96 doelen
vak: GE ✕ Historisch strategisch: perspectief en chronologie ✕
-
Herkennen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
-
Benoemen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
hetzelfde, anders, de verandering
-
Vergelijken historische fenomenen op continuïteit versus verandering.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Jasmine vergelijkt een foto van een mes van vroeger met een mes van nu.
-
Bedenken historische vragen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: continuïteit versus verandering
Voorbeelden
Historische vragen: Wat is hetzelfde? Wat is er anders?
-
Beantwoorden historische vragen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: continuïteit versus verandering
-
Illustreren continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestudeerde samenlevingen: continuïteit versus verandering
Te hanteren begrippen
de verandering, voortdurend/ constant
-
Vergelijken continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
-
Bedenken historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak-gevolg
Te hanteren begrippen
de reden, het resultaat, het gevolg
Voorbeelden
Historische vragen: • Waarom bouwen mensen wegen en bruggen? • Hoe kon deze uitvinding de wereld veranderen?
-
Beantwoorden historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: oorzaak - gevolg
-
Bedenken historische vragen over de bestudeerde samenlevingen .
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
Voorbeelden
Historische vragen: Hoe beïnvloedden migratie en handel de samenlevingen?
-
Beantwoorden historische vragen over de bestudeerde samenlevingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische vragen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
-
Tonen hun historisch redeneervermogen in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische redeneervermogen: • continuïteit versus verandering • oorzaak – gevolg
Voorbeelden
• Esmée bezoekt een openluchtmuseum met oude boerderijen. Ze merkt op dat mensen vroeger ook zelf brood bakten en groenten kweekten (continuïteit), maar dat ze nu elektriciteit en machines gebruiken (verandering). • Pol leest over de uitvinding van de stoommachine. Hij legt uit dat dit een belangrijke oorzaak was van de industriële revolutie en dat dit als gevolg had dat veel mensen naar de stad verhuisden om te werken. -
Herkennen hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het standpunt
-
Analyseren hoe het perspectief van mensen in het verleden verschilt van nu.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
-
Drukken uit waarom perspectieven van mensen veranderen doorheen de tijd.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • van mensen in het verleden • het hedendaagse perspectief op het verleden
Te hanteren begrippen
het perspectief, hedendaags, de historische context
-
Analyseren het perspectief van mensen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectief: • van mensen in het verleden • het hedendaagse perspectief op het verleden
-
Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel
Te hanteren begrippen
de betekenis, het voordeel, het nadeel, lokaal/ plaatselijk, regionaal, mondiaal, de winnaar, de verliezer
-
Formuleren historische vragen over perspectieven.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel
Voorbeelden
Doel/maker: • Waarom heeft een ridder dit verhaal over een veldslag zo geschreven? • Waarom stelde Pieter Bruegel de Oude ‘De Korenoogst’ voor als erg hard werken en armoedig? Lokaal, regionaal, mondiaal: Wat gebeurde er in mijn eigen dorp, mijn land, Europa tijdens de middeleeuwen? Winnaar, verliezer: • Hoe voelde een boer zich toen de koning meer belastingen vroeg? • Waarom schafte de Europese clerus de Congolese bisschopszetel gauw terug af? Voordeel, nadeel: Wie had voordeel bij de bouw van een kasteel in de buurt? -
Duiden hoe sociale positie en cultuur invloed hebben op perspectieven in het verleden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • mening, feit • invloed, betekenis • geslacht, macht
Te hanteren begrippen
de macht, de invloed
-
Formuleren historische vragen over perspectieven.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Perspectieven: • doel, maker • lokaal, regionaal, mondiaal • winnaar, verliezer • voordeel, nadeel • mening, feit • invloed, betekenis • geslacht, macht
Voorbeelden
Mening en feit: Is ‘de pest was vreselijk’ een feit of een mening? Invloed en betekenis: Welke invloed had de komst van de Islam op Spanje? Geslacht en macht: • Mochten vrouwen in de middeleeuwen ook beslissingen nemen? • Waarom was het zo belangrijk voor Afonso I dat zijn zoon bisschop was?
-
Beargumenteren waarom een hedendaagse kijk op het verleden anders is dan een perspectief van toen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Perspectieven
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beargumenteren: niet-oordelend
Voorbeelden
Babs bespreekt waarom mensen vandaag kritisch kijken naar kinderarbeid tijdens de industriële revolutie, terwijl veel fabriekseigenaars en gezinnen dit in de 19e eeuw normaal vonden omdat kinderen mee moesten werken om geld te verdienen. Ze legt uit dat onze kijk veranderd is door nieuwe ideeën over kinderrechten, onderwijs en arbeidswetten.
-
Herkennen de regelmaat en structuur van een halve dag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Halve dag: • verloop • opeenvolging van activiteiten
Te hanteren begrippen
eerst, dan, nu
Voorbeelden
• Alana herkent de structuur van de ochtend en zegt: "Eerst zitten we in de kring, dan mogen we spelen in de hoeken." • Pim benoemt de volgorde van activiteiten en zegt: "Eerst eten we fruit en dan gaan we buitenspelen." -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een dag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een dag: • verloop • opeenvolging van activiteiten; ordenen van gebeurtenissen • associëren van delen van een dag met typische klasactiviteiten
Te hanteren begrippen
de morgen/de ochtend, de voormiddag, de middag, de namiddag, de avond, de nacht, ’s morgens, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts, daarna, daarvoor, straks, later, vroeger, de daglijn, de dag
Voorbeelden
• Ibrahim herkent de vaste ochtendroutine en zegt: "Elke ochtend beginnen we in de kring." • Ellis weet dat het bijna middag is en zegt: "De juf leest altijd een verhaaltje voor we gaan eten.” -
Gebruiken een daglijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Daglijn: • ordenen van gebeurtenissen • vooruit- en terugblikken
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Een dag telt twee keer 12 uur. • nacht: van 00 uur tot 6 uur • ochtend: van 6 uur tot 9 uur • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur • middag: 12 uur • namiddag: van 12 uur tot 6 uur • avond: van 6 uur tot 12 uur
Te hanteren begrippen
het uur, meteen, dadelijk
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Een dag telt 24 uur. • nacht: van 00 uur tot 6 uur • ochtend: van 6 uur tot 9 uur • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur • middag: 12 uur • namiddag: van 12 uur tot 18 uur • avond: van 18 uur tot 00 uur
Te hanteren begrippen
middernacht, de klokuren analoog en digitaal (24-uursubdeling), de minuut
-
Ordenen verschillende beschreven activiteiten van de dag chronologisch volgens de klokuren.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Anoushka ordent haar ochtendactiviteiten en zegt: "Om 7 uur ontbijt ik, om 8 uur vertrek ik naar school." • Otto zet zijn middagactiviteiten op volgorde en zegt: "Om 11 uur lees ik een boek, om 12 uur eet ik mijn lunch." -
Begrijpen de relatie tussen klokuren, dagdelen en activiteiten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • activiteiten koppelen aan dagdelen • klokuren worden verdeeld in ochtend (06 uur-12 uur), middag (12 uur-18 uur), avond (18 uur-00 uur) • begrip van het verschil tussen ochtend- en middagurenTe hanteren begrippen
de seconde, het kwartier, het halfuur
-
Gebruiken een doelgerichte dagplanning.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
plannen, de activiteit, de taak
-
Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • a.m. (ante meridiem): voor de middag, van 12 uur ’s nachts tot 12 uur ’s middags • p.m. (post meridiem): na de middag, van 12 uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts
Te hanteren begrippen
a.m., p.m.
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
Te hanteren begrippen
maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag, vandaag, gisteren, morgen
Voorbeelden
Boris van de tweede kleuterklas duidt op de weeklijn (weekkalender) woensdag en vrijdag aan en zegt: "Op woensdag gaan we altijd naar de zwemles en op vrijdag eten we pannenkoeken."
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten. • aantal dagen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een week. • welke dag het vandaag is, gisteren was en morgen zal zijn.Te hanteren begrippen
de week, 7 dagen, het weekend, na… komt…, voor… komt…, de kalender, nog … dagen, nog … keer slapen
Voorbeelden
• Bavo van de derde kleuterklas benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Na zondag komt maandag, en vóór dinsdag komt maandag." • Meryem van de derde kleuterklas zegt: “Nog 4 keer slapen en dan is het schoolfeest!” -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De week: • onderlinge volgorde van dagen in een week • ordenen van gebeurtenissen • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
Te hanteren begrippen
eergisteren, overmorgen
-
Gebruiken een weekplanning.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weekplanning: • het lineaire van tijd: beleving/ gebeurtenissen • het circulaire van tijd: regelmaat en structuur • vooruitblikken/ terugblikken
Te hanteren begrippen
de weeklijn
-
Situeren dag en week op de jaarkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de jaarkalender
-
Ordenen gebeurtenissen in een jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: • van belevenissen of ervaringen • vooruit en terugblik • tijdsbeleving
Te hanteren begrippen
het jaar, de vakantie
Voorbeelden
• Emma haar verjaardag is in de zomer, maar eerst is het de verjaardag van haar broer. • Op Simon's school vindt het jaarlijkse schoolfeest altijd plaats net voor de grote vakantie. -
Herkennen de regelmaat en de structuur van een jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het jaar: • chronologische volgorde van maanden • Een jaar is twaalf maanden. • chronologisch ordenen van seizoenen • Een jaar is vier seizoenen. • maandplaat
Te hanteren begrippen
januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december, de maand, de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen, het jaar
Voorbeelden
• Lux herkent de structuur van het jaar en weet dat na juli augustus komt en dat december vóór januari komt. • Remco begrijpt de volgorde van de maanden en ziet dat de zomermaanden juli en augustus volgen op elkaar, terwijl het nieuwe jaar altijd in januari begint. -
Gebruiken een jaarkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaarkalender: • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen): jaarband* • circulaire van tijd (regelmaat en structuur): jaarkalender * enkel in de eerste graad
-
Illustreren de relat ie tussen weken en een maand.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: • Aantal dagen in een maand • Een maand is 28, 29, 30 of 31 dagen. • Een maand is ongeveer vier weken.
Voorbeelden
Relatie: De maand januari 2025 heeft drie volle weken en een week van zes dagen en nog een week van vier dagen. De maand april 2025 telt drie volle weken, een week van vijf dagen en een week van vier dagen.
-
Illustreren de relatie tussen maanden en seizoenen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: maanden en dagen associëren met begrip seizoen
Te hanteren begrippen
het voorjaar, het najaar
Voorbeelden
Relatie: Sinterklaas komt op 6 december, dat is in de herfst; Maart valt in de lente, dat is het voorjaar.
-
Gebruiken een maandkalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kalenders: • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen) • circulaire van tijd (regelmaat en structuur)
-
Herkennen de regelmaat en de structuur van een maand en jaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaar: • Een jaar is 52 weken. • Een jaar is 365 of 366 dagen. • schooljaar versus kalenderjaar • een schrikkeljaar
Te hanteren begrippen
het kalenderjaar, het schrikkeljaar, het schooljaar, de maandkalender
-
Bepalen een schooljaar en kalenderjaar op een meerjarenlijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meerjarenlijn: tweejarenband met aanduiding schooljaar, maandkalender
-
Beschrijven verschillende jaarindelingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Jaarindelingen: • semester: periode van zes maanden • trimester: periode van drie maanden • kwartaal: ¼ van een jaar of drie maanden
Te hanteren begrippen
het semester, het trimester, het kwartaal
-
Herkennen verschillende gegevens op een kalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gegevens kalender: • feestaanduiding • zonsopgang, zonsondergang • weeknummer, dagnummer
Te hanteren begrippen
het weeknummer, het dagnummer, de zonsopgang, de zonsondergang
-
Gebruiken de datum functioneel.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de datum
Voorbeelden
• Lune noteert haar verjaardag in haar agenda als 7 juli 2018 of 03/07/2018 • Siebe vult de datum correct in op een inschrijfformulier
-
Herkennen de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
kort, lang
Voorbeelden
Relatie tijdbeleving en tijdbesteding: Spelen voelt kort, wachten voelt lang.
-
Illustreren de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
even lang, langer, korter
Voorbeelden
• De tijd in de hoeken is 20 minuten. Femke merkt op dat deze tijd veel sneller voorbij lijkt te gaan in de bouwhoek dan in de huishoudhoek. • Bahku ervaart dat de middagpauze in de winter langer lijkt te duren dan in de zomer. -
Illustreren verschillen in tijdbesteding.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Relatie: • Ik ben op woensdagnamiddag thuis, maar mijn mama niet want zij moet werken. • We hebben dit weekend het 40-jarig huwelijk van mijn oma en opa gevierd. Het weekend is weer voorbijgevlogen. -
Illustreren dat de tijdrekening (tijdsduur) bepaald wordt door verschillende contextfactoren.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Contextfactoren: • sociaal-culturele: schoolritme en vakanties, kalender en feestdagen • persoonlijke: keuzes en prioriteiten, stress, interesses, competenties
Voorbeelden
Tijdrekening (tijdsduur) en contextfactoren: In Vlaanderen is de schoolvakantie 2 maanden, in Wallonië is dit korter; Mijn papa is al 35 jaar en dus al heel oud.
-
Vergelijken tijdbestedingen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • in de omgeving en wereldwijd • context van de school: dag- en weekindeling • vrijetijdsbesteding: sport, werk, familieactiviteiten • relatie tussen tijdbeleving en tijdsbesteding
Voorbeelden
Relatie tijdbeleving en tijdbesteding: • Kinderen in België hebben een vrije woensdagmiddag, maar in Frankrijk niet; Scholen starten de dag en de middag op andere tijdstippen. • Sara maakt een schema van haar week en vergelijkt hoeveel tijd ze besteedt aan school, hobby’s, rust en digitale media. Daarna bespreekt ze welke activiteiten lang en welke kort lijken te duren. -
Verwoorden hun eigen leeftijd.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Emanuel zegt: “Ik ben 4 jaar.”
-
Verwoorden hun verjaardag.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
jarig zijn, de verjaardag
Voorbeelden
Alix zegt: “Ik ben jarig op 28 november.”
-
Gebruiken een verjaardagskalender.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verjaardagskalender: • wie er al jarig was en wie nog niet • leeftijden
Te hanteren begrippen
de verjaardagskalender
-
Verwoorden hun geboortedatum.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geboortedatum
Voorbeelden
Alix zegt: “Ik ben geboren op 28 november 2020.”
-
Selecteren de juiste kalender in functie van het doel.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Annelies kijkt op de daglijn om te zien wat de volgende activiteit in de klas is. • Lothar gebruikt een maandkalender om zijn toetsenperiode te plannen.
-
Tonen hun kennis van dagelijkse tijd in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Leon kijkt op de verjaardagskalender en roept enthousiast dat Anna bijna jarig is. • Lien merkt tijdens de les lichamelijke opvoeding op dat de vijf minuten warming- up veel sneller voorbij leken te gaan dan de vijf minuten wachten op haar beurt bij het spel. -
Ordenen belangrijke gemeenschappelijke gebeurtenissen en ervaringen chronologisch op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de gebeurtenis, de ervaring, de plaats, de persoon
Voorbeelden
• Sadiq herinnert zich dat hij vorig schooljaar in de eerste kleuterklas bij juf Sylvie zat en plaatst dit als een belangrijke gebeurtenis op zijn levenslijn. • Levi noteert op zijn levenslijn dat Sinterklaas dit schooljaar op 6 december in de klas langskwam. -
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van zichzelf op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de levenslijn
Voorbeelden
• Maryam zet op haar levenslijn dat ze twee jaar geleden voor het eerst naar de kleuterschool ging en dat vorig jaar haar zusje werd geboren. • Cohen noteert op zijn levenslijn dat hij drie jaar geleden leerde fietsen zonder zijwieltjes en dat hij afgelopen zomer voor het eerst op vakantie naar het buitenland ging. -
Vergelijken levenslijnen van leeftijdsgenoten met elkaar.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de geboorte, de baby, de peuter, de kleuter, het eerste leerjaar
-
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van ouders op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenslijn: • Levenslijn van het kind uitbreiden met die van ouders. • ik en ouders
Voorbeelden
Belangrijke gebeurtenissen van ouders: Mijn mama werd geboren in 1990. Dit zie ik op haar geboortekaartje; Mijn pluspapa leerde mama kennen in 2021.
-
Vergelijken de levenslijnen van verschillende ouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende ouders: ouders van de klasgenoten Vergelijken: de gelijkenissen de verschillen het jaartal
Te hanteren begrippen
toen, verleden, heden, de toekomst, de ouder
-
Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van grootouders op een levenslijn.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Levenslijn: • De levenslijn van het kind en ouders uitbreiden met die van grootouder(s). • ik, ouders, grootouder(s)
-
Vergelijken levenslijnen van grootouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Grootouders: van de klasgenoten Vergelijken: de gelijkenissen de verschillen het jaartal
Te hanteren begrippen
de grootouder
-
Situeren data op de levenslijn van grootouders.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Data: • het geboortejaar van grootouder(s) • het geboortejaar van ouder(s) • het eigen geboortejaar • het huidig jaar
Te hanteren begrippen
het geboortejaar
-
Duiden familierelaties van een gegeven stamboom tot op twee generaties.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de stamboom, de generatie, de voorouder, de (groot)ouder, het kind, de broer, de zus, de tante, de nonkel, de neef, de nicht, afstammen van
-
Geven de eigen stamboom van één generatie weer.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
-
Interpreteren een stamboom van twee generaties.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw
-
Herkennen ervaringen als oud of nieuw.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: oud, nieuw
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
lang geleden, nu, oud, nieuw
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • oud, nieuw • lang geleden, nu
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud, nieuw
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • oud, nieuw • heel lang geleden, lang geleden, nu, later
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
Het verleden, het heden, de toekomst
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: verleden, heden, toekomst
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de duur
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de periode, de geschiedenis
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur • de periode, de geschiedenis
-
Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Chronologisch: • verleden, heden, toekomst • de duur • de periode, de geschiedenis • v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
-
Illustreren het begrip eeuw en decennium.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Decennium: • periode van 10 jaar Eeuw: • Een eeuw is een aaneengesloten periode van 100 jaar. • Een eeuw is tien decennia. • Wij leven in de 21ste eeuw. • Een eerste eeuw begint met het jaar 1 en eindigt met het jaar 100, een tweede eeuw begint met het jaar 101 en eindigt met het jaar 200.Te hanteren begrippen
de eeuw, de 21ste eeuw, het decennium
Voorbeelden
Eeuw: Het jaar 2000 valt in de 20e eeuw. Het jaar 2001 valt in de 21e eeuw.
-
Verdelen de eeuwenband in decennia.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Illustreren het begrip millennium.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Millennium: • is 1000 jaar • is tien eeuwen • is 100 decennia
Te hanteren begrippen
het millennium
-
Verdelen de historische tijdsband in millennia.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
-
Geven de indeling van onze tijdrekening weer.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onze tijdrekening: Het begin van onze tijdrekening is het jaar 1.
Te hanteren begrippen
1 o.t. (jaar 1 van onze tijdrekening)
-
Illustreren dat er ook andere tijdrekeningen gehanteerd worden.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Andere tijdrekeningen: Chinese jaartelling vanaf 2697 v.o.t., Islamitische jaartelling vanaf 622 o.t., Christelijke jaartelling, voor Christus, na Christus
-
Begrijpen hoe historische feiten, personen en ontwikkelingen worden gesitueerd op een eeuwenband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eeuwenband: • met onderscheid tussen tijdsperiodes • met volgende periodes: ‘eerder’ of ‘lang geleden’, ‘19de eeuw’, ‘20ste eeuw’, ‘21ste eeuw’, ‘later’Te hanteren begrippen
de eeuwenband
-
Situeren historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, bronnen, ontwikkelingen uit de omgeving op een eeuwenband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
-
Benoemen de zes historische periodes op een gevisualiseerd historisch referentiekader.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de periode, de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de moderne tijd, de hedendaagse tijd
-
Ordenen de zes historische periodes chronologisch.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Historische periodes: • de prehistorie (tot ca. 3500 v.o.t.) • de oudheid (ca. 3500 v.o.t. – ca. 500 o.t.) • de middeleeuwen (ca. 500 o.t. – ca. 1500 o.t.) • de vroegmoderne tijd (ca. 1500 o.t. – ca. 1800 o.t.) • de moderne tijd (ca. 1800 o.t. – 1945 o.t.) • de hedendaagse tijd (1945 o.t. – nu)
-
Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch op het historisch referentiekader.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
-
Illustreren de relativiteit van historische periodisering.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relativiteit: • Het begin en een einde van een historische periode wordt gekenmerkt door grote historische gebeurtenissen. • De periodisering hangt af van de plaats in de wereld, maar ook van het belang dat een historicus hecht aan bepaalde gebeurtenissen. -
Illustreren de scharniermomenten van de historische periodes op de tijdsband.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Scharniermomenten: • prehistorie (ca. 3500 v.o.t.): ‘uitvinding’ van het schrift. Dit is een fundamentele breuklijn in de geschiedenis, omdat het schrift het mogelijk maakte om informatie systematisch vast te leggen en zo op grotere schaal een samenleving te organiseren • oudheid (tot ca 500 o.t.): val van het West Romeinse rijk. Eind van de eeuwenlange overheersing van West-Europa door Rome. • middeleeuwen (tot ca 1500 o.t.): de start van de ontdekkingsreizen en de boekdrukkunst • vroegmoderne tijd (tot ca. 1800 o.t.): de Franse revolutie (1789) markeert de breuk met het ‘ancien régime’. Rond 1800 start ook de industriële revolutie • moderne tijd (tot 1945 o.t.): Einde van de tweede wereldoorlog: einde van koloniale grootmachten, oprichting van de VN, start van technologische revoluties • hedendaagse tijd (tot nu). -
Tonen hun kennis over historische tijdsbegrippen in verschillende contexten.
Geschiedenis › Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jadran vergelijkt een hedendaagse klas met een klas uit de jaren 1950 en gebruikt begrippen als vroeger, nu en toen om verschillen en gelijkenissen aan te duiden. • Yarah bekijkt oude familiefoto’s van haar grootouders en plaatst ze op een tijdlijn. Ze zegt dat haar opa als kind in de 20ste eeuw leefde en zij nu in de 21ste eeuw opgroeit.