85 doelen
vak: WT ✕ Kenmerken van organismen ✕
-
Herkennen het organisme dier.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
-
Herkennen het organisme dier.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het dier
-
Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vissen • vogels • insecten Uiterlijke kenmerken (bouw): vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
het klein dier, het groot dier, de kop/ het hoofd, de snuit, de bek, de mond, het oog, de poot, de vleugel, de staart, de vacht, de veer, het haar, de vis, de vogel, het insect
-
Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vissen • vogels • insecten Uiterlijke kenmerken (bouw): vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
de poot, het lichaam, het zoogdier
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • vissen ongewervelde dieren: • insecten Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking
Te hanteren begrippen
de antenne, het zoogdier, de vogel, de vis, het insect
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • vissen ongewervelde dieren: • insecten • spinachtigen Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking thermoregulatie: warmbloedig (zelf de temperatuur regelen door zweten, hijgen, rillen, vetlaag, en/of vacht), koudbloedig (temperatuur afhankelijk van de omgeving) ademhaling: transport van zuurstof Herkennen: Uit exemplarische lijst: organismen uit 7 afgebakende biotopen
Te hanteren begrippen
warmbloedig, koudbloedig, de naakte huid, de spin, de ruggengraat, het gewerveld dier, het ongewervelde dier, de amfibie, de spinachtige
-
Herkennen dieren op basis van bouw.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • reptielen • vissen ongewervelde dieren: • geleedpotigen: o insecten o spinachtigen • andere ongewervelden Bouw: vorm en grootte kleur kop, poten, staart huidbedekking exoskelet (uitwendig skelet) thermoregulatie: warmbloedig, koudbloedig ademhaling (transport van zuurstof: bij gewervelde dieren via het bloed)Te hanteren begrippen
het reptiel, de geleedpotige, de andere ongewervelde
Voorbeelden
Andere ongewervelden: regenworm, naaktslak, zeepier, oorkwal, zeester, meshelft, kokkel, zeeappel, huisjesslak, zoetwaterspons, zwanemossel
-
Herkennen de belangrijkste voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Dieren: • zoogdieren • vogels • vissen • insecten
Voorbeelden
Voedingswijze: Schapen eten gras, kikkers eten insecten.
-
Begrijpen verschillende voedingswijzen van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten eters: • planteneters: eten planten (gras, bladeren) • vleeseters: eten andere dieren • alleseters: eten planten en vlees
Te hanteren begrippen
de plant, het vlees, eten
-
Beschrijven de voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingswijze: zoogdieren: eten of planten of vlees of beiden vogels: eten vaak planten en vlees vissen: eten vaak planten en vlees insecten: eten vaak planten
Voorbeelden
Voedingswijze: Een koe eet planten (gras), een leeuw eet vlees, een beer eet planten en vlees.
-
Illustreren de belangrijkste voedingswijze van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belangrijkste voedingswijze: • zoogdieren: De meeste zijn planteneters (herbivoren), sommigen vleeseters (carnivoren) en anderen alleseters (omnivoren). • vissen: Afhankelijk van de soort zijn ze vleeseters (carnivoor), planteneters (herbivoor) of alleseters (omnivoor). • vogels: Veel vogels zijn alleseters (omnivoren), maar er zijn ook planteneters (herbivoren) en vleeseters (carnivoren). • insecten: De meeste insecten leven van plantaardig materiaal of plantensappen, sommige insecten leven van dieren.Te hanteren begrippen
de alleseter, de planteneter, de vleeseter
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gewervelde dieren: • zoogdieren • vogels • amfibieën • vissen Voedingswijze: Het voedsel wordt in het lichaam van het dier getransporteerd: van bek naar de maag waar het verteerd wordt. In de darmen gaan de voedingsstoffen via het bloed naar de organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden (uitwerpselen). • amfibieën: Als larve meestal herbivoor (plantaardig voedsel), als volwassen dier meestal carnivoor (vleeseter).Te hanteren begrippen
de omnivoor, de herbivoor, de carnivoor
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongewervelde dieren: spinachtigen: Spinachtigen zijn carnivoren (vleeseters). Ze eten voornamelijk insecten. Ze gebruiken hun ‘kaken’ om de prooi te vangen. Voedingswijze: Bij de meeste ongewervelden wordt het voedsel getransporteerd van “bek” naar spijsverteringsstelsel waar het verteerd wordt. De voedingsstoffen gaan naar de organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden.
Te hanteren begrippen
de kaak
Voorbeelden
Voedingswijze: De schorpioen is een carnivoor want hij eet andere dieren.
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gewervelde dieren: reptielen: Afhankelijk van de soort carnivoor, herbivoor of omnivoor.
-
Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongewervelde dieren: andere ongewervelden
Te hanteren begrippen
de detrivoor
Voorbeelden
Belangrijkste voedingswijze: Wormen zijn detrivoor (afvalopruimers: eten dood organisch materiaal), zeesterren carnivoor en mosselen filteren hun voeding uit water (omnivoor).
-
Illustreren bijzondere voedingswijzen van dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Bijzondere voedingswijzen: • nectareters: bij, kolibrie • insecteneters: miereneters, egels, spechten
-
Beschrijven hoe eicellen en zaadcellen bijdragen aan de voortplanting bij de mens.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de eicel, de zaadcel
-
Beschrijven de voortplanting van de mens.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: proces van bevruchting ontwikkeling van de foetus geboorte van de baby
Te hanteren begrippen
de bevruchting, het embryo, de foetus, de zwangerschap, de bevalling, het ouderschap
-
Illustreren verschillende manieren waarop mensen kinderen kunnen krijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren waarop mensen kinderen krijgen: natuurlijke bevruchting kunstmatige bevruchting adoptie draagmoederschap pleegzorg
Te hanteren begrippen
de natuurlijke bevruchting, de kunstmatige bevruchting, de adoptie, het draagmoederschap, de pleegzorg
-
Beschrijven anticonceptiemiddelen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Anticonceptiemiddelen: condoom anticonceptiepil spiraal
Te hanteren begrippen
de anticonceptie, het condoom, de (anticonceptie)pil, het spiraaltje
-
Herkennen de voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • Zoogdieren hebben een draagtijd. • De jongen van vogels ontwikkelen zich in een ei.
-
Beschrijven hoe vogels hun jong ter wereld brengen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jong ter wereld brengen: proces van vorming van het ei, ei leggen, broeden, het uitkomen van het ei
Te hanteren begrippen
het ei, het nest, broeden
-
Beschrijven hoe zoogdieren hun jong ter wereld brengen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jong ter wereld brengen: proces van draagtijd, geboorte (levendbarend) en zogen
Te hanteren begrippen
de draagtijd, zogen, de melk, het jong
-
Beschrijven de voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • levendbarend: zoogdieren • eierleggend: o vogels o insecten o vissen -
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: levendbarend • vogels: eierleggend • amfibieën: eierleggend • vissen: eierleggend
Te hanteren begrippen
eieren leggen, de voortplanting
Voorbeelden
Voortplanting: Bijna alle zoogdieren krijgen jongen maar er zijn uitzonderingen zoals het vogelbekdier dat een ei legt.
-
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend
Te hanteren begrippen
de paring, de bevruchting, levendbarend, eierleggend
-
Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend • reptielen: inwendige bevruchting, eierleggend of levendbarend • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend
Te hanteren begrippen
de inwendige bevruchting, de uitwendige bevruchting, de voortplanting
-
Onderscheiden dieren en planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
Classificeren organismen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten • flora: planten
Te hanteren begrippen
de vogel, de vis, het insect, het dier, de plant
-
Classificeren organismen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Organismen: • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten • flora: planten
Te hanteren begrippen
de fauna, de flora, het zoogdier
-
Classificeren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw • voeding • voortplanting
-
Classificeren gewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet • voeding • voortplanting
-
Classificeren ongewervelde dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken • voeding • voortplanting
-
Classificeren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren: • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet, thermoregulatie • voeding • voortplanting
-
WT.035 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3
Determineren dieren.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
Ordenen dieren volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie fauna: de gewervelden: • zoogdieren • vogels • reptielen • amfibieën • vissen de ongewervelden: • de geleedpotigen: o de insecten o de spinachtigen • andere ongewerveldenTe hanteren begrippen
de taxonomie, het classificeren
-
Classificeren dieren volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
-
WT.038 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3
Tonen hun kennis over het organisme dier in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Manon springt tijdens de les lichamelijke opvoeding als een kikker en merkt op hoe ver zij kan komen met elke sprong. • Esther schrijft een verhaal over een avontuurlijke vos en beschrijft levendig en gedetailleerd zijn vacht, de sluwheid en de leefomgeving. -
Herkennen het organisme plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: zijn levende wezens
-
Herkennen het organisme plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de plant
-
Herkennen de basisdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: wortel stengel blad bloem
Te hanteren begrippen
de wortel, de stengel, het blad, de bloem
-
Herkennen de vruchten van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vruchten: van fruitbomen Herkennen: op basis van uiterlijke kenmerken
Te hanteren begrippen
de appel, de pruim, de peer, de vijg, de abrikoos, de kers
-
Herkennen de basisdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: wortel stengel/stam + takken blad bloem vrucht
Te hanteren begrippen
de stam, de vrucht, de tak
-
Herkennen planten en schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten en schimmels: bomen struiken paddenstoelen gras
Te hanteren begrippen
de boom, de struik, de paddenstoel, het gras
-
Herkennen de vruchten van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: • struiken • de eik, de beuk, de hazelaar, de kastanje, de esdoorn, de paardenkastanje, de notelaar Herkennen: op basis van uiterlijke kenmerkenTe hanteren begrippen
de kastanje, de eikel, de beukennoot, de hazelnoot, de bes
Voorbeelden
Vruchten: • De eikel is de vrucht van een eik. • De framboos is de vrucht van een frambozenstruik.
-
Begrijpen dat er verschillende planten bestaan.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende planten: • naaldbomen: bomen waarvan de bladeren de vorm van naalden hebben • loofbomen: bomen met bladeren die geen naaldvorm hebben • grassoorten: gras, tarwe, riet
Te hanteren begrippen
de naaldboom, de loofboom, de grassoort
-
Herkennen planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: • naaldbomen, loofbomen, grassoorten • mossen Herkennen: • Planten verschillen in uiterlijk en de plek waar ze groeien.
Te hanteren begrippen
het mos
-
Beschrijven de functie van de basisdelen van een plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een plant: In de taxonomie omschreven als ‘de flora’, verschillend van ‘de schimmels’ en ‘de fauna’ Functie basisdelen: • de wortel: houdt de plant stevig vast in de grond en zuigt water en voedingsstoffen op uit de grond • de stengel/ de stam: houdt de plant rechtop en brengt water van de wortels naar het blad en voedingstoffen van de bladeren naar de wortels (transport) • de bladeren: vangen zonlicht op en gebruiken dit licht als energiebron om met water en stoffen uit de lucht suikers te maken waardoor de plant groeit. Terwijl de bladeren dit doen, zorgen ze ook voor zuurstof • de bloem: trekt insecten aan die de bloem bestuiven waardoor vruchten ontstaan • de vrucht: bevat en beschermt de zaden • het zaad: uit het zaad kan een nieuwe plant groeienTe hanteren begrippen
het transport, de wortel, de stam, de stengel, het blad, de bloem, de vrucht, het zaad, de flora
-
Tekenen de delen van een plant.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: wortel stengel of stam bladeren bloem vrucht Tekenen: inclusief notatie van de functie
-
Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bladeren: (paarde)kastanjeblad eikenblad beukenblad esdoornblad Herkennen: bladvorm bladnerf bladrand
Te hanteren begrippen
de bladvorm, de bladnerf, de bladrand, het eikenblad, het beukenblad, het (paarde)kastanjeblad, het esdoornblad
-
Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bomen: • spar • den
Te hanteren begrippen
de sparrennaald, de dennennaald
-
Illustreren de relatieve leeftijd van loof- en naaldbomen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatieve leeftijd: de jaarringen van een boom de omtrek van de stam
Te hanteren begrippen
de jaarring
Voorbeelden
Naomi bekijkt de jaarringen van een boom en legt uit dat je hieraan kunt aflezen hoe oud die ongeveer is.
-
Herkennen soorten planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten planten (indeling van de ‘flora’ volgens de taxonomie): sporenplanten zaadplanten
Te hanteren begrippen
de sporenplant, de zaadplant
Voorbeelden
Zaadplanten: appelboom, zonnebloem, paardenbloem, eik, den Sporenplanten: varen, mos, paardenstaart
-
Herkennen schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schimmels: De schimmels zijn een aparte categorie in de taxonomie naast de flora en de fauna.
Te hanteren begrippen
de champignon, de vliegenzwam, het gist, de schimmel
Voorbeelden
Schimmels: weidechampignon, vliegenzwam, gist, schimmel op brood of kaas
-
Herkennen de basisdelen van schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basisdelen: schimmel zwamvlok (schimmeldraden) vruchtlichaam
Te hanteren begrippen
de zwamvlok, het vruchtlichaam
-
Herkennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De paddenstoel - basisdelen: hoed steel paddenstoel ring sporen buisjes plaatjes
Te hanteren begrippen
de hoed, de steel, de paddenstoel, de ring, de sporen, het buisje, het plaatje
-
Herkennen wat planten nodig hebben om te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Planten hebben water en licht nodig om te groeien.
-
Illustreren wat planten nodig hebben om te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Planten groeien beter of slechter afhankelijk van: hoeveelheid water (vruchtbare) grond plaats in het licht of in de schaduwTe hanteren begrippen
het water, de aarde, het licht, het voedsel, de schaduw
-
Illustreren wat planten nodig hebben om optimaal te groeien.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Groeien: Groei van planten hangt af van: hoeveelheid water vruchtbare bodem lichtintensiteit en -duur temperatuur (warmte of koude) aanwezigheid van luchtTe hanteren begrippen
de vruchtbare bodem, de temperatuur, de lucht, de warmte, de schaduw
-
Herkennen dat bijna alle planten op dezelfde manier voedingsstoffen verkrijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voedingstoffen verkrijgen: De meeste planten maken via de bladeren hun eigen voedsel met zonlicht, stoffen uit de lucht en water (fotosynthese). De meeste planten nemen via hun wortels uit de grond water op en mineralen (‘vitaminen’ voor de plant). Sommige planten groeien ook in water met voldoende (al dan niet toegevoegde) mineralen. Soms is het nodig om extra mineralen aan de grond toe te voegen: bemesten. Water helpt bij het transport van stoffen in de plant, zorgt voor stevigheid en is nodig voor de ‘fotosynthese’.
Te hanteren begrippen
het zonlicht
-
Beschrijven hoe planten en korstmossen voedingsstoffen verkrijgen.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Planten: autotroof: Planten die hun eigen voedsel maken met zonlicht, water en stoffen uit de lucht. Korstmossen: symbiose: Een korstmos bestaat uit een wier (alg) en een zwam (schimmel) die samenwerken. Het wier maakt voedsel voor zichzelf en voor de de zwam en de zwam zorgt voor water en mineralen voor het wier. Ze zorgen dus beiden voor een voordeel voor elkaar zodat het geheel (het korstmos) kan overleven.
Te hanteren begrippen
de symbiose
-
Illustreren dat schimmels zich voeden met organisch materiaal.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
-
Illustreren de cruciale rol van schimmels in het ecosysteem als ontbinder.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Cruciale rol: Schimmels als ontbinders/opruimers breken dode organismen af en geven voedingsstoffen terug aan het ecosysteem, waardoor de kringloop van stoffen in stand blijft. Zonder ontbinders zou de natuur vervuilen met dode resten en zou de bodem uitgeput zou raken.
Te hanteren begrippen
het ecosysteem, de opruimer, de ontbinding
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de bloem, de vrucht
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het zaad, bloeien
-
Beschrijven de functie van de delen van een bloem.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van delen: • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel. • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen) aan met de helmknop en de helmdraad • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt, gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot vrucht.Te hanteren begrippen
het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
-
Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels). Sporenplanten gebruiken sporen. Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk) voortplanten.
Te hanteren begrippen
de bol, de knol, de spore
Voorbeelden
Vegetatief: • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond. • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe planten. -
Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper. • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem vliegen. • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.Te hanteren begrippen
de bestuiving
-
Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper. • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder insecten = minder zaden, vruchten en oogst. Verspreiding: • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen. • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via wind en het water. Belang bestuiving en verspreiding: • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden van de soort. • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)Te hanteren begrippen
de verspreiding van zaad, de bestuiver
Voorbeelden
Bestuiving: • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten. • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de vrouwelijke dennenappels. Zaadverspreiding: • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de pit (die het zaad bevat) valt op de grond. • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem. • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad. -
Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geslachtelijke voortplanting: • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper. • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem van dezelfde soort terecht. • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad. • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant. • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.Te hanteren begrippen
de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
-
Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongeslachtelijke voortplanting: Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door uitlopers, knollen of bollen.
Te hanteren begrippen
de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting
Voorbeelden
Knollen: aardappel Bollen: ui, hyacint Uitlopers: aardbei
-
Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil: • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie. • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en dus geen erfelijke variatie. -
Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin. • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn. -
Beschrijven de voortplanting van schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden. Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd. Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind verspreid. Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door wind, water en dieren.
Te hanteren begrippen
de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel
-
Classificeren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Classificeren • bouw • voortplanting
-
Determineren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
-
Determineren planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Determineren: • bladvorm/naaldsoort • bloem
-
Ordenen planten en schimmels volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie: • de flora o zaadplanten o sporenplanten • de schimmels -
Classificeren planten en schimmels volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
-
Tonen hun kennis van de organismen planten en schimmels in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Levi zorgt voor de planten in de klas en denkt eraan dat ze voldoende water en zonlicht nodig hebben om te groeien. • Klaas onderzoekt in een project over duurzaamheid en technologie hoe planten en schimmels kunnen bijdragen aan milieuvriendelijke oplossingen, zoals waterzuivering met bepaalde planten of het gebruik van schimmels voor de biologische afbraak van afval. -
Beschrijven bacteriën.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: bouw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bacteriën: zijn eencellige micro-organismen zijn niet waar te nemen met het blote oog, maar wel onder de microscoop komen overal voor: op voorwerpen, in ons lichaam, in de natuur Er zijn voor de mens zowel nuttige (meewerkende) bacteriën als ziekmakende (tegenwerkende) bacteriën. Bacteriën vormen in de taxonomie een aparte categorie, verschillend van de fauna, de flora en de schimmels
Te hanteren begrippen
de cel, de bacterie, de microscoop, nuttig, schadelijk
-
Beschrijven de verschillende manieren waarop bacteriën zich voeden.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voedingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voeden zich op verschillende manieren: breken dood materiaal af werken samen met andere organismen (symbiose) Sommige bacteriën maken hun eigen voedsel met licht of chemische stoffen. Bacteriën: dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen in een ecosysteem
Te hanteren begrippen
de bacterie
-
Beschrijven hoe bacteriën zich voortplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voortplantingswijze
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bacteriën: eencellige organismen die zich snel kunnen voortplanten Voortplanting: via celdeling: Eén cel wordt twee identieke cellen Door die snelle deling kunnen bacteriekolonies snel groeien.
Te hanteren begrippen
de cel, de celdeling
-
Ordenen organismen volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Taxonomie organismen: de fauna: • de gewervelden: o zoogdieren o vogels o reptielen o amfibieën o vissen • de ongewervelden: o de geleedpotigen: ▪ insecten ▪ spinachtigen o andere ongewervelden de flora: • zaadplanten • sporenplanten de schimmels de bacteriën -
Classificeren de organismen volgens de taxonomie.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen