AA.042
Begrijpen
K3
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
- Leeftijd
- 5-6 jaar
- Handelingswerkwoord
- Herkennen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- KO 4.1.3
- In de PDF
- pagina 10
Leerlijn
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging. MIA Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte Te hanteren begrippen erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan, onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, opzij, midden, links, rechts
Hangt samen met
- Schakel WI.848 Beschrijven ruimtelijke relaties tussen objecten. K3
- Vlag AA.241 Herkennen richtingsaanwijzingen. K3
Wordt verwezen vanuit
- Vlag AA.206 Herkennen de ruimtelijke inrichting. K1,K2,K3
- Vlag AA.210 Beschrijven de ruimtelijke inrichting. K3
- Vlag AA.241 Herkennen richtingsaanwijzingen. K3
- Vlag AA.242 Herkennen hun positie, afstand en kijkrichting in de ruimte. K1,K2,K3
- Vlag WI.846 Verwoorden wat binnen en buiten het gezichtsveld ligt. K2,K3
- Vlag WI.847 Verwoorden wat ze zien vanuit een ander gezichtspunt. K3
- Schakel WI.848 Beschrijven ruimtelijke relaties tussen objecten. K3
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Topografie”
KO
De kleuters kennen
4.1.1 de naam van:
• België;
• een plaatselijke rivier;
• de rivier de Nijl.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
De kleuters kunnen
4.1.2 water, land en de polen op de wereldbol aanduiden.
L4
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en
buurgemeenten;
• de eigen regio;
• de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;
• de buurlanden van België;
• de gewesten en gemeenschappen;
• Schelde, Maas en IJzer;
• een aantal regio's van België: Kempen, Hoge Venen,
kuststreek, Ardennen;
• Noordzee en Middellandse Zee;
• de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa,
Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;
• de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische
Oceaan;
• de vulkaan: de Etna.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.
L6
De leerlingen kennen
4.1.1 de naam en de ligging van:
• landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden,
evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen,
Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;
• Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika;
• de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico,
Brazilië, Argentinië;
• Australië, Nieuw-Zeeland;
• China, India, Japan;
• Israël, Iran, Turkije;
• een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn,
de Amazone;
• een aantal bergketens: Alpen, Himalaya, Pyreneeën,
Oeral;
• de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.
KO De kleuters kennen 4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder, tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden. L4 De leerlingen kennen 4.1.2 de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het L6 De leerlingen kennen 4.1.2 parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen: • Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring; • Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.
4.1.4 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• De straatnaam en het huisnummer;
• de Noordpool, de Zuidpool.
noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het
noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.
4.1.3 de volgende begrippen met betrekking tot absolute
plaatsbepaling:
• de thuisgemeente en de postcode, de
schoolgemeente en de postcode;
• de nulmeridiaan, de evenaar;
• het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het
oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.