Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

13 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: FR ✕ Spreken ✕

  1. FR.027 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.1; L6 10.3.2

    Verklanken vooraf beluisterde woorden correct.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woorden:
    • geïsoleerde woorden
    • de meest frequente woorden
    • woordcombinaties en vaste uitdrukkingen
  2. FR.028 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.1

    Zeggen een tweemaal beluisterde zin na.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 5 à 7 aangeleerde woorden
    
    Nazeggen:
    na 1 à 2 seconden na het beluisteren van de zin
  3. FR.029 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.2

    Lezen geschreven zinnen vlot luidop.

    Frans Spreken › Herhalend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen
    van elk 6 à 8 aangeleerde woorden
  4. FR.030 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.3

    Vormen zinnen vanuit een context.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vormen:
    mondeling
    vanuit opgegeven woorden
    
    Zinnen:
    met minimaal een onderwerp en een persoonsvorm

    Voorbeelden

    Zinnen vormen:
    • zin bouwen met aangereikte woorden: Acheter/maman/pommes - Maman achète
        des pommes.
    • maak de zin af : Je mange … - Je mange un œuf.
    • zin uitbreiden : Nous sommes en France. (visiter/ un château/ aujourd’hui) -
        Aujourd’hui nous sommes en France pour visiter un château.
  5. FR.031 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.4

    Vormen zinnen met aanpassing van opgegeven woorden.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanpassing van opgegeven woorden:
    • genus
    • getal
    • persoonsvorm
  6. FR.032 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.5

    Vormen zinnen om.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omvormen:
    • van bevestigend naar ontkennend
    • van ontkennend naar bevestigend
  7. FR.033 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.6

    Vormen zinnen om qua tijden.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omvormen van tijden:
    • van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar verleden tijd (passé composé)
    • van tegenwoordige tijd (indicatif présent) naar nabije toekomst (futur proche)
    • van verleden tijd (passé composé) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
    • van verleden tijd (passé composé) naar nabije toekomst (futur proche)
    • van nabije toekomst (futur proche) naar tegenwoordige tijd (indicatif présent)
    • van nabije toekomst (futur proche) naar verleden tijd (passé composé)
  8. FR.034 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.7

    Vertalen beluisterde zinnen in het Nederlands mondeling naar het Frans.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
  9. FR.035 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.7

    Vertalen gelezen zinnen in het Nederlands mondeling naar het Frans.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 3 à 5 aangeleerde woorden
  10. FR.036 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.10

    Vertellen over een afbeelding of uitbeelding.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    via een beschrijving
  11. FR.037 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.10

    Vertellen over zichzelf en hun leefwereld.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    • met een vorm van ondersteuning
    • met aandacht voor verstaanbare uitspraak
    • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructie
    • met concrete inhoud
    • in enkele enkelvoudige zinnen

    Voorbeelden

    Onderwerpen om over te vertellen of te presenteren:
    • een gebeurtenis zoals een ontmoeting, een uitstap, een ongeluk, een
        sportevenement, een feest
    • beschrijving van iets of iemand zoals de verschillende delen van een huis, een
        medeleerling
    Met een vorm van ondersteuning:
    • zinnen, vaste structuren (il/elle est ..., il a les cheveux …)
    • trefwoorden om korte zinnen mee te maken
    • gerichte vragen/ opdrachten
  12. FR.038 Gebruiken L5 L6 L6 10.3.8

    Vertellen gegevens van een tekst na.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Navertellen:
    • in een opsomming
    • met een vorm van ondersteuning
  13. FR.039 Begrijpen L5 L6 L6 10.3.9

    Verwoorden de inhoud van een tekst mondeling.

    Frans Spreken › Bewerkend spreken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verwoorden
    • met een vorm van ondersteuning
    • met gebruik van taal uit de tekst

    Voorbeelden

    Met een vorm van ondersteuning:
    • Een reeks zinnen die de leerlingen in de juiste volgorde moeten zetten of waaruit ze
        moeten kiezen.
    • Trefwoorden van waaruit de leerlingen korte zinnen kunnen maken.
    • Tekeningen/ prenten/ voorwerpen waarbij ze een zin moeten maken.
    • gerichte vragen/opdrachten