141 doelen
-
Herkennen eenvoudige eindrijm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eindrijm: via rijmpjes en versjes
Voorbeelden
Eenvoudige eindrijm: kat-mat, koe-moe
-
Herkennen rijm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het rijm, rijmen
-
Passen rijm toe.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toepassen: • Rijmt het of rijmt het niet? • Zoek bij elkaar wat rijmt. Zoek de rijmende woorden. • ontbrekende zinnen en woorden aanvullen • zelf rijm bedenken
Voorbeelden
Rijmt het of rijmt het niet?: (a) boom-tak, zak-tak; b) kok-pot, kok-rot Zoek bij elkaar wat rijmt: (a) maan-haan-ster-kip; b) maan-haan-schaap-man
-
Herkennen klankgroepen in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankgroepen: in korte woorden
Voorbeelden
Klankgroepen in woorden: in korte woorden: ‘fo-to’, ‘ba-llen’
-
Herkennen klankgroepen in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankgroepen: in langere woorden
Te hanteren begrippen
het woord, de klankgroep
Voorbeelden
Klankgroepen in woorden: in langere woorden: ‘fo-to-toe-stel’, ‘re-gen-boog’
-
Verdelen een woord in klankgroepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
-
Voegen klankgroepen samen tot een woord.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
-
Zeggen klanken, een reeks woorden of een zin op.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonologisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Opzeggen: Herhalen van wat de leraar of een kleuter voorzegt: trainen van het auditief geheugen. Klanken: • met aandacht voor de uitspraak Een reeks woorden: • 2 tot 4 woorden Een zin: • een eenvoudige, korte zin nazeggen • een korte zin aanvullen
Voorbeelden
Opzeggen: woordenrij onthouden en herhalen; onthoudspel zoals "Ik ga op reis en neem mee..."; "Appel, banaan, peer." Luister nu goed, wat ontbreekt: "Appel, peer"; Als je /oe/ hoort, sta je recht, als je /ie/ hoort handen omhoog en als je /ee/hoort ga je op je hurken zitten.
-
Onderscheiden klanken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klanken: sterk contrasterende klanken
Voorbeelden
Sterk contrasterende klanken onderscheiden: • De leraar laat twee sterk contrasterende klanken horen: “ssss” (slang) en “rrrr” (motor). Als de slang sist (“sss”) bewegen de kinderen als een slang. Als de motor rijdt (“rrr”) bewegen ze als een motor. • De leraar vertelt een kort verhaaltje met veel “aaah” en “oooh”-uitroepen. Bij “aaah” doet de leraar samen met de kinderen de mond wijd open, bij “oooh” vormt iedereen met de handen een “toeter” rond de mond. -
Herkennen verschillen en overeenkomsten tussen twee gesproken klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de klank
-
Herkennen klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: aangeven of een klank wel of niet voorkomt in een woord Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
-
Onderscheiden de beginklank in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: De beginklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve discriminatie). Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
Voorbeelden
Beginklank onderscheiden: • Sorteren op beginklank (M – mand, muts, mama) • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (maan-maan, mees-lees)
-
Onderscheiden de eindklank in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: De eindklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve discriminatie). Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden
Voorbeelden
Eindklank onderscheiden: • Sorteren op eindklank (M – oom, bloem, lam) • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (boom-boos, lam-lam)
-
Onderscheiden klanken in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderscheiden: auditieve discriminatie: De klank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken. Woorden: • MK-woorden • KM-woorden • MKM-woorden Klanken in woorden: • beginklank • middenklank • eindklank Klanken: Een variatie aan klanken
Te hanteren begrippen
vooraan, achteraan, in het midden
Voorbeelden
Klanken in woorden: • Wat hoor je vooraan in /vuur/? • Wat hoor je achteraan in /kaas/? • Wat hoor je in het midden in /kat/? • Wat hoor je vooraan in /ook/? • Wat hoor je in het midden in /reus/? • Wat hoor je vooraan in /ijs/?
-
Verdelen een woord in afzonderlijke klanken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
-
Voegen afzonderlijke klanken samen tot een woord.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
-
Voeren klankbewerkingen uit in woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klankbewerkingen: • toevoeging van een klank • weglating van een klank • vervanging van een klank
Voorbeelden
Toevoeging van een klank: Ik voeg vooraan een /b/ toe aan /oom/ en bekom /boom/. Weglating van een klank: /raap/ zonder /r/ is /aap/. Vervanging van een klank: Bij het woord /mat/ wissel ik de /m/ in voor een /l/. Zo vorm ik het woord /lat/.
-
Tonen hun kennis van klanken in verschillende contexten.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Daniel luistert naar een versje en klapt telkens als hij een woord hoort dat met de klank /s/ begint, zoals slang, stoel en sok. • Abigail rijmt boom op room en legt uit dat ze dezelfde klankgroep achteraan hoort. -
Herkennen voor hen belangrijke letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het woord, de letter
Voorbeelden
Belangrijke letters: • Letters herkennen in woorden die ze vaak tegenkomen. • Letters herkennen in woorden die steeds in een letterlijke herhaling in een prentenboek voorkomen. -
Verklanken voor hen belangrijke letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
-
H e r k e n n en minstens vijftien letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • in verschillende verschijningsvormen Letters: • korte klinkers • lange klinkers • tweetekenklinkers • medeklinkers
Te hanteren begrippen
de klinker, de medeklinker
-
Verklanken minstens vijftien letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verklanken: • met correcte uitspraak • leesletters: kleine letter, hoofdletter
-
Herkennen alle letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • schrijfletters: kleine letter, hoofdletter • in verschillende verschijningsvormen
Te hanteren begrippen
de korte klinker, de lange klinker, de tweetekenklinker, de medeklinker
-
Verklanken alle letters.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Klanktekenkoppeling (alfabetisch principe)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: • korte klinkers • lange klinkers • tweetekenklinkers • medeklinkers Verklanken: • leesletters: kleine letter, hoofdletter • schrijfletters: kleine letter, hoofdletter
-
Begrijpen het doel van het alfabet.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doel: • alfabetisch rangschikken • alfabetisch opzoeken
Te hanteren begrippen
de letter, het alfabet
-
Zeggen het alfabet op.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
-
Gebruiken het alfabet bij het opzoeken of rangschikken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
-
Tonen hun kennis van letters in verschillende leescontexten.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Letters › Alfabet
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de kleuterklas wordt gewerkt rond het thema verkeer. In de bouwhoek ligt een doos met verkeersborden. Dario en Frieke bouwen samen een winkel. De parkeerplaatsen bij de winkel duiden ze aan met het verkeersbord waar de letter ‘p’ op staat. Zij weten dat dat de letter ‘p’ is van het woord ‘parkeren’. • In de schoolbibliotheek staan de boeken alfabetisch gerangschikt. Yaro vindt snel een boek dat hij wil lezen door met behulp van het alfabet te zoeken. Wanneer hij het uit heeft gelezen kan hij het ook gemakkelijk op de juiste plek terugplaatsen door gebruik te maken van de alfabetische volgorde. -
Lezen klankzuivere woorden met één lettergreep.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Klankzuivere woorden met één lettergreep: pen, boos, juf, reus
-
Lezen lidwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lidwoorden: de, het, een
-
Lezen eenlettergrepige woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenlettergrepige woorden: • eindigend op -d of -t • eindigend op -ng, -nk • met klankgroep aai, ooi, oei
-
Lezen eenvoudige tweelettergrepige woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eenvoudige tweelettergrepige woorden: • niet samengestelde woorden • samengestelde woorden
Voorbeelden
Eenvoudige tweelettergrepige samengestelde woorden: kastdeur, voetbal
-
Lezen klankzuivere woorden met medeklinkerclusters vooraan of achteraan.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woorden met medeklinkerclusters: • MKMM • MMKM • MMKMM • MMMKM • MKMMM Medeklinkerclusters: • inclusief sch-, -ch, -cht
Voorbeelden
Woorden met een medeklinkercluster vooraan: de kraan, de trap, de strik, het schaap Woorden met een medeklinkercluster achteraan: de poort, de berg, de herfst, de dag, mol lacht, beer zegt
-
Lezen verkleinwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met een hoofdletter.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met een doffe e klank.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woorden met een doffe e: • in een onbeklemtoonde lettergreep achteraan • met voorvoegsel ge-, be-, ver- • met achtervoegsel -ig, -lijk
-
Lezen woorden met specifieke lettercombinaties.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Specifieke lettercombinaties: • eeuw, ieuw en uw • eindigend op -b, -p
-
Lezen woorden met gesloten lettergrepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen woorden met open lettergrepen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de lettergreep
-
Lezen frequente woorden waarin specifieke letters en lettercombinaties afwijkend worden uitgesproken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Afwijkende uitspraak: • politie (t als s) • bureau (eau als oo)
-
Lezen frequente leenwoorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het leenwoord
Voorbeelden
Frequente leenwoorden: restaurant, computer
-
Lezen vaak voorkomende afkortingen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vaak voorkomende afkortingen: • EU lezen als ‘Europese Unie’ • p.7 lezen als ‘pagina 7’
-
Lezen gekende letters en woorden in eenvoudige zinnen aan een gepast tempo.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 8 woorden • één zin per regel • zowel kleine letters als hoofdletters • enkelvoudige zinnen • korte samengestelde zinnen met ‘en’, ‘maar’ • leestekens punt, uitroepteken en vraagteken *in een variatie aan teksten
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 12 woorden • korte zinnen die betekenisvol zijn afgebroken en doorlopen op de volgende regel • samengestelde zinnen • met klankzuivere en niet-klankzuivere één- en meerlettergrepige woorden • leestekens komma, aanhalingstekens en dubbel punt • leesgedrag afstemmen op leestekens punt, uitroepteken en vraagteken *in een variatie aan teksten -
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 16 woorden • lange zinnen met woordgroepen die kunnen doorlopen over de regels heen • leesgedrag afstemmen op leestekens komma, aanhalingstekens en dubbel punt *In een variatie aan teksten
-
Lezen zinnen*.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vlot lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • zinslengte: van 1 tot ongeveer 20 woorden • zinnen beginnen niet meer noodzakelijk op een nieuwe regel • alle soorten woorden komen aan bod Lezen: accuraat en geautomatiseerd *In een variatie aan teksten
-
Herkennen bij het lezen woordgroepen in een zin als eenheid.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen woordgroepen in een zin als eenheid met hantering van de leesboog.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen woorden verstaanbaar en accuraat.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Accuraat: • correcte uitspraak versus spellingsuitspraak Verstaanbaar: • articulatie
Voorbeelden
Correcte uitspraak versus spellingsuitspraak: • De normale uitspraak van pannenkoek is [panəkoek]. Als je een [n] uitspreekt is dat een spellinguitspraak. • Lezen woorden eindigend op -lijk met de juiste uitspraak zoals het woord /natuurlijk/, [natuurlək]. -
Lezen het woord met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: met gepaste klemtoon
-
Illustreren lezen met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: • met gepaste klemtoon • met behulp van lees- en woordtekens • in functie van de inhoud van de tekst
-
Lezen de zin met intonatie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Intonatie: • met gepaste klemtoon • met behulp van lees- en woordtekens • in functie van de inhoud van de tekst
-
Illustreren lezen met expressie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Expressie: • gepast volume • gepast tempo • natuurlijkheid • emotionaliteit
-
Lezen met het gepaste volume.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen teksten in het gepaste tempo.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
-
Lezen met natuurlijkheid en emotionaliteit.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Vloeiend lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijkheid en emotionaliteit: • Spreken bij het luidop lezen van teksten op dezelfde manier als bij een gewoon gesprek. (natuurlijkheid) • Laten het verschil horen tussen een dialoog en een beschrijving. (natuurlijkheid) • Geven uitdrukking aan beelden, gevoelens en gedachten. (emotionaliteit) -
Lezen frequent voorkomende woorden met behulp van de visuele woordvorm.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lezen met behulp van visuele woordvorm: • directe woordherkenning zoals de eigen naam • woordherkenning op basis van de eerste letter, dikwijls in combinatie met een afbeelding -
Herkennen verschillende leestechnieken.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leestechnieken: • elementaire leeshandeling • lezen met behulp van klankclusters en spellingspatronen • lezen met behulp van morfologische analyse
-
Gebruiken de elementaire leeshandeling bij het lezen van nieuwe woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementaire leeshandeling: • De letters in een woord verklanken in de juiste volgorde. • De juiste volgorde van de klanken onthouden. • De klanken samenvoegen tot een woord. • Het nieuwe woord betekenis geven.
Voorbeelden
Elementaire leeshandeling: • /mmmaaannn/, /maan/ • /lllijijijmmm/, /lijm/
-
Gebruiken klankclusters en spellingspatronen bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
klankclusters en spellingspatronen: • combinaties van medeklinkers • combinaties van zowel klinkers als medeklinkers • vaste lettercombinaties
Voorbeelden
klankclusters en spellingspatronen bij het lezen: • Lettercombinaties worden herkend en in één keer gelezen: /z/, /eep/, /zeep/, /st/, /ap/, /stap/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). • Cluster: str, spr, kl • Spellingpatroon: ak, open, aan • Vaste lettercombinaties: aai, ooi -
Gebruiken de visuele woordvorm bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Visuele woordvorm: de woordvorm en de bijhorende klankvorm is in het geheugen opgeslagen, als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling
-
Gebruiken morfologische analyse bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Morfologische analyse: Het woord opdelen aan de hand van betekenisvolle lettercombinaties.
Voorbeelden
Morfologische analyse: • Herkennen direct woorddelen in een woord zoals /voet/ en /bal/ in /voetbal/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). • Herkennen betekenisvolle lettercombinaties zoals /ge/,/knoei/, /geknoei/; /ver/, /geven/, /vergeven/ (als gevolg van automatisering van de elementaire leeshandeling). -
Lezen onbekende woorden.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Decoderen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lezen: • met behulp van inzicht in de morfologische opbouw • met behulp van kennis van leenwoorden
Voorbeelden
Morfologische opbouw: • indrukwekkend = samenstelling van indruk (in + druk) en het afgeleide woord wekkend (werkwoord wekken + achtervoegsel -end). betekenis: iets dat indruk wekt. • verdedigingsmiddel = afleiding van het werkwoord verdedigen, verdediging (verdedig + -ing), gevolgd door een samenstelling met middel. De -s- is een tussenklank (verbindings-s). • verstandshuwelijk = samenstelling van verstand en huwelijk, verbonden door een tussen-s. betekenis: een huwelijk gebaseerd op verstandelijke overwegingen. • desinformatie = afleiding met het voorvoegsel des- ('verkeerd', 'misleidend') en het zelfstandig naamwoord informatie. betekenis: opzettelijk misleidende informatie. Leenwoorden: multifunctioneel, telecommunicatie, treinconducteur, infantiel, artificieel -
Verbeteren eigen fouten bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: met behulp van: • leestechnieken • afbeeldingen • aanwijzingen van anderen
-
Verbeteren zichzelf wanneer een woord of een regel niet of foutief gelezen is.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbeteren: met behulp van: • de inhoud van de tekst • kennis van woord- en leestekens
-
Verbeteren zichzelf qua intonatie en expressie.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Reflecteren over hoe accuraat de eigen leesvaardigheid is.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Tonen na reflectie verbeteringen in een volgende leesbeurt.
Nederlands › Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Leestechnieken › Zelfcorrectie
-
Begrijpen (voor)gelezen teksten.*
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • eenvoudige visuele boodschappen • expliciete informatie • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn • reageren door vragen te stellen *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een voorgelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • door het uit te beelden • met behulp van concreet materiaal en/of afbeeldingen
Voorbeelden
Perspectiefname: • Het hoofpersonage in het voorgelezen verhaal huilt. De kleuters leven zich in in het verdriet van het hoofdpersonage. Ze leggen aan de leerkracht uit dat het personage verdrietig is omdat die zijn speelgoed kwijt is. • De leerkracht leest een verhaal voor dat verteld wordt vanuit het ik-perspectief: ‘… en plots hoorde ik een luide ‘bonk’.’ De kleuters weten dat het personage in een vreemd huis is binnengewandeld. Ze vertellen dat het hoofdpersonage denkt dat de deur is dichtgewaaid. -
Geven informatie uit een (voor)gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • met gebruik van taal uit de tekst
-
Begrijpen de verhaallijn van (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de belangrijkste elementen uit een verhaallijn van (voor)gelezen teksten weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • in eigen woorden • in chronologische volgorde • met gebruik van taal uit de tekst Belangrijkste elementen: • hoofdpersonage(s) • hoofdgedachte
-
Begrijpen gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • expliciete informatie • hoofd- en bijzaken • hoofdgedachte • verbanden tussen voorgelezen tekst en vakspecifieke kennis en voorkennis • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven hoofd- en bijzaken in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de hoofdgedachte uit gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Leiden relaties en verbanden af bij (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing *een variatie aan teksten
-
Leiden relaties en verbanden af bij gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing • middel-doel • deel-geheel • tussen hoofdpersonen en nevenpersonages *een variatie aan teksten
-
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: door informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Leiden impliciete boodschappen in een gelezen tekst* af.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impliciete boodschappen afleiden: aanwijzingen identificeren, verbindingen maken, conclusies trekken
Voorbeelden
Impliciete boodschappen afleiden: • In het verhaal zegt het hoofdpersonage ‘Oef! Deze doos is zwaar’. Wat hij niet zegt tegen de nevenpersonages is dat die graag hulp zou krijgen bij het dragen van de doos. • ‘Fietsen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de gezondheid. Toch blijven veel ouders kiezen voor de auto, vooral op regenachtige dagen of wanneer ze haast hebben.’: In deze passage uit de tekst wordt impliciet gezegd dat het beter zou zijn als ouders hun kinderen vaker met de fiets naar school laten gaan. *een variatie aan teksten -
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: impliciete en expliciete informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Maken verbindingen tijdens het luisteren naar of lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
-
Maken verbindingen tijdens het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis • tussen passages uit de tekst
-
Bepalen of de titel bij de tekst past.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen werkelijkheid en fantasie.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: bij (voor)gelezen teksten
-
Reflecteren over werkelijkheid en fantasie bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Onderscheiden fictie en non-fictie bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
fictie, non-fictie
-
Herkennen feiten en meningen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: in gelezen teksten
Te hanteren begrippen
de mening, het feit
-
Onderscheiden feiten en meningen in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Verwoorden het standpunt van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standpunt: over het onderwerp van de tekst
-
Geven een onderbouwde beoordeling over de standpunten van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderbouwde beoordeling: argumenten uit de tekst
-
Verwoorden hoe een tekst aansluit bij het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de bruikbaarheid van gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Analyseren standpunten en boodschappen uit verschillende teksten over hetzelfde onderwerp.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende teksten: • teksten van verschillende auteurs • verschillende teksten van dezelfde auteur
-
Vatten informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde onderwerp samen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Geven eigen gedachten en meningen weer over teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gedachten en meningen: • over de vorm • over de inhoud Weergeven: • onderbouwd met informatie uit de tekst
-
Onderbouwen hun mening op basis van vergelijking van verschillende bronnen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening: • relatie tussen zender en ontvanger • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd
-
Reflecteren over de kennis die de gelezen tekst opleverde.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de betrouwbaarheid van bronnen bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betrouwbaarheid van bronnen herkennen: • Wie is de auteur? • Wat is de datum? • Waarom schrijft de auteur dit?
-
Herkennen sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • actualiseren van kennis en woordenschat • actief luisteren aan de hand van luisterstrategieën
-
Gebruiken sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Beschrijven sturingsstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • leesdoel bepalen • oriëntatie op de tekst • actualiseren van kennis en woordenschat • actief lezen door toepassen van leesstrategieën • controleren van begrip • toepassen van herstelstrategieën • controle bereiken leesdoel
Te hanteren begrippen
de controle, het leesdoel, het begrip
-
Passen sturingsstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Stemmen hun manier van lezen af op het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren van lezen: • globaal lezen • intensief lezen • kritisch lezen
-
Reflecteren over de keuze van zelf gekozen gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Duiden de invloed van eigen voorkennis en identiteit op de interpretatie van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bodhi weet al veel over de ruimte en zegt: ‘Wanneer ik een verhaal lees dat zich in de ruimte afspeelt, kan ik me gemakkelijk voorstellen hoe de ruimte eruitziet.’ • Sara is sportief en speelt voetbal in haar vrije tijd. Ze zegt: ‘Ik vind het stom dat in de meeste verhalen over voetbal de hoofdpersonages jongens zijn.’ • Bashir is moslim. Hij las een boek waarin het hoofdpersonage ook een moslim is en zegt: ‘Ik herken mezelf helemaal in Omar, het hoofdpersonage!’ -
Illustreren herstelstrategieën bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herstelstrategieën: • Een stukje opnieuw lezen, langzamer. • Een stukje hardop lezen. • Een stukje verder lezen, wordt het dan duidelijk? • Naar de illustraties kijken, wordt het dan duidelijk? • Helpt het om een leesstrategie toe te passen? • Hulp vragen als je er echt niet uitkomt.
Te hanteren begrippen
hardop, de illustratie, opnieuw, langzamer, verder, de hulp
-
Passen herstelstrategieën toe.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Herkennen leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren • verbinden
-
Gebruiken leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Beschrijven leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: Welke strategie zet ik wanneer in en waarom? Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren: mentale beelden en zintuigelijke gewaarwordingen • verbinden • samenvatten • afleiden
Te hanteren begrippen
voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden
Voorbeelden
Visualiseren: • Terwijl je leest speelt er zich een film af in je hoofd. • Bij het lezen van een tekst over een heerlijk geurende en mooi versierde taart, beelden de leerlingen zich in hoe de taart smaakt. -
Beschrijven de best passende leesstrategie(ën) bij het begrijpend lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Selecteren: • Wanneer de leesstrategie inzetten? • Waarom de leesstrategie inzetten? • Welke leesstrategie inzetten?
-
Passen leesstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Selecteren leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Reflecteren over het eigen gebruik van leesstrategieën.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Herkennen een grote variatie aan teksttypes.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksttypes: instructie, recept, handleiding, schema, flyer, boekbespreking, e-mail, liedjestekst, gedicht, verhaal, formulier, verslag, artikel, opinietekst, historische bronnen
-
Verwoorden het doel van een teksttype bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doel: informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, raad geven, waarschuwen
Te hanteren begrippen
informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, adviseren, waarschuwen
-
Begrijpen de leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Volgen tijdens het voorlezen de leesrichting en paginawisseling.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Duiden het principe van leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Herkennen het verschil tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil tussen: • symbolen • pictogrammen • afbeeldingen • letters en andere tekens
-
Begrijpen de congruentie tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Congruentie: • de tekening in het prentenboek laat precies zien wat de tekst zegt • de bewegingen bij een liedje ondersteunen de tekst. Bij het woord ‘springen’ springen de kleuters • afbeeldingen bij woordplaten -
Onderscheiden letters als verschillend van andere symbolen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: in verschillende verschijningsvormen: leesletters, schrijfletters
-
Herkennen dat geschreven taal een communicatief en esthetisch doel heeft.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Communicatief doel: • Taal kan bewaard blijven. • Taal kan tijd en afstand overbruggen. • Taal kan gelezen worden. • Taal kan gebruikt worden om iets te onthouden. • Taal kan gebruikt worden om een boodschap over te brengen. • Taal kan gebruikt worden om iets te benoemen. • Taal kan gebruikt worden om een verhaal weer te geven. Esthetisch doel: • Taal kan gebruikt worden om van te genieten.
-
Illustreren dat verhalen een opbouw hebben.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Begrijpen de functie van hoofdletters en interpunctie bij het lezen van een tekst.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies van hoofdletters en interpunctie bij het lezen: • De hoofdletter duidt het begin van een nieuwe zin aan. • De hoofdletter geeft een naam aan. • Het punt, uitroepteken en vraagteken duiden het einde van een zin aan. • Een uitroepteken geeft weer dat de tekst luid wordt gelezen. • Een vraagteken geeft weer dat een zin vragend wordt gelezen.
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.*
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de alinea • de titel • de tussentitel
Te hanteren begrippen
de alinea, de tussentitel, de titel * Tekststructuur: informatieve teksten. Verhaalstructuur: verhalende teksten.
-
Herkennen elementen van tekststructuur/verhaalstruc tuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de regel • het begin • het midden • het slot
Te hanteren begrippen
de regel, het begin, het midden, het slot
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de tekstopmaak • cursief • vet • hoofdstuk
Te hanteren begrippen
de tekstopmaak, cursief, vet, het hoofdstuk
-
Begrijpen vormelijke elementen van tekststructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • doel en gebruik Vormelijke elementen van tekststructuur: • de index • de inhoudsopgave • de legende • de tabellen • de figuren
-
Illustreren het verband tussen tekststructuur/verhaalstructuur en teksttype.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de tekst, het teksttype
Voorbeelden
Verband tekststructuur en teksttype: • Binnenkort gaat de klas naar een interactief museum. De leraar bracht een folder mee. De kinderen ontdekken zelf wat er allemaal te beleven valt door de folder te lezen. Het valt op dat elke activiteit wordt voorgesteld in een apart stukje tekst in de folder. Ze ontdekken de inkomprijs, het adres en de openingsuren achteraan op de folder. • Bij het lezen van een verslag van een activiteit merkt Tijl op dat er eerst een inleiding is over de activiteit en dat daarna de gebeurtenissen beschreven worden. -
Begrijpen de hoofdgedachte van een tekst aan de hand van inhoudelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inhoudelijke elementen van tekststructuur: • oorzaak-gevolgstructuur • chronologische opbouw • probleem-oplossingsstructuur • vergelijkende opbouw • beschrijvende opbouw Inhoudelijke elementen van verhaalstructuur: • begin (kennismaking: personages, situatie, plaats), midden (probleem en obstakels), slot (oplossing en afloop) • chronologische opbouwVoorbeelden
Oorzaak-gevolg: In een tekst over de opwarming van de aarde lezen de leerlingen dat door de opwarming de ijskappen smelten en daardoor de zeespiegel stijgt. De hoofdgedachte in de tekst (oorzaak-gevolg) is: “de opwarming van de aarde zorgt voor een stijgende zeespiegel” Chronologisch opbouw: In een tekst over de levenscyclus van een vlinder leiden leerlingen aan de hand van de opeenvolgende chronologische stappen volgende hoofdgedachte af: “Het leven van een vlinder bestaat uit vier fases die elkaar opvolgen.” Probleem-oplossing: In een tekst over het verkeer lezen de leerlingen over de toenemende verkeersonveiligheid en mogelijke oplossingen. De hoofdgedachte is: “Toenemend verkeer veroorzaakt gevaar voor voetgangers en fietsers, dus worden er maatregelen genomen.” Vergelijkende opbouw: In een tekst over de verschillen en gelijkenissen tussen haaien en dolfijnen leiden leerlingen aan de hand van vergelijkende elementen volgende hoofdgedachte af: “Dolfijnen en haaien leven in zee maar verschillen sterk in bouw en ademhaling.” Beschrijvende opbouw: In een tekst over het leven in een middeleeuwse stad leiden de leerlingen aan de hand van de verschillende beschrijvende elementen af dat de tekst beschrijft hoe een middeleeuwse stad eruitzag en hoe het leven daar georganiseerd was.
-
Analyseren de doelen van teksten aan de hand van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur/verhaalstructuur: • vormelijke elementen • inhoudelijke elementen
-
Herkennen samenhang in teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: woorden die de volgorde aanduiden
Voorbeelden
Woorden die de volgorde aanduiden: eerst, toen, daarna
-
Herkennen samenhang in teksten aan de hand van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden: verwijzen naar andere woorden of woordgroepen in de tekst • signaal- en verbindingswoorden: verbinden zinnen of tekstdelen en geven aan wat voor verband er tussen die zinnen of tekstdelen bestaat.Voorbeelden
Verwijswoorden “Lisa zocht haar potlood maar ze kon het nergens vinden” Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Door de zware regenval trad de rivier buiten haar oevers zodat verschillende dorpen tijdelijk onbereikbaar waren.” • Chronologisch: “Toen de eerste telescopen werden uitgevonden, konden mensen voor het eerst planeten bestuderen.” • Probleem-oplossing: “De waterfilter werd aangepast om de kwaliteit te verbeteren.” • Vergelijking:” De lynx beweegt geruisloos net als andere katachtigen die in bossen leven.” • Beschrijving: “De stad heeft historische gebouwen, onder andere kerken en marktpleinen.” -
Begrijpen de betekenis van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden • signaal- en verbindingswoorden
Te hanteren begrippen
de structuuraanduider
Voorbeelden
Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Veel mensen rijden met de wagen dus stijgt de luchtvervuiling aanzienlijk.” • Chronologisch: “Hij oefende elke dag dus werd hij beter in piano spelen..” • Probleem-oplossing: “Sommige leerlingen hebben moeite met concentratie en daarom bieden scholen stilteplekken aan.” • Vergelijking:” De tijger jaagt in het donker terwijl de leeuw meestal overdag jaagt.” • Beschrijving: “Sommige vlinders hebben bijzondere patronen bijvoorbeeld stippen of strepen” -
Herkennen de invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur op het tekstbegrip bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur: • Korte concrete zinnen geven duidelijk de boodschap weer. • Zinnen met structuuraanduiders geven een oorzaak-gevolg, chronologie, probleem- oplossing, vergelijking of beschrijving weer. • In een informatieve tekst geven tussentitels bij alinea’s kort weer welke informatie in die alinea over het onderwerp zal gegeven worden.Te hanteren begrippen
de redenering
-
Tonen hun kennis van tekstconventies in verschillende contexten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Thijs kan goed voorlezen. Dat komt omdat hij tijdens het lezen goed kijkt naar de leestekens. Zo weet hij wanneer hij moet ademhalen, de zinnen moet splitsen, even moet wachten enzovoort. • Amina en Leyla lezen samen in een boek. Ze lezen om de beurt een zin. Daarbij kijken ze goed naar de hoofdletters en de leestekens. Zo weten zij waar de zin begint en waar die stopt.