22 doelen
vak: IT ✕ Computationeel denken ✕
-
Herkennen de globale werking van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: relatie invoer en uitvoer
Voorbeelden
Digitale systemen: • Kleuters begrijpen dat wanneer ze op een tablet een puzzel aanraken of verschuiven (invoer), de afbeelding op het scherm mee verandert (uitvoer). • Kleuters begrijpen dat als ze een tekening maken op de computer (invoer), deze via de printer op papier verschijnt (uitvoer). -
Herkennen de globale werking van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale systemen: • internetgebruik • digitaal: iets dat werkt met een computer, tablet of ander elektronisch systeem dat informatie verwerktTe hanteren begrippen
het internet, digitaal
Voorbeelden
Digitale systemen: Leerlingen begrijpen dat wanneer ze videobellen met een andere klas en praten of zwaaien (invoer), de andere klas hen kan zien en horen op een scherm (uitvoer). Ze begrijpen dat dit contact tot stand komt via het internet.
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft. • verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft. • uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.
Te hanteren begrippen
de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken
Voorbeelden
• Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer de foto is die op het scherm verschijnt. • Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord 12 op het scherm als de uitvoer (output). -
Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • opslag: Waar informatie wordt bewaard, zodat je die later nog kan terugvinden. • hardware : Alle onderdelen van een computer of tablet die je kan aanraken. • software : De programma’s of apps die je gebruikt op een digitaal toestel. • Hardware betreft de fysieke componenten, terwijl software de programma’s en instructies zijn die de hardware aansturen.Te hanteren begrippen
de opslag, de hardware, de software, opslaan
Voorbeelden
• Klara weet dat opslag betekent dat gegevens worden bewaard, bijvoorbeeld op een USB-stick (hardware) of op de harde schijf van een laptop. • Saskia opent het bestand in een tekstverwerkingsprogramma (software). -
Classificeren hardware en software.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hardware en software: Onderscheid en belang hiervan: • probleemoplossend denken: Wanneer een apparaat niet goed werkt, helpt het onderscheid tussen hardware en software bij het vinden van de oorzaak. • digitale geletterdheid: In een wereld waarin technologie overal aanwezig is, helpen de begrippen om bewuster en vaardiger om te gaan met digitale apparaten.Voorbeelden
Probleemoplossend denken: Is het een defecte harde schijf (hardware) of een fout in het besturingssysteem (software)? Digitale geletterdheid: Een computer kan sneller werken door betere hardware, software-updates zijn belangrijk voor beveiliging en prestaties.
-
Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bouwstenen: • verzenden (send): Informatie of berichten naar iemand of iets anders sturen via een digitaal toestel. • ontvangen (receive): Informatie of berichten krijgen via een digitaal toestel. • offline: Je toestel is niet verbonden met het internet. • online: Je toestel is verbonden met het internet.Te hanteren begrippen
het internet, digitaal, online, offline, verzenden (send), ontvangen (receive)
Voorbeelden
Bouwstenen: • verzenden: een e-mail versturen, een foto doorsturen via chat • ontvangen: een berichtje ontvangen op je tablet, een bestand dat binnenkomt • offline: Je speelt een spel op je tablet zonder wifi of mobiele data. • online: Je doet een zoekopdracht in je browser.
-
Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Keuze voor offline of online gebruik
Voorbeelden
• Gebruiksgemak: Noor verkiest het antwoord via een zoekmachine te zoeken omdat dit sneller gaat dan via een encyclopedie. • Plezier en voldoening: Sanne beleeft meer plezier en voldoening aan het tekenen op papier dan het digitaal tekenen • Beschikbaarheid: Jesse maakt zijn huiswerk offline omdat de laptop niet beschikbaar is. -
Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Digitale informatieverwerking: op één apparaat
Te hanteren begrippen
de digitale informatieverwerking
Voorbeelden
Digitale informatieverwerking: Een tablet verwerkt een bericht: je typt iets (invoer), het toestel verwerkt dit, en toont het bericht op het scherm (uitvoer).
-
Beschrijven hoe digitale systemen met elkaar verbonden kunnen worden om te communiceren.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Communiceren: • samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en opslag • gegevensuitwisseling tussen digitale systemen • verbinding tussen systemen
Te hanteren begrippen
de gegevensuitwisseling, de verbinding, het digitale systeem, het netwerk, de invoer, de uitvoer, de opslag
Voorbeelden
Gegevensuitwisseling tussen digitale systemen: Bij online gamen staan meerdere spelers tegelijk in verbinding via het internet, zodat ze samen kunnen spelen en communiceren (realtime gegevensuitwisseling). Verbinding tussen systemen: via kabel, wifi of mobiel internet
-
Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking en opslag.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatieverwerking en opslag: op een andere locatie dan het eigen digitale apparaat
Te hanteren begrippen
de cloud, de cloudopslag
Voorbeelden
Informatieverwerking en opslag: • Bij het invullen van een digitaal formulier op een website, worden de gegevens via het internet verzonden, verwerkt op een andere computer en een bevestiging wordt teruggestuurd (invoer → verwerking → uitvoer → communicatie). • Bij het bewaren van foto's of documenten in de Cloud, worden bestanden op een externe server opgeslagen om later op een ander toestel te kunnen worden geopend (opslag en communicatie tussen systemen). -
Beschrijven de mogelijkheden van opslag in de Cloud.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opslag in de Cloud: • toegang vanaf meerdere apparaten: Met cloudopslag kun je bestanden en applicaties openen vanaf elk apparaat met internet. Dit betekent dat je niet afhankelijk bent van één specifieke computer of harde schijf. Ook handig als je laptop kapotgaat, je kan dan op een andere nog aan je bestanden. • automatische synchronisatie en back-ups: Cloudservices zorgen ervoor dat je bestanden automatisch worden bijgewerkt en gesynchroniseerd tussen apparaten. Dit voorkomt dat je per ongeluk een verouderde versie gebruikt en beschermt je gegevens tegen verlies bij een crash of diefstal van een apparaat. • samenwerking en delen: De Cloud maakt het eenvoudig om samen te werken met anderen, zelfs op afstand. Je kunt documenten delen, in real-time bewerken en opmerkingen toevoegen zonder dat je bestanden heen en weer hoeft te sturen via e-mail. Dit is vooral handig voor het efficiënt samenwerken. -
Bepalen de opslag van digitale informatieverwerking.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opslag: Kiezen voor: • één apparaat • verbonden • opslag in de Cloud (cloudopslag)
-
Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.
ICT › Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont. • Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken. -
Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een van een eenvoudige en concrete taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. • algoritmisch denken: stap voor stap een oplossing opbouwenVoorbeelden
Digitaal: • Fieke herkent de deelstappen die nodig zijn om de Bee-bot een bepaalde route te laten afleggen (decompositie) • Mona merkt op dat om een robot zijn route te laten afleggen we voor de richting pijlen gebruiken en voor het aantal stappen getallen (abstractie). Ze merkt ook op dat er enkele stappen terugkeren: driemaal “vooruit, naar links” (patroonherkenning) • Mila merkt op dat om een huis juist te kunnen tekenen eenduidige instructies stapsgewijs moeten worden uitgevoerd in het digitale tekenprogramma (algoritmisch denken). -
Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. lus/ loop • algoritmisch denken: SequentieTe hanteren begrippen
het algoritme
Voorbeelden
Digitaal: De leerlingen willen de Bee-Bot naar een schat laten rijden. Ze verdelen de opdracht in kleinere stappen (decompositie): eerst vooruitrijden, daarna draaien, vervolgens opnieuw vooruitrijden, ... tot slot: stoppen bij de schat. De leerlingen kijken daarbij alleen naar belangrijke informatie (abstractie): hoeveel vakjes vooruit, waar de Bee-Bot moet draaien, waar het eindpunt ligt. De kleur van de mat of tekeningen naast het parcours zijn niet belangrijk. De Bee-Bot moet drie keer hetzelfde uitvoeren: vooruit, vooruit, draai rechts. De leerlingen merken dat dit patroon telkens terugkomt en herkennen hierin een lus (loop). De Bee-Bot bereikt het doel alleen wanneer de opdrachten in de juiste sequentie staan (algoritmisch denken): 1.vooruit 2.vooruit 3.draai links 4.vooruit. Wanneer de volgorde verandert, rijdt de Bee-Bot fout.
-
Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er niet toe doen. • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare stukjes. • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen. lus/ loop • algoritmisch denken: sequentie keuze/voorwaarde: “als/dan”: beslissing binnen een (niet lineair) algoritme waarbij het resultaat afhangt van een voorwaarde herhaling combinatie van sequentie, herhaling, keuzeVoorbeelden
Digitaal: • Milan denkt na over welke deelstappen er nodig zijn om een eenvoudige game in Scratch te programmeren (decompositie) • Lena herkent in Scratch dat enkel de positie van het personage, de score en de botsingen belangrijk zijn voor het spel. De kleur van de achtergrond is minder belangrijk. Ze onderscheidt ook enkele ‘abstracte’ instructies die nodig zijn bij het programmeren (abstractie) • Noor weet dat om een virtueel personage voortdurend dezelfde beweging te laten uitvoeren een lus/loop nodig is (patroonherkenning; algoritmisch denken) • Adam herkent in een eenvoudig Scratchprogramma een algoritme met een combinatie van sequentie, herhaling en keuze: ‘START het spel, HERHAAL voortdurend de beweging, ALS de speler een vijand raakt, DAN stopt het spel.’ (algoritmisch denken) -
Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Algoritmen: • Digitaal (plugged) Mogelijkheden: • Testen en debuggen: fouten opsporen en corrigeren. • Iteratief denken
Te hanteren begrippen
testen, debuggen
Voorbeelden
Testen en debuggen: • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment, passen ze het programma aan om de fout te verbeteren. • Julie en Mateo programmeren de Bee-Bot om een schat te bereiken. Tijdens het testen rijdt de robot één vakje te ver. Ze ontdekken dat er een extra ‘vooruit’- opdracht in hun programma staat en verwijderen die fout.” Iteratief denken: Iets steeds opnieuw proberen en verbeteren, in kleine stappen naar een oplossing toewerken, een proces meerdere keren doorlopen om het te verbeteren, een gestructureerde aanpak volgen waarbij je steeds aanpassingen maakt -
Ontwerpen een eenvoudig lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • decompositie: eenvoudig en concreet
Voorbeelden
Bart en Heike krijgen de opdracht om de verschillende deelstappen te bedenken die nodig zijn om de Bee-bot te laten bewegen van de start naar de aankomst. Ze noteren alle verschillende opeenvolgende stappen die moeten gezet worden (decompositie): “Vooruit, stop, links, vooruit, stop, rechts.”
-
Ontwerpen een lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • decompositie: groter en meer complex • patroonherkenning • abstractie • algoritmisch denken: met aandacht voor sequentie
Voorbeelden
Jeroom ontwerpt een stappenplan om een virtueel personage te laten bewegen.
-
Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontwerpen: • onder begeleiding • digitaal (plugged) Principes van computationeel denken: • abstractie • decompositie: groter en meer complex • patroonherkenning • algoritmisch denken: met aandacht voor de combinatie van sequentie, herhaling en keuzeVoorbeelden
• Hugo en Ayden programmeren een virtueel personage om die door een doolhof te sturen. Ze hebben aandacht voor het plannen van de route in stappen (sequentie), het herhalen van eenzelfde commando (herhaling) en beslissingen bij splitsingen (keuze). Als ze het virtueel personage naar rechts sturen moet hij over een balk springen, als ze het naar links sturen moet het een rondje dansen. • Camille en Luna bouwen een virtuele escaperoom. Ze zorgen ervoor dat de puzzels in de juiste volgorde kunnen opgelost worden (sequentie). Ze zorgen voor herhaalde opgaven en acties (herhaling). Ze zorgen ook voor zijpaden bij foute keuzes. -
Sturen een algoritme bij.
ICT › Computationeel denken › Principes van computationeel denken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment, passen ze het programma aan om de fout te verbeteren. • Noémie en Jade testen of de robot/het personage doet wat ze willen en verbeteren de volgorde indien nodig.