Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

71 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Aardrijkskundig strategisch ✕

  1. AA.206 Begrijpen K1 K2 K3 KO 4.3.1

    Herkennen de ruimtelijke inrichting.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimtelijke inrichting:
    • kamer
    • een buitenruimte
  2. AA.207 Gebruiken K1 KO 4.3.1

    Passen ruimtelijke inrichting toe.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimtelijke inrichting:
    in vertrouwde ruimtes

    Voorbeelden

    Ruimtelijke inrichting:
    opruimen
  3. AA.208 Gebruiken K2 KO 4.3.2

    Geven een geobserveerde ruimte weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    via tekening
  4. AA.209 Gebruiken K2 K3 KO 4.3.1

    Passen ruimtelijke inrichting toe.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    • in verkende ruimte
    • in verkleinde ruimte
  5. AA.210 Begrijpen K3 KO 4.3.1

    Beschrijven de ruimtelijke inrichting.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    vanuit het geheugen / vanuit mentaal standpunt
  6. AA.211 Gebruiken K3 KO 4.3.2

    Geven een geobserveerde ruimte weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Ruimtelijke inrichting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • via tekening of schets
    • via foto
  7. AA.212 Begrijpen L3 L4 4.3.1

    Illustreren de oriëntatie van een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Oriëntatie van de kaart

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oriëntatie:
    Met een kompas kun je een kaart goed oriënteren: je draait de kaart zodat het
    noorden op de kaart overeenkomt met het echte noorden.

    Te hanteren begrippen

    het kompas, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z)
  8. AA.213 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Oriënteren een kaart en een plattegrond.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Oriëntatie van de kaart

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oriënteren:
    met behulp van een kompas
  9. AA.214 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen afbeeldingen of miniatuurweergaven van vertrouwde plaatsen en voorwerpen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

  10. AA.215 Begrijpen K2 K3 L1 L6 4.3.1

    Illustreren dat de werkelijkheid kan afgebeeld worden.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afgebeeld worden:
    op een foto, tekening, plattegrond (2D)
    met een verkleinde ruimte (3D)

    Te hanteren begrippen

    de werkelijkheid, de afbeelding, verkleind, de ruimte
  11. AA.216 Gebruiken K2 L6 4.3.1

    Maken een 3D voorstelling van een werkelijke ruimte.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

  12. AA.217 Gebruiken K3 L1 L6 4.3.1

    Maken een 3D voorstelling van een werkelijke ruimte.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    rekening houden met verhoudingen (op zicht)
  13. AA.218 Gebruiken L1 L2 L6 4.3.1

    Maken een 2D voorstelling van de werkelijke ruimte.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maken:
    een plattegrond als afdruk van maquette
    rekening houden met verhoudingen (op zicht)
  14. AA.219 Begrijpen L3 L4 L6 4.3.1

    Herkennen lucht- en satellietbeelden als verkleinde weergave van de werkelijkheid.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de luchtfoto, het satellietbeeld
  15. AA.220 Begrijpen L5 L6 L6 4.3.1

    Herkennen de schaal op een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De schaal:
    als verhouding tussen de werkelijkheid en een verkleinde afbeelding
    breukschaal
    lijnschaal

    Te hanteren begrippen

    de schaal, de werkelijke afstand, de verhouding
  16. AA.221 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.1

    Interpreteren de schaal van een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De schaal

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    • werkelijke afstanden tussen locaties berekenen
    • de grootte van objecten op de kaart schatten
    • de schaalfactor omzetten in een bruikbare eenheid
  17. AA.222 Begrijpen K3 L1 KO 2.4.8; L4 4.3.1

    Duiden de betekenis van symbolen en pictogrammen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Symbolen/pictogrammen:
    met betrekking tot de ruimtelijke oriëntatie
    
    Duiden:
    • op een plattegrond van een vertrouwde en verkende ruimte
    • in de klas
    • op het schooldomein

    Te hanteren begrippen

    de plattegrond, het symbool, het pictogram

    Voorbeelden

    Symbolen op een plattegrond:
    Voetstappen in een bepaalde richting, rood kruis of stopteken, WC-symbool
    Pictogrammen in de klas en op het schooldomein:
    Uitgang, WC, pijl naar links of rechts, pictogrammen in de klas met aanduiding van de
    hoek
  18. AA.223 Begrijpen L1 L4 4.3.1

    Herkennen een legende.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Legende:
    functie: legt uit wat de kleuren, symbolen of tekens op een plattegrond of afbeelding
    betekenen

    Te hanteren begrippen

    de legende
  19. AA.224 Gebruiken L1 L2 L4 4.3.1

    Interpreteren een legende van een plattegrond.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    herkenning van objecten en locaties van een vertrouwde en verkende ruimte

    Voorbeelden

    Bij het bekijken van een kaart van een speelplein herkent Colette de schommel door
    naar het symbool van een schommel in de legende te kijken.
  20. AA.225 Gebruiken L1 L2 L4 4.3.1

    Maken een eenvoudige legende.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Felix maakt een legende bij zijn tekening.
    • Jonas maakt een eenvoudige legende bij de plattegrond van zijn huis
  21. AA.226 Begrijpen L3 L4 L4 4.3.1

    Duiden kaartsymbolen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Duiden:
    • Symbolen op de kaart vertegenwoordigen iets in de ‘echte wereld’
        (symboliseren): rivier, weg, spoorweg, kerk, brug, bos
    • Een kaart is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid
        (generaliseren)

    Te hanteren begrippen

    de rivier, de weg, de spoorweg, de kerk, de brug, het bos

    Voorbeelden

    Symboliseren:
    een blauwe lijn = rivier, een zwart lijntje = weg, een boom-symbool = bos, een kruis =
    kerk
    Generaliseren:
    een heel groot bos wordt gewoon een groen vlak, huizen worden kleine blokjes, een
    stad wordt een grijze vlek
  22. AA.227 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Interpreteren de legende van een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › De legende/plattegrond

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    om locaties te identificeren
    om routes te plannen
  23. AA.228 Begrijpen L3 L4 4.3.1

    Illustreren de functie van een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaarten:
    analoge en digitale kaarten
    geografische kaarten en plattegronden

    Te hanteren begrippen

    de kaart
  24. AA.229 Begrijpen L3 L4 4.3.1

    Herkennen dat op een kaart het noorden meestal bovenaan ligt.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    op een kaart met een noordpijl

    Te hanteren begrippen

    de noordpijl
  25. AA.230 Begrijpen L3 L4 4.3.1

    Herkennen register en vakcoördinaten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Register en vakcoördinaten:
    Een kaart of rooster wordt verdeeld in vakken met letters (horizontaal) en cijfers
    (verticaal). Elk vak heeft een coördinaat dat bestaat uit een letter en een cijfer.

    Te hanteren begrippen

    het register, het coördinaat
  26. AA.231 Gebruiken L3 L4 L4 4.3.1

    Lezen een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaart:
    analoge en digitale kaarten
    geografische kaarten en plattegronden
    
    Lezen:
    met gebruik van register en vakcoördinaten
    met oriëntatie naar het noorden met behulp van een kompas
  27. AA.232 Gebruiken L3 L4 L6 4.3.1

    Selecteren een geschikte kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaart:
    analoge en digitale kaarten
    • geografische kaarten
    • plattegronden
    • atlas
  28. AA.233 Begrijpen L5 L6 4.3.1

    Illustreren dat verschillende soorten kaarten andere informatie bieden.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaarten:
    analoge en digitale kaarten
    
    Informatie:
    natuurkundige kaarten: tonen natuurlijke kenmerken van het landschap
    staatkundige kaarten: tonen grenzen, landen, steden, wegen
    thematische kaarten: klimaatkaart, bevolkingskaart, vegetatiekaart, toeristische
    kaart (plattegrond, stadsplan), historische kaart
  29. AA.234 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.1

    Lezen een kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaart:
    analoge en digitale kaarten
    • staatkundige kaarten
    • natuurkundige kaarten
    • thematische kaarten
    • plattegronden
    • atlas
    
    Lezen:
    met gebruik van register, vakcoördinaten en schaal
    met oriëntatie naar het noorden met behulp van een kompas
  30. AA.235 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.1

    Selecteren een geschikte kaart.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kaart:
    analoge en digitale kaarten
    • staatkundige kaarten
    • natuurkundige kaarten
    • thematische kaarten
    • plattegronden
    • atlas

    Voorbeelden

    • Sézanne wil laten zien hoe groot het Romeinse Rijk was, dus kiest zij een
        geschikte historische kaart (=thematische kaart).
    • Yannick wil de mediterrane klimaatzone tonen en kiest daarom een klimaatkaart
        (=thematische kaart).
  31. AA.236 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.1

    Gebruiken cartografische technieken om een klein gebied voor te stellen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Cartografische technieken:
    • Generaliseren
    • Symboliseren
    • Oriënteren
    • Schaal aanbrengen

    Voorbeelden

    Cartografische technieken:
    Een plattegrond van de speelplaats tekenen (generaliseren van de werkelijkheid) met
    zelfontworpen legende die de symbolen op de kaart verduidelijkt (symboliseren),
    met duiding van pijl met noordrichting (oriënteren) en met weergave van de schaal.
  32. AA.237 Engageren L5 L6 L6 4.3.1

    Reflecteren kritisch op verschillende kaarten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Cartografie › Cartografie: kaartlezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    • Verandering van de kaarten (tijd en ruimte)
    • Wereldbeeld op basis van verschillende weergaven van de wereld
    • Oorlogen hebben een invloed op de kaarten.
  33. AA.238 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen richtingsaanwijzingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Richtingsaanwijzingen:
    opzij, vooruit, achteruit, hoger, lager, omhoog, omlaag
  34. AA.239 Gebruiken K1 GO!-doel

    Verplaatsen zichzelf volgens eenvoudige richtingsaanwijzingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

  35. AA.240 Begrijpen K2 GO!-doel

    Herkennen richtingsaanwijzingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    vooruit, achteruit, hoger, lager, omhoog, omlaag, naar boven, naar beneden
  36. AA.241 Begrijpen K3 GO!-doel

    Herkennen richtingsaanwijzingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    naar mij toe, van mij weg, recht naar, schuin naar, opzij, midden, links, rechts
  37. AA.242 Begrijpen K1 K2 K3 GO!-doel

    Herkennen hun positie, afstand en kijkrichting in de ruimte.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • in de werkelijke vertrouwde ruimte
    • in de werkelijk verkende ruimte

    Voorbeelden

    Positie:
    Ik sta naast de kast; Ik sta achteraan in de turnzaal.
    Afstand:
    Ik sta ver van de juf; Ik sta dicht bij het boekenrek met de strips.
    Kijkrichting:
    Ik zie de boom als ik naar buiten kijk; Als ik in de richting van de deur kijk, zie ik de
    kapstokken.
  38. AA.243 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L4 4.3.1

    Oriënteren zich.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zich oriënteren:
    in de werkelijke vertrouwde ruimte
    in de werkelijk verkende ruimte
    door rekening te houden met:
    • positie
    • afstand
    • kijkrichting

    Voorbeelden

    Maja speelt in een grote turnzaal en wil terug naar de plek waar ze haar drinkbeker
    heeft achtergelaten. Ze staat bij een grote blauwe mat (positie) en herinnert zich dat
    haar drinkbeker dichtbij de klimmuur staat (afstand). Ze kijkt om zich heen
    (kijkrichting) en ziet de klimmuur aan de andere kant van de zaal. Door zich om te
    draaien en naar de klimmuur toe te lopen, kan ze haar drinkbeker weer terugvinden.
  39. AA.244 Gebruiken K3 L1 L2 L4 4.3.1

    Oriënteren zich met behulp van geografische hulpmiddelen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geografische hulpmiddelen:
    • plattegrond
    
    Zich oriënteren:
    De plattegrond oriënteren (richten) op basis van herkenningspunten in de werkelijke
    ruimte.
  40. AA.245 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Oriënteren zich met behulp van geografische hulpmiddelen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geografische hulpmiddelen:
    • plattegrond
    • kaarten
    • satellietbeelden
    • kompas
    • de zonnestand
    
    Zich oriënteren:
    • op basis van plattegrond of kaart, gericht op basis van herkenningspunten in de
        werkelijke ruimte en met een kompas of zonnestand
    • zonder kaart op basis van kompas of zonnestand
  41. AA.246 Gebruiken L4 L5 L6 L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Oriënteren zich met behulp van een digitaal hulpmiddel.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitaal hulpmiddel:
    • routeplanner
    • navigatiesystemen
    • online kaartendiensten
    • kompasapp
  42. AA.247 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.3.1; L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Tonen hun kennis over zich oriënteren in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Zich oriënteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bram gebruikt een kaart van een natuurgebied om locaties van verschillende
        biotopen te vinden. Hij gebruikt de schaal om de afstand tussen het bos en de
        vijver te schatten en de legende om te zien waar specifieke soorten planten of
        dieren zich bevinden.
    • In de bibliotheek herkent Stijn wat hij ziet in een bepaalde kijkrichting: "Ik zie de
        prentenboeken als ik naar de rechterkast kijk."
  43. AA.248 Begrijpen L3 L4 4.3.1

    Herkennen de functie en het gebruik van een kompas.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De functie:
    • richting bepalen: Het kompas wijst altijd naar het magnetisch noorden. Zo weet
        je waar noord, oost, zuid en west zijn.
        navigeren: Wandelaars, fietsers, zeilers en avonturiers gebruiken een kompas
        om de juiste weg te vinden. Ook handig als je geen GPS of kaart hebt.
        kaarten juist gebruiken: Met een kompas kun je een kaart goed oriënteren: je
        draait de kaart zodat het noorden op de kaart overeenkomt met het echte
        noorden.
    
    Het gebruik:
    • Leg het kompas plat in je hand of op de grond. Wacht tot de naald stilligt. De
        rode kant van de naald wijst naar het noorden. Draai jezelf of de kaart zodat het
        noorden op de kaart overeenkomt met het noorden van het kompas. Nu weet je
        waar de andere richtingen zijn:
        rechts van het noorden is het oosten
        links van het noorden is het westen
        achter je is het zuiden

    Te hanteren begrippen

    het kompas, zich oriënteren, de richting bepalen, het noorden, het oosten, het
    zuiden, het westen
  44. AA.249 Begrijpen L3 L4 4.3.2

    Herkennen instrumenten om windrichtingen te bepalen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De windrichting:
    De windrichting vertelt vanwaar de wind komt.
    Instrumenten:
    • vlaggen
    • bomen
    • rook
    • windvaan

    Te hanteren begrippen

    de windvaan
  45. AA.250 Begrijpen L4 L4 4.3.2

    Herkennen het instrument om de windsnelheid te bepalen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Instrumenten:
    de anemometer

    Te hanteren begrippen

    de anemometer, de windsnelheid
  46. AA.251 Begrijpen L4 GO!-doel

    Beschrijven de schaal van Beaufort

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › De windrichting en windsnelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schaal van Beaufort:
    De Beaufortschaal is een schaal van 0 tot 12 die de kracht van de wind beschrijft.

    Te hanteren begrippen

    windstil, de zwakke wind, de matige wind, de krachtige wind, stormachtig, de storm
  47. AA.252 Begrijpen L3 GO!-doel

    Herkennen instrumenten in verband met het weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Temperatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weerinstrumenten:
    gebruik en functie van de thermometer: Een instrument om te meten hoe warm of
    koud het is. Je leest de temperatuur af in graden Celsius (°C).

    Te hanteren begrippen

    de thermometer
  48. AA.253 Begrijpen L4 L4 4.3.2

    Herkennen instrumenten in verband met het weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Neerslag

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weerinstrumenten:
    gebruik en functie van de pluviometer: een meetinstrument om te meten hoeveel
    regen er valt. Je zet het buiten en na de regen kijk je hoeveel mm water erin zit.

    Te hanteren begrippen

    de pluviometer
  49. AA.254 Begrijpen K3 GO!-doel

    Herkennen instrumenten in verband met het weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Bewolking

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weerinstrumenten:
    gebruik en functie van de schaal van octa’s om de bewolkingsgraad te bepalen: Hoe
    gebruik je de schaal?
    Kijk naar de hemel door een kijkvenster dat in acht gelijke delen is verdeeld.
    Schat hoeveel van die acht delen bedekt zijn met wolken.
    Noteer het aantal octa’s dat overeenkomt met de hoeveelheid bewolking.

    Voorbeelden

    Schaal van octa’s:
    • 0 octa: heldere hemel
    • 4 octa: halfbewolkt
    • 8 octa: volledig bewolkt
  50. AA.255 Begrijpen L5 GO!-doel

    Herkennen instrumenten in verband met het weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Luchtdruk

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weerinstrumenten:
    gebruik en functie van de barometer: Een instrument om te meten hoe zwaar de
    lucht is (luchtdruk). Zo kun je voorspellen of het mooi of slecht weer wordt. Lage
    druk is kans op regen, hoge druk is vaak droog weer.

    Te hanteren begrippen

    de barometer
  51. AA.256 Gebruiken K3 L1 L2 GO!-doel

    Interpreteren de meteorologische waarnemingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meteorologische waarnemingen:
    de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa
  52. AA.257 Gebruiken L3 GO!-doel

    Interpreteren de meteorologische waarnemingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meteorologische waarnemingen:
    de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa
    de temperatuur: gebruik van de thermometer
    de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook,
    windvaan
  53. AA.258 Gebruiken L4 L4 4.3.2

    Interpreteren de meteorologische waarnemingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meteorologische waarnemingen:
    de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa
    de temperatuur: gebruik van de thermometer
    de neerslaghoeveelheid: gebruik van pluviometer
    de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook,
    windvaan
    de windsnelheid: gebruik van anemometer
  54. AA.259 Gebruiken L5 L4 4.3.2

    Interpreteren de meteorologische waarnemingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meteorologische waarnemingen:
    de bewolkingsgraad: gebruik van schaal van octa
    de temperatuur : gebruik van de thermometer
    de neerslaghoeveelheid: gebruik van pluviometer
    de windrichting: gebruik van het kompas of de zonnestand, bomen, vlaggen, rook,
    windvaan
    de windsnelheid: gebruik van anemometer
    de windkracht: gebruik van de schaal van Beaufort
    de luchtdruk: gebruik van de barometer
  55. AA.260 Gebruiken L3 L4 L5 L4 4.3.2

    Vergelijken weersvoorspellingen met echte metingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersvoorspelling:
    • Temperatuur
    • Windrichting
    • Neerslag
    • Bewolking

    Te hanteren begrippen

    de weersvoorspelling
  56. AA.261 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 4.3.2

    Tonen hun kennis over meteorologische waarnemingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Meteorologische waarnemingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meteorologische waarnemingen:
    de weersvoorspelling
    de eigen waarneming
  57. AA.262 Begrijpen L4 L4 4.3.1; L6 4.3.1

    Beschrijven klimatogrammen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Klimatogrammen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimatogrammen:
    gebruik en functie van klimatogrammen: Klimatogrammen zijn aardrijkskundige
    staafdiagrammen en lijngrafieken die het gemiddelde weer van een plaats over een
    jaar tonen. Ze geven meestal twee dingen weer: temperatuur (in °C) met een lijn,
    neerslag (in mm) met blauwe staafjes.
    Wat leer je uit een klimatogram?
        hoe warm of koud het is in elke maand.
        in welke maanden het veel of weinig regent.
        of een gebied een droog of nat klimaat heeft.
    Een klimatogram helpt je om het klimaat van een land of streek te begrijpen.

    Te hanteren begrippen

    het klimatogram, het staafdiagram, de lijngrafiek
  58. AA.263 Gebruiken L4 L5 L6 L6 4.3.1

    Interpreteren klimatogrammen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Meteorologie › Klimatogrammen

  59. AA.264 Begrijpen L3 L4 L4 4.3.1

    Herkennen aspecten in een voorstelling van landschappen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Landschappen schematisch weergeven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorstelling:
    • een schematische weergave van menselijke aspecten
    • een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
  60. AA.265 Gebruiken L3 L4 L4 4.3.1

    Ontwerpen een schets van een landschap.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden › Landschappen schematisch weergeven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schets:
    • een schematische weergave van menselijke aspecten
    • een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
  61. AA.266 Begrijpen K1 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oplossingen:
    Probleem: We vallen over de auto’s die op de grond liggen. Oplossing: we leggen de
    auto’s in een opbergdoos.
    Probleem: Er is geen plaats in de klas om in een lange rij rond te stappen. Oplossing: we
    schuiven enkele tafels en stoelen opzij.
    Probleem: Er zijn twee plaatsen tekort aan tafel. Oplossing: we plaatsen er een tafel bij.
    Probleem: De deur kan niet open. Oplossing: we verplaatsen de doos die ervoor stond.
  62. AA.267 Gebruiken K1 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

  63. AA.268 Begrijpen K2 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    gebruik van ruimtelijke begrippen
    oorzaak – gevolg redeneringen
  64. AA.269 Begrijpen K3 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Beschrijven oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Actuele ruimtelijke problemen:
    relatieve meting
    • afstanden vergelijken
    • richtingen aangeven
    • hoogte vergelijken
    • plaatsbepaling
    
    Beschrijven:
    gebruik van ruimtelijke begrippen

    Te hanteren begrippen

    de plaats, vergelijken, de afstand, de richting, de hoogte, bedenken, de oplossing

    Voorbeelden

    Afstanden vergelijken:
    Is de zandbak dichterbij dan de glijbaan?
    Richtingen aangeven:
    De boom staat achter het schoolgebouw.
    Hoogte vergelijken:
    Welke toren is hoger, die van jou of die van je vriend?
    Plaatsbepaling:
    Waar is de zon als we buiten spelen? Boven ons of achter de bomen?
  65. AA.270 Gebruiken K2 K3 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen met behulp van relatieve ruimtelijke begrippen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

  66. AA.271 Begrijpen L1 L2 L4 4.3.3

    Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • Contrasten

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • ruimtelijke positie: "Waar ligt het station?"
    • relaties: "Waarom ligt het station in het midden van de stad?”
    • contrast: "Waarom zijn de huizen in de stad hoger dan in het dorp?"
  67. AA.272 Begrijpen L3 L4 4.3.3

    Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • contrasten
    • interactie op verschillende schalen: Wat ergens gebeurt, kan invloed hebben op
        andere plaatsen (lokaal, regionaal, wereldwijd).

    Voorbeelden

    Interactie op verschillende schalen:
    • Waarom eten wij bananen die uit een ander land komen?
    • Wat gebeurt er als er in een ander land oorlog is?
  68. AA.273 Begrijpen L4 L5 L6 L4 4.3.3; L6 4.3.2

    Bedenken aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • contrasten
    • interactie op verschillende schalen
    • verandering in de tijd, inclusief de toekomst (Hoe verandert dat?)

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • verandering in de tijd: een foto van het dorpsplein van vroeger en een foto van nu:
        Waarom zijn er nu verkeerslichten en vroeger niet?
    • verandering in de tijd, inclusief de toekomst: De leerlingen bekijken drie beelden of
        tekeningen van de schoolstraat van vroeger (50 jaar geleden), de schoolstraat van
        nu, fantasierijke voorstelling van de schoolstraat in de toekomst: Wat zou er in de
        toekomst kunnen bijkomen of verdwijnen? Hoe zal ons vervoer er in de toekomst
        uitzien?
  69. AA.274 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 4.3.3; L6 4.3.2

    Beantwoorden aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

  70. AA.275 Begrijpen L5 L6 4.3.2

    Herkennen het redeneren vanuit perspectieven bij aardrijkskundige vragen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Wat zijn de voor- en nadelen?
    Wat zijn de gevolgen?
    Wat zie je als je in- en uitzoomt?
    Wat zijn de behoeften van de verschillende participanten?
    Hoe beïnvloedt dit de duurzaamheid?

    Te hanteren begrippen

    het voordeel, het nadeel, het gevolg, de behoefte, de duurzaamheid, het perspectief

    Voorbeelden

    Aardrijskundige vragen:
    stel je voor: Er komt een nieuwe koekjesfabriek aan de rand van de stad. Waarom daar?
    de fabriekseigenaar: “Aan de rand van de stad is de grond goedkoper en er is veel
    plaats. Dat is goed voor mijn bedrijf.”
    de buurtbewoners: “We willen geen lawaai of vrachtwagens in onze straat. Maar
    misschien brengt het wel werkgelegenheid.”
    de stad: “We willen de stad leefbaar houden. Industrie hoort niet in het centrum.”
    de milieuorganisatie: “Is er gedacht aan duurzame energie en afvalverwerking? Wat met
    de natuur in de buurt?”
  71. AA.276 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.2

    Beantwoorden aardrijkskundige vragen vanuit verschillende perspectieven.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • thema: toerisme aan de kust
        Wat vinden bewoners, toeristen en winkeliers belangrijk aan de Belgische kust?
        Sociaal (rust), economisch (inkomsten), cultureel (tradities).
    • thema: verkeer en mobiliteit
        Waarom willen sommige mensen meer fietspaden en anderen meer
        parkeerplaatsen? Sociaal (veiligheid), economisch (winkels bereikbaar), ecologisch
        (minder auto's)