189 doelen
vak: LO ✕ Lichamelijke opvoeding ✕
-
Ontwikkelen spierkracht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
-
Oefenen lenigheid.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
lenig, soepel
Voorbeelden
• Arda doet alsof hij een elastiek is en rekt zich zo ver mogelijk uit, eerst met zijn armen en daarna met zijn benen. • Storm zit op de grond met haar voetzolen tegen elkaar en beweegt haar knieën op en neer als een vlinder, terwijl ze haar benen soepel probeert te houden. -
Ontwikkelen uithoudingsvermogen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uithoudingsvermogen: volhouden, niet afhaken
-
Ontwikkelen uithoudingsvermogen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uithoudingsvermogen: conditie verbeteren
Voorbeelden
Uithoudingsvermogen: Sprinten, duurlopen, aanlopen
-
Ontwikkelen snelheid.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
-
Ontwikkelen oog-hand en oog-voet coördinatie.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
-
Voeren bewegingen gecoördineerd uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Gecoördineerd: • Lopen en aaneensluitend springen. • Klimmen op een klimrek waarbij de bewegingen van handen en voeten gelijktijdig gebeuren. • Een reactiebal tegen een muur gooien en proberen hem te vangen wanneer hij terug stuitert. -
Ontwikkelen evenwicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
-
Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: in bewegingscontexten
-
Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: in bewegingscontexten gecombineerd
-
Illustreren het belang van afwisseling van zitten, staan en bewegen in een gezonde bewegingsmix.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Belang afwisseling: De leerlingen brengen aan de hand van de bewegingsdriehoek in kaart hoeveel ze zitten, licht intensief bewegen, matig intensief bewegen en hoog intensief bewegen.
-
Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie, evenwicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: in bewegingscontexten voldoende lang gecombineerd conform de huidige richtlijnen voor bewegen van het Vlaams Instituut Gezond leven
-
Gebruiken functionele grepen voor het hanteren van voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Rosalie draait een grote sleutel in een slot om een deur te openen. • Jens slaat met een hamer op spijkers in een houten bord.
-
Gebruiken klein motorische handelingen bij het hanteren van voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klein motorische handelingen: • toename in nauwkeurigheid • toename in dosering en ontspanning
Voorbeelden
• Timo swipet op een scherm. • Demi draait een bladzijde van een boek om. • Sien strikt zijn veters. • Tom kleedt de pop aan en uit.
-
Gebruiken functionele grepen voor het hanteren van voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functionele grepen: • toename in gerichtheid • toename in controle • toename in kracht en druk Voorwerpen: • steeds kleinere voorwerpen • zowel sport- en spelmateriaal als ander aan hun leeftijd aangepast materiaal
-
Gebruiken schrijfmotorische handelingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor: • handspierkracht • lichaamshouding • krabbelen, letterachtige vormen, schrijfpatronen • verschillende soorten schrijfmaterialen
-
Gebruiken schrijfmotorische handelingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor: • correcte pengreep voor vloeiende bewegingen • handspierkracht • vingerbewegingen • correcte schrijfhouding, handpositie en bladligging • schrijfdruk • leesbaarheid • begrenzing en uitvoeringsgrootte
-
Gebruiken schrijfmotorische handelingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor: • vloeiend in een vlot tempo • leesbaarheid
-
Gebruiken schrijfmotorische handelingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor: • eigen handschrift • leesbaarheid
-
Zetten klein motorische vaardigheden functioneel in.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inzetten: • met oog-handcoördinatie • gedoseerd • nauwkeurig • ontspannen
-
Nemen gericht waar met alle zintuigen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Gericht waarnemen (P)
-
Herkennen de spelregels van een (bewegings)spel.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: binnen een eenvoudige spelvorm Spelregels: één tot twee spelregels
-
Beschrijven de spelregels van een (bewegings)spel.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: binnen een eenvoudige spelvorm Spelregels: één tot twee spelregels
Te hanteren begrippen
de spelregel, de afspraak
-
Passen de spelregels van een (bewegings)spel correct toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
(Bewegings)spel: een eenvoudige spelvorm Spelregels: één tot twee spelregels
-
Tonen durf in hun bewegingsvaardigheid.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
-
Herkennen veiligheidsafspraken.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: bij spelvormen en bewegingsactiviteiten
Voorbeelden
Veiligheidsafspraken: We duwen en trekken niet tijdens het spelen van een spel; Ik stop met bewegen wanneer ik pijn heb.
-
Beschrijven de veiligheidsafspraken.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: bij spelvormen en bewegingsactiviteiten
Te hanteren begrippen
veilig
Voorbeelden
Veiligheidsafspraken: Ik gebruik het materiaal zoals het hoort; Ik blijf tussen de lijnen.
-
Passen de veiligheidsafspraken toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassen: bij spelvormen en bewegingsactiviteiten
-
Drukken zich op een sociaal aanvaarde wijze uit bij het samen bewegen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een sociaal aanvaarde wijze: • aanmoedigen • hulp bieden • inspanningen van anderen waarderen • beheersen van emoties • samenwerken • luisteren naar anderen • persoonlijke ruimte respecteren
-
Benoemen een eigen regelovertreding.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de fout, de overtreding
-
Respecteren sancties bij het overtreden van afgesproken spelregels.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
-
Participeren aan een groepsindeling.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groepsindeling: verplichte met diverse taken en rollen Participeren: bereid zijn met iedereen samen te bewegen
-
Participeren aan een groepsindeling.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groepsindeling: • verplichte • zelfgekozen: met aandacht voor even sterke groepen maken • met diverse taken en rollen Participeren: bereid zijn met iedereen samen te bewegen
-
Herkennen de spelregels van sport- en spelvormen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sport- en spelvormen: • individuele • teamgerichte
-
Passen de spelregels van sport- en spelvormen toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sport- en spelvormen: • individuele • teamgerichte
-
Duiden de veiligheidsafspraken.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duiden: bij bewegingsactiviteiten, sport- en spelvormen
Voorbeelden
Veiligheidsafspraken: • Ik wacht op mijn beurt bij het hoogspringen. • Ik draag geschikte kledij en schoenen.
-
Passen de veiligheidsafspraken bij bewegingsactiviteiten, sport- en spelvormen toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
-
Duiden elementaire tactische principes van sport- en spelvormen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sport- en spelvormen: • individuele • teamgerichte Tactische principes: • aanval • verdediging • omschakeling
Te hanteren begrippen
de tactiek, de aanval, de verdediging, de omschakeling
Voorbeelden
• Bij een langeafstandsloop verdeelt Joshua zijn snelheid over de ganse afstand. • Bij basketbal anticipeert Britt op een tegenstander door klaar te staan om de bal te blokkeren wanneer ze ziet dat iemand die gaat gooien. • Charlotte verliest de bal bij een dribbel maar schakelt meteen om door de tegenstander te volgen en te proberen de bal terug te winnen. • Arthur wordt afgetikt maar blijft alert en pakt vanuit het zijvak snel een bal om teamgenoten te helpen. -
Passen elementaire tactische principes van sport- en spelvormen toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sport- en spelvormen: • individuele • teamgerichte Tactische principes: • aanval • verdediging • omschakeling
-
Duiden de principes van fairplay.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Principes: • Speel eerlijk (en dus niet vals). • Wees respectvol: voor elkaar, scheidsrechter, regels en sancties. • Het gaat niet alleen om winnen maar ook om samen plezier maken. • Help elkaar. • Accepteer winst en verlies. • Blijf rustig. • Speel voor het team.
Te hanteren begrippen
de fairplay
-
Passen de principes van fairplay toe.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
-
Passen verschillende rollen toe bij teamgerichte sport- en spelvormen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende rollen: met inbegrip van de rol van scheidsrechter
Voorbeelden
• Fenna is vandaag aanvaller en Louise verdediger bij het voetballen. Vorige week was het niet omgekeerd. • Rayan is vandaag werper en Len vanger bij trefbal. Vorige week was het net omgekeerd. -
Passen zelfstandig oplossingen toe voor een bewegings- of spelprobleem.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
bewegings- of spelprobleem: • bij sport- en spelvormen • bij bewegingsactiviteiten
-
Tonen hun kennis van fairplay in verschillende contexten.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tijdens de speeltijd wijst Margaux een andere leerling op het niet volgen van de fairplay regels. • Andres die een spel heeft verloren, feliciteert de winnaar. -
Participeren aan zintuigspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zintuigspelen: • gerichte aandacht voor verschillende sensorische prikkels • in relatie tot één of meerdere zintuigen Participeren: • in combinatie met reactiesnelheid
Voorbeelden
Zintuigspelen: voelspel, geluidenspel, blind parcours, kleurenjacht, warm of koud, blind tekenen, 1 2 3 piano
-
Participeren aan tikspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tikspelen: eenvoudige spelregels Participeren: rennen, stoppen, tikken
Voorbeelden
Tikspelen: schipper mag ik overvaren, kleurentikkertje
-
Participeren aan tikspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tikspelen: complexere regels Participeren: • gebruik van tactische principes • eerst individueel later ook in team • samenwerken met andere lopers of tikkers
Voorbeelden
Tikspelen: vlaggenroof, haasje-over, dierentikkertje Tactische principes: van richting of tempo veranderen (schijnacties) Complexere regels: ‘vrij maken’ van getikte spelers
-
Participeren aan loopspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Loopspelen: • individueel • teamgericht
Voorbeelden
Loopspelen: sprint, duurloop, aflossingsloop, nummerloop
-
Participeren aan trefspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Trefspelen: • in eenzelfde speelveld • in gescheiden speelveld • individueel • teamgericht Participeren: • voorwerp ontwijken of tegenhouden • met een voorwerp treffen
Voorbeelden
Trefspelen: jagersbal, trefbal
-
Participeren aan stoeispelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stoeispelen: • individueel • teamgericht Participeren: • verdedigen en afnemen van voorwerpen • balansverstoring bij zichzelf voorkomen • balansverstoring bij tegenspeler veroorzaken (duwen, trekken) • draaien en houden tegenspeler op rug
Voorbeelden
Stoeispelen: judo, stoelendans, touwtrekken, elkaar al hinkelend uit een vak duwen
-
Participeren aan doelspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doelspelen: • individueel • teamgericht Participeren: • tegenstander al passend en dribbelend voorbijgaan • speelvoorwerp van tegenstander veroveren • doelpoging ondernemen en voorkomen
Voorbeelden
Doelspelen: voetbal, basket, hockey, boogschieten
-
Participeren aan terugslagspelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Terugslagspelen: • individueel • teamgericht Participeren: • afzonderlijk oefenen van voorwerpen heen en weer naar elkaar spelen, zo lang mogelijk, over een hindernis, binnen een afgebakend gebied • een terugslagspel spelenVoorbeelden
Terugslagspelen: • netbal, badminton, tennis
-
Tonen hun kennis van sport- en spelvormen in verschillende contexten.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Fleur wil een spel organiseren voor de andere klasgenoten. Fleur stelt voor: "We kunnen een estafette houden! We verdelen iedereen in teams en we moeten om de beurt een rondje rennen en een stokje doorgeven." De klasgenoten knikken: "Goed idee! We kunnen ook hindernissen toevoegen om het extra uitdagend te maken." • Milan en Jesse zien dat hun team moeite heeft met posities in het veld. Milan zegt: "Laten we een driehoek maken als we overspelen, dan hebben we altijd een extra optie." Jesse vult aan: "Ja, en als we breed spelen, maken we het veld groter en wordt het makkelijker om te passen!" -
Stemmen bewegingen af op een vooropgestelde duur.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Daniel stapt eerst rustig, maar wanneer de juf zegt dat er nog maar tien seconden over zijn, begint hij sneller te lopen om op tijd te zijn. • Tijdens de bewegingsles luistert Mike goed naar het fluitsignaal. Bij een lang fluitsignaal gaat hij meteen zitten en bij een kort fluitsignaal blijft hij staan. -
Voeren bewegingen in een bepaalde volgorde uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jessica voert een reeks opeenvolgende bewegingen uit. Daarna voeren de andere kinderen uit haar klas dezelfde reeks uit. • Tijdens de les maakt de leraar verschillende geluiden. Xavi weet dat bij een klap in de handen hij moet springen, bij een fluitsignaal moet hij bukken en bij een trommelgeluid moet hij draaien. Hij luistert goed en voert de bewegingen in de juiste volgorde uit. -
Stemmen bewegingen af op het tempo.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tempo: • een opgelegd tempo • tempo van bewegende voorwerpen • tempo van personen
Voorbeelden
• Amelia stapt sneller dan een rollende bal. • Evert springt even snel als het draaien van een springtouw.
-
Stemmen bewegingen af op een opgelegd ritme.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tijdens de les hoort Mika het ritme van de trom. Wanneer de trom langzaam slaat, loopt ze rustig, maar zodra het ritme sneller wordt, versnelt ze haar passen om in de maat te blijven.
-
Voeren combinaties van bewegingen uit volgens een opgelegd ritme.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren zonder aanwijzingen
-
Verplaatsen zich via meerdere opeenvolgende hindernissen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
-
Plaatsen zich op een aangegeven plek.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zich plaatsen: individueel
-
Plaatsen zich op een aangegeven plek.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zich plaatsen: • met meerdere • rekening houdend met de ruimtelijke begrenzingen
-
Lokaliseren snel een afgesproken plaats.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: rekening houdend met plaatsaanduidingen
Voorbeelden
• De meester wijst een hoepel aan. Wanneer hij "Start!" roept, rent Nathan snel naar de juiste hoepel die eerder was aangeduid. • Tijdens een tikspel rent Cato door de zaal. Zodra de juf op haar fluit blaast, haast ze zich naar haar eerder toegewezen vak en gaat daar snel staan. -
Oriënteren zich ten opzichte van anderen en objecten in een bewegingssituatie.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Rens loopt zonder tegen anderen te botsen in een drukke turnzaal. • Bij het gooien van een bal richt Rayan zich op de positie van een kegel om deze precies te raken. -
Bewegen in een aangegeven richting.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tijdens de les toont de juf verschillende symbolen. Wanneer zij een pijl naar voren laat zien, loopt Sterre voorwaarts. Bij een pijl naar achteren stapt ze direct achteruit, en bij een schuine pijl beweegt ze schuin de aangegeven kant op. • Ruben en Stijn spelen een spel waarbij ze rond een bal moeten bewegen. Ze draaien en cirkelen samen totdat de juf "Stop!" roept. -
Stemmen de eigen bewegingsbaan af op bewegende voorwerpen of personen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afstemmen van de bewegingsbaan: • stoppen • richten • wijzigen
-
Bewegen in de meest efficiënte bewegingsrichting.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
-
Stemmen hun beweging af op een te overbruggen afstand.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afstemmen: de afstand inschatten
Voorbeelden
• Hendrik gooit een bal naar Moos. Als ze dichtbij staat, gooit hij zachtjes, maar als ze verder weg staat, gebruikt hij meer kracht om de bal te laten aankomen. • Bij het springparcours ziet Kai dat de hoepel ver ligt. Hij neemt een korte aanloop en springt met een grote sprong om eroverheen te komen. -
Verplaatsen zich in meerdere opeenvolgende richtingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tijdens de les volgt Danique de instructies van de juf op. Ze draait eerst naar links, loopt daarna een paar stappen vooruit en springt vervolgens naar rechts. • Sep speelt op het schoolplein. Hij rent eerst achteruit, draait dan naar rechts en springt daarna over een lijn om het parcours af te maken. -
Stemmen bewegingen af op de ruimte.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • positie • afstand • richting • bewegingsbaan Afstemmen: in gecontroleerde situaties
-
Stemmen bewegingen af op de ruimte.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • positie • afstand • richting • bewegingsbaan Afstemmen: in onvoorspelbare spelsituaties
-
Reageren snel op signalen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Signalen: • enkelvoudig signaal • auditief • visueel • tactiel Reageren: • reactiesnelheid
Voorbeelden
Siel reageert op een fluitsignaal (auditief).
-
Reageren snel en correct op signalen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Signalen: • enkelvoudige signalen • één of meerdere signalen • in combinatie: auditief, visueel en tactiel Reageren: • reactiesnelheid
Voorbeelden
Tijdens het lopen reageert Twan op een hand die omhoog gaat (visueel) en een fluitsignaal (auditief).
-
Selecteren het relevante signaal wanneer verschillende prikkels gelijktijdig worden waargenomen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen
-
Reageren snel en correct op signalen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Signalen: • enkelvoudige en meervoudige signalen • één of meerdere signalen • in combinatie: auditief, visueel en tactiel Reageren: • reactiesnelheid
Voorbeelden
• Suus hoort een lang fluitsignaal en ziet tegelijkertijd de juf haar arm omhoog steken. Zij reageert snel en begint direct met de nieuwe oefening. • Wanneer de meester in zijn handen klapt én met zijn vinger naar links wijst, weet Amandine dat ze snel die kant op moet rennen om niet getikt te worden. -
LO.075 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.6; KO 7.1.7; KO 7.1.8; L4 7.1.6; L4 7.1.7; L4 7.1.8; L4 7.1.9; L6 7.1.7; L6 7.1.8
Tonen hun kennis over tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen in verschillende contexten.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tijdens de speeltijd hoort Florian dat er een liedje begint te spelen. Hij weet dat dit het signaal is om in de rij te gaan staan en loopt meteen naar zijn plek. • Bij het uitstappen uit de bus wacht Dirk tot iedereen voor hem is uitgestapt. Zodra de laatste klasgenoot uitstapt, sluit hij snel aan en volgt de groep. -
Demonstreren bij het bewegen dat ze de opbouw van hun lichaam kennen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
-
Demonstreren diverse lichaamshoudingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Diverse lichaamshoudingen: • Ik sta als een flamingo. • Ik hou het hoofd schuin en steek één arm in de lucht.
-
Veranderen een aan de gang zijnde beweging.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beweging: zonder dat de ene beweging invloed heeft op de andere Veranderen: • door te stoppen • door te vertragen • door te versnellen • door de aard te veranderen
Voorbeelden
Bewegingen veranderen: • Vlugge bewegingen die plots overgaan in slow motion. • Een beweging doelbewust onderbreken en laten opvolgen door een andere.
-
Voeren bewegingen tegelijk of opeenvolgend uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bewegingen: • zonder dat de ene beweging invloed heeft op de andere • zonder dat een ander deel van het lichaam meebeweegt
Voorbeelden
• Dorianne houdt in iedere hand het uiteinde van een touw vast. Zij werpt een uiteinde weg en houdt het andere uiteinde vast. • Jort stapt terwijl hij een bal omhoog gooit en terug opvangt. -
Respecteren de eigen lichaamskenmerken bij het bewegen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamskenmerken: • mogelijkheden en beperkingen van de eigen lichaamsopbouw • lichaamsgrenzen
-
Respecteren de lichaamskenmerken van anderen bij het bewegen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lichaamskenmerken: mogelijkheden en beperkingen
-
Bewegen zijwaarts, voorwaarts en achterwaarts.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
-
Demonstreren symmetrische houdingen en bewegingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Demonstreren: nabootsen
-
Demonstreren asymmetrische houdingen en bewegingen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Demonstreren: nabootsen
-
Demonstreren een duidelijke voorkeur voor de linker- of rechterhand of -voet.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Demonstreren: met inbegrip van een duidelijke taakverdeling tussen het gebruik van de linker- en rechterhand of -voet • in bewegingscontexten met eenhandige taken • in bewegingscontexten waar tweehandigheid vereist is
Voorbeelden
• Bij het werpen merkt Ravi dat hij liefst zijn linkerhand gebruikt. • Wanneer Naïma ver wil springen, stoot ze best af met haar rechtervoet.
-
Gebruiken gepast hun linker- en rechterhand of -voet.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Tijdens het schrijven gebruikt Kate haar rechterhand om te schrijven, terwijl ze met haar linkerhand het schrift op zijn plek houdt. • Bij het hoogspringen duwt Sander zich af met zijn sterke linkerbeen, terwijl hij zijn rechterbeen hoog zwaait om over de lat te komen. -
Gebruiken hun voorkeurzijde bij het wenden en draaien rond hun lengteas.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde
-
Ontwikkelen spierspanning.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spierspanning: • dynamisch en statisch Ontwikkelen: • via bewegingsopdrachten • zelfstandig of in spelvorm
Voorbeelden
Spierspanning: Metafoor met de sneeuwman: Span jezelf helemaal op (spanning), en dan smelt je weg (ontspanning).
-
Demonstreren dat ze gedurende een bepaalde tijd een ontspannen houding kunnen aannemen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
-
Verwoorden het belang van dagelijks bewegen en fysieke inspanning voor de gezondheid.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
gezond, bewegen
-
Demonstreren dat ze hun lichaam kunnen opspannen en ontspannen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
-
Demonstreren een ontspannen houding of beweging na een beweging die grote inspanning vraagt.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
-
Verwoorden het belang van opwarmen voor en tot rust komen na een fysieke inspanning.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de rust, opwarmen
-
Demonstreren tijdens bewegingsactiviteiten dat ze hun energie kunnen doseren.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
-
Ontwikkelen spierspanning.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Spierspanning: • dynamisch en statisch Ontwikkelen: • via bewegingsopdrachten • zelfstandig of in sport- en spelvorm
Te hanteren begrippen
stretchen, gespannen, ontspannen
Voorbeelden
Spierspanning: • metafoor met de banaan: plankhouding (hol, bol) • warming-up en cooling-down
-
Illustreren de korte- en langetermijneffecten van fysieke inspanning op het lichaam.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Korte- en langetermijneffecten: fysieke en mentale gezondheid
-
Verwoorden het belang van het doseren van een fysieke inspanning.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
-
Tonen hun specifieke kennis van lichaamsperceptie in verschillende contexten.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Na een sprint tijdens een spel in het park, voelt Lieve dat haar hartslag hoog is. Ze zegt: "Ik moet even stilzitten en rustig ademhalen, zodat mijn hart weer normaal gaat kloppen.” • Jax helpt thuis met het tillen van een zware doos. Hij buigt zijn knieën en zegt: "Ik moet door mijn knieën gaan om mijn rug niet te belasten.” -
Duiden het belang van een goede zit-, sta- en schrijfhouding.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding
-
Verwoorden de principes van een goede lichaamshouding.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de correcte lichaamshouding
Voorbeelden
• Victoria laat haar schouders zakken en houd ze niet opgetrokken. • Michael buigt door de knieën wanneer hij iets wil optillen.
-
Beschrijven de gevolgen van een slechte lichaamshouding voor hun gezondheid.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gezondheid: fysieke en mentale gezondheid
-
Gebruiken een goede lichaamshouding bij dagelijkse activiteiten.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jolien gebruikt een goede lichaamshouding bij het zitten tijdens het studeren. • Mirella gebruikt een goede lichaamshouding bij het heffen van een stoel.
-
Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stappen en lopen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen • zonder en met hindernissen
-
Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stappen en lopen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen • zonder en met hindernissen
Te hanteren begrippen
stappen, lopen
Voorbeelden
Stappen en lopen: • lopen als een muis, lopen als een olifant. • Achterwaarts stappen met een pittenzakje op het hoofd. • Gehurkt stappen rond kegels.
-
Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stappen en lopen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen • zonder en met hindernissen • aanpassing van loophouding en – tempo aan de afstand
Voorbeelden
• Julius probeert zich te verplaatsen met stelten. Hij zet voorzichtig één voet voor de andere en houdt zijn evenwicht terwijl hij vooruit stapt. • Esra sprint zo snel mogelijk naar de overkant van het veld wanneer de juf het startsein geeft, waarbij ze haar paslengte en snelheid aanpast aan de afstand. -
Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sluipen en kruipen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder voorwerpen • zonder en met hindernissen
-
Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sluipen en kruipen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder voorwerpen • zonder en met hindernissen
Te hanteren begrippen
sluipen, kruipen
-
Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sluipen en kruipen: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen • zonder en met hindernissen
Voorbeelden
• Stella moet zich kruipend door een smalle tunnel verplaatsen. Eerst gaat ze voorwaarts, maar zodra de tunnel lager wordt, draait ze zich op haar rug en schuift achteruit verder. • Lorenzo kruipt onder een lage tafel door tijdens het hindernisparcours. Hij houdt hierbij een balletje vast dat hij later in de emmer moet gooien. -
Verplaatsen zich door te klauteren.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klauteren: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder voorwerpen • zonder en met hindernissen
-
Verplaatsen zich door te klauteren.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klauteren: • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen • zonder en met hindernissen • op een hellend vlak of toestel, met voldoende grip en steun
Te hanteren begrippen
klauteren
-
Verplaatsen zich door te klimmen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimmen: • op een stabiel vlak of toestel • met veilige afdaling
Te hanteren begrippen
klimmen
Voorbeelden
Tijmen klimt op het sportraam of op een speeltuig.
-
Verplaatsen zich door te klimmen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimmen: • op een stabiel vlak of toestel • op een onstabiel vlak of toestel • met veilige afdaling • in verschillende richtingen
Voorbeelden
Nola klimt op een touwladder.
-
Verplaatsen zich door te klimmen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimmen: • op een klimtouw of paal • met voldoende grip en steun klimmen • met veilige afdaling
-
Staan met behoud van evenwicht op één voet.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voet: de voorkeursvoet en de niet voorkeursvoet
-
Balanceren.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Balanceren: • al staande • in verplaatsing • met behoud van evenwicht • op een breed, stabiel vlak
Voorbeelden
Andrie stapt op de Zweedse bank.
-
Balanceren.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Balanceren: • al staande • in verplaatsing • met behoud van evenwicht • op een breed, stabiel vlak • op een smal, stabiel vlak • op een onstabiel vlak • op een hellend vlak • op verschillende manieren • in verschillende richtingen • zonder en met voorwerpen
-
Voeren een beweging of houding in balans uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: met twee of meerderen op een stabiel vlak
Voorbeelden
Ben doet een uitvoering op de Zweedse bank.
-
Voeren een beweging of houding in balans uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: met twee of meerderen op een onstabiel of smal vlak
Voorbeelden
Tijdens de bewegingsles bouwen de kinderen uit Wesley zijn klas een menselijke piramide.
-
Verplaatsen zich door te glijden.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Glijden: • met behoud van evenwicht • op verschillende manieren • met de voeten eerst
-
Verplaatsen zich door te glijden.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Glijden: • met behoud van evenwicht • op verschillende manieren • met de voeten eerst
Te hanteren begrippen
glijden
Voorbeelden
Bieke glijdt van een glijbaan op de buik.
-
Verplaatsen zich door te glijden.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Glijden: • met behoud van evenwicht • op verschillende manieren • met de voeten eerst • zonder en met partner • zonder en met voorwerpen
-
Verplaatsen zich door te glijden.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Glijden: • met behoud van evenwicht • op verschillende manieren • met de voeten eerst of met het hoofd eerst • zonder en met partner • zonder en met voorwerpen
-
Verplaatsen zich of een medeleerling door te glijden of te rijden.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Glijden/rijden: • behendig en veilig • met rollend of glijdend materiaal
-
Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stuurvaardigheid als fietser: • met de loopfiets • opstappen en vertrekken • rechtdoor rijden tussen een smalle strook • benen omhoog zwaaien en evenwicht behouden • over een turnmat rijden • slalommen • stoppen
-
Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stuurvaardigheid als fietser: • met de fiets aan de hand stappen • opstappen en vertrekken • rechtdoor rijden • over een oneffen terrein rijden • evenwicht houden/traag rijden • slalommen • remmen • stoppen en afstappen
-
Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stuurvaardigheid als fietser: • omkijken over de linker-en rechterschouder en daarbij de koers blijven houden • arm uitsteken • bocht nemen • in een cirkel rijden • rekening houden met de voetgangers op een zebrapad • rekening houden met passagiers die uitstappen • rekening houden met tegen- en achterliggers • veilig inhalen • onvoorzien remmen • fietsen tot aan een zebrapad, afstappen en te voet oversteken • over oneffen terrein rijden • slalommen op korte afstand
-
Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stuurvaardigheid als fietser: • rechts en links afslaan • langs een hindernis fietsen • voorrang verlenen • kruispunt met een agent oversteken • kruispunt met verkeersborden en wegmarkeringen oversteken • fietsen op een rotonde zonder fietspad • oversteken aan verkeerslichten • oversteken op een fietsoversteekplaats • oversteken aan een overweg • fietsen in groep en hierbij onderling communiceren • fietsen in groep: ritsen • fietsen in groep: compact rijden • bevelen agent opvolgen
-
Verplaatsen zich door te huppen en hinken.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
huppen, hinken
Voorbeelden
Sami hupt als een kikker.
-
Verplaatsen zich door te huppelen en hinkelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
huppelen, hinkelen
-
Verplaatsen zich met loopsprongen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Loopsprongen: over lage hindernissen springen en gelijkmatig doorlopen (hindernislopen)
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • vrije sprongen • voorwaarts of zijwaarts • met landing in evenwicht
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • van een verhoogd vlak (dieptesprong) • met landing in evenwicht
Te hanteren begrippen
springen
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • vrije sprongen • met verend afzetmateriaal • met landing in evenwicht
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • over een hindernis • zonder handensteun • met landing in evenwicht
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • zo hoog of zo ver mogelijk • aanloop, afzet, zweeffase en landing
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • steunsprongen • over de grond
Voorbeelden
Moniek springt als een konijn.
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • hurksprong, wendsprong of spreidsprong • over een hindernis, medeleerling of toestel • met handensteun • met landing in evenwicht
-
Verplaatsen zich door te springen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Springen: • hurksprong, wendsprong of spreidsprong • over een hindernis, medeleerling of toestel • met handensteun • met en zonder verend afzetmateriaal • met landing in evenwicht
-
Springen over een over de grond bewegend touw.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
-
Springen in een touw.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Touw: zelf ronddraaien
Te hanteren begrippen
touwspringen
-
Springen in een touw.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Touw: • zelf ronddraaien • anderen draaien rond Springen: • in wisselend tempo • in wisselende uitvoering
Voorbeelden
• Tijdens de les draait Sjoerd zelf een springtouw rond en springt in twee tijden, met een kleine tussensprong tussen elke grote sprong. • Jaylinn springt in een lang touw. Eerst doet ze rustige sprongen, maar als de draaiers het tempo verhogen, versnelt ze haar sprongen om bij te blijven. -
Dragen al hangend het eigen lichaamsgewicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hangen: • in verschillende hangposities • verticaal en rechtop
Te hanteren begrippen
hangen
Voorbeelden
Jonah hangt aan het klimrek.
-
Dragen al hangend het eigen lichaamsgewicht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hangen: • in verschillende hangposities. • verticaal, rechtop en omgekeerd (apenhang, kniehang)
-
Verplaatsen zich vanuit een hangpositie.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zwieren: • van stang/ring naar stang/ring zich horizontaal verplaatsen • van stang/ring naar stang/ring zich verticaal verplaatsen • slingeren aan één of twee touwen en in evenwicht landen
Te hanteren begrippen
slingeren, zwaaien, zwieren
-
Schommelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schommelen: • zittend • op een schommelplank • met hulp van anderen
-
Schommelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
• zittend • op een schommelplank of een knop • van met hulp van anderen naar zelfstandig
Te hanteren begrippen
schommelen
-
Schommelen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schommelen: • zittend en staand • op een schommelplank of een knop • zonder hulp van anderen
-
Verplaatsen zich door te rollen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • langs de lengte-as op een hellend vlak van hoog naar laag • langs de lengte-as op een horizontaal vlak
-
Verplaatsen zich door te rollen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • langs de lengte-as op een hellend vlak van hoog naar laag • langs de lengte-as op een horizontaal vlak
Te hanteren begrippen
rollen
-
Verplaatsen zich door te rollen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • voorwaartse rol (langs de breedte as) • op een hellend vlak van hoog naar laag
-
Verplaatsen zich door te rollen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • voorwaartse of achterwaartse rol (langs de breedte as) • op een hellend vlak van hoog naar laag • op een horizontaal vlak
Te hanteren begrippen
de voorwaartse rol, de achterwaartse rol
-
Verplaatsen zich door te draaien rond hun breedte as.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Draaien: • voorwaarts aan een toestel • achterwaarts aan een toestel
-
Verplaatsen zich door te draaien rond hun diepte as.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Draaien: de radslag
-
Verplaatsen zich door te rollen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: varianten van een voorwaartse rol
-
Voeren een handenstand uit.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Omgekeerde houdingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Uitvoeren: met hulp van anderen of een verticaal steunvlak
Te hanteren begrippen
de handenstand
-
Rollen voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • met één en twee handen • naar een vast doel
-
Schuiven voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schuiven: • met één en twee handen • naar een vast doel
Voorbeelden
Quinty schuift een pittenzak naar een aangeduid vlak op de grond.
-
Rollen voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rollen: • met één en twee handen • naar een vast doel of naar een bewegend doel
Te hanteren begrippen
rollen
Voorbeelden
Keano raakt een bewegende bal door een andere bal ernaar toe te rollen.
-
Schuiven voorwerpen.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schuiven: • met één en twee handen • naar een vast doel of naar een bewegend doel
Te hanteren begrippen
schuiven
-
Werpen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werpen: vanuit stilstand
-
Werpen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werpen: vanuit stilstand
Te hanteren begrippen
werpen
-
Vangen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vangen: vanuit stilstand
-
Vangen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vangen: vanuit stilstand
Te hanteren begrippen
vangen
-
Werpen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werpen: • vanuit stilstand of beweging • op verschillende manieren • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk
Voorbeelden
• Faas werpt een ring met een onderhandse beweging over een paal. • Lily werpt een stok met een krachtige bovenhandse beweging zo ver mogelijk.
-
Vangen een voorwerp.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vangen: • op verschillende manieren • vanuit stilstand of beweging
-
Slaan een voorwerp weg.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Slaan: met of zonder slagvoorwerp
Te hanteren begrippen
slaan
Voorbeelden
Kees slaat een ballon weg met een opgerolde krant.
-
Slaan een voorwerp weg.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Slaan: • met slagvoorwerp, hand(en) of arm(en) • vanuit stilstand of beweging • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk
Voorbeelden
• Floortje slaat met een golfstick een balletje naar een doel. • Jop slaat met beide armen onderhands een bal over het net weg.
-
Trappen een voorwerp weg.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
-
Trappen een voorwerp weg.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Trappen: • vanuit stilstand of beweging • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk • stilstaande of bewegende voorwerpen
Te hanteren begrippen
(weg)trappen, schoppen
-
Houden een voorwerp in beweging
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
In beweging: • met handen of voeten (dribbelen) • met slagmateriaal (drijven) • op verschillende manieren
Te hanteren begrippen
dribbelen, drijven
-
Heffen een last.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Heffen: • op verschillende manieren • gecontroleerd neerzetten • veilig en rugsparend
Te hanteren begrippen
heffen
-
Dragen een last.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dragen: • op verschillende manieren • gecontroleerd neerzetten • veilig en rugsparend
Te hanteren begrippen
dragen
-
Gebruiken trek- en duwkracht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Trekken/duwen: • op verschillende manieren • een voorwerp • een medeleerling
Te hanteren begrippen
trekken, duwen
-
Gebruiken trek- en duwkracht.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Trekken/duwen: • één leerling trekt en duwt een voorwerp of medeleerling • in groep medeleerlingen of voorwerpen trekken en duwen • samenwerking of tegenwerking • een voorwerp • een medeleerling
-
Houden het hoofd onder water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Houden: • gedurende minimum 3 seconden • zonder duikbril en neusklem (tenzij medisch noodzakelijk) • met inademen boven water en uitademen onder water • met oriëntatie onder water (kijken, voorwerpen zoeken, richting bepalen)
Te hanteren begrippen
kopje onder
Voorbeelden
• Marley kijkt onder water, zoekt een steen op de bodem en haalt die op. • Ilse zegt haar naam onder water. • Berend blaast bellen onder water.
-
Houden de romp in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Houden: • “stilstaand”: horizontaal in het water liggen (buiklig, ruglig) • in beweging: draaien rond de lengte-, breedte- en diepte-as van het lichaam
Voorbeelden
• Tijdens de zwemles ligt Rafael in ondiep water en drijft op zijn rug terwijl de juf hem ondersteunt. • Fien komt vanuit een drijfhouding terug recht. -
Bewegen de ledematen in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Bewegen: • armen en benen vrij bewegen • armen en benen afzonderlijk gebruiken (stuwen) • armen en benen samen gebruiken (stuwen)
Voorbeelden
• Giovanni spat in het water met armen en benen. • Joyce stapt in het water met armstuwing. • Murat stuwt met zijn benen en duwt drijvend materiaal voort met de armen.
-
Springen in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Springen: met de voeten eerst
Voorbeelden
Juna springt van de rand van het zwembad in het water.
-
Voeren drijf- en glijbewegingen uit in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Drijf- en glijbewegingen: focus op combinatie ‘hoofd’ en ‘romp’
Te hanteren begrippen
drijven
Voorbeelden
• Christian drijft ter plaatse in het water. • Sem zet zich af tegen de muur en probeert zo ver mogelijk te glijden op zijn rug zonder arm- of beenbewegingen. • Elara glijdt enkele meters op haar buik en blijft daarna ter plaatse drijven. • Ezra draait tijdens het glijden van buiklig naar ruglig. -
Voeren drijf- en glijbewegingen uit in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Drijf- en glijbewegingen: focus op combinatie ‘hoofd’ en ‘romp’
-
Gebruiken een correcte coördinatie in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: ondiep water Coördinatie: Uitvoering van arm- en beenbeweging (‘ledematen’) in combinatie met de ademhaling (‘hoofd’) Voorbeelden: • Lotte ademt 5 keer na elkaar ritmisch in boven water en blaast uit onder water. • Janne zwemt door een hoepel. • Omar zwemt onder een plank. • Hannes duikt een ring op.
-
Gebruiken een correcte coördinatie in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Coördinatie: Uitvoering van arm- en beenbeweging (‘ledematen’) in combinatie met de ademhaling (‘hoofd’)
-
Verplaatsen zich in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Zich verplaatsen: met ondersteuning
Voorbeelden
• Mart verplaatst zich via de rand van het zwembad in het diepe water. • Bo beweegt zich voort in diep water terwijl ze een plankje vasthoudt. • Mae beweegt zich in diep water terwijl de leerkracht ondersteuning biedt.
-
Verplaatsen zich in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Zich verplaatsen: • focus op combinatie ‘romp’ en ‘ledematen’ • zonder afstoot • in buiklig: horizontale ligging (vormspanning) • in ruglig: horizontale ligging (vormspanning) • door doelmatig te stuwen met armen en benen • continu bewegen zonder stoppen of staan
-
Springen in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Springen: met de voeten eerst
-
Springen in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Springen: • met de voeten eerst • kantelen naar horizontale ligging en verder voortbewegen in het water
-
Verplaatsen zich doelmatig in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Doelmatig: • afstand van 50 m • zonder hulpmiddelen • in een aangeleerde zwemslag: combinatie van aquatische ademhaling, horizontale ligging (evenwicht) en stuwing van de ledematen (focus op doelmatig bewegen, niet op perfecte techniek) -
Verplaatsen zich doelmatig in het water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Doelmatig: • afstand van 50 m • zonder hulpmiddelen • in een aangeleerde zwemslag: combinatie van aquatische ademhaling, horizontale ligging (evenwicht) en stuwing van de ledematen (focus op doelmatig bewegen, niet op perfecte techniek) • met extra opdrachten onderweg: ter plaatse drijven, roteren rond verschillende lichaamsassen, driemaal ondergaan en uitademen, veranderen van zwemrichting, watertrappelen -
Verplaatsen zich doelmatig in water.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Water: diep water Doelmatig: met kledij, reddingsvest in functie van overleven in noodsituaties