Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

46 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Literatuur ✕

  1. NL.577 Begrijpen K2 K3 L1 L2 KO 1.5.3

    Herkennen een variatie aan soorten boeken en genres.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Variatie aan soorten boeken:
    prentenboeken, voorleesboeken, zoekboeken, eerste leesboeken, luisterboeken,
    dichtbundels, weetjesboeken (informatieve boeken)
    Variatie aan genres:
    sprookjes, fantasieverhalen, dierenverhalen, verhalen over het dagelijks leven,
    kinderversjes
  2. NL.578 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.5.4; L6 1.5.3

    Illustreren een grote variatie aan genres.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Variatie aan genres:
    • fictie: avonturenverhalen, misdaadverhalen, dierenverhalen, griezelverhalen,
        historische verhalen, grappige verhalen, fantasieverhalen, realistische verhalen
    • non-fictie: informatie, biografie, geschiedenisboeken, boeken over wetenschap en
        natuur, boeken over persoonlijke ontwikkeling, instructieve boeken, verhalende non-
        fictie, reisboeken, boeken over vrije tijd en hobby, boeken over mens en maatschappij
    • stripverhalen
    • gedichtenbundels
  3. NL.579 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.5.3

    Lezen doelgericht.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lezen:
    • een grote variatie aan boeken en teksten
    • aangereikte literaire teksten en boeken
    • zelfgekozen literaire teksten en boeken op basis van interesse, voorkeur en
        leesmotivatie
    • fictie- en non fictie
    • bekroonde jeugdliteratuur
  4. NL.580 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.5.3

    Selecteren teksten en boeken.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksten en boeken:
    • een variatie aan genres
    • passend bij de eigen leesvoorkeur
  5. NL.581 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.5.4

    Selecteren teksten en boeken.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksten en boeken:
    • uit een variatie aan genres
    • passend bij de eigen leesvoorkeur
    • passend bij het leesdoel
  6. NL.582 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.5.3

    Duiden hun boekkeuze.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Boekkeuze:
    eigen interesse, voorkeur, leesmotivatie
  7. NL.583 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.5.4

    Duiden hun boekkeuze.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Boekkeuze:
    • aangereikte of zelfgekozen boeken
    • fictie- en non fictie
    • leesdoel: ter ontspanning, om te leren, om iets te weten te komen
    • eigen interesse, voorkeur, leesmotivatie
    • eigen leesvaardigheid

    Te hanteren begrippen

    fictie, non-fictie, de tekst

    Voorbeelden

    Boekkeuze duiden:
    • Ik ben gefascineerd door insecten en weet er al veel over, als ik nog meer te weten wil
        komen, neem ik geen eenvoudig boek over insecten, want wat daar in staat weet ik
        waarschijnlijk al. (leesdoel)
    • Lezen in het Nederlands vind ik nog altijd een beetje moeilijk omdat Frans mijn
        thuistaal is. Daarom kies ik boeken die ik ook in het Frans kan lezen. Thuis lees ik de
        Franse versie, in de klas lees ik de Nederlandse versie. Op die manier kan ik ook boeken
        lezen in het Nederlands, die nog wat moeilijk voor me zijn. (eigen leesvaardigheid)
  8. NL.584 Begrijpen L5 L6 L6 1.5.2

    Verwoorden literaire voorkeuren.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire voorkeur:
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
    • fictie en non-fictie

    Voorbeelden

    Literaire voorkeur:
    • Ik lees graag waargebeurde verhalen over dingen die we in de geschiedenislessen
        leren. Zo kan ik me beter inleven in hoe het vroeger was. (fictie)
    • Ik ben altijd nieuwsgierig naar de laatste nieuwe boeken die bekroond werden door de
        leesjury!
  9. NL.585 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.5.4; L6 1.5.2

    Reflecteren over hun boekkeuze.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Leesidentiteit

  10. NL.586 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.5.4

    Lezen een grote variatie aan boeken en teksten.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Variatie aan boeken en teksten:
    • uit een variatie aan genres
    • aangereikte teksten en boeken
    • zelfgekozen teksten en boeken op basis van interesse, voorkeur en leesmotivatie
    • fictie- en non fictie
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
  11. NL.587 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.5.5; L4 1.1.4

    Lezen een grote variatie aan literaire boeken en teksten.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Variatie aan literaire boeken en teksten:
    • uit een variatie aan genres
    • aangereikte literaire teksten en boeken
    • zelfgekozen literaire teksten en boeken op basis van interesse, voorkeur en
        leesmotivatie
    • fictie- en non fictie
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
  12. NL.588 Gebruiken L5 L6 L6 1.5.3

    Lezen een grote variatie aan literaire boeken en teksten.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Variatie aan literaire boeken en teksten:
    • uit een variatie aan genres
    • aangereikte literaire teksten en boeken
    • zelfgekozen literaire teksten en boeken op basis van interesse, voorkeur en
        leesmotivatie
    • fictie- en non fictie
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
    • teksten over alle vakken heen
  13. NL.589 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.5.4

    Vertellen in eigen woorden een (prenten)boek na.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Navertellen:
    • de verhaallijn
    • de kern van het verhaal
    • mét ondersteuning van beelden of symbolen
    • zonder ondersteuning van beelden of symbolen
  14. NL.590 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.5.8

    Vertellen complexere verhaallijnen na.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

  15. NL.591 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.5.1

    Benoemen onderdelen van boeken en teksten.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderdelen van boeken en teksten:
    auteur, illustrator, titel, kaft

    Te hanteren begrippen

    de titel, de kaft, de auteur, de illustrator
  16. NL.592 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.5.2

    Beschrijven de plot van een literaire tekst.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik
    
    Plot:
    • de belangrijkste gebeurtenissen

    Te hanteren begrippen

    de plot, de belangrijkste gebeurtenis
  17. NL.593 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.5.1; L4 1.5.3

    Benoemen elementen uit een literaire tekst.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik
    
    Elementen uit een literaire tekst:
    • personage, hoofdpersonage
    • thema
    • context: tijd en plaats

    Te hanteren begrippen

    het personage, het hoofdpersonage, het thema, de plaats, de tijd, de context
  18. NL.594 Begrijpen L5 L6 L6 1.5.1

    Benoemen elementen uit een literaire tekst.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik
    
    Elementen uit een literaire tekst:
    • vertelperspectief: de ‘ik-verteller’

    Te hanteren begrippen

    het vertelperspectief, de ik-verteller
  19. NL.595 Gebruiken L5 L6 L6 1.5.4

    Situeren elementen uit een literaire tekst binnen hun vakspecifieke kennis en voorkennis.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Literatuur lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    verhalende tekst, rijk taalgebruik
  20. NL.596 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen hoe je zorg draagt voor boeken.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Omgaan met literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zorg dragen voor boeken:
    • de kaft en de bladen netjes en gaaf houden
    • bladeren in het boek door het hoekje van de bladzijde vast te nemen en voorzichtig om
        te slaan
    • na het lezen boeken terugplaatsen op hun plek
  21. NL.597 Begrijpen K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Beschrijven hoe je zorg draagt voor boeken.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Omgaan met literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zorg dragen voor boeken:
    • de kaft en de bladen netjes en gaaf houden
    • bladeren in het boek door het hoekje van de bladzijde vast te nemen en voorzichtig om
        te slaan
    • na het lezen boeken terugplaatsen op hun plek
  22. NL.598 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan zorgzaam met boeken om.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Omgaan met literatuur

  23. NL.599 Engageren L1 L2 L3 L4 L4 1.1.4; L4 1.5.5

    Tonen doorzettingsvermogen wanneer het lezen uitdagend of moeilijk is

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Omgaan met literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tonen:
    in verschillende leescontexten
  24. NL.600 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.5.5; L6 1.5.3

    Gebruiken verschillende (digitale) bronnen om informatie te verzamelen over kinder- en jeugdliteratuur.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Omgaan met literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie over kinder- en jeugdliteratuur:
    auteur, illustrator, titel, onderwerp, korte inhoud, leeftijdscategorie
  25. NL.601 Begrijpen K1 K2 K3 L1 KO 1.5.2

    Drukken de eigen beleving bij het beluisteren van teksten uit.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksten:
    • fictie en non-fictie
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
    
    Eigen beleving:
    • de inhoud van het boek: persoonlijke interesse, herkenbare situatie, herkenbaar
        personage, emoties en gedachten die het teweeg brengt
    • illustraties in het boek: kleurgebruik, details, herkenbaarheid
    • de vorm van de tekst in het boek: rijmvorm, tekstopmaak, lettertypes
  26. NL.602 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.5.5; L4 1.5.7

    Drukken de eigen beleving bij het lezen van teksten uit.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksten:
    • fictie en non-fictie
    • bekroonde kinder- en jeugdliteratuur
    
    Eigen beleving:
    • de inhoud van het boek: persoonlijke interesse, herkenbare situatie, herkenbaar
        personage, emoties die het teweeg brengt
    • illustraties in het boek: tekenstijl, kleurgebruik, details, herkenbaarheid
    • de vorm van de tekst in het boek: doorlopende tekst, rijmvorm, tekstopmaak,
        lettertypes
    • de structuur van de tekst in het boek: indeling in hoofdstukken, indeling in alinea’s al
        dan niet met tussentitels,
  27. NL.603 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.5.2

    Gaan in gesprek over boeken, teksten en bijhorende illustraties.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    In gesprek:
    • leesvoorkeuren geven
    • vragen stellen en antwoorden geven
  28. NL.604 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.5.6

    Spreken met elkaar over boeken, teksten en bijhorende illustraties.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • leesvoorkeuren geven
    • leesmotivatie beschrijven
    • leesdoel formuleren
    • vragen stellen en vragen beantwoorden
    • eigen meningen formuleren

    Te hanteren begrippen

    de motivatie
  29. NL.605 Gebruiken L5 L6 L6 1.5.2

    Spreken met elkaar over boeken, teksten en bijhorende illustraties.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • leesvoorkeuren geven
    • leesmotivatie beschrijven
    • leesdoel formuleren
    • vragen stellen en vragen beantwoorden
    • eigen meningen formuleren
    • de eigen mening beargumenteren
  30. NL.606 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.5.3

    Duiden hun leesvoorkeuren aan.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Leesvoorkeuren:
    • bepaalde verhalen
    • bepaalde personages
  31. NL.607 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.5.4

    Illustreren hun literaire leesvoorkeuren.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik
    
    Leesvoorkeuren:
    • bepaalde verhalen
    • bepaalde personages
    • bepaalde reeksen
    • bepaalde genres
  32. NL.608 Begrijpen L5 L6 L6 1.5.2

    Illustreren hun literaire leesvoorkeuren.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik
    
    Leesvoorkeuren:
    • bepaalde verhalen
    • bepaalde personages
    • bepaalde reeksen
    • bepaalde genres
    • bepaalde auteur(s)
  33. NL.609 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.5.6; L6 1.5.2

    Verwoorden waarom een literaire tekst aanspreekt.

    Nederlands Literatuur › Interactie met literatuur › Spreken over literatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Literaire tekst:
    • verhalende tekst, rijk taalgebruik

    Voorbeelden

    Waarom een literaire tekst aanspreekt:
    • Ik lees graag boeken van die bepaalde auteur omdat in diens verhalen grappige dingen
        gebeuren. (emotie)
    • Ik ben niet zo’n lezer. Ik kan me moeilijk concentreren op een verhaal. Daarom kies ik
        liefst een boek met veel prenten in of een boek met korte hoofdstukken. (vorm)
  34. NL.610 Engageren K1 K2 K3 KO 1.5.5

    Zetten op een speelse en creatieve manier gesproken taal in.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Speels en creatief:
    • de eigen verbeelding oproepen
    • experimenteren met taal
    • talig creëren
    
    Inzetten:
    • in spelsituaties
    • bij vertelrondes
  35. NL.611 Begrijpen L1 L2 KO 1.5.5

    Drukken zichzelf op creatieve wijze uit.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Creatief:
    • vanuit de eigen verbeelding
    • experimenteren met taal
    • talig creëren
    
    Uitdrukken:
    • in gesproken taal
  36. NL.612 Begrijpen L3 L4 L4 1.5.9

    Drukken zichzelf op creatieve wijze uit.*

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitdrukken:
    • in gesproken taal
    • met een groeiende hoeveelheid woordenschat
    
    *op basis van voorbeelden
  37. NL.613 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Gebruiken een crea tieve taal bij het spreken. *

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

  38. NL.614 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een rijke taal op een creatieve manier.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    om het eigen spreken meer diepgang te geven.

    Voorbeelden

    Rijke taal:
    • een rijke woordenschat
    • bijvoeglijke naamwoorden
    • figuurlijk taalgebruik
    Diepgang:
    • een gevoel versterken
    • het karakter van een personage uitdiepen
  39. NL.615 Gebruiken L1 L2 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Presenteren een eigen talige creatie.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen talige creatie:
    een zelf verzonnen verhaal, vers of lied
  40. NL.616 Gebruiken L3 L4 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Presenteren een eigen talige creatie.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen talige creatie*:
    een zelf bedacht verhaal, gedicht of mop
    
    *op basis van voorbeelden
  41. NL.617 Gebruiken L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Presenteren een ei gen talige creatie.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen talige creatie:
    een zelf bedacht verhaal, gedicht, mop, toneel- of filmdialoog
  42. NL.618 Engageren K2 K3 KO 1.5.5

    Zetten geschreven taal op een speelse en creatieve manier in.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Speels en creatief:
    • de eigen verbeelding oproepen
    • experimenteren met geschreven taal
    • talig creëren
    
    Inzetten:
    • in spelsituaties
    • bij vertelrondes
    • gebruik makend van tekeningen, letters, cijfers en al dan niet uitgevonden tekens
  43. NL.619 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Gebruiken geschreven taal om zich creatief uit te drukken.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Creatief uitdrukken:
    de eigen gedachten, ervaringen en gevoelens
  44. NL.620 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Gebruiken een rijke taal om zichzelf creatief uit de drukken in schrijfproducten.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Rijke taal:
    • synoniemen, antoniemen
    • bijvoeglijke naamwoorden
    • figuurlijk taalgebruik
  45. NL.621 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Bedenken een eigen geschreven talige creatie.*

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Talige creaties:
    • een gedicht met een bepaald rijmschema
    • een rap
    • een brief
    • een verhaal met begin, midden, slot
    • een mop met een verrassende wending of clou
    • een toneel- of filmdialoog
    • een songtekst
    
    *op basis van voorbeelden
  46. NL.622 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.5.9; L6 1.5.5

    Schrijven steeds rijker wordende teksten om zichzelf creatief uit de drukken in schrijfproducten.

    Nederlands Literatuur › Creatieve expressie in taal › Creatief schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rijkere teksten:
    • de tekst bevat steeds meer details
    • karakters worden steeds meer uitgediept
    • ideeën worden steeds dieper uitgewerkt