Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

37 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: FR ✕ Inzicht en toepassing van grammaticale structuren ✕

  1. FR.064 Engageren L5 L6 L6 10.7.1

    Zetten hun kennis van het Nederlandse taalsysteem in bij het leren van het Frans.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Grammaticale termen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kennis van het Nederlandse taalsysteem:
    In het Nederlands de volgende voor het Frans relevante termen gebruiken:
    • klank, klinker, medeklinker, uitspraak
    • alfabet, letter, hoofdletter, kleine letter
    • trema, accent, koppelteken, apostrof
    • leesteken, punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt, spatie,
        aanhalingsteken
    • afkorting, woord, lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord,
        voornaamwoord, werkwoord, bijwoord
    • enkelvoud, meervoud, mannelijk, vrouwelijk
    • stam, uitgang, persoon, persoonsvorm, infinitief, tijd, tegenwoordige tijd, verleden
        tijd, nabije toekomst
    • zin, zinsdeel, onderwerp, persoonsvorm, woordgroep
    • vervoegen, vervoeging, overeenkomen, overeenkomst

    Te hanteren begrippen

    de klank, de klinker, de medeklinker, de uitspraak, het alfabet, de letter, de hoofdletter,
    de kleine letter, het trema, het accent, het koppelteken, de apostrof, het leesteken, het
    punt, het vraagteken, het uitroepteken, de komma, het dubbele punt, de spatie, het
    aanhalingsteken, de afkorting, het woord, het lidwoord, het zelfstandig naamwoord, het
    bijvoeglijk naamwoord, het voornaamwoord, het werkwoord, het bijwoord, het
    enkelvoud, het meervoud, mannelijk, vrouwelijk, de stam, de uitgang, persoon, de
    persoonsvorm, de infinitief, de tijd, de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, de nabije
    toekomst, de zin, het zinsdeel, het onderwerp, de woordgroep, vervoegen, de
    vervoeging, overeenkomen, de overeenkomst
  2. FR.065 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen verschillende soorten zinnen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • mededelende zin
    • bevestigende zin
    • vraagzin met de intonatievorm
    • vraagzin met ‘est-ce que’
    • vraagzin met vraagwoord
    • ontkennende zin: ne ..pas, ne…plus
  3. FR.066 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Formuleren verschillende soorten zinnen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • samengestelde zinnen
    
    Formuleren:
    zinnen met minimaal een onderwerp en een persoonsvorm
  4. FR.067 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Stemmen onderwerp en persoonsvorm op elkaar af.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afstemmen:
    in persoon en in getal
  5. FR.068 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Passen bij een ontkennende zin het lidwoord aan.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Aanpassing van het lidwoord bij een ontkennende zin:
    • C’est un livre - Ce n’est pas un livre.
    • J’ai un frère - Je n’ai pas de frère.
  6. FR.069 Begrijpen L5 L6 10.7.1; L6 10.7.2

    Herkennen woordsoorten in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • lidwoorden
    • zelfstandige naamwoorden
    • bijvoeglijke naamwoorden
    • werkwoorden
  7. FR.070 Begrijpen L5 L6 10.7.1; L6 10.7.2; L6 10.7.3

    Herkennen het geslacht van het zelfstandig naamwoord.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    • aan de hand van het lidwoord:
        bepaalde lidwoorden: l’, le, la, les
        onbepaalde lidwoorden: un, une, des
    • aan de hand van het bijvoeglijk naamwoord

    Te hanteren begrippen

    l’, le, la, les, un, une, des, le féminin, le masculin, mannelijk, vrouwelijk
  8. FR.071 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Stemmen de vorm van de woordsoort af op het geslacht van het zelfstandig naamwoord in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • het lidwoord
    • bijvoeglijke naamwoorden
  9. FR.072 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.3

    Herkennen de meest frequente meervoudsvormen.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    aan de hand van het gebruik van lidwoorden of door de schrijfwijze/uitspraak

    Te hanteren begrippen

    het meervoud, het enkelvoud, le singulier, le pluriel
  10. FR.073 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Zetten de zelfstandige naamwoorden om van enkelvoud naar meervoud en omgekeerd.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    • meervouden eindigend op ‘s’ en ‘x’
    • zelfstandig naamwoord met lidwoord
  11. FR.074 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen persoonlijke voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Persoonlijke voornaamwoorden:
    • als onderwerp (je/j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles)
    • als beklemtoonde vorm (moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles)
    • als lijdend voorwerp (enkel derde persoon: le, la, l’, les)
    • overeenkomst tussen persoonlijk voornaamwoord en antecedent (il, elle, ils, elles)

    Te hanteren begrippen

    je, j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles, moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles, le, la, les
  12. FR.075 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken persoonlijke voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  13. FR.076 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen bezittelijke voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bezittelijke voornaamwoorden:
    • mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs
    • uitzonderingen: mon, ton, son gebruiken bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden
        die beginnen met een klinker

    Te hanteren begrippen

    mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs
  14. FR.077 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken het bezittelijk voornaamwoord in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bezittelijk voornaamwoord:
    het geslacht van het naamwoord is gegeven of gekend
  15. FR.078 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen aanwijzende voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ce, cet, cette, ces
  16. FR.079 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken aanwijzende voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  17. FR.080 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen vragende voornaamwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    qui, quoi, que
  18. FR.081 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Herkennen vraagwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    qui, quoi, que, qu’est-ce que, comment, quand, où, combien, quel, quelle, pourquoi
  19. FR.082 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken vragende voornaamwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  20. FR.083 Begrijpen L5 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Herkennen bijwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bijwoorden:
    ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non
  21. FR.084 Begrijpen L6 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Herkennen bijwoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non, déjà, tôt, tard, toujours, souvent,
    parfois, presque, tout de suite, assez, trop, plus, moins, mieux, encore, aussi
  22. FR.085 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1; L6 10.7.1

    Gebruiken bijwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  23. FR.086 Begrijpen L5 L6 10.6.1

    Herkennen signaal- en verwijswoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signaal- en verwijswoorden:
    opsomming : et, ou
  24. FR.087 Begrijpen L6 L6 10.6.1

    Herkennen signaal- en verwijswoorden.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Signaal- en verwijswoorden:
    • oorzaak-gevolg: parce que, donc, alors, si
    • vergelijking: comme, plus que, moins que
    • tegenstelling: mais
    • opeenvolging: d’abord, puis, après, enfin
    • opsomming: et, ou

    Te hanteren begrippen

    parce que, donc, alors, si, comme, plus que, moins que, mais, d’abord, puis, après, enfin,
    et, ou
  25. FR.088 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken signaal- en verwijswoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  26. FR.089 Begrijpen L5 L6 10.6.1

    Herkennen voorzetsels.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorzetsels:
    dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour
  27. FR.090 Begrijpen L6 L6 10.6.1

    Herkennen voorzetsels.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour, à côté de, près de, loin de, entre,
    contre, avant, pendant, après, jusqu’à, pour, de, chez, sans
  28. FR.091 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken voorzetsels in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

  29. FR.092 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken samengetrokken lidwoorden in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samengetrokken lidwoord:
    • met à
    • met de

    Voorbeelden

    Samengetrokken lidwoorden:
    • Je vais au magasin. (à + le => au)
    • Je viens du magasin. (de + le => du)
  30. FR.093 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Gebruiken deelaanduidende lidwoorden en lidwoorden na een hoeveelheid in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Deelaanduidend lidwoord :
    Nous mangeons du fromage.
    Je bois beaucoup de l’eau.
  31. FR.094 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de tegenwoordige tijd (l’indicatif présent).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de infinitief, de persoon, de vervoeging, de uitgang, de tegenwoordige tijd

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Nous sommes à l’école: être, tegenwoordige tijd, 1ste persoon meervoud.
  32. FR.095 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de tegenwoordige tijd (lindicatif présent) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  33. FR.096 Gebruiken L5 L6 L6 10.6.1

    Gebruiken de structuren c’est’ en ‘ce sont’, ‘il y a’ in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  34. FR.097 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de nabije toekomst

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Tu vas jouer?: jouer, nabije toekomst, 2de persoon enkelvoud.
  35. FR.098 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

  36. FR.099 Begrijpen L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.4; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Beschrijven werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé).

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de verleden tijd

    Voorbeelden

    Beschrijven:
    Le prof n’est pas venu: venir, verleden tijd, 3de persoon enkelvoud.
  37. FR.100 Gebruiken L5 L6 L6 10.7.1; L6 10.7.6; L6 10.7.7; L6 10.7.8

    Vervoegen werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé) in een zin.

    Frans Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werkwoorden:
    • werkwoorden op -ER
    • onregelmatige werkwoorden : aller, avoir, boire, dire, écrire, fair, lire, mettre,
        prendre, venir, voir