Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

12 doelen

CSV downloaden filters wissen

Mondeling interageren ✕

  1. FR.040 Gebruiken L5 L6 10.4.1

    Formuleren ja-nee vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ja-nee vragen:
    • intonatievraag
    • est-ce que + gewone zin
  2. FR.041 Gebruiken L6 L6 10.4.1

    Formuleren ja-nee vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ja-nee vragen:
    inversievraag
  3. FR.042 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.2

    Formuleren vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • vraag met een vragend voornaamwoord: wie (qui), wat (quoi), wat (que/qu’), welke
        (van de) (quel/quelle/quels/quelles)
    • vragen met de intonatievorm, met ‘est-ce que’, met een vraagwoord
    • vragen met een vragend bijwoord: waar (où), wanneer (quand), hoe (comment),
          hoeveel (combien (de))
  4. FR.043 Gebruiken L6 L6 10.4.2

    Formuleren vragen.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling vragen stellen op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    vragen met een vragend bijwoord: waarom (pourquoi)
  5. FR.044 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.3; L6 10.4.4

    Beantwoorden ja-nee vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beantwoorden:
    • bevestigend antwoorden
    • ontkennend antwoorden met gebruik van een bijwoord van ontkenning
  6. FR.045 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.5

    Beantwoorden vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    • positief en negatief geformuleerde vragen
    • vraag met een vragend voornaamwoord: wie (qui), wat (quoi), wat (que/qu’), welke
        (van de) (quel/quelle/quels/quelles)
    • vragen met de intonatievorm, met ‘est-ce que’, met een vraagwoord
    • vragen met een vragend bijwoord: waar (où), wanneer (quand), hoe (comment),
        hoeveel (combien (de))
  7. FR.046 Gebruiken L6 L6 10.4.5

    Beantwoorden vragen met een zin.

    Frans Mondeling interageren › Mondeling antwoorden geven op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vragen:
    Vragen met een vragend bijwoord: waarom (pourquoi)
  8. FR.047 Begrijpen L5 L6 L6 10.4.6

    Begrijpen gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Begrijpen:
    • vragen
    • antwoorden
    • uitspraken
  9. FR.048 Gebruiken L5 L6 L6 10.4.6

    Voeren gesprekken*.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gesprekken:
    • informele gesprekken
    • formele gesprekken
    • reageren op vragen en uitspraken door te antwoorden en uitspraken te doen
    • stellen zelf vragen

    Voorbeelden

    Gespreksonderwerpen:
    als spreker zeggen hoe je heet, wat je (niet) graag doet in je vrije tijd, de weg vragen,
    vragen hoeveel iets kost, gepast reageren op een vraag of uitspraak
    
    *in een variatie aan gespreksvormen
  10. FR.049 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen elementaire om gangsvormen en beleefdheidsconventies bij het voeren van gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies:
    aanspreekvormen gebruiken (Bonjour, Bonjour tous le monde, Bonjour Mademoiselle,
    Bonjour Monsieur), bedanken de luisteraars, gebruiken ‘je voudrais…’ als ze graag iets
    willen, gebruiken ‘s’il vous plaît’ als ze iets vragen, gebruiken gepast ‘tu’ of ‘vous’.
  11. FR.050 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies bij het voeren van gesprekken.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

  12. FR.051 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van elementaire omgangsvormen en beleefdheidsconventies in gesprekken in verschillende contexten.

    Frans Mondeling interageren › Een mondeling gesprek voeren vanuit een context

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Tijdens een gesprek met de directeur over een schoolproject spreekt Hans beleefd
        en gebruikt hij gepaste aanspreekvormen zoals ‘monsieur’ en ‘mademoiselle’. Hij
        wacht tot de ander is uitgesproken voordat hij zelf iets zegt.
    • Elsa begroet de buschauffeur met een vriendelijke “bonjour” en bedankt hem bij
        het uitstappen. Ze weet dat kleine beleefdheden belangrijk zijn in dagelijkse
        interacties.