LO.167
Gebruiken
L2
L3
L4
L5
L6
Slaan een voorwerp weg.
Lichamelijke opvoeding › Lichamelijke opvoeding › Basisbewegingen bij sport- en spelvormen (B)
- Leeftijd
- 7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Slaan
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- L4 7.1.2; L4 7.1.3; L6 7.1.1; L6 7.1.2
- In de PDF
- pagina 41
Leerlijn
Slaan een voorwerp weg. MIA Slaan: • met slagvoorwerp, hand(en) of arm(en) • vanuit stilstand of beweging • naar een vast doel of naar een bewegend doel of zo ver mogelijk Voorbeeld • Floortje slaat met een golfstick een balletje naar een doel. • Jop slaat met beide armen onderhands een bal over het net weg.