AA.004
Begrijpen
L3
Benoemen de “schoolgemeente”.
Aardrijkskunde › Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp
- Leeftijd
- 8-9 jaar
- Handelingswerkwoord
- Benoemen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- L4 4.1.1; L4 4.1.3
- In de PDF
- pagina 2
Leerlijn
Benoemen de “schoolgemeente”. MIA Benoemen: de gemeente of stad waar de school zich bevindt en de postcode Te hanteren begrippen de postcode, de schoolgemeente
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Topografie”
KO
De kleuters kennen
4.1.1 de naam van:
• België;
• een plaatselijke rivier;
• de rivier de Nijl.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
De kleuters kunnen
4.1.2 water, land en de polen op de wereldbol aanduiden.
L4
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en
buurgemeenten;
• de eigen regio;
• de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;
• de buurlanden van België;
• de gewesten en gemeenschappen;
• Schelde, Maas en IJzer;
• een aantal regio's van België: Kempen, Hoge Venen,
kuststreek, Ardennen;
• Noordzee en Middellandse Zee;
• de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa,
Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;
• de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische
Oceaan;
• de vulkaan: de Etna.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.
L6
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden,
evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen,
Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;
• Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika;
• de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico,
Brazilië, Argentinië;
• Australië, Nieuw-Zeeland;
• China, India, Japan;
• Israël, Iran, Turkije;
• een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn,
de Amazone;
• een aantal bergketens: Alpen, Himalaya, Pyreneeën,
Oeral;
• de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.
KO De kleuters kennen 4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder, tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden. L4 De leerlingen kennen 4.1.2 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het L6 De leerlingen kennen 4.1.2 parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen: • Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring; • Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• De straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het
noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar;
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.