23 doelen
vak: NL ✕ Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur ✕
-
Herkennen een grote variatie aan teksttypes.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Teksttypes: instructie, recept, handleiding, schema, flyer, boekbespreking, e-mail, liedjestekst, gedicht, verhaal, formulier, verslag, artikel, opinietekst, historische bronnen
-
Verwoorden het doel van een teksttype bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Doel: informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, raad geven, waarschuwen
Te hanteren begrippen
informeren, mening vertellen, gevoelens tot uitdrukking brengen, overtuigen, aansporen, amuseren, adviseren, waarschuwen
-
Begrijpen de leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Volgen tijdens het voorlezen de leesrichting en paginawisseling.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Duiden het principe van leesrichting.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesrichting: van links naar rechts, van boven naar beneden, van voor naar achter
-
Herkennen het verschil tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschil tussen: • symbolen • pictogrammen • afbeeldingen • letters en andere tekens
-
Begrijpen de congruentie tussen tekst en beeld.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Congruentie: • de tekening in het prentenboek laat precies zien wat de tekst zegt • de bewegingen bij een liedje ondersteunen de tekst. Bij het woord ‘springen’ springen de kleuters • afbeeldingen bij woordplaten -
Onderscheiden letters als verschillend van andere symbolen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Letters: in verschillende verschijningsvormen: leesletters, schrijfletters
-
Herkennen dat geschreven taal een communicatief en esthetisch doel heeft.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Communicatief doel: • Taal kan bewaard blijven. • Taal kan tijd en afstand overbruggen. • Taal kan gelezen worden. • Taal kan gebruikt worden om iets te onthouden. • Taal kan gebruikt worden om een boodschap over te brengen. • Taal kan gebruikt worden om iets te benoemen. • Taal kan gebruikt worden om een verhaal weer te geven. Esthetisch doel: • Taal kan gebruikt worden om van te genieten.
-
Illustreren dat verhalen een opbouw hebben.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
-
Begrijpen de functie van hoofdletters en interpunctie bij het lezen van een tekst.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Functies van hoofdletters en interpunctie bij het lezen: • De hoofdletter duidt het begin van een nieuwe zin aan. • De hoofdletter geeft een naam aan. • Het punt, uitroepteken en vraagteken duiden het einde van een zin aan. • Een uitroepteken geeft weer dat de tekst luid wordt gelezen. • Een vraagteken geeft weer dat een zin vragend wordt gelezen.
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.*
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de alinea • de titel • de tussentitel
Te hanteren begrippen
de alinea, de tussentitel, de titel * Tekststructuur: informatieve teksten. Verhaalstructuur: verhalende teksten.
-
Herkennen elementen van tekststructuur/verhaalstruc tuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de regel • het begin • het midden • het slot
Te hanteren begrippen
de regel, het begin, het midden, het slot
-
Herkennen vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vormelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur: • de tekstopmaak • cursief • vet • hoofdstuk
Te hanteren begrippen
de tekstopmaak, cursief, vet, het hoofdstuk
-
Begrijpen vormelijke elementen van tekststructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • doel en gebruik Vormelijke elementen van tekststructuur: • de index • de inhoudsopgave • de legende • de tabellen • de figuren
-
Illustreren het verband tussen tekststructuur/verhaalstructuur en teksttype.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de tekst, het teksttype
Voorbeelden
Verband tekststructuur en teksttype: • Binnenkort gaat de klas naar een interactief museum. De leraar bracht een folder mee. De kinderen ontdekken zelf wat er allemaal te beleven valt door de folder te lezen. Het valt op dat elke activiteit wordt voorgesteld in een apart stukje tekst in de folder. Ze ontdekken de inkomprijs, het adres en de openingsuren achteraan op de folder. • Bij het lezen van een verslag van een activiteit merkt Tijl op dat er eerst een inleiding is over de activiteit en dat daarna de gebeurtenissen beschreven worden. -
Begrijpen de hoofdgedachte van een tekst aan de hand van inhoudelijke elementen van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inhoudelijke elementen van tekststructuur: • oorzaak-gevolgstructuur • chronologische opbouw • probleem-oplossingsstructuur • vergelijkende opbouw • beschrijvende opbouw Inhoudelijke elementen van verhaalstructuur: • begin (kennismaking: personages, situatie, plaats), midden (probleem en obstakels), slot (oplossing en afloop) • chronologische opbouwVoorbeelden
Oorzaak-gevolg: In een tekst over de opwarming van de aarde lezen de leerlingen dat door de opwarming de ijskappen smelten en daardoor de zeespiegel stijgt. De hoofdgedachte in de tekst (oorzaak-gevolg) is: “de opwarming van de aarde zorgt voor een stijgende zeespiegel” Chronologisch opbouw: In een tekst over de levenscyclus van een vlinder leiden leerlingen aan de hand van de opeenvolgende chronologische stappen volgende hoofdgedachte af: “Het leven van een vlinder bestaat uit vier fases die elkaar opvolgen.” Probleem-oplossing: In een tekst over het verkeer lezen de leerlingen over de toenemende verkeersonveiligheid en mogelijke oplossingen. De hoofdgedachte is: “Toenemend verkeer veroorzaakt gevaar voor voetgangers en fietsers, dus worden er maatregelen genomen.” Vergelijkende opbouw: In een tekst over de verschillen en gelijkenissen tussen haaien en dolfijnen leiden leerlingen aan de hand van vergelijkende elementen volgende hoofdgedachte af: “Dolfijnen en haaien leven in zee maar verschillen sterk in bouw en ademhaling.” Beschrijvende opbouw: In een tekst over het leven in een middeleeuwse stad leiden de leerlingen aan de hand van de verschillende beschrijvende elementen af dat de tekst beschrijft hoe een middeleeuwse stad eruitzag en hoe het leven daar georganiseerd was.
-
Analyseren de doelen van teksten aan de hand van tekststructuur/verhaalstructuur.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tekststructuur/verhaalstructuur: • vormelijke elementen • inhoudelijke elementen
-
Herkennen samenhang in teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: woorden die de volgorde aanduiden
Voorbeelden
Woorden die de volgorde aanduiden: eerst, toen, daarna
-
Herkennen samenhang in teksten aan de hand van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden: verwijzen naar andere woorden of woordgroepen in de tekst • signaal- en verbindingswoorden: verbinden zinnen of tekstdelen en geven aan wat voor verband er tussen die zinnen of tekstdelen bestaat.Voorbeelden
Verwijswoorden “Lisa zocht haar potlood maar ze kon het nergens vinden” Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Door de zware regenval trad de rivier buiten haar oevers zodat verschillende dorpen tijdelijk onbereikbaar waren.” • Chronologisch: “Toen de eerste telescopen werden uitgevonden, konden mensen voor het eerst planeten bestuderen.” • Probleem-oplossing: “De waterfilter werd aangepast om de kwaliteit te verbeteren.” • Vergelijking:” De lynx beweegt geruisloos net als andere katachtigen die in bossen leven.” • Beschrijving: “De stad heeft historische gebouwen, onder andere kerken en marktpleinen.” -
Begrijpen de betekenis van structuuraanduiders.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Structuuraanduiders: • verwijswoorden • signaal- en verbindingswoorden
Te hanteren begrippen
de structuuraanduider
Voorbeelden
Signaal- en verbindingswoorden: • Oorzaak-gevolg: “Veel mensen rijden met de wagen dus stijgt de luchtvervuiling aanzienlijk.” • Chronologisch: “Hij oefende elke dag dus werd hij beter in piano spelen..” • Probleem-oplossing: “Sommige leerlingen hebben moeite met concentratie en daarom bieden scholen stilteplekken aan.” • Vergelijking:” De tijger jaagt in het donker terwijl de leeuw meestal overdag jaagt.” • Beschrijving: “Sommige vlinders hebben bijzondere patronen bijvoorbeeld stippen of strepen” -
Herkennen de invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur op het tekstbegrip bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De invloed van zinsconstructies en tekststructuur/verhaalstructuur: • Korte concrete zinnen geven duidelijk de boodschap weer. • Zinnen met structuuraanduiders geven een oorzaak-gevolg, chronologie, probleem- oplossing, vergelijking of beschrijving weer. • In een informatieve tekst geven tussentitels bij alinea’s kort weer welke informatie in die alinea over het onderwerp zal gegeven worden.Te hanteren begrippen
de redenering
-
Tonen hun kennis van tekstconventies in verschillende contexten.
Nederlands › Lezen › Tekstconventies en tekst-/verhaalstructuur
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Thijs kan goed voorlezen. Dat komt omdat hij tijdens het lezen goed kijkt naar de leestekens. Zo weet hij wanneer hij moet ademhalen, de zinnen moet splitsen, even moet wachten enzovoort. • Amina en Leyla lezen samen in een boek. Ze lezen om de beurt een zin. Daarbij kijken ze goed naar de hoofdletters en de leestekens. Zo weten zij waar de zin begint en waar die stopt.