Leerplannen Leerplandoelen
LL.012 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6

Gebruiken strategieën om de executieve functies te versterken.

Leren leren Leren leren Executieve functies

Leeftijd
2,5-4,4-5,5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
Handelingswerkwoord
Gebruiken
Verwerkingsaspect
Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
Minimumdoelen
KO 9.3.1; L4 9.3.4; L6 9.3.3; L6 9.2.5
In de PDF
pagina 6,7

Leerlijn

Gebruiken strategieën om de executieve functies te versterken.

MIA
Executieve functies:
• impulscontrole
• werkgeheugen
• cognitieve flexibiliteit
• emotieregulatie
• doorzettingsvermogen

Gebruiken:
iteratief denken
taal geven aan gevoelens

Voorbeelden
Impulscontrole:
stop, denk, doe; ademhalingsoefeningen
Werkgeheugen:
Ella deelt informatie op in deeltjes (stap voor stap); Otto gebruikt geheugenspelletjes
om dingen te onthouden. Hij gebruikt een rijmpje.
Cognitieve flexibiliteit:
Lieve richt het boekenrek anders in om haar lievelingsverhalen makkelijker te vinden; Jet
verschuift de Zweedse bank zodat niemand er nog tegen loopt.
Emotieregulatie:
Senne ademt diep in en denkt: “Ik speel straks met hem.”; Mira tekent haar boosheid en
praat er met de juf over.
Iteratief denken:
Ariëlle heeft moeite met haar cognitieve flexibiliteit. Ze blijft hieraan werken en
mogelijkheden onderzoeken om hiermee aan de slag te gaan en hier sterker in te
worden.

Wordt verwezen vanuit