AA.012
Begrijpen
L4
Benoemen de gewesten en de gemeenschappen in België.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten
- Leeftijd
- 9-10 jaar
- Handelingswerkwoord
- Benoemen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 4.1.1
- In de PDF
- pagina 3,4
Leerlijn
Benoemen de gewesten en de gemeenschappen in België. Te hanteren begrippen de gewesten, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeenschappen, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap
Hangt samen met
- Schakel BU.090 Beschrijven de Belgische federale staatsstructuur. L4
Wordt verwezen vanuit
- Schakel BU.090 Beschrijven de Belgische federale staatsstructuur. L4
- Vlag FR.102 Verwoorden het Frans als officiële taal van België. L5
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Topografie”
KO
De kleuters kennen
4.1.1 de naam van:
• België;
• een plaatselijke rivier;
• de rivier de Nijl.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
De kleuters kunnen
4.1.2 water, land en de polen op de wereldbol aanduiden.
L4
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en
buurgemeenten;
• de eigen regio;
• de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;
• de buurlanden van België;
• de gewesten en gemeenschappen;
• Schelde, Maas en IJzer;
• een aantal regio's van België: Kempen, Hoge Venen,
kuststreek, Ardennen;
• Noordzee en Middellandse Zee;
• de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa,
Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;
• de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische
Oceaan;
• de vulkaan: de Etna.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.
L6
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden,
evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen,
Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;
• Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika;
• de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico,
Brazilië, Argentinië;
• Australië, Nieuw-Zeeland;
• China, India, Japan;
• Israël, Iran, Turkije;
• een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn,
de Amazone;
• een aantal bergketens: Alpen, Himalaya, Pyreneeën,
Oeral;
• de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.
KO De kleuters kennen 4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder, tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden. L4 De leerlingen kennen 4.1.2 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het L6 De leerlingen kennen 4.1.2 parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen: • Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring; • Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• De straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het
noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar;
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.