SV.006
Begrijpen
L2
L3
L4
L5
L6
GO!-doel
Begrijpen de relatie tussen gevoelens* en behoeften .
Sociale vaardigheden › Sociale vaardigheden › Gevoelens en behoeften
- Leeftijd
- 7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Begrijpen
- Verwerkingsaspect
- Begrijpen — declaratieve kennis — weten wat
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 3
Leerlijn
Begrijpen de relatie tussen gevoelens* en behoeften . MIA Relatie: • Gevoelens ontstaan als reactie op vervulde of onvervulde behoeften. • Gevoelens geven signalen over wat je nodig hebt. Voorbeelden Gevoelens wanneer behoeften vervuld zijn: tevreden, kalm, rustig, vastberaden, ontspannen, blij, liefdevol, gelukkig, opgelucht, stralend, dankbaar, ontroerd, enthousiast, hoopvol, optimistisch, energiek, veilig, zorgeloos, geduldig, verlegen, trots Gevoelens wanneer behoeften niet vervuld zijn: suf, schuldig, moe, uitgeput, moedeloos, ongerust, bezorgd, kwetsbaar, onzeker, wantrouwig, geërgerd, futloos, overprikkeld, triest, droevig, geïrriteerd, bezorgd, verrast, machteloos, ongemakkelijk, gespannen, zenuwachtig, verveeld, beschaamd, gelaten, leeg, ongeduldig, onrustig, verlegen, in de war, nors, gealarmeerd, boos, wanhopig, ziek, verdrietig, overstuur, paniekerig, liefdesverdriet, slap, woest, razend, prikkelbaar, gechoqueerd, overweldigd, onveilig, gefrustreerd, walging, bang, stressvol, ongelukkig, pijn, spijt, misselijk, eenzaam, ziek *verzamelnaam voor wat je voelt vanbinnen, zowel emoties als gevoelens