Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

14 doelen

CSV downloaden filters wissen

Inzicht in digitale systemen ✕

  1. IT.001 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    relatie invoer en uitvoer

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    • Kleuters begrijpen dat wanneer ze op een tablet een puzzel aanraken of
        verschuiven (invoer), de afbeelding op het scherm mee verandert (uitvoer).
    • Kleuters begrijpen dat als ze een tekening maken op de computer (invoer), deze via
        de printer op papier verschijnt (uitvoer).
  2. IT.002 Begrijpen L1 L4 8.1.1

    Herkennen de globale werking van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale systemen:
    • internetgebruik
    • digitaal: iets dat werkt met een computer, tablet of ander elektronisch systeem dat
        informatie verwerkt

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal

    Voorbeelden

    Digitale systemen:
    Leerlingen begrijpen dat wanneer ze videobellen met een andere klas en praten of
    zwaaien (invoer), de andere klas hen kan zien en horen op een scherm (uitvoer). Ze
    begrijpen dat dit contact tot stand komt via het internet.
  3. IT.003 Begrijpen L1 L2 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • invoer (input): Alles wat jij aan het systeem geeft.
    • verwerking (processing): Wat het systeem doet met de informatie die jij geeft.
    • uitvoer (output): Wat het systeem aan jou teruggeeft.

    Te hanteren begrippen

    de invoer (input), de uitvoer (output), de verwerking (processing), verwerken

    Voorbeelden

    • Milsa gebruikt een tablet om een foto te maken. Ze begrijpt dat het indrukken van
        de cameraknop de invoer is, dat de tablet de afbeelding verwerkt en dat de uitvoer
        de foto is die op het scherm verschijnt.
    • Bavo typt een som in op een rekenmachine: 8 + 4. Hij benoemt het getypte als de
        invoer (input), het rekenen binnenin het toestel als de verwerking, en het antwoord
        12 op het scherm als de uitvoer (output).
  4. IT.004 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

  5. IT.005 Begrijpen L3 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • opslag: Waar informatie wordt bewaard, zodat je die later nog kan terugvinden.
    • hardware : Alle onderdelen van een computer of tablet die je kan aanraken.
    • software : De programma’s of apps die je gebruikt op een digitaal toestel.
    • Hardware betreft de fysieke componenten, terwijl software de programma’s en
        instructies zijn die de hardware aansturen.

    Te hanteren begrippen

    de opslag, de hardware, de software, opslaan

    Voorbeelden

    • Klara weet dat opslag betekent dat gegevens worden bewaard, bijvoorbeeld op een
        USB-stick (hardware) of op de harde schijf van een laptop.
    • Saskia opent het bestand in een tekstverwerkingsprogramma (software).
  6. IT.006 Gebruiken L3 L4 L4 8.1.1

    Classificeren hardware en software.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hardware en software:
    Onderscheid en belang hiervan:
    • probleemoplossend denken: Wanneer een apparaat niet goed werkt, helpt het
        onderscheid tussen hardware en software bij het vinden van de oorzaak.
    • digitale geletterdheid: In een wereld waarin technologie overal aanwezig is, helpen
        de begrippen om bewuster en vaardiger om te gaan met digitale apparaten.

    Voorbeelden

    Probleemoplossend denken:
    Is het een defecte harde schijf (hardware) of een fout in het besturingssysteem
    (software)?
    Digitale geletterdheid:
    Een computer kan sneller werken door betere hardware, software-updates zijn
    belangrijk voor beveiliging en prestaties.
  7. IT.007 Begrijpen L4 L4 8.1.1

    Herkennen de bouwstenen van digitale systemen.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • verzenden (send): Informatie of berichten naar iemand of iets anders sturen via een
        digitaal toestel.
    • ontvangen (receive): Informatie of berichten krijgen via een digitaal toestel.
    • offline: Je toestel is niet verbonden met het internet.
    • online: Je toestel is verbonden met het internet.

    Te hanteren begrippen

    het internet, digitaal, online, offline, verzenden (send), ontvangen (receive)

    Voorbeelden

    Bouwstenen:
    • verzenden: een e-mail versturen, een foto doorsturen via chat
    • ontvangen: een berichtje ontvangen op je tablet, een bestand dat binnenkomt
    • offline: Je speelt een spel op je tablet zonder wifi of mobiele data.
    • online: Je doet een zoekopdracht in je browser.
  8. IT.008 Gebruiken L4 L4 8.1.1; L4 8.2.2

    Bepalen om al dan niet digitale systemen te gebruiken.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Keuze voor offline of online gebruik

    Voorbeelden

    • Gebruiksgemak: Noor verkiest het antwoord via een zoekmachine te zoeken omdat
        dit sneller gaat dan via een encyclopedie.
    • Plezier en voldoening: Sanne beleeft meer plezier en voldoening aan het tekenen
        op papier dan het digitaal tekenen
    • Beschikbaarheid: Jesse maakt zijn huiswerk offline omdat de laptop niet
        beschikbaar is.
  9. IT.009 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Digitale informatieverwerking:
    op één apparaat

    Te hanteren begrippen

    de digitale informatieverwerking

    Voorbeelden

    Digitale informatieverwerking:
    Een tablet verwerkt een bericht: je typt iets (invoer), het toestel verwerkt dit, en toont
    het bericht op het scherm (uitvoer).
  10. IT.010 Begrijpen L5 L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Beschrijven hoe digitale systemen met elkaar verbonden kunnen worden om te communiceren.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Communiceren:
    • samenhang tussen invoer, verwerking, uitvoer en opslag
    • gegevensuitwisseling tussen digitale systemen
    • verbinding tussen systemen

    Te hanteren begrippen

    de gegevensuitwisseling, de verbinding, het digitale systeem, het netwerk, de invoer, de
    uitvoer, de opslag

    Voorbeelden

    Gegevensuitwisseling tussen digitale systemen:
    Bij online gamen staan meerdere spelers tegelijk in verbinding via het internet, zodat ze
    samen kunnen spelen en communiceren (realtime gegevensuitwisseling).
    Verbinding tussen systemen:
    via kabel, wifi of mobiel internet
  11. IT.011 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven het proces van digitale informatieverwerking en opslag.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatieverwerking en opslag:
    op een andere locatie dan het eigen digitale apparaat

    Te hanteren begrippen

    de cloud, de cloudopslag

    Voorbeelden

    Informatieverwerking en opslag:
    • Bij het invullen van een digitaal formulier op een website, worden de gegevens via
        het internet verzonden, verwerkt op een andere computer en een bevestiging
        wordt teruggestuurd (invoer → verwerking → uitvoer → communicatie).
    • Bij het bewaren van foto's of documenten in de Cloud, worden bestanden op een
        externe server opgeslagen om later op een ander toestel te kunnen worden
        geopend (opslag en communicatie tussen systemen).
  12. IT.012 Begrijpen L6 L6 8.1.1

    Beschrijven de mogelijkheden van opslag in de Cloud.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag in de Cloud:
    • toegang vanaf meerdere apparaten: Met cloudopslag kun je bestanden en
        applicaties openen vanaf elk apparaat met internet. Dit betekent dat je niet
        afhankelijk bent van één specifieke computer of harde schijf. Ook handig als je
        laptop kapotgaat, je kan dan op een andere nog aan je bestanden.
    • automatische synchronisatie en back-ups: Cloudservices zorgen ervoor dat je
        bestanden automatisch worden bijgewerkt en gesynchroniseerd tussen apparaten.
        Dit voorkomt dat je per ongeluk een verouderde versie gebruikt en beschermt je
        gegevens tegen verlies bij een crash of diefstal van een apparaat.
    • samenwerking en delen: De Cloud maakt het eenvoudig om samen te werken met
        anderen, zelfs op afstand. Je kunt documenten delen, in real-time bewerken en
        opmerkingen toevoegen zonder dat je bestanden heen en weer hoeft te sturen via
        e-mail. Dit is vooral handig voor het efficiënt samenwerken.
  13. IT.013 Gebruiken L5 L6 L6 8.1.1

    Bepalen de opslag van digitale informatieverwerking.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opslag:
    Kiezen voor:
    • één apparaat
    • verbonden
    • opslag in de Cloud (cloudopslag)
  14. IT.014 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 8.1.1; L6 8.1.1; L6 8.1.2

    Tonen hun kennis over digitale systemen en digitale informatieverwerking in verschillende contexten.

    ICT Computationeel denken › Inzicht in digitale systemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Margriet maakt een foto met haar smartphone en stuurt die via een bericht naar
        haar oma. Ze legt uit dat de camera invoer is, de telefoon de foto verwerkt, dat de
        afbeelding wordt opgeslagen in de galerij en dat het scherm de uitvoer toont.
    • Jowannes werkt aan een presentatie op de computer. Hij begrijpt dat hij typt met
        het toetsenbord (hardware), de presentatie maakt in een app (software) en het
        document opgeslagen wordt op de harde schijf zodat hij later kan verder werken.