Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

189 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: LO ✕

  1. LO.001 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Ontwikkelen spierkracht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

  2. LO.002 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Oefenen lenigheid.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    lenig, soepel

    Voorbeelden

    • Arda doet alsof hij een elastiek is en rekt zich zo ver mogelijk uit, eerst met zijn
        armen en daarna met zijn benen.
    • Storm zit op de grond met haar voetzolen tegen elkaar en beweegt haar knieën op
        en neer als een vlinder, terwijl ze haar benen soepel probeert te houden.
  3. LO.003 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.3

    Ontwikkelen uithoudingsvermogen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uithoudingsvermogen:
    volhouden, niet afhaken
  4. LO.004 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Ontwikkelen uithoudingsvermogen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uithoudingsvermogen:
    conditie verbeteren

    Voorbeelden

    Uithoudingsvermogen:
    Sprinten, duurlopen, aanlopen
  5. LO.005 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Ontwikkelen snelheid.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

  6. LO.006 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Ontwikkelen oog-hand en oog-voet coördinatie.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

  7. LO.007 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Voeren bewegingen gecoördineerd uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gecoördineerd:
    • Lopen en aaneensluitend springen.
    • Klimmen op een klimrek waarbij de bewegingen van handen en voeten gelijktijdig
        gebeuren.
    • Een reactiebal tegen een muur gooien en proberen hem te vangen wanneer hij
        terug stuitert.
  8. LO.008 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.3; L4 7.1.4; L6 7.1.3

    Ontwikkelen evenwicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

  9. LO.009 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.3

    Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    in bewegingscontexten
  10. LO.010 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 7.1.4

    Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    in bewegingscontexten
    gecombineerd
  11. LO.011 Begrijpen L5 L6 L6 7.1.3

    Illustreren het belang van afwisseling van zitten, staan en bewegen in een gezonde bewegingsmix.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Belang afwisseling:
    De leerlingen brengen aan de hand van de bewegingsdriehoek in kaart hoeveel ze zitten,
    licht intensief bewegen, matig intensief bewegen en hoog intensief bewegen.
  12. LO.012 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.3

    Gebruiken kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie, evenwicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Fysieke fitheid (KLUSCE) (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    in bewegingscontexten
    voldoende lang
    gecombineerd
    conform de huidige richtlijnen voor bewegen van het Vlaams Instituut Gezond leven
  13. LO.013 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Gebruiken functionele grepen voor het hanteren van voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rosalie draait een grote sleutel in een slot om een deur te openen.
    • Jens slaat met een hamer op spijkers in een houten bord.
  14. LO.014 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken klein motorische handelingen bij het hanteren van voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klein motorische handelingen:
    • toename in nauwkeurigheid
    • toename in dosering en ontspanning

    Voorbeelden

    • Timo swipet op een scherm.
    • Demi draait een bladzijde van een boek om.
    • Sien strikt zijn veters.
    • Tom kleedt de pop aan en uit.
  15. LO.015 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken functionele grepen voor het hanteren van voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functionele grepen:
    • toename in gerichtheid
    • toename in controle
    • toename in kracht en druk
    
    Voorwerpen:
    • steeds kleinere voorwerpen
    • zowel sport- en spelmateriaal als ander aan hun leeftijd aangepast materiaal
  16. LO.016 Gebruiken K2 K3 GO!-doel

    Gebruiken schrijfmotorische handelingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor:
    • handspierkracht
    • lichaamshouding
    • krabbelen, letterachtige vormen, schrijfpatronen
    • verschillende soorten schrijfmaterialen
  17. LO.017 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Gebruiken schrijfmotorische handelingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor:
    • correcte pengreep voor vloeiende bewegingen
    • handspierkracht
    • vingerbewegingen
    • correcte schrijfhouding, handpositie en bladligging
    • schrijfdruk
    • leesbaarheid
    • begrenzing en uitvoeringsgrootte
  18. LO.018 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Gebruiken schrijfmotorische handelingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor:
    • vloeiend in een vlot tempo
    • leesbaarheid
  19. LO.019 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken schrijfmotorische handelingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmotorische handelingen met aandacht voor:
    • eigen handschrift
    • leesbaarheid
  20. LO.020 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Zetten klein motorische vaardigheden functioneel in.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Klein motorische vaardigheden. (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inzetten:
    • met oog-handcoördinatie
    • gedoseerd
    • nauwkeurig
    • ontspannen
  21. LO.021 Begrijpen K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Nemen gericht waar met alle zintuigen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Gericht waarnemen (P)

  22. LO.022 Begrijpen K1 KO 7.2.1

    Herkennen de spelregels van een (bewegings)spel.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    binnen een eenvoudige spelvorm
    
    Spelregels:
    één tot twee spelregels
  23. LO.023 Begrijpen K2 K3 KO 7.2.1

    Beschrijven de spelregels van een (bewegings)spel.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    binnen een eenvoudige spelvorm
    
    Spelregels:
    één tot twee spelregels

    Te hanteren begrippen

    de spelregel, de afspraak
  24. LO.024 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.2.1

    Passen de spelregels van een (bewegings)spel correct toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (Bewegings)spel:
    een eenvoudige spelvorm
    
    Spelregels:
    één tot twee spelregels
  25. LO.025 Engageren K2 K3 KO 7.2.2

    Tonen durf in hun bewegingsvaardigheid.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

  26. LO.026 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen veiligheidsafspraken.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    bij spelvormen en bewegingsactiviteiten

    Voorbeelden

    Veiligheidsafspraken:
    We duwen en trekken niet tijdens het spelen van een spel; Ik stop met bewegen
    wanneer ik pijn heb.
  27. LO.027 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Beschrijven de veiligheidsafspraken.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    bij spelvormen en bewegingsactiviteiten

    Te hanteren begrippen

    veilig

    Voorbeelden

    Veiligheidsafspraken:
    Ik gebruik het materiaal zoals het hoort; Ik blijf tussen de lijnen.
  28. LO.028 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Passen de veiligheidsafspraken toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    bij spelvormen en bewegingsactiviteiten
  29. LO.029 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Drukken zich op een sociaal aanvaarde wijze uit bij het samen bewegen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een sociaal aanvaarde wijze:
    • aanmoedigen
    • hulp bieden
    • inspanningen van anderen waarderen
    • beheersen van emoties
    • samenwerken
    • luisteren naar anderen
    • persoonlijke ruimte respecteren
  30. LO.030 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.2.1; L4 7.2.1; L4 7.2.2; L4 7.2.5

    Benoemen een eigen regelovertreding.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de fout, de overtreding
  31. LO.031 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.2.1; L4 7.2.1; L4 7.2.2; L4 7.2.5

    Respecteren sancties bij het overtreden van afgesproken spelregels.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

  32. LO.032 Gebruiken K3 L1 L2 GO!-doel

    Participeren aan een groepsindeling.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groepsindeling:
    verplichte
    met diverse taken en rollen
    
    Participeren:
    bereid zijn met iedereen samen te bewegen
  33. LO.033 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Participeren aan een groepsindeling.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groepsindeling:
    • verplichte
    • zelfgekozen: met aandacht voor even sterke groepen maken
    • met diverse taken en rollen
    
    Participeren:
    bereid zijn met iedereen samen te bewegen
  34. LO.034 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.2.1; L4 7.2.3; L4 7.2.4

    Herkennen de spelregels van sport- en spelvormen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sport- en spelvormen:
    • individuele
    • teamgerichte
  35. LO.035 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.2.2; L4 7.2.3; L4 7.2.4; L6 7.2.1

    Passen de spelregels van sport- en spelvormen toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sport- en spelvormen:
    • individuele
    • teamgerichte
  36. LO.036 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Duiden de veiligheidsafspraken.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Duiden:
    bij bewegingsactiviteiten, sport- en spelvormen

    Voorbeelden

    Veiligheidsafspraken:
    • Ik wacht op mijn beurt bij het hoogspringen.
    • Ik draag geschikte kledij en schoenen.
  37. LO.037 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Passen de veiligheidsafspraken bij bewegingsactiviteiten, sport- en spelvormen toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

  38. LO.038 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4.; 7.1.1; L4 7.2.3

    Duiden elementaire tactische principes van sport- en spelvormen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sport- en spelvormen:
    • individuele
    • teamgerichte
    
    Tactische principes:
    • aanval
    • verdediging
    • omschakeling

    Te hanteren begrippen

    de tactiek, de aanval, de verdediging, de omschakeling

    Voorbeelden

    • Bij een langeafstandsloop verdeelt Joshua zijn snelheid over de ganse afstand.
    • Bij basketbal anticipeert Britt op een tegenstander door klaar te staan om de bal te
        blokkeren wanneer ze ziet dat iemand die gaat gooien.
    • Charlotte verliest de bal bij een dribbel maar schakelt meteen om door de
        tegenstander te volgen en te proberen de bal terug te winnen.
    • Arthur wordt afgetikt maar blijft alert en pakt vanuit het zijvak snel een bal om
        teamgenoten te helpen.
  39. LO.039 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.1; L4 7.2.3; L6 7.1.5; L6 7.2.1

    Passen elementaire tactische principes van sport- en spelvormen toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sport- en spelvormen:
    • individuele
    • teamgerichte
    
    Tactische principes:
    • aanval
    • verdediging
    • omschakeling
  40. LO.040 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.2.4; L4 7.2.5; L4 7.2.3

    Duiden de principes van fairplay.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Principes:
    • Speel eerlijk (en dus niet vals).
    • Wees respectvol: voor elkaar, scheidsrechter, regels en sancties.
    • Het gaat niet alleen om winnen maar ook om samen plezier maken.
    • Help elkaar.
    • Accepteer winst en verlies.
    • Blijf rustig.
    • Speel voor het team.

    Te hanteren begrippen

    de fairplay
  41. LO.041 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.2.3; L4 7.2.4; L4 7.2.5

    Passen de principes van fairplay toe.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

  42. LO.042 Gebruiken L5 L6 L6 7.2.1; L6 7.2.2

    Passen verschillende rollen toe bij teamgerichte sport- en spelvormen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende rollen:
    met inbegrip van de rol van scheidsrechter

    Voorbeelden

    • Fenna is vandaag aanvaller en Louise verdediger bij het voetballen. Vorige week was
        het niet omgekeerd.
    • Rayan is vandaag werper en Len vanger bij trefbal. Vorige week was het net
        omgekeerd.
  43. LO.043 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.4

    Passen zelfstandig oplossingen toe voor een bewegings- of spelprobleem.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    bewegings- of spelprobleem:
    • bij sport- en spelvormen
    • bij bewegingsactiviteiten
  44. LO.044 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.2.4; L4 7.2.5

    Tonen hun kennis van fairplay in verschillende contexten.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zelfconcept en interactie in groep (P)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens de speeltijd wijst Margaux een andere leerling op het niet volgen van de
        fairplay regels.
    • Andres die een spel heeft verloren, feliciteert de winnaar.
  45. LO.045 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 7.1.4; L4 7.1.5

    Participeren aan zintuigspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zintuigspelen:
    • gerichte aandacht voor verschillende sensorische prikkels
    • in relatie tot één of meerdere zintuigen
    
    Participeren:
    • in combinatie met reactiesnelheid

    Voorbeelden

    Zintuigspelen:
    voelspel, geluidenspel, blind parcours, kleurenjacht, warm of koud, blind tekenen, 1 2 3
    piano
  46. LO.046 Gebruiken K2 K3 KO 7.1.4

    Participeren aan tikspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tikspelen:
    eenvoudige spelregels
    
    Participeren:
    rennen, stoppen, tikken

    Voorbeelden

    Tikspelen:
    schipper mag ik overvaren, kleurentikkertje
  47. LO.047 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan tikspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tikspelen:
    complexere regels
    
    Participeren:
    • gebruik van tactische principes
    • eerst individueel later ook in team
    • samenwerken met andere lopers of tikkers

    Voorbeelden

    Tikspelen:
    vlaggenroof, haasje-over, dierentikkertje
    Tactische principes:
    van richting of tempo veranderen (schijnacties)
    Complexere regels:
    ‘vrij maken’ van getikte spelers
  48. LO.048 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.4; L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan loopspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Loopspelen:
    • individueel
    • teamgericht

    Voorbeelden

    Loopspelen:
    sprint, duurloop, aflossingsloop, nummerloop
  49. LO.049 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan trefspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trefspelen:
    • in eenzelfde speelveld
    • in gescheiden speelveld
    • individueel
    • teamgericht
    
    Participeren:
    • voorwerp ontwijken of tegenhouden
    • met een voorwerp treffen

    Voorbeelden

    Trefspelen:
    jagersbal, trefbal
  50. LO.050 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan stoeispelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stoeispelen:
    • individueel
    • teamgericht
    Participeren:
    • verdedigen en afnemen van voorwerpen
    • balansverstoring bij zichzelf voorkomen
    • balansverstoring bij tegenspeler veroorzaken (duwen, trekken)
    • draaien en houden tegenspeler op rug

    Voorbeelden

    Stoeispelen:
    judo, stoelendans, touwtrekken, elkaar al hinkelend uit een vak duwen
  51. LO.051 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan doelspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Doelspelen:
    • individueel
    • teamgericht
    
    Participeren:
    • tegenstander al passend en dribbelend voorbijgaan
    • speelvoorwerp van tegenstander veroveren
    • doelpoging ondernemen en voorkomen

    Voorbeelden

    Doelspelen:
    voetbal, basket, hockey, boogschieten
  52. LO.052 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L4 7.2.3; L6 7.1.4; L6 7.2.1

    Participeren aan terugslagspelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Terugslagspelen:
    • individueel
    • teamgericht
    
    Participeren:
    • afzonderlijk oefenen van voorwerpen heen en weer naar elkaar spelen, zo lang
        mogelijk, over een hindernis, binnen een afgebakend gebied
    • een terugslagspel spelen

    Voorbeelden

    Terugslagspelen:
    • netbal, badminton, tennis
  53. LO.053 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 7.1.5; L6 7.1.4

    Tonen hun kennis van sport- en spelvormen in verschillende contexten.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Fleur wil een spel organiseren voor de andere klasgenoten. Fleur stelt voor: "We
        kunnen een estafette houden! We verdelen iedereen in teams en we moeten om de
        beurt een rondje rennen en een stokje doorgeven." De klasgenoten knikken: "Goed
        idee! We kunnen ook hindernissen toevoegen om het extra uitdagend te maken."
    • Milan en Jesse zien dat hun team moeite heeft met posities in het veld. Milan zegt:
        "Laten we een driehoek maken als we overspelen, dan hebben we altijd een extra
        optie." Jesse vult aan: "Ja, en als we breed spelen, maken we het veld groter en
        wordt het makkelijker om te passen!"
  54. LO.054 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.6

    Stemmen bewegingen af op een vooropgestelde duur.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Daniel stapt eerst rustig, maar wanneer de juf zegt dat er nog maar tien seconden
        over zijn, begint hij sneller te lopen om op tijd te zijn.
    • Tijdens de bewegingsles luistert Mike goed naar het fluitsignaal. Bij een lang
        fluitsignaal gaat hij meteen zitten en bij een kort fluitsignaal blijft hij staan.
  55. LO.055 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.6

    Voeren bewegingen in een bepaalde volgorde uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jessica voert een reeks opeenvolgende bewegingen uit. Daarna voeren de andere
        kinderen uit haar klas dezelfde reeks uit.
    • Tijdens de les maakt de leraar verschillende geluiden. Xavi weet dat bij een klap
        in de handen hij moet springen, bij een fluitsignaal moet hij bukken en bij een
        trommelgeluid moet hij draaien. Hij luistert goed en voert de bewegingen in de
        juiste volgorde uit.
  56. LO.056 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 7.1.6; L4 7.1.7

    Stemmen bewegingen af op het tempo.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tempo:
    • een opgelegd tempo
    • tempo van bewegende voorwerpen
    • tempo van personen

    Voorbeelden

    • Amelia stapt sneller dan een rollende bal.
    • Evert springt even snel als het draaien van een springtouw.
  57. LO.057 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 7.1.6; L4 7.1.6

    Stemmen bewegingen af op een opgelegd ritme.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tijdens de les hoort Mika het ritme van de trom. Wanneer de trom langzaam slaat,
    loopt ze rustig, maar zodra het ritme sneller wordt, versnelt ze haar passen om in de
    maat te blijven.
  58. LO.058 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.7

    Voeren combinaties van bewegingen uit volgens een opgelegd ritme.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Tijdsperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren
    zonder aanwijzingen
  59. LO.059 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Verplaatsen zich via meerdere opeenvolgende hindernissen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

  60. LO.060 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Plaatsen zich op een aangegeven plek.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zich plaatsen:
    individueel
  61. LO.061 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Plaatsen zich op een aangegeven plek.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zich plaatsen:
    • met meerdere
    • rekening houdend met de ruimtelijke begrenzingen
  62. LO.062 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Lokaliseren snel een afgesproken plaats.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    rekening houdend met plaatsaanduidingen

    Voorbeelden

    • De meester wijst een hoepel aan. Wanneer hij "Start!" roept, rent Nathan snel
        naar de juiste hoepel die eerder was aangeduid.
    • Tijdens een tikspel rent Cato door de zaal. Zodra de juf op haar fluit blaast, haast
        ze zich naar haar eerder toegewezen vak en gaat daar snel staan.
  63. LO.063 Gebruiken K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Oriënteren zich ten opzichte van anderen en objecten in een bewegingssituatie.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rens loopt zonder tegen anderen te botsen in een drukke turnzaal.
    • Bij het gooien van een bal richt Rayan zich op de positie van een kegel om deze
        precies te raken.
  64. LO.064 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Bewegen in een aangegeven richting.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens de les toont de juf verschillende symbolen. Wanneer zij een pijl naar
        voren laat zien, loopt Sterre voorwaarts. Bij een pijl naar achteren stapt ze direct
        achteruit, en bij een schuine pijl beweegt ze schuin de aangegeven kant op.
    • Ruben en Stijn spelen een spel waarbij ze rond een bal moeten bewegen. Ze
        draaien en cirkelen samen totdat de juf "Stop!" roept.
  65. LO.065 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Stemmen de eigen bewegingsbaan af op bewegende voorwerpen of personen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afstemmen van de bewegingsbaan:
    • stoppen
    • richten
    • wijzigen
  66. LO.066 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Bewegen in de meest efficiënte bewegingsrichting.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

  67. LO.067 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 KO 7.1.7; L4 7.1.8

    Stemmen hun beweging af op een te overbruggen afstand.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afstemmen:
    de afstand inschatten

    Voorbeelden

    • Hendrik gooit een bal naar Moos. Als ze dichtbij staat, gooit hij zachtjes, maar als
        ze verder weg staat, gebruikt hij meer kracht om de bal te laten aankomen.
    • Bij het springparcours ziet Kai dat de hoepel ver ligt. Hij neemt een korte aanloop
        en springt met een grote sprong om eroverheen te komen.
  68. LO.068 Gebruiken L1 L2 L3 L4 7.1.8

    Verplaatsen zich in meerdere opeenvolgende richtingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens de les volgt Danique de instructies van de juf op. Ze draait eerst naar
        links, loopt daarna een paar stappen vooruit en springt vervolgens naar rechts.
    • Sep speelt op het schoolplein. Hij rent eerst achteruit, draait dan naar rechts en
        springt daarna over een lijn om het parcours af te maken.
  69. LO.069 Gebruiken L4 L4 7.1.8

    Stemmen bewegingen af op de ruimte.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • positie
    • afstand
    • richting
    • bewegingsbaan
    
    Afstemmen:
    in gecontroleerde situaties
  70. LO.070 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.8

    Stemmen bewegingen af op de ruimte.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Ruimteperceptie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • positie
    • afstand
    • richting
    • bewegingsbaan
    
    Afstemmen:
    in onvoorspelbare spelsituaties
  71. LO.071 Gebruiken K1 K2 KO 7.1.8

    Reageren snel op signalen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signalen:
    • enkelvoudig signaal
    • auditief
    • visueel
    • tactiel
    
    Reageren:
    • reactiesnelheid

    Voorbeelden

    Siel reageert op een fluitsignaal (auditief).
  72. LO.072 Gebruiken K3 L1 L2 KO 7.1.8; L4 7.1.9

    Reageren snel en correct op signalen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signalen:
    • enkelvoudige signalen
    • één of meerdere signalen
    • in combinatie: auditief, visueel en tactiel
    
    Reageren:
    • reactiesnelheid

    Voorbeelden

    Tijdens het lopen reageert Twan op een hand die omhoog gaat (visueel) en een
    fluitsignaal (auditief).
  73. LO.073 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 7.1.9

    Selecteren het relevante signaal wanneer verschillende prikkels gelijktijdig worden waargenomen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen

  74. LO.074 Gebruiken L3 L4 L4 7.1.9

    Reageren snel en correct op signalen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signalen:
    • enkelvoudige en meervoudige signalen
    • één of meerdere signalen
    • in combinatie: auditief, visueel en tactiel
    
    Reageren:
    • reactiesnelheid

    Voorbeelden

    • Suus hoort een lang fluitsignaal en ziet tegelijkertijd de juf haar arm omhoog
        steken. Zij reageert snel en begint direct met de nieuwe oefening.
    • Wanneer de meester in zijn handen klapt én met zijn vinger naar links wijst, weet
        Amandine dat ze snel die kant op moet rennen om niet getikt te worden.
  75. LO.075 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.6; KO 7.1.7; KO 7.1.8; L4 7.1.6; L4 7.1.7; L4 7.1.8; L4 7.1.9; L6 7.1.7; L6 7.1.8

    Tonen hun kennis over tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen in verschillende contexten.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Tijdsperceptie, ruimteperceptie en signalen (B) › Signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens de speeltijd hoort Florian dat er een liedje begint te spelen. Hij weet dat
        dit het signaal is om in de rij te gaan staan en loopt meteen naar zijn plek.
    • Bij het uitstappen uit de bus wacht Dirk tot iedereen voor hem is uitgestapt.
        Zodra de laatste klasgenoot uitstapt, sluit hij snel aan en volgt de groep.
  76. LO.076 Gebruiken K1 K2 K3 L4 7.1.10

    Demonstreren bij het bewegen dat ze de opbouw van hun lichaam kennen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

  77. LO.077 Gebruiken K1 K2 K3 L4 7.1.10

    Demonstreren diverse lichaamshoudingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Diverse lichaamshoudingen:
    • Ik sta als een flamingo.
    • Ik hou het hoofd schuin en steek één arm in de lucht.
  78. LO.078 Gebruiken K1 K2 K3 L4 7.1.10

    Veranderen een aan de gang zijnde beweging.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beweging:
    zonder dat de ene beweging invloed heeft op de andere
    
    Veranderen:
    • door te stoppen
    • door te vertragen
    • door te versnellen
    • door de aard te veranderen

    Voorbeelden

    Bewegingen veranderen:
    • Vlugge bewegingen die plots overgaan in slow motion.
    • Een beweging doelbewust onderbreken en laten opvolgen door een andere.
  79. LO.079 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L4 7.1.10

    Voeren bewegingen tegelijk of opeenvolgend uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bewegingen:
    • zonder dat de ene beweging invloed heeft op de andere
    • zonder dat een ander deel van het lichaam meebeweegt

    Voorbeelden

    • Dorianne houdt in iedere hand het uiteinde van een touw vast. Zij werpt een
        uiteinde weg en houdt het andere uiteinde vast.
    • Jort stapt terwijl hij een bal omhoog gooit en terug opvangt.
  80. LO.080 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.10

    Respecteren de eigen lichaamskenmerken bij het bewegen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamskenmerken:
    • mogelijkheden en beperkingen van de eigen lichaamsopbouw
    • lichaamsgrenzen
  81. LO.081 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 7.1.10

    Respecteren de lichaamskenmerken van anderen bij het bewegen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamsopbouw en houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichaamskenmerken:
    mogelijkheden en beperkingen
  82. LO.082 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Bewegen zijwaarts, voorwaarts en achterwaarts.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

  83. LO.083 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Demonstreren symmetrische houdingen en bewegingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Demonstreren:
    nabootsen
  84. LO.084 Gebruiken K2 K3 L1 GO!-doel

    Demonstreren asymmetrische houdingen en bewegingen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Demonstreren:
    nabootsen
  85. LO.085 Gebruiken K3 L1 L2 KO 7.1.5; KO 7.1.9; KO 7.1.10; L4 7.1.11

    Demonstreren een duidelijke voorkeur voor de linker- of rechterhand of -voet.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Demonstreren:
    met inbegrip van een duidelijke taakverdeling tussen het gebruik van de linker- en
    rechterhand of -voet
    • in bewegingscontexten met eenhandige taken
    • in bewegingscontexten waar tweehandigheid vereist is

    Voorbeelden

    • Bij het werpen merkt Ravi dat hij liefst zijn linkerhand gebruikt.
    • Wanneer Naïma ver wil springen, stoot ze best af met haar rechtervoet.
  86. LO.086 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.11; L6 7.1.9

    Gebruiken gepast hun linker- en rechterhand of -voet.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens het schrijven gebruikt Kate haar rechterhand om te schrijven, terwijl ze
        met haar linkerhand het schrift op zijn plek houdt.
    • Bij het hoogspringen duwt Sander zich af met zijn sterke linkerbeen, terwijl hij zijn
        rechterbeen hoog zwaait om over de lat te komen.
  87. LO.087 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 7.1.9

    Gebruiken hun voorkeurzijde bij het wenden en draaien rond hun lengteas.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lateraliteit en voorkeurlichaamszijde

  88. LO.088 Gebruiken K1 K2 K3 L4 9.1.9

    Ontwikkelen spierspanning.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spierspanning:
    • dynamisch en statisch
    
    Ontwikkelen:
    • via bewegingsopdrachten
    • zelfstandig of in spelvorm

    Voorbeelden

    Spierspanning:
    Metafoor met de sneeuwman: Span jezelf helemaal op (spanning), en dan smelt je
    weg (ontspanning).
  89. LO.089 Gebruiken K1 K2 K3 L4 9.1.9

    Demonstreren dat ze gedurende een bepaalde tijd een ontspannen houding kunnen aannemen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

  90. LO.090 Begrijpen K2 K3 L4 9.1.7

    Verwoorden het belang van dagelijks bewegen en fysieke inspanning voor de gezondheid.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    gezond, bewegen
  91. LO.091 Gebruiken K2 K3 L4 9.1.9

    Demonstreren dat ze hun lichaam kunnen opspannen en ontspannen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

  92. LO.092 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.9

    Demonstreren een ontspannen houding of beweging na een beweging die grote inspanning vraagt.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

  93. LO.093 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.9

    Verwoorden het belang van opwarmen voor en tot rust komen na een fysieke inspanning.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de rust, opwarmen
  94. LO.094 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.9

    Demonstreren tijdens bewegingsactiviteiten dat ze hun energie kunnen doseren.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

  95. LO.095 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.9

    Ontwikkelen spierspanning.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spierspanning:
    • dynamisch en statisch
    
    Ontwikkelen:
    • via bewegingsopdrachten
    • zelfstandig of in sport- en spelvorm

    Te hanteren begrippen

    stretchen, gespannen, ontspannen

    Voorbeelden

    Spierspanning:
    • metafoor met de banaan: plankhouding (hol, bol)
    • warming-up en cooling-down
  96. LO.096 Begrijpen L3 L4 L6 9.1.2

    Illustreren de korte- en langetermijneffecten van fysieke inspanning op het lichaam.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Korte- en langetermijneffecten:
    fysieke en mentale gezondheid
  97. LO.097 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.2

    Verwoorden het belang van het doseren van een fysieke inspanning.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

  98. LO.098 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun specifieke kennis van lichaamsperceptie in verschillende contexten.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Spierspanning en ontspanning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Na een sprint tijdens een spel in het park, voelt Lieve dat haar hartslag hoog is. Ze
        zegt: "Ik moet even stilzitten en rustig ademhalen, zodat mijn hart weer normaal
        gaat kloppen.”
    • Jax helpt thuis met het tillen van een zware doos. Hij buigt zijn knieën en zegt: "Ik
        moet door mijn knieën gaan om mijn rug niet te belasten.”
  99. LO.099 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L4 9.1.9

    Duiden het belang van een goede zit-, sta- en schrijfhouding.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding

  100. LO.100 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.9

    Verwoorden de principes van een goede lichaamshouding.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de correcte lichaamshouding

    Voorbeelden

    • Victoria laat haar schouders zakken en houd ze niet opgetrokken.
    • Michael buigt door de knieën wanneer hij iets wil optillen.
  101. LO.101 Begrijpen L5 L6 L4 9.1.9; L6 9.1.2

    Beschrijven de gevolgen van een slechte lichaamshouding voor hun gezondheid.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gezondheid:
    fysieke en mentale gezondheid
  102. LO.102 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.9

    Gebruiken een goede lichaamshouding bij dagelijkse activiteiten.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Lichaamsperceptie (B) › Lichaamshouding

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jolien gebruikt een goede lichaamshouding bij het zitten tijdens het studeren.
    • Mirella gebruikt een goede lichaamshouding bij het heffen van een stoel.
  103. LO.103 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stappen en lopen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
    • zonder en met hindernissen
  104. LO.104 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stappen en lopen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
    • zonder en met hindernissen

    Te hanteren begrippen

    stappen, lopen

    Voorbeelden

    Stappen en lopen:
    • lopen als een muis, lopen als een olifant.
    • Achterwaarts stappen met een pittenzakje op het hoofd.
    • Gehurkt stappen rond kegels.
  105. LO.105 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te stappen en te lopen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Stappen en lopen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stappen en lopen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
    • zonder en met hindernissen
    • aanpassing van loophouding en – tempo aan de afstand

    Voorbeelden

    • Julius probeert zich te verplaatsen met stelten. Hij zet voorzichtig één voet voor de
        andere en houdt zijn evenwicht terwijl hij vooruit stapt.
    • Esra sprint zo snel mogelijk naar de overkant van het veld wanneer de juf het
        startsein geeft, waarbij ze haar paslengte en snelheid aanpast aan de afstand.
  106. LO.106 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sluipen en kruipen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder voorwerpen
    • zonder en met hindernissen
  107. LO.107 Gebruiken K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sluipen en kruipen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder voorwerpen
    • zonder en met hindernissen

    Te hanteren begrippen

    sluipen, kruipen
  108. LO.108 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te sluipen en te kruipen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Sluipen en kruipen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sluipen en kruipen:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
    • zonder en met hindernissen

    Voorbeelden

    • Stella moet zich kruipend door een smalle tunnel verplaatsen. Eerst gaat ze
        voorwaarts, maar zodra de tunnel lager wordt, draait ze zich op haar rug en schuift
        achteruit verder.
    • Lorenzo kruipt onder een lage tafel door tijdens het hindernisparcours. Hij houdt
        hierbij een balletje vast dat hij later in de emmer moet gooien.
  109. LO.109 Gebruiken K1 K2 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te klauteren.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klauteren:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder voorwerpen
    • zonder en met hindernissen
  110. LO.110 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te klauteren.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klauteren:
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
    • zonder en met hindernissen
    • op een hellend vlak of toestel, met voldoende grip en steun

    Te hanteren begrippen

    klauteren
  111. LO.111 Gebruiken K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te klimmen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimmen:
    • op een stabiel vlak of toestel
    • met veilige afdaling

    Te hanteren begrippen

    klimmen

    Voorbeelden

    Tijmen klimt op het sportraam of op een speeltuig.
  112. LO.112 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te klimmen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimmen:
    • op een stabiel vlak of toestel
    • op een onstabiel vlak of toestel
    • met veilige afdaling
    • in verschillende richtingen

    Voorbeelden

    Nola klimt op een touwladder.
  113. LO.113 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te klimmen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Klimmen en klauteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimmen:
    • op een klimtouw of paal
    • met voldoende grip en steun klimmen
    • met veilige afdaling
  114. LO.114 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Staan met behoud van evenwicht op één voet.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voet:
    de voorkeursvoet en de niet voorkeursvoet
  115. LO.115 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Balanceren.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Balanceren:
    • al staande
    • in verplaatsing
    • met behoud van evenwicht
    • op een breed, stabiel vlak

    Voorbeelden

    Andrie stapt op de Zweedse bank.
  116. LO.116 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Balanceren.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Balanceren:
    • al staande
    • in verplaatsing
    • met behoud van evenwicht
    • op een breed, stabiel vlak
    • op een smal, stabiel vlak
    • op een onstabiel vlak
    • op een hellend vlak
    • op verschillende manieren
    • in verschillende richtingen
    • zonder en met voorwerpen
  117. LO.117 Gebruiken L3 L4 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Voeren een beweging of houding in balans uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    met twee of meerderen
    op een stabiel vlak

    Voorbeelden

    Ben doet een uitvoering op de Zweedse bank.
  118. LO.118 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Voeren een beweging of houding in balans uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Balanceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    met twee of meerderen
    op een onstabiel of smal vlak

    Voorbeelden

    Tijdens de bewegingsles bouwen de kinderen uit Wesley zijn klas een menselijke
    piramide.
  119. LO.119 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te glijden.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Glijden:
    • met behoud van evenwicht
    • op verschillende manieren
    • met de voeten eerst
  120. LO.120 Gebruiken K2 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te glijden.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Glijden:
    • met behoud van evenwicht
    • op verschillende manieren
    • met de voeten eerst

    Te hanteren begrippen

    glijden

    Voorbeelden

    Bieke glijdt van een glijbaan op de buik.
  121. LO.121 Gebruiken K3 L1 L2 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te glijden.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Glijden:
    • met behoud van evenwicht
    • op verschillende manieren
    • met de voeten eerst
    • zonder en met partner
    • zonder en met voorwerpen
  122. LO.122 Gebruiken L3 L4 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te glijden.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Glijden:
    • met behoud van evenwicht
    • op verschillende manieren
    • met de voeten eerst of met het hoofd eerst
    • zonder en met partner
    • zonder en met voorwerpen
  123. LO.123 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich of een medeleerling door te glijden of te rijden.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Glijden/rijden:
    • behendig en veilig
    • met rollend of glijdend materiaal
  124. LO.124 Gebruiken K1 K2 GO!-doel

    Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stuurvaardigheid als fietser:
    • met de loopfiets
    • opstappen en vertrekken
    • rechtdoor rijden tussen een smalle strook
    • benen omhoog zwaaien en evenwicht behouden
    • over een turnmat rijden
    • slalommen
    • stoppen
  125. LO.125 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stuurvaardigheid als fietser:
    • met de fiets aan de hand stappen
    • opstappen en vertrekken
    • rechtdoor rijden
    • over een oneffen terrein rijden
    • evenwicht houden/traag rijden
    • slalommen
    • remmen
    • stoppen en afstappen
  126. LO.126 Gebruiken L2 L3 L4 GO!-doel

    Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stuurvaardigheid als fietser:
    • omkijken over de linker-en rechterschouder en daarbij de koers blijven houden
    • arm uitsteken
    • bocht nemen
    • in een cirkel rijden
    • rekening houden met de voetgangers op een zebrapad
    • rekening houden met passagiers die uitstappen
    • rekening houden met tegen- en achterliggers
    • veilig inhalen
    • onvoorzien remmen
    • fietsen tot aan een zebrapad, afstappen en te voet oversteken
    • over oneffen terrein rijden
    • slalommen op korte afstand
  127. LO.127 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Oefenen hun stuurvaardigheid als fietser.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Rijden en glijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stuurvaardigheid als fietser:
    • rechts en links afslaan
    • langs een hindernis fietsen
    • voorrang verlenen
    • kruispunt met een agent oversteken
    • kruispunt met verkeersborden en wegmarkeringen oversteken
    • fietsen op een rotonde zonder fietspad
    • oversteken aan verkeerslichten
    • oversteken op een fietsoversteekplaats
    • oversteken aan een overweg
    • fietsen in groep en hierbij onderling communiceren
    • fietsen in groep: ritsen
    • fietsen in groep: compact rijden
    • bevelen agent opvolgen
  128. LO.128 Gebruiken K2 K3 L1 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te huppen en hinken.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    huppen, hinken

    Voorbeelden

    Sami hupt als een kikker.
  129. LO.129 Gebruiken K3 L1 L2 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te huppelen en hinkelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    huppelen, hinkelen
  130. LO.130 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich met loopsprongen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Loopsprongen:
    over lage hindernissen springen en gelijkmatig doorlopen (hindernislopen)
  131. LO.131 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • vrije sprongen
    • voorwaarts of zijwaarts
    • met landing in evenwicht
  132. LO.132 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • van een verhoogd vlak (dieptesprong)
    • met landing in evenwicht

    Te hanteren begrippen

    springen
  133. LO.133 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • vrije sprongen
    • met verend afzetmateriaal
    • met landing in evenwicht
  134. LO.134 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • over een hindernis
    • zonder handensteun
    • met landing in evenwicht
  135. LO.135 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • zo hoog of zo ver mogelijk
    • aanloop, afzet, zweeffase en landing
  136. LO.136 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • steunsprongen
    • over de grond

    Voorbeelden

    Moniek springt als een konijn.
  137. LO.137 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • hurksprong, wendsprong of spreidsprong
    • over een hindernis, medeleerling of toestel
    • met handensteun
    • met landing in evenwicht
  138. LO.138 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te springen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Springen:
    • hurksprong, wendsprong of spreidsprong
    • over een hindernis, medeleerling of toestel
    • met handensteun
    • met en zonder verend afzetmateriaal
    • met landing in evenwicht
  139. LO.139 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Springen over een over de grond bewegend touw.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

  140. LO.140 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Springen in een touw.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Touw:
    zelf ronddraaien

    Te hanteren begrippen

    touwspringen
  141. LO.141 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Springen in een touw.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Touw:
    • zelf ronddraaien
    • anderen draaien rond
    
    Springen:
    • in wisselend tempo
    • in wisselende uitvoering

    Voorbeelden

    • Tijdens de les draait Sjoerd zelf een springtouw rond en springt in twee tijden, met
        een kleine tussensprong tussen elke grote sprong.
    • Jaylinn springt in een lang touw. Eerst doet ze rustige sprongen, maar als de
        draaiers het tempo verhogen, versnelt ze haar sprongen om bij te blijven.
  142. LO.142 Gebruiken K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Dragen al hangend het eigen lichaamsgewicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hangen:
    • in verschillende hangposities
    • verticaal en rechtop

    Te hanteren begrippen

    hangen

    Voorbeelden

    Jonah hangt aan het klimrek.
  143. LO.143 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Dragen al hangend het eigen lichaamsgewicht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hangen:
    • in verschillende hangposities.
    • verticaal, rechtop en omgekeerd (apenhang, kniehang)
  144. LO.144 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich vanuit een hangpositie.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zwieren:
    • van stang/ring naar stang/ring zich horizontaal verplaatsen
    • van stang/ring naar stang/ring zich verticaal verplaatsen
    • slingeren aan één of twee touwen en in evenwicht landen

    Te hanteren begrippen

    slingeren, zwaaien, zwieren
  145. LO.145 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Schommelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schommelen:
    • zittend
    • op een schommelplank
    • met hulp van anderen
  146. LO.146 Gebruiken K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Schommelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    • zittend
    • op een schommelplank of een knop
    • van met hulp van anderen naar zelfstandig

    Te hanteren begrippen

    schommelen
  147. LO.147 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Schommelen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Zwieren en zwaaien

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schommelen:
    • zittend en staand
    • op een schommelplank of een knop
    • zonder hulp van anderen
  148. LO.148 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te rollen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • langs de lengte-as op een hellend vlak van hoog naar laag
    • langs de lengte-as op een horizontaal vlak
  149. LO.149 Gebruiken K2 K3 L1 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te rollen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • langs de lengte-as op een hellend vlak van hoog naar laag
    • langs de lengte-as op een horizontaal vlak

    Te hanteren begrippen

    rollen
  150. LO.150 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Verplaatsen zich door te rollen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • voorwaartse rol (langs de breedte as)
    • op een hellend vlak van hoog naar laag
  151. LO.151 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Verplaatsen zich door te rollen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • voorwaartse of achterwaartse rol (langs de breedte as)
    • op een hellend vlak van hoog naar laag
    • op een horizontaal vlak

    Te hanteren begrippen

    de voorwaartse rol, de achterwaartse rol
  152. LO.152 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te draaien rond hun breedte as.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Draaien:
    • voorwaarts aan een toestel
    • achterwaarts aan een toestel
  153. LO.153 Gebruiken L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te draaien rond hun diepte as.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Draaien:
    de radslag
  154. LO.154 Gebruiken L5 L6 L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Verplaatsen zich door te rollen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Roteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    varianten van een voorwaartse rol
  155. LO.155 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Voeren een handenstand uit.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Omgekeerde houdingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    met hulp van anderen of een verticaal steunvlak

    Te hanteren begrippen

    de handenstand
  156. LO.156 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Rollen voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • met één en twee handen
    • naar een vast doel
  157. LO.157 Gebruiken K1 K2 K3 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Schuiven voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schuiven:
    • met één en twee handen
    • naar een vast doel

    Voorbeelden

    Quinty schuift een pittenzak naar een aangeduid vlak op de grond.
  158. LO.158 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Rollen voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • met één en twee handen
    • naar een vast doel of naar een bewegend doel

    Te hanteren begrippen

    rollen

    Voorbeelden

    Keano raakt een bewegende bal door een andere bal ernaar toe te rollen.
  159. LO.159 Gebruiken L1 L2 L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Schuiven voorwerpen.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schuiven:
    • met één en twee handen
    • naar een vast doel of naar een bewegend doel

    Te hanteren begrippen

    schuiven
  160. LO.160 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Werpen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werpen:
    vanuit stilstand
  161. LO.161 Gebruiken K2 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Werpen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werpen:
    vanuit stilstand

    Te hanteren begrippen

    werpen
  162. LO.162 Gebruiken K1 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Vangen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vangen:
    vanuit stilstand
  163. LO.163 Gebruiken K2 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Vangen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vangen:
    vanuit stilstand

    Te hanteren begrippen

    vangen
  164. LO.164 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Werpen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werpen:
    • vanuit stilstand of beweging
    • op verschillende manieren
    • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk

    Voorbeelden

    • Faas werpt een ring met een onderhandse beweging over een paal.
    • Lily werpt een stok met een krachtige bovenhandse beweging zo ver mogelijk.
  165. LO.165 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Vangen een voorwerp.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vangen:
    • op verschillende manieren
    • vanuit stilstand of beweging
  166. LO.166 Gebruiken K3 L1 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Slaan een voorwerp weg.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Slaan:
    met of zonder slagvoorwerp

    Te hanteren begrippen

    slaan

    Voorbeelden

    Kees slaat een ballon weg met een opgerolde krant.
  167. LO.167 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Slaan een voorwerp weg.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Slaan:
    • met slagvoorwerp, hand(en) of arm(en)
    • vanuit stilstand of beweging
    • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk

    Voorbeelden

    • Floortje slaat met een golfstick een balletje naar een doel.
    • Jop slaat met beide armen onderhands een bal over het net weg.
  168. LO.168 Gebruiken K1 K2 KO 7.1.1; KO 7.1.2

    Trappen een voorwerp weg.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

  169. LO.169 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Trappen een voorwerp weg.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trappen:
    • vanuit stilstand of beweging
    • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk
    • stilstaande of bewegende voorwerpen

    Te hanteren begrippen

    (weg)trappen, schoppen
  170. LO.170 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Houden een voorwerp in beweging

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    In beweging:
    • met handen of voeten (dribbelen)
    • met slagmateriaal (drijven)
    • op verschillende manieren

    Te hanteren begrippen

    dribbelen, drijven
  171. LO.171 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Heffen een last.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Heffen:
    • op verschillende manieren
    • gecontroleerd neerzetten
    • veilig en rugsparend

    Te hanteren begrippen

    heffen
  172. LO.172 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Dragen een last.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dragen:
    • op verschillende manieren
    • gecontroleerd neerzetten
    • veilig en rugsparend

    Te hanteren begrippen

    dragen
  173. LO.173 Gebruiken K3 L1 L2 KO 7.1.1; KO 7.1.2; L4 7.1.2; L4 7.1.3

    Gebruiken trek- en duwkracht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trekken/duwen:
    • op verschillende manieren
    • een voorwerp
    • een medeleerling

    Te hanteren begrippen

    trekken, duwen
  174. LO.174 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2

    Gebruiken trek- en duwkracht.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trekken/duwen:
    • één leerling trekt en duwt een voorwerp of medeleerling
    • in groep medeleerlingen of voorwerpen trekken en duwen
    • samenwerking of tegenwerking
    • een voorwerp
    • een medeleerling
  175. LO.175 Gebruiken K2 K3 L6 7.1.6

    Houden het hoofd onder water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Houden:
    • gedurende minimum 3 seconden
    • zonder duikbril en neusklem (tenzij medisch noodzakelijk)
    • met inademen boven water en uitademen onder water
    • met oriëntatie onder water (kijken, voorwerpen zoeken, richting bepalen)

    Te hanteren begrippen

    kopje onder

    Voorbeelden

    • Marley kijkt onder water, zoekt een steen op de bodem en haalt die op.
    • Ilse zegt haar naam onder water.
    • Berend blaast bellen onder water.
  176. LO.176 Gebruiken K2 K3 L6 7.1.6

    Houden de romp in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Houden:
    • “stilstaand”: horizontaal in het water liggen (buiklig, ruglig)
    • in beweging: draaien rond de lengte-, breedte- en diepte-as van het lichaam

    Voorbeelden

    • Tijdens de zwemles ligt Rafael in ondiep water en drijft op zijn rug terwijl de juf
        hem ondersteunt.
    • Fien komt vanuit een drijfhouding terug recht.
  177. LO.177 Gebruiken K2 K3 L6 7.1.6

    Bewegen de ledematen in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Bewegen:
    • armen en benen vrij bewegen
    • armen en benen afzonderlijk gebruiken (stuwen)
    • armen en benen samen gebruiken (stuwen)

    Voorbeelden

    • Giovanni spat in het water met armen en benen.
    • Joyce stapt in het water met armstuwing.
    • Murat stuwt met zijn benen en duwt drijvend materiaal voort met de armen.
  178. LO.178 Gebruiken K3 L6 7.1.6

    Springen in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 1: watergewenning

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Springen:
    met de voeten eerst

    Voorbeelden

    Juna springt van de rand van het zwembad in het water.
  179. LO.179 Gebruiken L1 L6 7.1.6

    Voeren drijf- en glijbewegingen uit in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Drijf- en glijbewegingen:
    focus op combinatie ‘hoofd’ en ‘romp’

    Te hanteren begrippen

    drijven

    Voorbeelden

    • Christian drijft ter plaatse in het water.
    • Sem zet zich af tegen de muur en probeert zo ver mogelijk te glijden op zijn rug
        zonder arm- of beenbewegingen.
    • Elara glijdt enkele meters op haar buik en blijft daarna ter plaatse drijven.
    • Ezra draait tijdens het glijden van buiklig naar ruglig.
  180. LO.180 Gebruiken L2 L6 7.1.6

    Voeren drijf- en glijbewegingen uit in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Drijf- en glijbewegingen:
    focus op combinatie ‘hoofd’ en ‘romp’
  181. LO.181 Gebruiken L1 L6 7.1.6

    Gebruiken een correcte coördinatie in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    ondiep water
    
    Coördinatie:
    Uitvoering van arm- en beenbeweging (‘ledematen’) in combinatie met de ademhaling
    (‘hoofd’)
    
    Voorbeelden:
    • Lotte ademt 5 keer na elkaar ritmisch in boven water en blaast uit onder water.
    • Janne zwemt door een hoepel.
    • Omar zwemt onder een plank.
    • Hannes duikt een ring op.
  182. LO.182 Gebruiken L2 L6 7.1.6

    Gebruiken een correcte coördinatie in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Coördinatie:
    Uitvoering van arm- en beenbeweging (‘ledematen’) in combinatie met de ademhaling
    (‘hoofd’)
  183. LO.183 Gebruiken L1 L6 7.1.6

    Verplaatsen zich in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Zich verplaatsen:
    met ondersteuning

    Voorbeelden

    • Mart verplaatst zich via de rand van het zwembad in het diepe water.
    • Bo beweegt zich voort in diep water terwijl ze een plankje vasthoudt.
    • Mae beweegt zich in diep water terwijl de leerkracht ondersteuning biedt.
  184. LO.184 Gebruiken L2 L6 7.1.6

    Verplaatsen zich in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Zich verplaatsen:
    • focus op combinatie ‘romp’ en ‘ledematen’
    • zonder afstoot
    • in buiklig: horizontale ligging (vormspanning)
    • in ruglig: horizontale ligging (vormspanning)
    • door doelmatig te stuwen met armen en benen
    • continu bewegen zonder stoppen of staan
  185. LO.185 Gebruiken L1 L6 7.1.6

    Springen in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Springen:
    met de voeten eerst
  186. LO.186 Gebruiken L2 L6 7.1.6

    Springen in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 2: overleven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Springen:
    • met de voeten eerst
    • kantelen naar horizontale ligging en verder voortbewegen in het water
  187. LO.187 Gebruiken L3 L6 7.1.6

    Verplaatsen zich doelmatig in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Doelmatig:
    • afstand van 50 m
    • zonder hulpmiddelen
    • in een aangeleerde zwemslag: combinatie van aquatische ademhaling, horizontale
        ligging (evenwicht) en stuwing van de ledematen (focus op doelmatig bewegen,
        niet op perfecte techniek)
  188. LO.188 Gebruiken L4 L5 L6 L6 7.1.6

    Verplaatsen zich doelmatig in het water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Doelmatig:
    • afstand van 50 m
    • zonder hulpmiddelen
    • in een aangeleerde zwemslag: combinatie van aquatische ademhaling, horizontale
        ligging (evenwicht) en stuwing van de ledematen (focus op doelmatig bewegen,
        niet op perfecte techniek)
    • met extra opdrachten onderweg: ter plaatse drijven, roteren rond verschillende
        lichaamsassen, driemaal ondergaan en uitademen, veranderen van zwemrichting,
        watertrappelen
  189. LO.189 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Verplaatsen zich doelmatig in water.

    Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding › Zwemmen (B) › Fase 3: zich doelmatig voortbewegen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Water:
    diep water
    
    Doelmatig:
    met kledij, reddingsvest
    in functie van overleven in noodsituaties