Leerplannen Leerplandoelen
AA.063 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6

Tonen hun kennis over absolute en relatieve ligging in verschillende contexten.

Aardrijkskunde Topografie Relatieve en absolute ligging Absolute ligging

Leeftijd
4-5,5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Tonen
Verwerkingsaspect
Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
Minimumdoelen
KO 4.1.3; KO 4.1.4; L4 4.1.2; L4 4.1.3; L6 4.1.2
In de PDF
pagina 14

Leerlijn

Tonen hun kennis over absolute en relatieve ligging in verschillende contexten.

Voorbeelden
• Johan zegt: “Onze school ligt ten zuiden van het station en vlakbij de rivier."
• Saartje zegt: “Kinshasa ligt dicht bij de evenaar. Het is daar dus dikwijls heel warm.
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Topografie”
KO

De kleuters kennen
4.1.1 de naam van:
• België;
• een plaatselijke rivier;
• de rivier de Nijl.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.

De kleuters kunnen
4.1.2 water, land en de polen op de wereldbol aanduiden.

L4

De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en
    buurgemeenten;
• de eigen regio;
• de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;
• de buurlanden van België;
• de gewesten en gemeenschappen;
• Schelde, Maas en IJzer;
• een aantal regio's van België: Kempen, Hoge Venen,
    kuststreek, Ardennen;
• Noordzee en Middellandse Zee;
• de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa,
    Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;
• de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische
    Oceaan;
• de vulkaan: de Etna.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
    schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
    oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.

L6

De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden,
    evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen,
    Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;
• Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika;
• de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico,
    Brazilië, Argentinië;
• Australië, Nieuw-Zeeland;
• China, India, Japan;
• Israël, Iran, Turkije;
• een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn,
    de Amazone;
• een aantal bergketens: Alpen, Himalaya, Pyreneeën,
    Oeral;
• de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.
KO

De kleuters kennen
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve
ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder,
tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden.

L4

De leerlingen kennen
4.1.2 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve
ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen,
het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het

L6

De leerlingen kennen
4.1.2 parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen:
• Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring;
• Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• De straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.

noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het
noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
    schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar;
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
    oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.