Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

63 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Topografie ✕

  1. AA.001 Begrijpen K2 KO 4.1.4

    Benoemen waar ze wonen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    naam van de stad of gemeente
  2. AA.002 Begrijpen K3 KO 4.1.1; KO 4.1.4

    Benoemen waar ze wonen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    straatnaam, huisnummer
    België

    Te hanteren begrippen

    de straatnaam, het huisnummer, het land, België
  3. AA.003 Begrijpen L1 L2 KO 4.1.4

    Benoemen waar ze wonen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    naam en adres (straat, huisnummer, gemeente of stad)
    België
    stad, dorp

    Te hanteren begrippen

    het adres, de stad, het dorp
  4. AA.004 Begrijpen L3 L4 4.1.1; L4 4.1.3

    Benoemen de “schoolgemeente”.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    de gemeente of stad waar de school zich bevindt en de postcode

    Te hanteren begrippen

    de postcode, de schoolgemeente
  5. AA.005 Begrijpen L3 L4 4.1.1; L4 4.1.3

    Illustreren de eigen gemeente, buurgemeente(n) en/of deelgemeente(n).

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen gemeente:
    naam en postcode

    Te hanteren begrippen

    de buurgemeente, de deelgemeente, de gemeente, de thuisgemeente

    Voorbeelden

    Buurgemeente:
    Een buurgemeente van de gemeente Bredene is De Haan.
    Deelgemeente:
    Uitkerke is een deelgemeente van de stad Blankenberge.
  6. AA.006 Begrijpen L3 L4 4.1.1

    Illustreren de eigen regio.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen regio:
    • de naam van de eigen regio
    • geografische kenmerken
    • culturele kenmerken
    • economische/toeristische kenmerken
  7. AA.007 Begrijpen L4 L4 4.1.1

    Herkennen regio’s in België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regio’s in België:
    • de Kempen
    • de Hoge Venen
    • de kuststreek
    • de Ardennen

    Te hanteren begrippen

    de regio, de Kempen, de Hoge Venen, de kuststreek, de Ardennen
  8. AA.008 Gebruiken K3 KO 4.1.1; KO 4.1.2

    Lokaliseren België op de globe.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

  9. AA.009 Gebruiken L3 L4 L4 4.1.1

    Lokaliseren de eigen gemeente of stad, de “schoolgemeente”, buurgemeente(n), deelgemeente(n), regio’s van België en de eigen regio op een kaart.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Mijn woonplaats: mijn gemeente, stad of dorp

  10. AA.010 Begrijpen L3 L4 4.1.1

    Benoemen de Belgische provincies met hun provinciehoofdplaatsen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de provincie, de provinciehoofdplaats
  11. AA.011 Gebruiken L3 L4 4.1.1

    Lokaliseren de Belgische provincies en hun provinciehoofdplaatsen op een kaart van België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten

  12. AA.012 Begrijpen L4 L4 4.1.1

    Benoemen de gewesten en de gemeenschappen in België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gewesten, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk
    Gewest, de gemeenschappen, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de
    Duitstalige Gemeenschap
  13. AA.013 Gebruiken L4 L4 4.1.1

    Lokaliseren de gemeenschappen en gewesten op een kaart van België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › België: provincies, hoofdplaatsen, gewesten

  14. AA.014 Begrijpen L3 L4 4.1.1

    Benoemen de buurlanden van België met hun hoofdstad.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Buurlanden van België

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het buurland, de hoofdstad
  15. AA.015 Gebruiken L3 L4 4.1.1

    Lokaliseren de buurlanden van België met hun hoofdstad.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Buurlanden van België

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een kaart van Europa
    • op een globe
  16. AA.016 Begrijpen L4 L4 4.1.1

    Benoemen de werelddelen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › De werelddelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    Afrika, Antarctica, Azië, Europa, Oceanië, Noord – Amerika, Zuid- Amerika, het
    werelddeel
  17. AA.017 Gebruiken L4 L4 4.1.1

    Lokaliseren de werelddelen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › De werelddelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werelddelen:
    Afrika, Antarctica, Azië, Europa, Oceanië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika
    
    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  18. AA.018 Begrijpen L5 L6 4.1.1

    Benoemen de landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland met hun hoofdsteden.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Europese Unie, Europa
  19. AA.019 Gebruiken L5 L6 L6 4.1.1

    Lokaliseren de landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland met hun hoofdsteden.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen van EU inclusief Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een kaart van Europa
  20. AA.020 Begrijpen L6 L6 4.1.1

    Benoemen landen in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen in de wereld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landen:
    • Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika
    • de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico, Brazilië, Argentinië
    • Australië, Nieuw-Zeeland
    • China, India, Japan
    • Israël, Iran, Turkije
  21. AA.021 Gebruiken L6 L6 4.1.1

    Lokaliseren landen in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › De wereld › Landen in de wereld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landen:
    • Egypte, Marokko, Congo, Zuid-Afrika
    • de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Mexico, Brazilië, Argentinië
    • Australië, Nieuw-Zeeland
    • China, India, Japan
    • Israël, Iran, Turkije
    
    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  22. AA.022 Begrijpen K3 KO 4.1.1

    Benoemen een lokale rivier.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de rivier
  23. AA.023 Begrijpen K3 KO 4.1.1

    Benoemen rivieren, zeeën en oceanen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rivieren:
    de Nijl
  24. AA.024 Gebruiken K3 L1 L2 KO 4.1.2; L4 4.1.1

    Lokaliseren een plaatselijke rivier.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jeremy legt uit hoe je van de school naar de Zwalm moet stappen.
    • Amy vertelt: “Als we naar het zwembad gaan, dan rijden we over de Demer.”
  25. AA.025 Begrijpen L3 L4 4.1.1

    Benoemen rivieren in België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rivieren:
    • de Maas
    • de Schelde
    • de Ijzer

    Te hanteren begrippen

    de Ijzer, de Maas, de Schelde
  26. AA.026 Gebruiken L3 L4 4.1.1

    Lokaliseren rivieren in België.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een kaart van België
  27. AA.027 Begrijpen L3 L4 4.1.1

    Benoemen de zeeën in Europa.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zeeën:
    • de Middellandse Zee
    • de Noordzee

    Te hanteren begrippen

    de Middellandse Zee, de Noordzee
  28. AA.028 Gebruiken L3 L4 4.1.1

    Lokaliseren de zeeën in Europa.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zeeën:
    • de Middellandse Zee
    • de Noordzee
    
    Lokaliseren:
    op een kaart van Europa
  29. AA.029 Begrijpen L4 L4 4.1.1

    Benoemen de oceanen in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oceanen:
    • de Grote Oceaan
    • de Atlantische Oceaan
    • de Indische Oceaan

    Te hanteren begrippen

    de Grote Oceaan, de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan
  30. AA.030 Gebruiken L4 L4 4.1.1

    Lokaliseren de oceanen in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oceanen:
    • de Grote Oceaan
    • de Atlantische Oceaan
    • de Indische Oceaan
    
    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  31. AA.031 Begrijpen L5 L6 4.1.1

    Benoemen rivieren in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rivieren:
    • de Seine
    • de Donau
    • de Rijn
    • de Amazone

    Te hanteren begrippen

    de Seine, de Donau, de Rijn, de Amazone
  32. AA.032 Gebruiken L5 L6 4.1.1

    Lokaliseren rivieren in de wereld.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Rivieren, zeeën en oceanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rivieren:
    • de Seine
    • de Donau
    • de Rijn
    • de Amazone
    
    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
  33. AA.033 Begrijpen L4 L4 4.1.1

    Benoemen vulkanen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vulkanen :
    • de Etna
    • de Vesuvius

    Te hanteren begrippen

    de vulkaan, de Etna, de Vesuvius
  34. AA.034 Gebruiken L4 L4 4.1.1

    Lokaliseren vulkanen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vulkanen :
    • de Etna
    • de Vesuvius
    
    Lokaliseren:
    op een kaart van Europa
  35. AA.035 Begrijpen L5 L6 4.1.1

    Benoemen bergen en bergketens.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bergen en bergketens:
    • de Alpen
    • het Himalayagebergte
    • de Pyreneeën
    • de Oeral
    • de Mount Everest

    Te hanteren begrippen

    de bergketen, de Alpen, de Pyreneeën, de Oeral, de Mount Everest, de Himalaya
  36. AA.036 Gebruiken L5 L6 4.1.1

    Lokaliseren bergen en bergketens.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bergen en bergketens:
    • de Alpen
    • het Himalayagebergte
    • de Pyreneeën
    • de Oeral
    • de Mount Everest
    
    Lokaliseren:
    • op een kaart van Europa
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  37. AA.037 Begrijpen L6 L6 4.1.1

    Illustreren de hoogteligging van bergen.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoogteligging:
    • Mount Everest (Nepal – Tibet): hoogste berg ter wereld (8848 m)

    Te hanteren begrippen

    de Mount Everest, de hoogste berg
    
    Voorbeelden:
    Hoogteligging:
    • Mount Everest (Nepal – Tibet): 8849 m
    • Annapurna (Nepal): 8091 m
    • Mont Blanc (Frankrijk – Italië): 4807 m
    • De Matterhorn (Zwitserland – Italië): 4478 m
    • Großglockner (Oostenrijk): 3798 m
  38. AA.038 Gebruiken L6 GO!-doel

    Ordenen bergketens volgens hun hoogteligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

  39. AA.039 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 4.1.1; L6 4.1.1

    Tonen hun topografische kennis van de wereld en de mentale kaart van Europa in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Topografie › Topografisch referentiekader › Bergen, bergketens en vulkanen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Joris situeert de nieuwe president in Polen op de staatkundige Europese kaart.
    • Op uitstap met de klas in Luik wandelen de leerlingen over een brug. “We wandelen
        over de Maas”, zegt Oona.
  40. AA.040 Begrijpen K1 KO 4.1.3

    Herkennen een vertrouwde ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    op, onder, boven, ver, dicht, voor, achter
  41. AA.041 Begrijpen K2 KO 4.1.3

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • vertrouwde/ verkende ruimte
    • verkleinde ruimte

    Te hanteren begrippen

    in, erop, uit, naast, hoog, laag, tussen, binnen, buiten, tegen
  42. AA.042 Begrijpen K3 KO 4.1.3

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan,
    onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, opzij, midden, links,
    rechts
  43. AA.043 Begrijpen L1 GO!-doel

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    linkerkant, rechterkant, linkerzijde, rechterzijde
  44. AA.044 Begrijpen L2 GO!-doel

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    linksboven, rechtsboven, linksonder, rechtsonder
  45. AA.045 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 4.1.3

    Gebruiken de relatieve ligging om een bepaalde locatie, persoon of voorwerp te beschrijven.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

  46. AA.046 Begrijpen L3 L4 4.1.2

    Duiden de relatie tussen zonnestand, tijdstip en de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
    De zon komt nooit in het noorden.
    's Middags staat de zon in het zuiden.
    
    Duiden:
    met inbegrip van notatie O, W, N en Z

    Te hanteren begrippen

    de hoofdwindrichting, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z)
    de windroos
  47. AA.047 Gebruiken L3 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand
    • inclusief notatie (O, W, N, Z)
  48. AA.048 Begrijpen L4 L4 4.1.2

    Benoemen de tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het noordoosten (NO), het zuidoosten (ZO), het zuidwesten (ZW), het noordwesten
    (NW), de tussenwindrichting(en)
  49. AA.049 Gebruiken L4 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofd- en tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand (schaduwlijnen)
    • bepaling van richting en locatie
    • inclusief notatie (O, W, N, Z, NO, ZO, ZW, NW)
  50. AA.050 Begrijpen K3 KO 4.1.4

    Benoemen Noordpool en Zuidpool.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Noordpool, de Zuidpool
  51. AA.051 Gebruiken K3 L1 KO 4.1.4; L4 4.1.3

    Lokaliseren Noordpool en Zuidpool.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een globe
  52. AA.052 Begrijpen L2 L4 4.1.3

    Herkennen de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De evenaar:
    De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in twee gelijke helften.

    Te hanteren begrippen

    de evenaar, het halfrond, de halfronden
  53. AA.053 Gebruiken L2 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een globe
  54. AA.054 Begrijpen L3 L4 4.1.3

    Herkennen het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond ten opzichte van de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond
  55. AA.055 Gebruiken L3 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  56. AA.056 Begrijpen L4 L4 4.1.3

    Herkennen de nulmeridiaan, het westelijk halfrond en het oostelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De nulmeridiaan:
    De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in 2 halfronden.
    De nulmeridiaan wordt gebruikt als het beginpunt voor het meten van lengtegraden.
    Deze lijn loopt van de Noordpool naar de Zuidpool en heeft een lengtegraad van 0
    graden.
    Belangrijke feiten over de nulmeridiaan:
        locatie: De officiële nulmeridiaan loopt door Greenwich, een wijk in Londen,
        Engeland. Daarom wordt hij ook wel de Greenwichmeridiaan genoemd.
        gebruik: Hij wordt gebruikt als referentiepunt voor het wereldwijde
        coördinatensysteem (GPS) en voor het bepalen van tijdzones

    Te hanteren begrippen

    de nulmeridiaan, de meridiaan, het westelijk halfrond, het oostelijk halfrond
  57. AA.057 Gebruiken L4 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, de nulmeridiaan, het oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  58. AA.058 Begrijpen L5 L6 4.1.2

    Herkennen de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Noordpoolcirkel, de Zuidpoolcirkel
  59. AA.059 Gebruiken L5 L6 4.1.2

    Lokaliseren de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  60. AA.060 Begrijpen L6 L6 4.1.2

    Herkennen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Kreeftskeerkring, de Steenbokskeerkring, de breedtecirkel
  61. AA.061 Gebruiken L6 L6 4.1.2

    Lokaliseren de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  62. AA.062 Begrijpen L6 L6 4.1.2

    Herkennen breedtecirkels.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breedtecirkels:
    De denkbeeldige lijnen die parallel lopen aan de evenaar. Ze geven de geografische
    breedte aan, gemeten in graden ten noorden of zuiden van de evenaar.
    De evenaar, Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring en poolcirkels zijn breedtecirkels.

    Te hanteren begrippen

    de breedtecirkel
  63. AA.063 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.1.3; KO 4.1.4; L4 4.1.2; L4 4.1.3; L6 4.1.2

    Tonen hun kennis over absolute en relatieve ligging in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Johan zegt: “Onze school ligt ten zuiden van het station en vlakbij de rivier."
    • Saartje zegt: “Kinshasa ligt dicht bij de evenaar. Het is daar dus dikwijls heel warm.