Leerplannen Leerplandoelen
AA.026 Gebruiken L3

Lokaliseren rivieren in België.

Aardrijkskunde Topografie Topografisch referentiekader Rivieren, zeeën en oceanen

Leeftijd
8-9 jaar
Handelingswerkwoord
Lokaliseren
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
L4 4.1.1
In de PDF
pagina 6

Leerlijn

Lokaliseren rivieren in België.

MIA
Lokaliseren:
op een kaart van België

Hangt samen met

Wordt verwezen vanuit

Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Topografie”
KO

De kleuters kennen
4.1.1 de naam van:
• België;
• een plaatselijke rivier;
• de rivier de Nijl.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.

De kleuters kunnen
4.1.2 water, land en de polen op de wereldbol aanduiden.

L4

De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en
    buurgemeenten;
• de eigen regio;
• de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;
• de buurlanden van België;
• de gewesten en gemeenschappen;
• Schelde, Maas en IJzer;
• een aantal regio's van België: Kempen, Hoge Venen,
    kuststreek, Ardennen;
• Noordzee en Middellandse Zee;
• de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa,
    Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;
• de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische
    Oceaan;
• de vulkaan: de Etna.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
    schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
    oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.

L6

De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden,
    evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen,
    Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;
• Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika;
• de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico,
    Brazilië, Argentinië;
• Australië, Nieuw-Zeeland;
• China, India, Japan;
• Israël, Iran, Turkije;
• een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn,
    de Amazone;
• een aantal bergketens: Alpen, Himalaya, Pyreneeën,
    Oeral;
• de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.
KO

De kleuters kennen
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve
ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder,
tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden.

L4

De leerlingen kennen
4.1.2 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve
ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen,
het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het

L6

De leerlingen kennen
4.1.2 parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen:
• Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring;
• Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• De straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.

noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het
noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
    schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar;
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
    oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.