Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

13 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: GE ✕ Historisch strategisch: bronnen ✕

  1. GE.113 Begrijpen K1 KO 5.2.1

    Herkennen soorten bronnen over het eigen verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  2. GE.114 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Verwoorden soorten bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten bronnen:
    • bronnen over het eigen verleden
    • bronnen over de collectieve identiteit
    • leefomgeving

    Te hanteren begrippen

    de foto, het dagboek, de brief, het standbeeld, het gebouw, de vlag
  3. GE.115 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Beschrijven de functionaliteit van historische bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functionaliteit:
    Bronnen helpen om te begrijpen hoe het vroeger was.
  4. GE.116 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.1

    Herkennen relevante vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relevante vragen:
    • Wie is herkenbaar in de bron?
    • Wat is herkenbaar in/op de bron?
  5. GE.117 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 5.2.2

    Herkennen typische vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Typische vragen:
    WWWH – vragen bij het bronmateriaal

    Te hanteren begrippen

    de bron
  6. GE.118 Begrijpen L5 L6 L4 5.2.2

    Herkennen vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • WWWH-vragen
    • vragen over betrouwbaarheid, bruikbaarheid
    
    Soorten bronnen:
    • geschreven bronnen
    • materiële bronnen
    • mondelinge tradities
    • beeldende bronnen
    • audiovisuele bronnen

    Te hanteren begrippen

    de geschreven bron, de materiële bron, de mondelinge bron, de traditie, de
    audiovisuele bron, de beeldende bron

    Voorbeelden

    Geschreven bronnen:
    het manuscript, het wetboek, de mythe, het verslag, de krant, het overlijdensbericht,
    het verdrag
    Materiële bronnen:
    het gebouw, het sieraad, het monument, de ruïne, de grafgift
    Mondelinge tradities:
    het verhaal, de plaatsnaam, de familienaam, het lied, het spreekwoord
    Beeldende bronnen:
    het standbeeld, de fresco
    Audiovisuele bronnen:
    de film, de documentaire, het nieuws
  7. GE.119 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L4 5.2.2

    Formuleren relevante vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  8. GE.120 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 5.2.2

    Formuleren typische vragen over aangereikte bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  9. GE.121 Begrijpen L3 L4 5.2.3

    Illustreren de rol van archeologen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rol archeologen:
    Graven in de grond om resten van oude gebouwen, gereedschappen en andere objecten
    uit het verleden te vinden. Zij onderzoeken hoe mensen vroeger leefden, wat ze aten,
    welke huizen ze bouwden en hoe hun culturen zich ontwikkelden.

    Te hanteren begrippen

    de archeoloog
  10. GE.122 Begrijpen L3 L4 5.2.1

    Illustreren het verschil tussen bron en bewijs.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het bewijs

    Voorbeelden

    Verschil bron en bewijs:
    • Een oude krant uit 1945 is een bron van informatie over de Tweede Wereldoorlog.
        Maar als je wilt bewijzen dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, moet
        je meerdere bronnen onderzoeken en kritisch kijken of ze als bewijs kunnen dienen.
    • Een dagboek van een soldaat uit WOII vertelt over zijn ervaringen. Bewijs: Als
        meerdere dagboeken en officiële documenten hetzelfde verhaal bevestigen, kan dit
        als bewijs dienen dat die gebeurtenissen echt plaatsvonden.
  11. GE.123 Begrijpen L4 L4 5.2.3

    Illustreren de rol van paleontologen en historici.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Paleontologen:
    bestuderen fossielen, de versteende resten van planten en dieren die miljoenen jaren
    geleden leefden. Ze helpen ons te begrijpen hoe het leven op aarde zich heeft
    ontwikkeld en welke dieren vroeger bestonden.
    Historici:
    lezen en bestuderen oude documenten, boeken en verhalen om het verleden te
    begrijpen. Zij proberen te ontdekken waarom dingen in de geschiedenis zijn gebeurd en
    hoe dat onze wereld vandaag de dag heeft gevormd.

    Te hanteren begrippen

    de paleontoloog, de historicus, de historici
  12. GE.124 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 5.2.2

    Determineren wie er aan de basis ligt van de gehanteerde historische bronnen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

  13. GE.125 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.1; L4 5.2.2; L4 5.2.4; L6 5.2.1; L6 5.2.2

    Tonen hun kennis over historisch brongebruik in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: bronnen › Bronnengebruik › Historische bronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Léa bekijkt een oude klasfoto uit de 20e eeuw. Ze beantwoordt WWWWH-vragen
        door te zeggen wie er op de foto staat (kinderen en een juf), wat ze doen (in de klas
        zitten), waar het is (in een school), wanneer het ongeveer is (vroeger, omdat de
        kleren en het bord anders zijn dan nu) en dat de foto een herinnering was voor de
        kinderen en juf van die klas (hoe/waarom). Ze legt uit dat de bron ons toont hoe
        een school er vroeger uitzag.
    • Amir onderzoekt een brief uit de Tweede Wereldoorlog en gebruikt WWWWH-
        vragen om de bron te analyseren. Hij identificeert wie de afzender is (een soldaat),
        wat de inhoud is (een beschrijving van het leven aan het front), waar en wanneer de
        brief geschreven werd, en bespreekt hoe betrouwbaar de bron is. Hij vergelijkt de
        informatie met wat hij weet uit het handboek over de oorlog.