Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

68 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: SV ✕ Sociale vaardigheden ✕

  1. SV.001 Begrijpen K1 KO 9.1.9; KO 9.3.1

    Herkennen gevoelens* en behoeften.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen gevoelens
    • eigen behoeften
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  2. SV.002 Begrijpen K2 K3 KO 9.3.1

    Herkennen gevoelens*.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen gevoelens: voelen wat er in zichzelf gebeurt en het benoemen
    • gevoelens van anderen: signalen herkennen van wat de ander voelt en het
        benoemen
    
    Gevoelens:
    basisgevoelens en nuances

    Te hanteren begrippen

    blij, bang, boos, verdrietig, houden van, ongerust, verbaasd, beschaamd, zenuwachtig,
    gelukkig, bezorgd, woedend, tevreden, verliefd
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  3. SV.003 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.9

    Herkennen behoeften.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen behoeften
    • behoeften van anderen

    Voorbeelden

    Behoeften van anderen:
    Herkennen dat iemand hulp nodig heeft, iemand die graag wil meespelen, iemand die
    een knuffel wil.
  4. SV.004 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Benoemen gevoelens* en behoeften.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen gevoelens en behoeften
    • gevoelens en behoeften van anderen
    
    Gevoelens:
    gevoelens en hun nuances

    Te hanteren begrippen

    het gevoel

    Voorbeelden

    Gevoelens en hun nuances:
    • boos, gefrustreerd, verontwaardigd, razend
    • blij, vrolijk, opgelucht, uitbundig
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  5. SV.005 Begrijpen L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Beschrijven gevoelens* en behoeften.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    • bij zichzelf: Wat voel ik? Wat wil ik? Waarom?
    • bij de anderen: Wat voelt de ander? Wat wil de ander? Waarom?
    
    Gevoelens en behoeften:
    • meeleven, zich inleven, non- verbale signalen interpreteren

    Te hanteren begrippen

    de behoefte, de empathie, het medeleven
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  6. SV.006 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Begrijpen de relatie tussen gevoelens* en behoeften .

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Gevoelens ontstaan als reactie op vervulde of onvervulde behoeften.
    • Gevoelens geven signalen over wat je nodig hebt.

    Voorbeelden

    Gevoelens wanneer behoeften vervuld zijn:
    tevreden, kalm, rustig, vastberaden, ontspannen, blij, liefdevol, gelukkig, opgelucht,
    stralend, dankbaar, ontroerd, enthousiast, hoopvol, optimistisch, energiek, veilig,
    zorgeloos, geduldig, verlegen, trots
    Gevoelens wanneer behoeften niet vervuld zijn:
    suf, schuldig, moe, uitgeput, moedeloos, ongerust, bezorgd, kwetsbaar, onzeker,
    wantrouwig, geërgerd, futloos, overprikkeld, triest, droevig, geïrriteerd, bezorgd,
    verrast, machteloos, ongemakkelijk, gespannen, zenuwachtig, verveeld, beschaamd,
    gelaten, leeg, ongeduldig, onrustig, verlegen, in de war, nors, gealarmeerd, boos,
    wanhopig, ziek, verdrietig, overstuur, paniekerig, liefdesverdriet, slap, woest, razend,
    prikkelbaar, gechoqueerd, overweldigd, onveilig, gefrustreerd, walging, bang, stressvol,
    ongelukkig, pijn, spijt, misselijk, eenzaam, ziek
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  7. SV.007 Gebruiken K1 K2 K3 KO 9.1.9; KO 9.3.1

    Geven de eigen gevoelens*, behoeften, ervaringen en gedachten weer.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • verbaal
    • non-verbaal
    in concrete en herkenbare situaties
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  8. SV.008 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Geven de eigen gevoelens*, behoeften, ervaringen e n gedachten weer.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • verbaal
    • non-verbaal
    in diverse schoolse en sociale situaties
    met toenemende nuance
    
    *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens
  9. SV.009 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen in hun omgang empathie voor de ander.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Empathie:
    zich inleven, voorspellen en respecteren van gedachten en verschillende opvattingen
    van de ander
  10. SV.010 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Herkennen de eigen sterktes.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Positief zelfbeeld.

  11. SV.011 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Benoemen de eigen sterktes en groeikansen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Positief zelfbeeld.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    goed zijn in, beter worden in
  12. SV.012 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Demonstreren een positief zelfbeeld.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Positief zelfbeeld.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jonas durft de klaskas beheren.
    • Hugo durft luidop te zingen.
  13. SV.013 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen voldoende zelfvertrouwen in verschillende contexten.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Positief zelfbeeld.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens de pauze nodigt Mees een klasgenoot uit om een onbekend spel mee te
        spelen. "Ik ken het spel niet, maar ik wil het graag proberen. Kan jij het me
        uitleggen?"
    • Jan moet een spreekbeurt geven voor de klas over zijn favoriete hobby. Hij staat
        rechtop, spreekt luid en duidelijk en maakt oogcontact met de klas terwijl hij zijn
        verhaal vertelt.
  14. SV.014 Begrijpen K1 KO 9.1.9; L4 9.1.14

    Herkennen grenzen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen grenzen
    • andermans grenzen
    
    Grenzen:
    fysieke
  15. SV.015 Begrijpen K2 K3 L1 L2 KO 9.1.9; L4 9.1.14

    Herkennen grenzen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • eigen grenzen
    • andermans grenzen
    
    Grenzen:
    • fysieke
    • morele

    Te hanteren begrippen

    stop, neen

    Voorbeelden

    Andermans fysieke grenzen:
    • Jos vindt het leuk om handen te schudden.
    • Anita vindt knuffelen niet leuk.
    Andermans morele grenzen:
    • Myriam leent haar speelgoed dat ze van Sinterklaas kreeg niet graag uit.
    • Kato vindt het belangrijk dat je eerlijk speelt bij een gezelschapsspel.
  16. SV.016 Begrijpen K2 K3 L1 L2 KO 9.1.9; L4 9.1.14

    Herkennen verschillende manieren om de eigen grenzen aan te geven.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Eigen grenzen aangeven:
    neen zeggen, in gesprek gaan, iemand tegenhouden, weggaan, zichzelf in veiligheid
    brengen, iemand erbij roepen
  17. SV.017 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.14

    Herkennen het belang van grenzen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang van grenzen:
    • eigen grenzen stellen
    • grenzen van anderen respecteren
  18. SV.018 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.9; L4 9.1.14

    Geven eigen grenzen op een aanvaardbare manier weer.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

  19. SV.019 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.9; L4 9.1.14

    Respecteren andermans grenzen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grenzen:
    • fysieke
    • morele
  20. SV.020 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.11

    Beschrijven dat een seksuele relatie enkel opgebouwd kan worden met wederzijdse toestemming.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

  21. SV.021 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.12

    Duiden verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grensoverschrijdend gedrag:
    • ten aanzien van zichzelf
    • ten aanzien van anderen
  22. SV.022 Gebruiken L5 L6 L6 9.1.12

    Signaleren grensoverschrijdend gedrag.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grensoverschrijdend gedrag:
    • ten aanzien van zichzelf
    • ten aanzien van anderen
    
    Signaleren:
    • aan een verantwoordelijke volwassene
  23. SV.023 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 9.1.14; L6 9.1.12

    Reflecteren over grenzen stellen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Grenzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grenzen stellen:
    • ten aanzien van zichzelf
    • ten aanzien van anderen
  24. SV.024 Begrijpen K1 K2 K3 KO 9.3.5; KO 9.3.6

    Herkennen sociale regels.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sociale regels:
    • wanneer het gepast is om te spreken:
        o antwoorden geven als iemand iets vraagt
        o vragen stellen tijdens kringgesprekken
        o meepraten tijdens gezamenlijke activiteiten
        o aangeven dat ze hulp nodig hebben
        o hun beurt afwachten in een gesprek
    • wanneer het gepast is om stil te zijn:
        o luisteren als een ander praat
        o stil zijn tijdens instructiemomenten of voorlezen
        o niet door elkaar roepen of praten tijdens werkmomenten
        o rustig zijn in de gang of tijdens een overgangsmoment
        o respect tonen voor de spreker (leerkracht of klasgenoot)
    • hun beurt afwachten
  25. SV.025 Gebruiken K1 K2 K3 KO 9.3.5; KO 9.3.6

    Gebruiken sociale regels.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sociale regels:
    • wanneer het gepast is om te spreken
    • wanneer het gepast is om stil te zijn
    • hun beurt afwachten
  26. SV.026 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 9.3.5

    Illustreren een actieve luisterhouding.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Actieve luisterhouding:
    • luisteren naar de ander
    • adequaat reageren: verbaal en non-verbaal

    Voorbeelden

    Actieve luisterhouding:
    de ander niet onderbreken, non-verbaal reageren op wat gezegd wordt, een passend
    antwoord of reactie geven, bij het onderwerp van het gesprek blijven
  27. SV.027 Gebruiken L5 L6 L6 9.3.4

    Gaan positief en met vertrouwen in gesprek.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    In gesprek:
    met leeftijdsgenoten en volwassenen
  28. SV.028 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken verschillende manieren van omgaan met elkaar.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met elkaar:
    • zorg ontvangen
    • zorg verlenen

    Voorbeelden

    Zorg ontvangen:
    hulp vragen en accepteren, complimenten ontvangen, dankbaarheid tonen, vriendelijk
    zijn
    Zorg verlenen:
    hulp en ondersteuning bieden, rekening houden met de behoeften van de ander(en),
    iemand laten meespelen, iemand in bescherming nemen
  29. SV.029 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 9.3.2

    Gebruiken verschillende manieren van omgaan met elkaar.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met elkaar:
    • eerlijk zijn
    • respectvol zijn
    • op sociaal aanvaardbare wijze kritiek uiten
    • actief luisteren

    Voorbeelden

    Eerlijk zijn:
    ongelijk toegeven, twijfel tonen, durven zeggen dat je iets niet weet/kan, niet liegen,
    niet vals spelen
    Op sociaal aanvaardbare wijze kritiek uiten:
    Je eigen mening geven en kritiek geven op een wijze die de relatie niet verstoort.
  30. SV.030 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken verschillende manieren van omgaan met elkaar.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met elkaar:
    • sturing en leiding geven
    • sturing en leiding accepteren

    Voorbeelden

    Sturing en leiding geven:
    verantwoordelijkheid opnemen, opdrachten geven, opdrachten bewaken, voorstellen
    doen
    Sturing en leiding accepteren:
    zich aan de afspraken/regels houden, open staan voor raad en advies en opvolgen,
    leiderschap aan iemand anders laten, kritiek en feedback aanvaarden
  31. SV.031 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 9.3.2

    Gebruiken verschillende manieren van omgaan met elkaar.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Sociale regels en omgangswijzen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met elkaar:
    • anderen een plaats gunnen, rekening houden met elkaar
    • zichzelf tonen

    Voorbeelden

    Anderen een plaats gunnen, rekening houden met elkaar:
    complimenten geven aan de ander, elkaar aanmoedigen, voorrang verlenen, anderen
    laten schijnen/’blinken’, anderen bedanken, zich discreet opstellen, zich
    verontschuldigen
    Zichzelf tonen:
    naar anderen stappen om contact te leggen, dingen van zichzelf vertellen en tonen, zich
    op een assertieve wijze voorstellen, durven op een podium staan, iemand begroeten
  32. SV.032 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 9.3.3

    Werken zelfstandig.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werken:
    • inclusief spelen
    volgens de klas- en schoolafspraken
  33. SV.033 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 9.3.2

    Werken zelfstandig.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werken:
    op een constructieve manier
  34. SV.034 Begrijpen K2 K3 KO 9.3.3

    Herkennen manieren om goed samen te werken.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren om goed samen te werken:
    • sociale formules hanteren: groeten, uitnodigen om mee te doen, bedanken
    • luisteren naar elkaar
    • samen iets maken of doen
    • spullen delen
  35. SV.035 Gebruiken K1 K2 K3 KO 9.3.3

    Werken samen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    samenwerken:
    inclusief spelen
    volgens de klas- en schoolafspraken
  36. SV.036 Begrijpen L1 L2 L4 9.3.2

    Benoemen criteria voor een constructieve samenwerking.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenwerking:
    • in duo
    • in groep
    
    Criteria:
    • elkaar helpen
    • naar elkaar luisteren
    • samen iets maken of doen
    • eerlijk zijn
    • samen een plan maken

    Voorbeelden

    Werner geeft uitleg aan Sammy die hulp nodig heeft.
  37. SV.037 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.3.2

    Werken constructief samen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samen werken:
    • in duo
    • in groep
    
    Constructief:
    • via door de leraar opgegeven taken en rollen
  38. SV.038 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.3.2

    Reflecteren over de eigen bijdrage bij het samenwerken.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samen werken:
    • in duo
    • in groep
  39. SV.039 Begrijpen L1 L2 L6 9.3.5

    Herkennen verschillende rollen binnen groepswerk.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

  40. SV.040 Begrijpen L3 L4 L6 9.3.5

    Beschrijven verschillende rollen binnen groepswerk.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

  41. SV.041 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 9.3.5

    Voeren verschillende rollen binnen groepswerk uit.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rollen:
    • met toegewezen eenvoudige rollen
    • met zelfgekozen rollen
  42. SV.042 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 9.3.2; L6 9.3.5

    Reflecteren over het verloop van het groepswerk.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Samenwerking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groepswerk:
    • in duo
    • in groep
    
    Reflecteren:
    • feedback geven
    • feedback ontvangen
  43. SV.043 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen ruzie, pijn doen en geweld.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

  44. SV.044 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen ruzie, pijn doen en geweld.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de ruzie, pijn doen
  45. SV.045 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L4 9.3.1

    Verwoorden hoe ze een conflict kunnen oplossen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    oplossen

    Voorbeelden

    • Bij een conflict bedenken Simon en Shelly een oplossing: “Zullen we samen spelen?”
        “Zullen we iets anders bedenken?”
    • Johan vindt het gedrag van Wim niet leuk en zegt “stop!”
  46. SV.046 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 9.3.1

    Beschrijven een conflict vanuit verschillende perspectieven.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Perspectieven:
    • context: wie, wat, wanneer, waar; wat is aanleiding, oorzaak, gevolg?
    • gevoelens die deze situatie bij hen oproept, proberen in te schatten wat de situatie
        bij de ander oproept
    • Wat had ik anders kunnen doen?
    • Hoe wil ik het graag? Hoe wil de ander het graag?

    Te hanteren begrippen

    de vrede, het conflict, de aanleiding, de situatie, de oplossing, herstellen
  47. SV.047 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 9.3.1

    Beschrijven hoe ze conflicten kunnen oplossen en voorkomen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    voorkomen

    Voorbeelden

    Oplossen:
    inzien dat ieder een conflict beleeft vanuit zijn eigen ervaring en beleving en bereid zijn
    te luisteren naar elkaars ervaring; boos worden mag maar dit uit je op een sociaal
    aanvaardbare manier; bereid zijn samen het conflict op te lossen op basis van
    gelijkwaardigheid; het onderscheid maken tussen feiten en meningen/oordelen; eigen
    gevoelens bij een conflict uitdrukken en empathisch luisteren naar de gevoelens van de
    andere; eigen behoeften bij het conflict verwoorden en luisteren naar de behoeften van
    de ander; compromissen zoeken en aanvaarden.
    Voorkomen:
    respect tonen voor anderen; goed communiceren; empathie tonen; leren inschatten
    wanneer een situatie dreigt te escaleren; samenwerken en delen; positief omgaan met
    kritiek; veerkrachtig zijn
  48. SV.048 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.3.1

    Gebruiken een geweldloze oplossing bij een conflictsituatie.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

  49. SV.049 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.3.1

    Reflecteren over mogelijke, geweldloze oplossingen voor een conflict.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

  50. SV.050 Begrijpen L1 L2 L6 9.3.1

    Herkennen het verschil tussen een grapje en plagen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    zowel non-verbaal als verbaal gedrag
  51. SV.051 Begrijpen L1 L2 L6 9.3.1

    Illustreren manieren om met vervelend gedrag om te gaan.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Manieren:
    “stop!” zeggen, “Ik vind het niet leuk” zeggen, om hulp vragen
  52. SV.052 Begrijpen L3 L4 L6 9.3.1

    Beschrijven manieren om met vervelend gedrag om te gaan.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    • weten wanneer je een conflict zelf kan oplossen en wanneer je het moet melden
    • gesprektechnieken: ik-boodschap, stop zeggen, actief luisteren
  53. SV.053 Begrijpen L3 L4 L6 9.3.1

    Herkennen pestgedrag.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Pestgedrag:
    verschillende vormen
  54. SV.054 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 9.3.1

    Reageren gepast op vervelend gedrag, plagen en pesten.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

  55. SV.055 Engageren L5 L6 L6 9.3.1

    Reflecteren over vervelend gedrag, plagen en pesten.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Conflicthantering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    • Wat doe je als je pestgedrag ziet?
    • eigen rol binnen een groep: pester, meeloper, verdediger
  56. SV.056 Begrijpen K1 K2 KO 9.1.4

    Illustreren de basisregels met betrekking tot hygiëne.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Hygiëne:
    handen wassen, tanden poetsen, lichaamsverzorging, nies- en hoesthygiëne, eten en
    drinken, aangepaste kledij en schoenen bij bewegingsactiviteiten
  57. SV.057 Begrijpen K3 L1 L2 KO 9.1.4

    Illustreren de basisregels met betrekking tot hygiëne.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de hygiëne
  58. SV.058 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Beschrijven het verband tussen slechte hygiëne en het risico op ziekten.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ziek zijn
  59. SV.059 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.4

    Passen de basisregels met betrekking tot hygiëne toe.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

  60. SV.060 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen het verschil tussen ziek, gezond en gewond.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • bij zichzelf en anderen
    • signalen die wijzen op ziek zijn: koorts, hoesten, niezen

    Te hanteren begrippen

    gewond, de wonde
  61. SV.061 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Duiden wat je moet doen als je ziek bent.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Mahmed is ziek en gaat naar de dokter.
    • Mona rust en neemt de medicijnen in die de dokter heeft voorgeschreven. Zo wordt
        ze hopelijk snel weer beter.
  62. SV.062 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Beschrijven situaties en gedragingen die schadelijk zijn voor de gezondheid.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Schadelijk gedrag:
    te veel stil zitten, ongezond eten, geen afstand houden van iemand die ziek is,
    onvoldoende slapen en rusten, giftige producten eten of drinken, de elementaire regels
    met betrekking tot hygiëne niet toepassen, overdadig lawaai
  63. SV.063 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren strategieën om stress en angst te verminderen en om te gaan met falen, tegenslag en veranderingen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Strategieën:
    ademhalingsoefeningen, praten met iemand die ze vertrouwen, positieve zelfpraat,
    stress voorkomen door goede voorbereiding, afleiding zoeken, falen leren zien als kans
    om te leren, doorzettingsvermogen, positieve houding
  64. SV.064 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken strategieën om veerkracht te tonen bij stress, angst, falen, tegenslag of veranderingen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

  65. SV.065 Begrijpen L5 L6 9.1.4

    Beschrijven de voor- en nadelen van medicatie.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voordelen:
    • effectieve behandeling van symptomen
    • verbetering levenskwaliteit
    • voorkomen van complicaties
    • levensreddend
    
    Nadelen:
    • bijwerkingen
    • afhankelijkheid en verslaving
    • tolerantie
    • interacties met andere medicatie
    • maskeren van oorzaken
    • kosten
  66. SV.066 Begrijpen L6 L6 9.1.3

    Herkennen genots- en verslavingsmiddelen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Genots- en verslavingsmiddelen:
    tabak, vape, alcohol

    Te hanteren begrippen

    de verslaving
  67. SV.067 Begrijpen L6 L6 9.1.3

    Beschrijven de risico's van het gebruik van genots- en verslavingsmiddelen.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Genots- en verslavingsmiddelen:
    tabak, vape, alcohol
  68. SV.068 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van een actieve, gezonde en veilige levensstijl in verschillende contexten.

    Sociale vaardigheden Sociale vaardigheden › Gezonde levensstijl

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Kasper wordt moe tijdens het lezen in zijn boek. Hij zegt: "Ik ga op tijd slapen, want
        dan kan ik me morgen beter concentreren."
    • Niene zegt tegen haar mama: "Ik ga elke dag een halfuur buiten spelen, want dat is
        goed voor mijn lichaam."