekomst uitzien? -
Beantwoorden aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden
-
Herkennen het redeneren vanuit perspectieven bij aardrijkskundige vragen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige vragen: Wat zijn de voor- en nadelen? Wat zijn de gevolgen? Wat zie je als je in- en uitzoomt? Wat zijn de behoeften van de verschillende participanten? Hoe beïnvloedt dit de duurzaamheid?
Te hanteren begrippen
het voordeel, het nadeel, het gevolg, de behoefte, de duurzaamheid, het perspectief
Voorbeelden
Aardrijskundige vragen: stel je voor: Er komt een nieuwe koekjesfabriek aan de rand van de stad. Waarom daar? de fabriekseigenaar: “Aan de rand van de stad is de grond goedkoper en er is veel plaats. Dat is goed voor mijn bedrijf.” de buurtbewoners: “We willen geen lawaai of vrachtwagens in onze straat. Maar misschien brengt het wel werkgelegenheid.” de stad: “We willen de stad leefbaar houden. Industrie hoort niet in het centrum.” de milieuorganisatie: “Is er gedacht aan duurzame energie en afvalverwerking? Wat met de natuur in de buurt?”
-
Beantwoorden aardrijkskundige vragen vanuit verschillende perspectieven.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Aardrijkskundige vragen: • thema: toerisme aan de kust Wat vinden bewoners, toeristen en winkeliers belangrijk aan de Belgische kust? Sociaal (rust), economisch (inkomsten), cultureel (tradities). • thema: verkeer en mobiliteit Waarom willen sommige mensen meer fietspaden en anderen meer parkeerplaatsen? Sociaal (veiligheid), economisch (winkels bereikbaar), ecologisch (minder auto's)