Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

24 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Relatieve en absolute ligging ✕

  1. AA.040 Begrijpen K1 KO 4.1.3

    Herkennen een vertrouwde ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    op, onder, boven, ver, dicht, voor, achter
  2. AA.041 Begrijpen K2 KO 4.1.3

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • vertrouwde/ verkende ruimte
    • verkleinde ruimte

    Te hanteren begrippen

    in, erop, uit, naast, hoog, laag, tussen, binnen, buiten, tegen
  3. AA.042 Begrijpen K3 KO 4.1.3

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan,
    onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, opzij, midden, links,
    rechts
  4. AA.043 Begrijpen L1 GO!-doel

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    linkerkant, rechterkant, linkerzijde, rechterzijde
  5. AA.044 Begrijpen L2 GO!-doel

    Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimte:
    • verkende ruimte
    • verkleinde ruimte
    • afgebeelde ruimte

    Te hanteren begrippen

    linksboven, rechtsboven, linksonder, rechtsonder
  6. AA.045 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 4.1.3

    Gebruiken de relatieve ligging om een bepaalde locatie, persoon of voorwerp te beschrijven.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen

  7. AA.046 Begrijpen L3 L4 4.1.2

    Duiden de relatie tussen zonnestand, tijdstip en de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
    De zon komt nooit in het noorden.
    's Middags staat de zon in het zuiden.
    
    Duiden:
    met inbegrip van notatie O, W, N en Z

    Te hanteren begrippen

    de hoofdwindrichting, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z)
    de windroos
  8. AA.047 Gebruiken L3 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand
    • inclusief notatie (O, W, N, Z)
  9. AA.048 Begrijpen L4 L4 4.1.2

    Benoemen de tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het noordoosten (NO), het zuidoosten (ZO), het zuidwesten (ZW), het noordwesten
    (NW), de tussenwindrichting(en)
  10. AA.049 Gebruiken L4 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofd- en tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand (schaduwlijnen)
    • bepaling van richting en locatie
    • inclusief notatie (O, W, N, Z, NO, ZO, ZW, NW)
  11. AA.050 Begrijpen K3 KO 4.1.4

    Benoemen Noordpool en Zuidpool.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Noordpool, de Zuidpool
  12. AA.051 Gebruiken K3 L1 KO 4.1.4; L4 4.1.3

    Lokaliseren Noordpool en Zuidpool.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een globe
  13. AA.052 Begrijpen L2 L4 4.1.3

    Herkennen de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De evenaar:
    De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in twee gelijke helften.

    Te hanteren begrippen

    de evenaar, het halfrond, de halfronden
  14. AA.053 Gebruiken L2 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    op een globe
  15. AA.054 Begrijpen L3 L4 4.1.3

    Herkennen het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond ten opzichte van de evenaar.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond
  16. AA.055 Gebruiken L3 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  17. AA.056 Begrijpen L4 L4 4.1.3

    Herkennen de nulmeridiaan, het westelijk halfrond en het oostelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De nulmeridiaan:
    De denkbeeldige lijn die de aarde verdeelt in 2 halfronden.
    De nulmeridiaan wordt gebruikt als het beginpunt voor het meten van lengtegraden.
    Deze lijn loopt van de Noordpool naar de Zuidpool en heeft een lengtegraad van 0
    graden.
    Belangrijke feiten over de nulmeridiaan:
        locatie: De officiële nulmeridiaan loopt door Greenwich, een wijk in Londen,
        Engeland. Daarom wordt hij ook wel de Greenwichmeridiaan genoemd.
        gebruik: Hij wordt gebruikt als referentiepunt voor het wereldwijde
        coördinatensysteem (GPS) en voor het bepalen van tijdzones

    Te hanteren begrippen

    de nulmeridiaan, de meridiaan, het westelijk halfrond, het oostelijk halfrond
  18. AA.057 Gebruiken L4 L4 4.1.3

    Lokaliseren de evenaar, het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, de nulmeridiaan, het oostelijk halfrond en het westelijk halfrond.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  19. AA.058 Begrijpen L5 L6 4.1.2

    Herkennen de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Noordpoolcirkel, de Zuidpoolcirkel
  20. AA.059 Gebruiken L5 L6 4.1.2

    Lokaliseren de Noordpoolcirkel en de Zuidpoolcirkel.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  21. AA.060 Begrijpen L6 L6 4.1.2

    Herkennen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de Kreeftskeerkring, de Steenbokskeerkring, de breedtecirkel
  22. AA.061 Gebruiken L6 L6 4.1.2

    Lokaliseren de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • op een wereldkaart
    • op een globe
  23. AA.062 Begrijpen L6 L6 4.1.2

    Herkennen breedtecirkels.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breedtecirkels:
    De denkbeeldige lijnen die parallel lopen aan de evenaar. Ze geven de geografische
    breedte aan, gemeten in graden ten noorden of zuiden van de evenaar.
    De evenaar, Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring en poolcirkels zijn breedtecirkels.

    Te hanteren begrippen

    de breedtecirkel
  24. AA.063 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.1.3; KO 4.1.4; L4 4.1.2; L4 4.1.3; L6 4.1.2

    Tonen hun kennis over absolute en relatieve ligging in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Absolute ligging

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Johan zegt: “Onze school ligt ten zuiden van het station en vlakbij de rivier."
    • Saartje zegt: “Kinshasa ligt dicht bij de evenaar. Het is daar dus dikwijls heel warm.