Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

105 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Natuurkundige verschijnselen ✕

  1. WT.293 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    trek- en duwkracht

    Te hanteren begrippen

    trekken, duwen
  2. WT.294 Begrijpen L1 L4 3.5.1

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    magnetische kracht
  3. WT.295 Begrijpen L2 L3 L4 3.5.1

    Herkennen verschillende soorten krachten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Krachten:
    zwaartekracht
  4. WT.296 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Illustreren de relatie tussen kracht en beweging.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • tussen kracht en de verandering van de beweging bij een bepaalde massa
    • tussen massa en de verandering van de beweging bij een bepaalde kracht
    • kracht versus verandering van beweging bij constante massa: Als de massa constant
        blijft, dan geldt:
        meer kracht → meer versnelling
        minder kracht → minder versnelling
    • massa versus verandering van beweging bij constante kracht: Als de kracht constant
        blijft, dan geldt:
        meer massa → minder versnelling
        minder massa → meer versnelling

    Te hanteren begrippen

    de richting, de kracht, de beweging, de massa, de relatie, de plaats

    Voorbeelden

    Jessie speelt met de winkelwagen: duwt ze harder, dan rijdt die sneller. De massa van
    het wagentje verandert niet, dus de kracht bepaalt hoe snel het beweegt.
  5. WT.297 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.2; L6 3.5.7

    Illustreren effecten van krachten op beweging.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Effecten:
    • versnelling: Als de kracht in dezelfde richting als de beweging werkt, wordt de
        snelheid groter.
    • vertraging: Een kracht die tegengesteld aan de beweging werkt (weerstand),
        veroorzaakt afremming.
    • verandering van richting: Krachten die niet in lijn zijn met de huidige beweging
        kunnen de richting van een object veranderen.
    • beweging vanuit stilstand: Een kracht kan een stilstaand object in beweging
        brengen.

    Te hanteren begrippen

    de weerstand

    Voorbeelden

    Vertraging:
    • Zeger ondervindt heel veel weerstand bij het fietsen tegen de wind in.
    • Tamara ondervindt dat ze sneller kan zwemmen met zwempak dan met kleren aan.
    • Sander legt uit dat zijn fiets afremt doordat een remblokje tegen het draaiende wiel
        drukt.
  6. WT.298 Begrijpen L6 L6 3.5.1; L6 3.5.2

    Duiden het onderscheid tussen gewicht en massa.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheid:
    Massa is de hoeveelheid materie in een object.
    Gewicht is de kracht waarmee zwaartekracht aan een object trekt.
    Het gewicht verandert volgens de zwaartekracht.

    Te hanteren begrippen

    het gewicht, de massa, de druk

    Voorbeelden

    Onderscheid:
    Op de maan is er minder zwaartekracht dan op aarde waardoor eenzelfde persoon (met
    dus eenzelfde massa) minder weegt op de maan dan op aarde.
  7. WT.299 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.5.2; L6 3.5.2; L6 3.7.9

    Passen de relatie tussen kracht en beweging toe in hun creaties.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Basiel zorgt ervoor dat de knikkerbaan op bepaalde plaatsen voldoende helling heeft om
    de knikkers te versnellen.
  8. WT.300 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

    Herkennen hoe bewegende voorwerpen of personen versnellen of vertragen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    sneller, trager

    Voorbeelden

    Versnellen:
    harder trappen op de fiets, een speelgoedauto van een helling duwen
    Vertragen:
    minder hard trappen, stoppen met trappen of remmen
  9. WT.301 Begrijpen L2 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Illustreren de impact van snelheid in dagelijkse situaties.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Aimée vergelijkt het verschil tussen naast een fiets wandelen en erop rijden.
  10. WT.302 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.2

    Herkennen de noodzaak van aangepaste snelheid in een technisch systeem.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    Versnellen, vertragen, de snelheid

    Voorbeelden

    • Arne past de snelheid van de knikker aan in zijn knikkerbaan. Hij versnelt de knikker
        om een hindernis te nemen en vertraagt hem om te voorkomen dat hij uit de bocht
        vliegt.
    • Anne-Fien stelt de elektrische speelgoedtrein zo af dat hij vertraagt voordat hij een
        scherpe bocht ingaat.
  11. WT.303 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.5.1; L4 3.5.2; L6 3.5.1; L6 3.5.2; L6 3.7.9

    Gebruiken snelheid in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Snelheid:
    • versnellen, vertragen
    • de snelheid
    • de plaats
    • de beweging
    • de weerstand
    • de richting
  12. WT.304 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  13. WT.305 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    drijven, zinken
  14. WT.306 Gebruiken K2 K3 L1 GO!-doel

    Classificeren materie die drijft of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  15. WT.307 Begrijpen L2 GO!-doel

    Herkennen bijzondere materie die drijft en/of zinkt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Lieven ontdekt dat cellenbeton, in tegenstelling tot andere stenen, blijft drijven op
        water.
    • Beatrix merkt op dat een spons eerst drijft, maar zinkt zodra die volledig met water
        is volgezogen.
  16. WT.308 Begrijpen L3 GO!-doel

    Herkennen de opwaartse kracht bij drijven en zinken.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rémi vouwt een stukje zilverpapier steeds kleiner en merkt dat het uiteindelijk zinkt
        doordat er minder opwaartse kracht van het water tegen de folie is.
  17. WT.309 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren toepassingen van het natuurkundig verschijnsel drijven en zinken in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  18. WT.310 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren materie in functie van drijven en zinken in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Drijven en zinken

  19. WT.311 Begrijpen K1 KO 3.5.1

    Herkennen verschillende schakelaars om licht aan en uit te doen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schakelaars:
    schuifschakelaar
    kantelschakelaar
    drukknop
  20. WT.312 Begrijpen K2 KO 3.5.1

    Herkennen elektrische onderdelen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Elektrische onderdelen:
    de schakelaar
    de stekker
    het snoer
  21. WT.313 Begrijpen K3 KO 3.5.1

    Beschrijven de noodzaak van elektriciteit om toestellen te laten functioneren.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de elektriciteit, het stopcontact, het werkt, het werkt niet

    Voorbeelden

    • Ollie merkt dat de mixer niet werkt en steekt de stekker in het stopcontact.
    • Davina vertelt dat het speelgoed niet werkt wanneer de batterijen ontbreken of
        leeg zijn.
  22. WT.314 Begrijpen K3 KO 3.5.1

    Herkennen batterijen en hun symbolen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de batterij, +, -, de veer
  23. WT.315 Gebruiken K3 KO 3.5.1

    Gebruiken batterijen om toestellen te laten functioneren.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier plaatsen.
    Een (herbruikbare) batterij op een correcte manier lezen (+ en –).
  24. WT.316 Begrijpen L1 L6 3.5.1

    Beschrijven de onderdelen van de gesloten stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de batterij, de lamp, de lamphouder, de stroomdraad, de gesloten stroomkring

    Voorbeelden

    Onderdelen gesloten stroomkring:
    de batterij (= de energiebron), de lamp met lamphouder, de stroomdraad (= de geleider)
  25. WT.317 Begrijpen L1 L2 L6 3.5.1

    Herkennen een concreet schematische voorstelling van een gesloten stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    de batterij
    de lamp
    de geleider
  26. WT.318 Gebruiken L1 L2 L6 3.5.1; L6 3.5.7

    Maken een gesloten stroomkring met een batterij.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoering
    • concreet schematische voorstelling
  27. WT.319 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1

    Beschrijven de onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de (onderbroken) stroomkring, de schakelaar, de geleider

    Voorbeelden

    Onderdelen onderbroken stroomkring:
    de batterij (= de energiebron), lamp met lamphouder, schakelaar, de stroomdraad (= de
    geleider)
  28. WT.320 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1

    Herkennen een concreet schematische voorstelling van een onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    de batterij
    de lamp
    de geleider
    de schakelaar
  29. WT.321 Gebruiken L3 L4 L6 3.5.1; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Maken een onderbroken stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoering
    • concreet schematische voorstelling
  30. WT.322 Begrijpen L3 L4 L6 3.5.1; L6 3.5.6

    Herkennen de elektrische geleiders en niet- geleiders (isolatoren) in een stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geleider, de isolator, de stroomkring
  31. WT.323 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L6 3.5.1; L6 3.5.3

    Herkennen energieomzettingen van elektriciteit.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energieomzetting:
    warmte, licht, geluid, beweging

    Te hanteren begrippen

    de energieomzetting
  32. WT.324 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.6

    Herkennen de spanning en de stroomsterkte.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spanning:
    de kracht die de elektrische deeltjes laat bewegen
    wordt aangeduid in volt
    
    Stroomsterkte:
    Een maat voor de hoeveelheid elektrische lading die per seconde door een geleider
    stroomt.
    wordt aangeduid in ampère

    Te hanteren begrippen

    de spanning, de stroom(sterkte)

    Voorbeelden

    Spanning en stroomsterkte:
    • Een batterij heeft een spanning van 9 volt, een andere batterij heeft een spanning
        van 1,5 volt.
    • Stel je voor dat elektriciteit als water door een tuinslang stroomt. Stroomsterkte is
        dan als de hoeveelheid water die per seconde door de slang gaat. De spanning is
        dan de druk die op de waterleiding zit: hoe hoger de druk, hoe harder het water
        stroomt.
    • Een hogere spanning geeft meestal een grotere stroomsterkte: Meer ‘waterdruk’
        geeft meestal meer water door de tuinslang (maar een smalle tuinslang laat toch
        minder water door dan een brede)
  33. WT.325 Gebruiken L5 L6 3.5.6

    Interpreteren spanning en stroomsterkte van een toestel.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Angéle haar computer heeft een spanning nodig van 5 volt (V) en een stroomsterkte
        van 10 ampère (A).
    • Jef kiest de lamp met de juiste spanning voor zijn fiets. Indien het lampje geen
        gepaste spanning heeft brandt de fietslamp zwak of gaat het stuk.
  34. WT.326 Begrijpen L5 L6 3.5.1; L6 3.5.6; L6 3.5.7

    Herkennen serieschakeling in de stroomkring.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de serieschakeling, de geleider, de isolator, de stroomkring
  35. WT.327 Begrijpen L5 L6 3.5.6; L6 3.5.7

    Herkennen een schematische voorstelling van een serieschakeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schematische voorstelling:
    energiebron, lamp(en), schakelaar, verbruiker

    Te hanteren begrippen

    de verbruiker
  36. WT.328 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.6; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Maken een serieschakeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    • concrete uitvoeringen
    • schematische voorstelling
  37. WT.329 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven de impact van een serieschakeling op de verbruikers.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impact:
    serieschakeling: Lampen branden minder fel.
  38. WT.330 Begrijpen L6 L6 3.5.1; L6 3.5.3

    Illustreren dat elektriciteit aangeleverd wordt via centrales, accu's en batterijen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de elektriciteitscentrale, de accu, de waterkrachtcentrale, de kerncentrale, de
    thermische centrale, het zonnepark, het windmolenpark
  39. WT.331 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Passen elektriciteit (zwakstroom) in hun technisch ontwerp toe.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

  40. WT.332 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan energiebesparend en veilig om met elektriciteit.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veilig:
    elektriciteit met behulp van batterijen
    gebruik van toestellen op stroomnet enkel onder begeleiding

    Voorbeelden

    Tillo trekt de stekker van de oplader uit als zijn tablet is opgeladen, om sluimerverbruik
    te vermijden.
  41. WT.333 Begrijpen K1 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Herkennen verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: lampen, kaarsen, zaklamp
  42. WT.334 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Herkennen verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp

    Te hanteren begrippen

    het licht, de zon, de ster, de lamp, de kaars, de zaklamp, licht/donker, de lichtbron, de
    reflectie, de spiegel
  43. WT.335 Gebruiken K1 K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.2

    Gebruiken verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Harry gebruikt een ontdekdoos met verschillende lichtbronnen.
    • Fiona gebruikt een zaklamp in de leestent.
  44. WT.336 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.4

    Illustreren verschillende lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbronnen:
    • natuurlijke: de zon, de sterren
    • kunstmatige: kaarsen, ledlamp, zaklamp

    Te hanteren begrippen

    de natuurlijke lichtbron, de kunstmatige lichtbron, de ledlamp
  45. WT.337 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Beschrijven verschillende functies van licht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • zichtbaarheid/veiligheid en waarneming: Licht helpt ons om dingen te zien en
        kleuren te herkennen.
    • begeleiding /signaal en oriëntatie: verkeerslichten, navigatieverlichting op schepen,
        zonnewijzer
    • sfeer en decoratie
  46. WT.338 Begrijpen L5 GO!-doel

    Beschrijven verschillende functies van licht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • energiebron: zonnepanelen, fotosynthese
    • optische toepassingen: brillen, telescopen, lenzen
  47. WT.339 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren criteria bij keuze van een lamp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Criteria:
    • lichtsterkte
    • lampfitting
    • lichtkleur
    • energielabel

    Te hanteren begrippen

    de lichtsterkte, de lampfitting, de lichtkleur, het energielabel

    Voorbeelden

    Lichtsterkte:
    Aantal lumen
    Lampfitting:
    E27, E14, GU10
    Lichtkleur:
    warm licht, neutraal licht, koud licht
    Energielabel:
    Van A tot G
  48. WT.340 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren een gepaste lichtbron.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichtbronnen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lichtbron:
    • natuurlijke
    • kunstmatige, zonder criteria
    • kunstmatige, met criteria
  49. WT.341 Begrijpen K1 KO 3.5.1

    Herkennen schaduw.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

  50. WT.342 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1

    Herkennen schaduw.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de schaduw
  51. WT.343 Begrijpen L1 L4 3.5.4

    Illustreren hoe schaduw ontstaat.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schaduw:
    ontstaat doordat een object licht tegenhoudt, waardoor er op het achterliggende
    oppervlak een donker gebied ontstaat
  52. WT.344 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 3.5.1; L4 3.5.4

    Maken schaduwen met lichtbronnen en objecten.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

  53. WT.345 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.4

    Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht doorlaten, licht reflecteren, de spiegel, de reflector, het fluo-materiaal

    Voorbeelden

    Materialen die licht weerkaatsen:
    spiegels, metalen oppervlakken zoals zilverpapier, reflectoren van fietsen, fluohesjes,
    wit gekleurde muren
    Materialen die licht doorlaten:
    glas, plexiglas, water
  54. WT.346 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.1; L6 3.5.4; L6 3.5.7

    Illustreren het reflecteren van licht op verschillende materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht absorberen, licht reflecteren, licht doorlaten

    Voorbeelden

    Materialen die licht absorberen:
    • donkere voorwerpen, beton, baksteen
    • Een groen blad zien we als groen door de reflectie van groen licht en de absorptie
        van andere kleuren.
  55. WT.347 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 3.5.4; L6 3.5.1; L6 3.5.4; L6 3.7.9

    Gebruiken reflecterende oppervlakken om licht te weerkaatsen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Brodie houdt een stuk aluminiumfolie in de zon en ziet hoe het licht wordt weerkaatst
    op de muur.
  56. WT.348 Begrijpen L4 L4 3.5.4

    Beschrijven dat licht zich rechtlijnig voortbeweegt.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Rowan richt een laserstraal op een muur en vertelt dat het licht in een rechte lijn
        beweegt zonder te buigen.
    • Fie laat krijtstof dwarrelen in de lichtbundel van een zaklamp in een verduisterde
        kamer, zo wordt de lichtbundel zichtbaar.
  57. WT.349 Begrijpen L4 L4 3.5.4; L6 3.7.9

    Herkennen rechtlijnige voortbeweging van licht in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Elliot merkt op dat automatische winkeldeuren opengaan wanneer een lichtstraal
        van een optische sensor onderbroken wordt.
    • Lilja ziet hoe de schrijnwerker een rechte lichtstraal van een lasermeter gebruikt om
        nauwkeurig afstanden te meten.
  58. WT.350 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust, veilig en energiezuinig om met licht en lichtbronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Licht › Lichteffecten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Willem gebruikt een minilaserlamp, maar zorgt ervoor dat hij niemand in de ogen
        schijnt om verblinding te voorkomen.
    • Julia weet dat ze niet rechtstreeks in een felle lamp of de zon mag kijken om haar
        ogen te beschermen.
  59. WT.351 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen warmtebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Warmtebronnen:
    zon, kachel, warme drank
  60. WT.352 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen warmtebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    warm, koud
  61. WT.353 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Beschrijven het opstijgen van warme lucht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Warme lucht:
    • Warmte is een vorm van energie.
    • Warme lucht stijgt, koude lucht daalt.
    
    Beschrijven:
    in de omgeving en in technische systemen

    Voorbeelden

    • Philip ziet hoe een luchtballon opstijgt dankzij de warme lucht.
    • Carmen merkt dat het in de klas dichter bij het plafond warmer is dan op de vloer,
        omdat warme lucht stijgt en koude lucht daalt.
  62. WT.354 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Illustreren warmtestraling in de omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de warmte, de temperatuur

    Voorbeelden

    Pippa voelt de warmtestraling van de zon op haar huid wanneer ze buiten in de zon
    staat.
  63. WT.355 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.7.9

    Gebruiken warmtebronnen doelgericht.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Thilo gebruikt een oven om koekjes te bakken.
    • Enzo hangt zijn natte kleren aan de waslijn buiten om door de zon te laten drogen.
  64. WT.356 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust om met opwarming en afkoeling.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Warmte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tamara doet bewust de deur van het lokaal dicht als ze naar buiten gaat om geen
        warmte in het lokaal te verspillen.
    • Jonas let erop dat de deur van de diepvriezer niet te lang open blijft staan.
  65. WT.357 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
  66. WT.358 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
    • thermische energie

    Te hanteren begrippen

    de energie, de elektrische energie, de bewegingsenergie, de thermische energie
  67. WT.359 Begrijpen L4 L4 3.5.3

    Beschrijven energiebronnen in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de zon, de wind, het water, de brandstof

    Voorbeelden

    Energiebronnen:
    • Zon geeft licht en warmte.
    • De auto rijdt elektrisch of op brandstof.
  68. WT.360 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Illustreren energieomzettingen in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de energieomzetting

    Voorbeelden

    Energieomzettingen:
    • Windmolens zetten windkracht om in elektrische energie.
    • Waterkrachtcentrales zetten waterkracht om in elektrische energie.
    • Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektrische energie.
    • Elektrische auto’s zetten elektrische energie om in beweging.
    • Batterijen zetten chemische energie om in licht
  69. WT.361 Gebruiken L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Leiden de energiebronnen af van de meest gehanteerde energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

  70. WT.362 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.3

    Beschrijven de verschillende energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende energiebronnen:
    • hernieuwbare energiebronnen:
          o zonne-energie: komt van de zon
          o windenergie: komt van de wind
          o waterkracht: komt van stromend water
          o biomassa: komt van planten en organisch materiaal
          o geothermische energie: komt van warmte in de aarde
    • niet-hernieuwbare energiebronnen: Deze energiebronnen raken op als we ze
        gebruiken.

    Voorbeelden

    Niet-hernieuwbare energiebronnen:
    • fossiele brandstoffen: steenkool, aardolie, aardgas
    • kernenergie: komt van uranium
  71. WT.363 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.3

    Illustreren het belang van hernieuwbare energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hernieuwbare energiebronnen:
    zonne-energie
    waterkracht
    windenergie
    hernieuwbare energie

    Te hanteren begrippen

    de zonne-energie, de waterkracht, de windenergie, de hernieuwbare energie
  72. WT.364 Begrijpen L5 L6 L6 3.5.3

    Herkennen energievormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Energievorm:
    • elektrische energie
    • bewegingsenergie
    • thermische energie
    • kernenergie
    • chemische energie

    Te hanteren begrippen

    de chemische energie, de kernenergie
  73. WT.365 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.3

    Vergelijken energievormen en hun energiebronnen in hun omgeving op hernieuwbaarheid.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

  74. WT.366 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken (duurzame) energie in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Malik kiest ervoor om herlaadbare batterijen in zijn autootje te gebruiken.
    • Saar kiest voor windkracht om haar zelfgemaakt schip voort te bewegen.
  75. WT.367 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en energiezuinig om met energiebronnen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Energie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Juan is de energiekapitein die steeds het licht dooft in de klas.
    • Greet zet haar computer pas aan wanneer de zonnepanelen genoeg elektriciteit
        opwekken.
  76. WT.368 Begrijpen K1 KO 3.5.3

    Herkennen verschillende geluidsbronnen in de omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Geluidsbronnen:
    geluiden van dieren, verbrandingsmotor van voertuigen
  77. WT.369 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.3

    Herkennen verschillende geluidssterktes.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    hard, zacht, het geluid
  78. WT.370 Begrijpen L1 L2 L4 3.5.1

    Herkennen geluid in verschillende vormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geluid:
    • geluidsbron
    • geluidsterkte

    Te hanteren begrippen

    de geluidsbron, de luidspreker
  79. WT.371 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Herkennen dat geluid wordt veroorzaakt door trillingen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Trillingen en geluid:
    Geluid ontstaat wanneer iets heel snel heen en weer beweegt. Dat noemen we trillen.
    Die trillingen duwen tegen de lucht om ons heen. De lucht gaat ook trillen en die
    trillingen gaan naar je oren. Daar maakt je oor er geluid van. Sommige trillingen gaan
    heel snel heen en weer. Andere gaan langzamer. De frequentie is het aantal trillingen
    per seconde. Hoge frequentie is veel trillingen per seconde: je hoort een hoog geluid.
    Lage frequentie is weinig trillingen per seconde: je hoort een laag geluid.
    Sterke trillingen geeft een grote geluidssterkte (hard geluid), zwakke trillingen een kleine
    geluidssterkte (zacht geluid)

    Te hanteren begrippen

    de trilling, de frequentie, de toonhoogte, hoog, laag, de geluidssterkte

    Voorbeelden

    • Kenji spant een ballon strak en tikt erop, waarna hij de trillingen voelt.
    • Cléo onderzoekt met elastiekjes, buizen en houten stokjes hoe trillingen geluid
        veroorzaken.
  80. WT.372 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Illustreren dat geluid verplaatsbaar is.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Taro praat in een bekertelefoon en merkt hoe het geluid via het gespannen touw
        naar de andere beker wordt overgebracht.
    • Miki spreekt in een microfoon en hoort haar stem versterkt uit de luidsprekers
        komen, waardoor het geluid zich verder verplaatst.
  81. WT.373 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren oplossingen voor geluidsoverlast.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geluidsoverlast

    Voorbeelden

    Oplossingen geluidsoverlast:
    gebruik van oordopjes, koptelefoon
  82. WT.374 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.5

    Vergelijken geluid in verschillende vormen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geluid:
    • geluidsbron
    • geluidssterkte
    • toonhoogte
  83. WT.375 Begrijpen L5 L6 L4 3.5.1; L6 3.5.5

    Beschrijven de invloed van de afstand tot de geluidsbron op de geluidsterkte.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Emi vertelt dat geluid zachter wordt als je verder van de geluidsbron verwijderd bent.
  84. WT.376 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren de weerkaatsing en de absorptie van geluid in technische systemen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Weerkaatsing van geluid:
    geluidsmuur op autosnelweg
    Absorptie van geluid:
    eierdozen tegen de muur in muziekstudio
  85. WT.377 Begrijpen L6 GO!-doel

    Herkennen de maateenheid van geluid.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de decibel
  86. WT.378 Begrijpen L6 GO!-doel

    Herkennen de gehoordrempel bij de mens.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gehoordrempel
  87. WT.379 Gebruiken L5 L6 L6 3.5.7

    Analyseren hoe verschillende materialen en objecten het geluid beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

  88. WT.380 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en veilig om met geluidsbronnen en hun impact.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Geluid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Omer gebruikt een koptelefoon met een volumebegrenzing om zijn gehoor te
        beschermen wanneer hij zijn muziekapp gebruikt.
    • Ying zet haar telefoon op stil in de bus om anderen niet te storen.
  89. WT.381 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Herkennen aggregatietoestanden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aggregatietoestanden:
    vast
    vloeibaar
    gasvormig
  90. WT.382 Begrijpen K3 L1 L2 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Nemen veranderingen in aggregatietoestanden waar.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Eynem ziet hoe water in de vriezer bevriest en verandert in ijs.
    • Zeynep merkt dat een ijsblokje smelt wanneer ze het in haar hand houdt.
  91. WT.383 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Illustreren de aggregatietoestanden van verschillende stoffen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    vast, vloeibaar, gasvormig, de aggregatietoestand

    Voorbeelden

    • Miraç ziet hoe een ijsblokje (vast) smelt tot water (vloeibaar) en vervolgens
        verdampt tot waterdamp (gasvormig) bij verhitting.
    • Elif verwarmt suiker en merkt hoe het eerst smelt tot siroop (vloeibaar).
  92. WT.384 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Illustreren de fasen van het aggregatieproces.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    smelten, stollen, verdampen, condenseren, de condensatie

    Voorbeelden

    Meyra illustreert de fasen van het aggregatieproces via de kringloop van water.
  93. WT.385 Begrijpen L3 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Beschrijven het proces van stollen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stollen:
    • Stollen is het proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar vast overgaat.
    • stolpunt: Temperatuur waarbij de vloeistof vast wordt.
    • Het stollen van water noemen we vriezen.
    • vriespunt: te beginnen vanaf 0°C (water)
    • smeltpunt: te beginnen vanaf 0°C (water)

    Te hanteren begrippen

    vriezen, het vriespunt, het stolpunt, het smeltpunt
  94. WT.386 Begrijpen L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Beschrijven het proces van verdampen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdampen:
    • Proces waarbij een vloeistof van vloeibaar naar gasvormig overgaat.
    • Bij water gebeurt dit bijvoorbeeld bij het koken maar ook door de zonnewarmte
        (waterkringloop)
    • kookpunt: te beginnen vanaf 100°C

    Te hanteren begrippen

    koken, het kookpunt
  95. WT.387 Gebruiken L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.7

    Classificeren stoffen volgens hun aggregatietoestand.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

  96. WT.388 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gaan bewust en veilig om met stoffen in verschillende aggregatietoestanden.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Aggregatietoestanden

  97. WT.389 Begrijpen K1 KO 3.5.1; KO 3.5.4

    Herkennen magnetische materialen in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  98. WT.390 Begrijpen K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.4; KO 3.5.5

    Herkennen magnetisme in hun omgeving.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magnetisme:
    magnetische materialen: worden aangetrokken door een magneet
    eigenschappen soorten magneten: magneten trekken elkaar aan of stoten elkaar af

    Te hanteren begrippen

    de magneet, magnetisch, aantrekken, afstoten
  99. WT.391 Gebruiken K2 K3 KO 3.5.1; KO 3.5.5

    Verdelen materialen volgens magnetisch en niet-magnetisch.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  100. WT.392 Begrijpen K3 L1 KO 3.5.1; KO 3.5.4

    Beschrijven de kracht van een magneet.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Sem vertelt dat zijn magneet vier paperclips sterk is.
    • Zumra vertelt dat haar magneet sterk genoeg is om een speelgoedtrein met
        maximaal vier wagonnetjes voort te trekken.
  101. WT.393 Begrijpen L1 L4 3.5.1

    Herkennen magnetische materialen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magnetische materialen:
    • ijzerhoudende materialen
    • aantrekking met verschillende soorten magneten: hoefijzermagneet, staafmagneet,
        knoopmagneet

    Voorbeelden

    Magnetische materialen:
    kobalt, nikkel, ijzer, staal
  102. WT.394 Begrijpen L2 L4 3.5.1

    Herkennen het gebruik van magnetisme.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in allerlei vertrouwde technische systemen

    Voorbeelden

    Magnetisme in technische systemen:
    bordmagneten, sluitingen in tassen of op kastdeuren
  103. WT.395 Begrijpen L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.6

    Beschrijven de werking van magneten en van hun polen.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Magneten en polen:
    • De noordpool van de ene magneet wordt aangetrokken door de zuidpool van de
        andere magneet.
    • Twee noordpolen stoten elkaar af en twee zuidpolen stoten elkaar af.
    • Magneten trekken materialen die je magnetisch kan maken aan.
    • Het magnetisch veld is een onzichtbaar veld waarbinnen de magneet zijn krachten
        uitoefent. Hoe verder van de magneet, hoe zwakker het magnetisch veld wordt.
    • De aarde heeft ook een magnetisch veld. Het rode deel van het kompas wijst naar
        het magnetisch noorden.

    Te hanteren begrippen

    het magnetisme, de pool, de noordpool, de zuidpool, afstoten, aantrekken, de
    magnetische kracht, de magnetische pool, het magnetisch veld, het kompas

    Voorbeelden

    Materialen die je magnetisch kan maken:
    ijzer, kobalt, nikkel
  104. WT.396 Gebruiken L3 L4 L4 3.5.1; L4 3.5.6

    Bepalen de zuidpool en de noordpool van een magneet.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  105. WT.397 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 3.5.1; KO 3.5.4; L4 3.5.1; L4 3.5.6; L6 3.5.7; L6 3.7.9

    Gebruiken magnetisme in hun technisch ontwerp.

    Wetenschap en techniek Natuurkundige verschijnselen › Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Olivia ontwerpt een sorteersysteem waarbij een magneet de metalen knikkers van
        de glazen knikkers scheidt.
    • Evelyn gebruikt een magneet om kleine paperclips gemakkelijk op te rapen.