11 doelen
vak: WT ✕ Kenmerken: voortplantingswijze en bloei ✕
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de bloem, de vrucht
-
Herkennen de voortplantingsdelen van planten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het zaad, bloeien
-
Beschrijven de functie van de delen van een bloem.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functie van delen: • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel. • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen) aan met de helmknop en de helmdraad • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt, gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot vrucht.Te hanteren begrippen
het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
-
Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels). Sporenplanten gebruiken sporen. Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk) voortplanten.
Te hanteren begrippen
de bol, de knol, de spore
Voorbeelden
Vegetatief: • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond. • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe planten. -
Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper. • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem vliegen. • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.Te hanteren begrippen
de bestuiving
-
Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bestuiving: • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper. • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder insecten = minder zaden, vruchten en oogst. Verspreiding: • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen. • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via wind en het water. Belang bestuiving en verspreiding: • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden van de soort. • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)Te hanteren begrippen
de verspreiding van zaad, de bestuiver
Voorbeelden
Bestuiving: • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten. • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de vrouwelijke dennenappels. Zaadverspreiding: • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de pit (die het zaad bevat) valt op de grond. • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem. • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad. -
Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geslachtelijke voortplanting: • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper. • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem van dezelfde soort terecht. • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad. • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant. • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.Te hanteren begrippen
de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
-
Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ongeslachtelijke voortplanting: Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door uitlopers, knollen of bollen.
Te hanteren begrippen
de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting
Voorbeelden
Knollen: aardappel Bollen: ui, hyacint Uitlopers: aardbei
-
Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil: • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie. • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en dus geen erfelijke variatie. -
Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin. • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn. -
Beschrijven de voortplanting van schimmels.
Wetenschap en techniek › Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voortplanting: Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden. Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd. Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind verspreid. Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door wind, water en dieren.
Te hanteren begrippen
de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel