Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

22 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: IT ✕ Computationeel denken ✕

  1. IT.001 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    relatie invoer en uitvoer

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    • Kleuters begrijpen dat wanneer ze op een tablet een puzzel aanraken of
        verschuiven (invoer), de afbeelding op het scherm mee verandert (uitvoer).
    • Kleuters begrijpen dat als ze een tekening maken op de computer (invoer), deze via
        de printer op papier verschijnt (uitvoer).
  2. IT.002 Begrijpen L1 L4 8.1.1

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    • internetgebruik
    • digitaal: iets dat werkt met een computer, tablet of ander elektronisch systeem dat
        informatie verwerkt

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    Leerlingen begrijpen dat wanneer ze videobellen met een andere klas en praten of
    zwaaien (invoer), de andere klas hen kan zien en horen op een scherm (uitvoer). Ze
    begrijpen dat dit contact tot stand komt via het internet.
  3. IT.003 Begrijpen L1 L2 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft.
    • verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft.
    • uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.

    Te hanteren begrippen

    de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken

    Voorbeelden

    • Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van
        de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer
        de foto is die op het scherm verschijnt.
    • Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de
        invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord
        12 op het scherm als de uitvoer (output).
  4. IT.004 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

  5. IT.005 Begrijpen L3 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • opslag: Waar informatie wordt bewaard, zodat je die later nog kan terugvinden.
    • hardware : Alle onderdelen van een computer of tablet die je kan aanraken.
    • software : De programma’s of apps die je gebruikt op een digitaal toestel.
    • Hardware betreft de fysieke componenten, terwijl software de programma’s en
        instructies zijn die de hardware aansturen.

    Te hanteren begrippen

    de opslag, de hardware, de software, opslaan

    Voorbeelden

    • Klara weet dat opslag betekent dat gegevens worden bewaard, bijvoorbeeld op een
        USB-stick (hardware) of op de harde schijf van een laptop.
    • Saskia opent het bestand in een tekstverwerkingsprogramma (software).
  6. IT.006 Gebruiken L3 L4 L4 8.1.1

    Classificeren hardware en software.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hardware en software:
    Onderscheid en belang hiervan:
    • probleemoplossend denken: Wanneer een apparaat niet goed werkt, helpt het
        onderscheid tussen hardware en software bij het vinden van de oorzaak.
    • digitale geletterdheid: In een wereld waarin technologie overal aanwezig is, helpen
        de begrippen om bewuster en vaardiger om te gaan met digitale apparaten.

    Voorbeelden

    Probleemoplossend denken:
    Is het een defecte harde schijf (hardware) of een fout in het besturingssysteem
    (software)?
    Digitale geletterdheid:
    Een computer kan sneller werken door betere hardware, software-updates zijn
    belangrijk voor beveiliging en prestaties.
  7. IT.007 Begrijpen L4 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • verzenden (send): Informatie of berichten naar iemand of iets anders sturen via een
        digitaal toestel.
    • ontvangen (receive): Informatie of berichten krijgen via een digitaal toestel.
    • offline: Je toestel is niet verbonden met het internet.
    • online: Je toestel is verbonden met het internet.

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal, online, offline, verzenden (send), ontvangen (receive)

    Voorbeelden

    Bouwstenen:
    • verzenden: een e-mail versturen, een foto doorsturen via chat
    • ontvangen: een berichtje ontvangen op je tablet, een bestand dat binnenkomt
    • offline: Je speelt een spel op je tablet zonder wifi of mobiele data.
    • online: Je doet een zoekopdracht in je browser.
  8. IT.008 Gebruiken L4 L4 8.1.1; L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Keuze voor offline of online gebruik

    Voorbeelden

    • Gebruiksgemak: Noor verkiest het antwoord via een zoekmachine te zoeken omdat
        dit sneller gaat dan via een encyclopedie.
    • Plezier en voldoening: Sanne beleeft meer plezier en voldoening aan het tekenen
        op papier dan het digitaal tekenen
    • Beschikbaarheid: Jesse maakt zijn huiswerk offline omdat de laptop niet
        beschikbaar is.
  9. IT.009 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale informatieverwerking:
    op één apparaat

    Te hanteren begrippen

    de digitale informatieverwerking

    Voorbeelden

    Digitale informatieverwerking:
    Een tablet verwerkt een bericht: je typt iets (invoer), het toestel verwerkt dit, en toont
    het bericht op het scherm (uitvoer).
  10. IT.010 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven hoe digitale systemen met elkaar verbonden kunnen worden om te communiceren.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Communiceren:
    • samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en opslag
    • gegevensuitwisseling tussen digitale systemen
    • verbinding tussen systemen

    Te hanteren begrippen

    de gegevensuitwisseling, de verbinding, het digitale systeem, het netwerk, de invoer, de
    uitvoer, de opslag

    Voorbeelden

    Gegevensuitwisseling tussen digitale systemen:
    Bij online gamen staan meerdere spelers tegelijk in verbinding via het internet, zodat ze
    samen kunnen spelen en communiceren (realtime gegevensuitwisseling).
    Verbinding tussen systemen:
    via kabel, wifi of mobiel internet
  11. IT.011 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking en opslag.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatieverwerking en opslag:
    op een andere locatie dan het eigen digitale apparaat

    Te hanteren begrippen

    de cloud, de cloudopslag

    Voorbeelden

    Informatieverwerking en opslag:
    • Bij het invullen van een digitaal formulier op een website, worden de gegevens via
        het internet verzonden, verwerkt op een andere computer en een bevestiging
        wordt teruggestuurd (invoer → verwerking → uitvoer → communicatie).
    • Bij het bewaren van foto's of documenten in de Cloud, worden bestanden op een
        externe server opgeslagen om later op een ander toestel te kunnen worden
        geopend (opslag en communicatie tussen systemen).
  12. IT.012 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven de mogelijkheden van opslag in de Cloud.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag in de Cloud:
    • toegang vanaf meerdere apparaten: Met cloudopslag kun je bestanden en
        applicaties openen vanaf elk apparaat met internet. Dit betekent dat je niet
        afhankelijk bent van één specifieke computer of harde schijf. Ook handig als je
        laptop kapotgaat, je kan dan op een andere nog aan je bestanden.
    • automatische synchronisatie en back-ups: Cloudservices zorgen ervoor dat je
        bestanden automatisch worden bijgewerkt en gesynchroniseerd tussen apparaten.
        Dit voorkomt dat je per ongeluk een verouderde versie gebruikt en beschermt je
        gegevens tegen verlies bij een crash of diefstal van een apparaat.
    • samenwerking en delen: De Cloud maakt het eenvoudig om samen te werken met
        anderen, zelfs op afstand. Je kunt documenten delen, in real-time bewerken en
        opmerkingen toevoegen zonder dat je bestanden heen en weer hoeft te sturen via
        e-mail. Dit is vooral handig voor het efficiënt samenwerken.
  13. IT.013 Gebruiken L5 L6 L6 8.1.1

    Bepalen de opslag van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag:
    Kiezen voor:
    • één apparaat
    • verbonden
    • opslag in de Cloud (cloudopslag)
  14. IT.014 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.1.1; L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar
        haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de
        afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont.
    • Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met
        het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het
        document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken.
  15. IT.015 Begrijpen K3 L1 L2 GO!-doel

    Herkennen hoe een eenvoudig lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een van een eenvoudige en concrete taak of
        probleem in kleinere, haalbare stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
    • algoritmisch denken: stap voor stap een oplossing opbouwen

    Voorbeelden

    Digitaal:
    • Fieke herkent de deelstappen die nodig zijn om de Bee-bot een bepaalde route te
        laten afleggen (decompositie)
    • Mona merkt op dat om een robot zijn route te laten afleggen we voor de richting
        pijlen gebruiken en voor het aantal stappen getallen (abstractie). Ze merkt ook op
        dat er enkele stappen terugkeren: driemaal “vooruit, naar links”
        (patroonherkenning)
    • Mila merkt op dat om een huis juist te kunnen tekenen eenduidige instructies
        stapsgewijs moeten worden uitgevoerd in het digitale tekenprogramma
        (algoritmisch denken).
  16. IT.016 Begrijpen L3 L4 L4 8.1.3

    Herkennen hoe een lineair algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
        stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
           lus/ loop
    • algoritmisch denken:
           Sequentie

    Te hanteren begrippen

    het algoritme

    Voorbeelden

    Digitaal:
    De leerlingen willen de Bee-Bot naar een schat laten rijden.
    Ze verdelen de opdracht in kleinere stappen (decompositie): eerst vooruitrijden, daarna
    draaien, vervolgens opnieuw vooruitrijden, ... tot slot: stoppen bij de schat.
    De leerlingen kijken daarbij alleen naar belangrijke informatie (abstractie): hoeveel
    vakjes vooruit, waar de Bee-Bot moet draaien, waar het eindpunt ligt.
    De kleur van de mat of tekeningen naast het parcours zijn niet belangrijk.
    De Bee-Bot moet drie keer hetzelfde uitvoeren: vooruit, vooruit, draai rechts.
    De leerlingen merken dat dit patroon telkens terugkomt en herkennen hierin een lus
    (loop).
    De Bee-Bot bereikt het doel alleen wanneer de opdrachten in de juiste sequentie staan
    (algoritmisch denken): 1.vooruit 2.vooruit 3.draai links 4.vooruit. Wanneer de volgorde
    verandert, rijdt de Bee-Bot fout.
  17. IT.017 Begrijpen L5 L6 L6 8.1.3

    Herkennen hoe een algoritme opgebouwd is volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie: Het focussen op wat echt belangrijk is en het weglaten van details die er
        niet toe doen.
    • decompositie: Het verdelen van een grote taak of probleem in kleinere, haalbare
        stukjes.
    • patroonherkenning: Het zien van herhalingen of gelijkenissen.
           lus/ loop
    • algoritmisch denken:
           sequentie
           keuze/voorwaarde: “als/dan”: beslissing binnen een (niet lineair) algoritme
              waarbij het resultaat afhangt van een voorwaarde
           herhaling
           combinatie van sequentie, herhaling, keuze

    Voorbeelden

    Digitaal:
    • Milan denkt na over welke deelstappen er nodig zijn om een eenvoudige game in
        Scratch te programmeren (decompositie)
    • Lena herkent in Scratch dat enkel de positie van het personage, de score en de
        botsingen belangrijk zijn voor het spel. De kleur van de achtergrond is minder
        belangrijk. Ze onderscheidt ook enkele ‘abstracte’ instructies die nodig zijn bij het
        programmeren (abstractie)
    • Noor weet dat om een virtueel personage voortdurend dezelfde beweging te laten
        uitvoeren een lus/loop nodig is (patroonherkenning; algoritmisch denken)
    • Adam herkent in een eenvoudig Scratchprogramma een algoritme met een
        combinatie van sequentie, herhaling en keuze: ‘START het spel, HERHAAL
        voortdurend de beweging, ALS de speler een vijand raakt, DAN stopt het spel.’
        (algoritmisch denken)
  18. IT.018 Begrijpen L3 L4 L4 8.1.3

    Beschrijven mogelijkheden om algoritmen te optimaliseren.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Algoritmen:
    • Digitaal (plugged)
    
    Mogelijkheden:
    • Testen en debuggen: fouten opsporen en corrigeren.
    • Iteratief denken

    Te hanteren begrippen

    testen, debuggen

    Voorbeelden

    Testen en debuggen:
    • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te
        controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals
        een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment,
        passen ze het programma aan om de fout te verbeteren.
    • Julie en Mateo programmeren de Bee-Bot om een schat te bereiken. Tijdens het
        testen rijdt de robot één vakje te ver. Ze ontdekken dat er een extra ‘vooruit’-
        opdracht in hun programma staat en verwijderen die fout.”
    Iteratief denken:
    Iets steeds opnieuw proberen en verbeteren, in kleine stappen naar een oplossing
    toewerken, een proces meerdere keren doorlopen om het te verbeteren, een
    gestructureerde aanpak volgen waarbij je steeds aanpassingen maakt
  19. IT.019 Gebruiken K3 L1 L2 GO!-doel

    Ontwerpen een eenvoudig lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • decompositie: eenvoudig en concreet

    Voorbeelden

    Bart en Heike krijgen de opdracht om de verschillende deelstappen te bedenken die
    nodig zijn om de Bee-bot te laten bewegen van de start naar de aankomst. Ze noteren
    alle verschillende opeenvolgende stappen die moeten gezet worden (decompositie):
    “Vooruit, stop, links, vooruit, stop, rechts.”
  20. IT.020 Gebruiken L3 L4 L4 8.1.3

    Ontwerpen een lineair algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • decompositie: groter en meer complex
    • patroonherkenning
    • abstractie
    • algoritmisch denken: met aandacht voor sequentie

    Voorbeelden

    Jeroom ontwerpt een stappenplan om een virtueel personage te laten bewegen.
  21. IT.021 Gebruiken L5 L6 L6 8.1.3

    Ontwerpen een algoritme volgens de principes van computationeel denken.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ontwerpen:
    • onder begeleiding
    • digitaal (plugged)
    
    Principes van computationeel denken:
    • abstractie
    • decompositie: groter en meer complex
    • patroonherkenning
    • algoritmisch denken: met aandacht voor de combinatie van sequentie, herhaling en
        keuze

    Voorbeelden

    • Hugo en Ayden programmeren een virtueel personage om die door een doolhof te
        sturen. Ze hebben aandacht voor het plannen van de route in stappen (sequentie),
        het herhalen van eenzelfde commando (herhaling) en beslissingen bij splitsingen
        (keuze). Als ze het virtueel personage naar rechts sturen moet hij over een balk
        springen, als ze het naar links sturen moet het een rondje dansen.
    • Camille en Luna bouwen een virtuele escaperoom. Ze zorgen ervoor dat de puzzels
        in de juiste volgorde kunnen opgelost worden (sequentie). Ze zorgen voor
        herhaalde opgaven en acties (herhaling). Ze zorgen ook voor zijpaden bij foute
        keuzes.
  22. IT.022 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 8.1.3; L6 8.1.3

    Sturen een algoritme bij.

    ICT Computationeel denken › Principes van computationeel denken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Yoni en Shana weten dat ze een Scratch(jr)- programma moeten testen om te
        controleren of het figuurtje doet wat het moet doen. Als er iets fout loopt, zoals
        een beweging in de verkeerde richting of een geluid op het verkeerde moment,
        passen ze het programma aan om de fout te verbeteren.
    • Noémie en Jade testen of de robot/het personage doet wat ze willen en verbeteren
        de volgorde indien nodig.