LO.141
Gebruiken
L3
L4
L5
L6
Springen in een touw.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Natuurlijke basisbewegingen (B) › Springen en landen
- Leeftijd
- 8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Springen
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2
- In de PDF
- pagina 35
Leerlijn
Springen in een touw.
MIA
Touw:
• zelf ronddraaien
• anderen draaien rond
Springen:
• in wisselend tempo
• in wisselende uitvoering
Voorbeelden
• Tijdens de les draait Sjoerd zelf een springtouw rond en springt in twee tijden, met
een kleine tussensprong tussen elke grote sprong.
• Jaylinn springt in een lang touw. Eerst doet ze rustige sprongen, maar als de
draaiers het tempo verhogen, versnelt ze haar sprongen om bij te blijven.
Hangt samen met
- Schakel LO.001 Ontwikkelen spierkracht. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Schakel LO.004 Ontwikkelen uithoudingsvermogen. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Schakel LO.005 Ontwikkelen snelheid. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Schakel LO.007 Voeren bewegingen gecoördineerd uit. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Schakel LO.008 Ontwikkelen evenwicht. K1,K2,K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6