Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

85 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Kenmerken van organismen ✕

  1. WT.001 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

  2. WT.002 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het dier
  3. WT.003 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    het klein dier, het groot dier, de kop/ het hoofd, de snuit, de bek, de mond, het oog, de
    poot, de vleugel, de staart, de vacht, de veer, het haar, de vis, de vogel, het insect
  4. WT.004 Begrijpen K3 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de poot, het lichaam, het zoogdier
  5. WT.005 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de antenne, het zoogdier, de vogel, de vis, het insect
  6. WT.006 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.9

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    • spinachtigen
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    thermoregulatie: warmbloedig (zelf de temperatuur regelen door zweten, hijgen, rillen,
    vetlaag, en/of vacht), koudbloedig (temperatuur afhankelijk van de omgeving)
    ademhaling: transport van zuurstof
    
    Herkennen:
    Uit exemplarische lijst: organismen uit 7 afgebakende biotopen

    Te hanteren begrippen

    warmbloedig, koudbloedig, de naakte huid, de spin, de ruggengraat, het gewerveld dier,
    het ongewervelde dier, de amfibie, de spinachtige
  7. WT.007 Begrijpen L5 L6 L4 3.2.9; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • reptielen
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • geleedpotigen:
          o insecten
          o spinachtigen
    • andere ongewervelden
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    exoskelet (uitwendig skelet)
    thermoregulatie: warmbloedig, koudbloedig
    ademhaling (transport van zuurstof: bij gewervelde dieren via het bloed)

    Te hanteren begrippen

    het reptiel, de geleedpotige, de andere ongewervelde

    Voorbeelden

    Andere ongewervelden:
    regenworm, naaktslak, zeepier, oorkwal, zeester, meshelft, kokkel, zeeappel, huisjesslak,
    zoetwaterspons, zwanemossel
  8. WT.008 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    • insecten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Schapen eten gras, kikkers eten insecten.
  9. WT.009 Begrijpen K2 GO!-doel

    Begrijpen verschillende voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten eters:
    • planteneters: eten planten (gras, bladeren)
    • vleeseters: eten andere dieren
    • alleseters: eten planten en vlees

    Te hanteren begrippen

    de plant, het vlees, eten
  10. WT.010 Begrijpen K3 GO!-doel

    Beschrijven de voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingswijze:
    zoogdieren: eten of planten of vlees of beiden
    vogels: eten vaak planten en vlees
    vissen: eten vaak planten en vlees
    insecten: eten vaak planten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Een koe eet planten (gras), een leeuw eet vlees, een beer eet planten en vlees.
  11. WT.011 Begrijpen L1 L2 L6 3.1.3

    Illustreren de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belangrijkste voedingswijze:
    • zoogdieren: De meeste zijn planteneters (herbivoren), sommigen vleeseters
        (carnivoren) en anderen alleseters (omnivoren).
    • vissen: Afhankelijk van de soort zijn ze vleeseters (carnivoor), planteneters
        (herbivoor) of alleseters (omnivoor).
    • vogels: Veel vogels zijn alleseters (omnivoren), maar er zijn ook planteneters
        (herbivoren) en vleeseters (carnivoren).
    • insecten: De meeste insecten leven van plantaardig materiaal of plantensappen,
        sommige insecten leven van dieren.

    Te hanteren begrippen

    de alleseter, de planteneter, de vleeseter
  12. WT.012 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    
    Voedingswijze:
    Het voedsel wordt in het lichaam van het dier getransporteerd: van bek naar de maag
    waar het verteerd wordt. In de darmen gaan de voedingsstoffen via het bloed naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden (uitwerpselen).
    • amfibieën: Als larve meestal herbivoor (plantaardig voedsel), als volwassen dier
        meestal carnivoor (vleeseter).

    Te hanteren begrippen

    de omnivoor, de herbivoor, de carnivoor
  13. WT.013 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    spinachtigen: Spinachtigen zijn carnivoren (vleeseters). Ze eten voornamelijk insecten.
    Ze gebruiken hun ‘kaken’ om de prooi te vangen.
    
    Voedingswijze:
    Bij de meeste ongewervelden wordt het voedsel getransporteerd van “bek” naar
    spijsverteringsstelsel waar het verteerd wordt. De voedingsstoffen gaan naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden.

    Te hanteren begrippen

    de kaak

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    De schorpioen is een carnivoor want hij eet andere dieren.
  14. WT.014 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    reptielen: Afhankelijk van de soort carnivoor, herbivoor of omnivoor.
  15. WT.015 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    andere ongewervelden

    Te hanteren begrippen

    de detrivoor

    Voorbeelden

    Belangrijkste voedingswijze:
    Wormen zijn detrivoor (afvalopruimers: eten dood organisch materiaal), zeesterren
    carnivoor en mosselen filteren hun voeding uit water (omnivoor).
  16. WT.016 Begrijpen L6 L6 3.1.3

    Illustreren bijzondere voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Bijzondere voedingswijzen:
    • nectareters: bij, kolibrie
    • insecteneters: miereneters, egels, spechten
  17. WT.017 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven hoe eicellen en zaadcellen bijdragen aan de voortplanting bij de mens.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de eicel, de zaadcel
  18. WT.018 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Beschrijven de voortplanting van de mens.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    proces van bevruchting
    ontwikkeling van de foetus
    geboorte van de baby

    Te hanteren begrippen

    de bevruchting, het embryo, de foetus, de zwangerschap, de bevalling, het ouderschap
  19. WT.019 Begrijpen L5 L6 3.1.3

    Illustreren verschillende manieren waarop mensen kinderen kunnen krijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren waarop mensen kinderen krijgen:
    natuurlijke bevruchting
    kunstmatige bevruchting
    adoptie
    draagmoederschap
    pleegzorg

    Te hanteren begrippen

    de natuurlijke bevruchting, de kunstmatige bevruchting, de adoptie, het
    draagmoederschap, de pleegzorg
  20. WT.020 Begrijpen L6 GO!-doel

    Beschrijven anticonceptiemiddelen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Anticonceptiemiddelen:
    condoom
    anticonceptiepil
    spiraal

    Te hanteren begrippen

    de anticonceptie, het condoom, de (anticonceptie)pil, het spiraaltje
  21. WT.021 Begrijpen K1 KO 3.1.4

    Herkennen de voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • Zoogdieren hebben een draagtijd.
    • De jongen van vogels ontwikkelen zich in een ei.
  22. WT.022 Begrijpen K2 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven hoe vogels hun jong ter wereld brengen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jong ter wereld brengen:
    proces van vorming van het ei, ei leggen, broeden, het uitkomen van het ei

    Te hanteren begrippen

    het ei, het nest, broeden
  23. WT.023 Begrijpen K3 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven hoe zoogdieren hun jong ter wereld brengen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jong ter wereld brengen:
    proces van draagtijd, geboorte (levendbarend) en zogen

    Te hanteren begrippen

    de draagtijd, zogen, de melk, het jong
  24. WT.024 Begrijpen K3 KO 3.1.2; KO 3.1.4

    Beschrijven de voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • levendbarend: zoogdieren
    • eierleggend:
          o vogels
          o insecten
          o vissen
  25. WT.025 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.7

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: levendbarend
    • vogels: eierleggend
    • amfibieën: eierleggend
    • vissen: eierleggend

    Te hanteren begrippen

    eieren leggen, de voortplanting

    Voorbeelden

    Voortplanting:
    Bijna alle zoogdieren krijgen jongen maar er zijn uitzonderingen zoals het vogelbekdier
    dat een ei legt.
  26. WT.026 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.7

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend
    • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend
    • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend
    • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend

    Te hanteren begrippen

    de paring, de bevruchting, levendbarend, eierleggend
  27. WT.027 Begrijpen L5 L6 L4 3.1.7; L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Beschrijven de meest voorkomende voortplanting bij dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    • zoogdieren: inwendige bevruchting, levendbarend
    • vogels: inwendige bevruchting, eierleggend
    • reptielen: inwendige bevruchting, eierleggend of levendbarend
    • amfibieën: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • vissen: uitwendige bevruchting, eierleggend
    • insecten: inwendige bevruchting, eierleggend
    • spinachtigen: inwendige bevruchting, eierleggend

    Te hanteren begrippen

    de inwendige bevruchting, de uitwendige bevruchting, de voortplanting
  28. WT.028 Gebruiken K1 KO 3.1.2

    Onderscheiden dieren en planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  29. WT.029 Gebruiken K2 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Classificeren organismen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten
    • flora: planten

    Te hanteren begrippen

    de vogel, de vis, het insect, het dier, de plant
  30. WT.030 Gebruiken K3 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Classificeren organismen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Organismen:
    • fauna: zoogdieren, vissen, vogels, insecten
    • flora: planten

    Te hanteren begrippen

    de fauna, de flora, het zoogdier
  31. WT.031 Gebruiken K2 K3 KO 3.1.2

    Classificeren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw
    • voeding
    • voortplanting
  32. WT.032 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Classificeren gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet
    • voeding
    • voortplanting
  33. WT.033 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Classificeren ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken
    • voeding
    • voortplanting
  34. WT.034 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren:
    • bouw: uiterlijke kenmerken, skelet, thermoregulatie
    • voeding
    • voortplanting
  35. WT.035 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  36. WT.036 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2

    Ordenen dieren volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie fauna:
    de gewervelden:
    • zoogdieren
    • vogels
    • reptielen
    • amfibieën
    • vissen
    de ongewervelden:
    • de geleedpotigen:
          o de insecten
          o de spinachtigen
    • andere ongewervelden

    Te hanteren begrippen

    de taxonomie, het classificeren
  37. WT.037 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.2

    Classificeren dieren volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

  38. WT.038 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.1.1; KO 3.1.2; L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Tonen hun kennis over het organisme dier in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Manon springt tijdens de les lichamelijke opvoeding als een kikker en merkt op hoe
        ver zij kan komen met elke sprong.
    • Esther schrijft een verhaal over een avontuurlijke vos en beschrijft levendig en
        gedetailleerd zijn vacht, de sluwheid en de leefomgeving.
  39. WT.039 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    zijn levende wezens
  40. WT.040 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de plant
  41. WT.041 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel
    blad
    bloem

    Te hanteren begrippen

    de wortel, de stengel, het blad, de bloem
  42. WT.042 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vruchten:
    van fruitbomen
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de appel, de pruim, de peer, de vijg, de abrikoos, de kers
  43. WT.043 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel/stam + takken
    blad
    bloem
    vrucht

    Te hanteren begrippen

    de stam, de vrucht, de tak
  44. WT.044 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen planten en schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten en schimmels:
    bomen
    struiken
    paddenstoelen
    gras

    Te hanteren begrippen

    de boom, de struik, de paddenstoel, het gras
  45. WT.045 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • struiken
    • de eik, de beuk, de hazelaar, de kastanje, de esdoorn, de paardenkastanje, de
        notelaar
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de kastanje, de eikel, de beukennoot, de hazelnoot, de bes

    Voorbeelden

    Vruchten:
    • De eikel is de vrucht van een eik.
    • De framboos is de vrucht van een frambozenstruik.
  46. WT.046 Begrijpen L1 L4 3.1.3

    Begrijpen dat er verschillende planten bestaan.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende planten:
    • naaldbomen: bomen waarvan de bladeren de vorm van naalden hebben
    • loofbomen: bomen met bladeren die geen naaldvorm hebben
    • grassoorten: gras, tarwe, riet

    Te hanteren begrippen

    de naaldboom, de loofboom, de grassoort
  47. WT.047 Begrijpen L2 L4 3.1.3

    Herkennen planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • naaldbomen, loofbomen, grassoorten
    • mossen
    Herkennen:
    • Planten verschillen in uiterlijk en de plek waar ze groeien.

    Te hanteren begrippen

    het mos
  48. WT.048 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8; L4 3.2.9

    Beschrijven de functie van de basisdelen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een plant:
    In de taxonomie omschreven als ‘de flora’, verschillend van ‘de schimmels’ en ‘de fauna’
    
    Functie basisdelen:
    • de wortel: houdt de plant stevig vast in de grond en zuigt water en voedingsstoffen
        op uit de grond
    • de stengel/ de stam: houdt de plant rechtop en brengt water van de wortels naar
        het blad en voedingstoffen van de bladeren naar de wortels (transport)
    • de bladeren: vangen zonlicht op en gebruiken dit licht als energiebron om met
        water en stoffen uit de lucht suikers te maken waardoor de plant groeit. Terwijl de
        bladeren dit doen, zorgen ze ook voor zuurstof
    • de bloem: trekt insecten aan die de bloem bestuiven waardoor vruchten ontstaan
    • de vrucht: bevat en beschermt de zaden
    • het zaad: uit het zaad kan een nieuwe plant groeien

    Te hanteren begrippen

    het transport, de wortel, de stam, de stengel, het blad, de bloem, de vrucht, het zaad,
    de flora
  49. WT.049 Gebruiken L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Tekenen de delen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    wortel
    stengel of stam
    bladeren
    bloem
    vrucht
    Tekenen:
    inclusief notatie van de functie
  50. WT.050 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.8

    Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bladeren:
    (paarde)kastanjeblad
    eikenblad
    beukenblad
    esdoornblad
    
    Herkennen:
    bladvorm
    bladnerf
    bladrand

    Te hanteren begrippen

    de bladvorm, de bladnerf, de bladrand, het eikenblad, het beukenblad, het
    (paarde)kastanjeblad, het esdoornblad
  51. WT.051 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3

    Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bomen:
    • spar
    • den

    Te hanteren begrippen

    de sparrennaald, de dennennaald
  52. WT.052 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.11

    Illustreren de relatieve leeftijd van loof- en naaldbomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatieve leeftijd:
    de jaarringen van een boom
    de omtrek van de stam

    Te hanteren begrippen

    de jaarring

    Voorbeelden

    Naomi bekijkt de jaarringen van een boom en legt uit dat je hieraan kunt aflezen hoe
    oud die ongeveer is.
  53. WT.053 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen soorten planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten planten (indeling van de ‘flora’ volgens de taxonomie):
    sporenplanten
    zaadplanten

    Te hanteren begrippen

    de sporenplant, de zaadplant

    Voorbeelden

    Zaadplanten:
    appelboom, zonnebloem, paardenbloem, eik, den
    Sporenplanten:
    varen, mos, paardenstaart
  54. WT.054 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schimmels:
    De schimmels zijn een aparte categorie in de taxonomie naast de flora en de fauna.

    Te hanteren begrippen

    de champignon, de vliegenzwam, het gist, de schimmel

    Voorbeelden

    Schimmels:
    weidechampignon, vliegenzwam, gist, schimmel op brood of kaas
  55. WT.055 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de basisdelen van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    schimmel
    zwamvlok (schimmeldraden)
    vruchtlichaam

    Te hanteren begrippen

    de zwamvlok, het vruchtlichaam
  56. WT.056 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De paddenstoel - basisdelen:
    hoed
    steel
    paddenstoel
    ring
    sporen
    buisjes
    plaatjes

    Te hanteren begrippen

    de hoed, de steel, de paddenstoel, de ring, de sporen, het buisje, het plaatje
  57. WT.057 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten hebben water en licht nodig om te groeien.
  58. WT.058 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten groeien beter of slechter afhankelijk van:
        hoeveelheid water
        (vruchtbare) grond
        plaats in het licht of in de schaduw

    Te hanteren begrippen

    het water, de aarde, het licht, het voedsel, de schaduw
  59. WT.059 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.8

    Illustreren wat planten nodig hebben om optimaal te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Groei van planten hangt af van:
        hoeveelheid water
        vruchtbare bodem
        lichtintensiteit en -duur
        temperatuur (warmte of koude)
        aanwezigheid van lucht

    Te hanteren begrippen

    de vruchtbare bodem, de temperatuur, de lucht, de warmte, de schaduw
  60. WT.060 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Herkennen dat bijna alle planten op dezelfde manier voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingstoffen verkrijgen:
    De meeste planten maken via de bladeren hun eigen voedsel met zonlicht, stoffen uit de
    lucht en water (fotosynthese).
    De meeste planten nemen via hun wortels uit de grond water op en mineralen
    (‘vitaminen’ voor de plant). Sommige planten groeien ook in water met voldoende (al
    dan niet toegevoegde) mineralen. Soms is het nodig om extra mineralen aan de grond
    toe te voegen: bemesten.
    Water helpt bij het transport van stoffen in de plant, zorgt voor stevigheid en is nodig
    voor de ‘fotosynthese’.

    Te hanteren begrippen

    het zonlicht
  61. WT.061 Begrijpen L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven hoe planten en korstmossen voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    autotroof: Planten die hun eigen voedsel maken met zonlicht, water en stoffen uit de
    lucht.
    
    Korstmossen:
    symbiose: Een korstmos bestaat uit een wier (alg) en een zwam (schimmel) die
    samenwerken. Het wier maakt voedsel voor zichzelf en voor de de zwam en de zwam
    zorgt voor water en mineralen voor het wier. Ze zorgen dus beiden voor een voordeel
    voor elkaar zodat het geheel (het korstmos) kan overleven.

    Te hanteren begrippen

    de symbiose
  62. WT.062 Begrijpen L4 L6 3.1.3

    Illustreren dat schimmels zich voeden met organisch materiaal.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

  63. WT.063 Begrijpen L4 L4 3.2.3

    Illustreren de cruciale rol van schimmels in het ecosysteem als ontbinder.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Cruciale rol:
    Schimmels als ontbinders/opruimers breken dode organismen af en geven
    voedingsstoffen terug aan het ecosysteem, waardoor de kringloop van stoffen in stand
    blijft. Zonder ontbinders zou de natuur vervuilen met dode resten en zou de bodem
    uitgeput zou raken.

    Te hanteren begrippen

    het ecosysteem, de opruimer, de ontbinding
  64. WT.064 Begrijpen K3 L1 L2 L4 3.1.3; L4 3.2.7

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de bloem, de vrucht
  65. WT.065 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zaad, bloeien
  66. WT.066 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.4; L6 3.2.9; L6 3.2.10

    Beschrijven de functie van de delen van een bloem.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van delen:
    • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit
    • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan
    • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het
        stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel.
    • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen)
        aan met de helmknop en de helmdraad
    • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de
        plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt,
        gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot
        vrucht.

    Te hanteren begrippen

    het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de
    stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
  67. WT.067 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels).
    Sporenplanten gebruiken sporen.
    Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk)
    voortplanten.

    Te hanteren begrippen

    de bol, de knol, de spore

    Voorbeelden

    Vegetatief:
    • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond.
    • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe
        planten.
  68. WT.068 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.7

    Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper.
    • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem
        vliegen.
    • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.

    Te hanteren begrippen

    de bestuiving
  69. WT.069 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.7; L6 3.1.5

    Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper.
    • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder
        insecten = minder zaden, vruchten en oogst.
    
    Verspreiding:
    • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen.
    • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via
        wind en het water.
    
    Belang bestuiving en verspreiding:
    • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van
        de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden
        van de soort.
    • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde
        ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)

    Te hanteren begrippen

    de verspreiding van zaad, de bestuiver

    Voorbeelden

    Bestuiving:
    • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten.
    • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de
        vrouwelijke dennenappels.
    Zaadverspreiding:
    • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de
        pit (die het zaad bevat) valt op de grond.
    • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem.
    • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad.
  70. WT.070 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geslachtelijke voortplanting:
    • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper.
    • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem
        van dezelfde soort terecht.
    • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het
        vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad.
    • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant.
    • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de
        wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.

    Te hanteren begrippen

    de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
  71. WT.071 Begrijpen L6 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongeslachtelijke voortplanting:
    Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of
    bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot
    een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door
    uitlopers, knollen of bollen.

    Te hanteren begrippen

    de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting

    Voorbeelden

    Knollen:
    aardappel
    Bollen:
    ui, hyacint
    Uitlopers:
    aardbei
  72. WT.072 Gebruiken L6 L6 3.1.6; L6 3.1.8; L6 3.2.14

    Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil:
    • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in
        stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen
        van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie.
    • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en
        vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en
        dus geen erfelijke variatie.
  73. WT.073 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira
        over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin.
    • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen
        aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn.
  74. WT.074 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de voortplanting van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden.
    Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd.
    Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind
    verspreid.
    Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door
    wind, water en dieren.

    Te hanteren begrippen

    de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel
  75. WT.075 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Classificeren
    • bouw
    • voortplanting
  76. WT.076 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

  77. WT.077 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Determineren planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Determineren:
    • bladvorm/naaldsoort
    • bloem
  78. WT.078 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Ordenen planten en schimmels volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie:
    • de flora
        o zaadplanten
        o sporenplanten
    • de schimmels
  79. WT.079 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren planten en schimmels volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

  80. WT.080 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van de organismen planten en schimmels in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Ordening

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Levi zorgt voor de planten in de klas en denkt eraan dat ze voldoende water en
        zonlicht nodig hebben om te groeien.
    • Klaas onderzoekt in een project over duurzaamheid en technologie hoe planten en
        schimmels kunnen bijdragen aan milieuvriendelijke oplossingen, zoals
        waterzuivering met bepaalde planten of het gebruik van schimmels voor de
        biologische afbraak van afval.
  81. WT.081 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Beschrijven bacteriën.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bacteriën:
    zijn eencellige micro-organismen
    zijn niet waar te nemen met het blote oog, maar wel onder de microscoop
    komen overal voor: op voorwerpen, in ons lichaam, in de natuur
    Er zijn voor de mens zowel nuttige (meewerkende) bacteriën als ziekmakende
    (tegenwerkende) bacteriën.
    Bacteriën vormen in de taxonomie een aparte categorie, verschillend van de fauna, de
    flora en de schimmels

    Te hanteren begrippen

    de cel, de bacterie, de microscoop, nuttig, schadelijk
  82. WT.082 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de verschillende manieren waarop bacteriën zich voeden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voeden zich op verschillende manieren:
    breken dood materiaal af
    werken samen met andere organismen (symbiose)
    Sommige bacteriën maken hun eigen voedsel met licht of chemische stoffen.
    
    Bacteriën:
    dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen in een ecosysteem

    Te hanteren begrippen

    de bacterie
  83. WT.083 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven hoe bacteriën zich voortplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voortplantingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bacteriën:
    eencellige organismen die zich snel kunnen voortplanten
    
    Voortplanting:
    via celdeling: Eén cel wordt twee identieke cellen
    Door die snelle deling kunnen bacteriekolonies snel groeien.

    Te hanteren begrippen

    de cel, de celdeling
  84. WT.084 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Ordenen organismen volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taxonomie organismen:
    de fauna:
    • de gewervelden:
          o zoogdieren
          o vogels
          o reptielen
          o amfibieën
          o vissen
    • de ongewervelden:
          o de geleedpotigen:
                  ▪ insecten
                  ▪ spinachtigen
          o andere ongewervelden
    
    de flora:
    • zaadplanten
    • sporenplanten
    de schimmels
    de bacteriën
  85. WT.085 Gebruiken L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Classificeren de organismen volgens de taxonomie.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Ordening alle organismen