37 doelen
vak: FR ✕ Inzicht en toepassing van grammaticale structuren ✕
-
Zetten hun kennis van het Nederlandse taalsysteem in bij het leren van het Frans.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Grammaticale termen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kennis van het Nederlandse taalsysteem: In het Nederlands de volgende voor het Frans relevante termen gebruiken: • klank, klinker, medeklinker, uitspraak • alfabet, letter, hoofdletter, kleine letter • trema, accent, koppelteken, apostrof • leesteken, punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt, spatie, aanhalingsteken • afkorting, woord, lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, werkwoord, bijwoord • enkelvoud, meervoud, mannelijk, vrouwelijk • stam, uitgang, persoon, persoonsvorm, infinitief, tijd, tegenwoordige tijd, verleden tijd, nabije toekomst • zin, zinsdeel, onderwerp, persoonsvorm, woordgroep • vervoegen, vervoeging, overeenkomen, overeenkomstTe hanteren begrippen
de klank, de klinker, de medeklinker, de uitspraak, het alfabet, de letter, de hoofdletter, de kleine letter, het trema, het accent, het koppelteken, de apostrof, het leesteken, het punt, het vraagteken, het uitroepteken, de komma, het dubbele punt, de spatie, het aanhalingsteken, de afkorting, het woord, het lidwoord, het zelfstandig naamwoord, het bijvoeglijk naamwoord, het voornaamwoord, het werkwoord, het bijwoord, het enkelvoud, het meervoud, mannelijk, vrouwelijk, de stam, de uitgang, persoon, de persoonsvorm, de infinitief, de tijd, de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, de nabije toekomst, de zin, het zinsdeel, het onderwerp, de woordgroep, vervoegen, de vervoeging, overeenkomen, de overeenkomst
-
Herkennen verschillende soorten zinnen.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • mededelende zin • bevestigende zin • vraagzin met de intonatievorm • vraagzin met ‘est-ce que’ • vraagzin met vraagwoord • ontkennende zin: ne ..pas, ne…plus
-
Formuleren verschillende soorten zinnen.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • enkelvoudige zinnen • samengestelde zinnen Formuleren: zinnen met minimaal een onderwerp en een persoonsvorm
-
Stemmen onderwerp en persoonsvorm op elkaar af.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afstemmen: in persoon en in getal
-
Passen bij een ontkennende zin het lidwoord aan.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Aanpassing van het lidwoord bij een ontkennende zin: • C’est un livre - Ce n’est pas un livre. • J’ai un frère - Je n’ai pas de frère.
-
Herkennen woordsoorten in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: • lidwoorden • zelfstandige naamwoorden • bijvoeglijke naamwoorden • werkwoorden
-
Herkennen het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: • aan de hand van het lidwoord: bepaalde lidwoorden: l’, le, la, les onbepaalde lidwoorden: un, une, des • aan de hand van het bijvoeglijk naamwoordTe hanteren begrippen
l’, le, la, les, un, une, des, le féminin, le masculin, mannelijk, vrouwelijk
-
Stemmen de vorm van de woordsoort af op het geslacht van het zelfstandig naamwoord in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: • het lidwoord • bijvoeglijke naamwoorden
-
Herkennen de meest frequente meervoudsvormen.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: aan de hand van het gebruik van lidwoorden of door de schrijfwijze/uitspraak
Te hanteren begrippen
het meervoud, het enkelvoud, le singulier, le pluriel
-
Zetten de zelfstandige naamwoorden om van enkelvoud naar meervoud en omgekeerd.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: • meervouden eindigend op ‘s’ en ‘x’ • zelfstandig naamwoord met lidwoord
-
Herkennen persoonlijke voornaamwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Persoonlijke voornaamwoorden: • als onderwerp (je/j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles) • als beklemtoonde vorm (moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles) • als lijdend voorwerp (enkel derde persoon: le, la, l’, les) • overeenkomst tussen persoonlijk voornaamwoord en antecedent (il, elle, ils, elles)
Te hanteren begrippen
je, j’, tu, il, elle, on, nous, vous, ils, elles, moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles, le, la, les
-
Gebruiken persoonlijke voornaamwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Herkennen bezittelijke voornaamwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bezittelijke voornaamwoorden: • mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs • uitzonderingen: mon, ton, son gebruiken bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die beginnen met een klinkerTe hanteren begrippen
mon, ma, mes, ton, ta, tes, son, sa, ses, notre, nos, votre, vos, leur, leurs
-
Gebruiken het bezittelijk voornaamwoord in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bezittelijk voornaamwoord: het geslacht van het naamwoord is gegeven of gekend
-
Herkennen aanwijzende voornaamwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
ce, cet, cette, ces
-
Gebruiken aanwijzende voornaamwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Herkennen vragende voornaamwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
qui, quoi, que
-
Herkennen vraagwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
qui, quoi, que, qu’est-ce que, comment, quand, où, combien, quel, quelle, pourquoi
-
Gebruiken vragende voornaamwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Herkennen bijwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bijwoorden: ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non
-
Herkennen bijwoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
ici, là, beaucoup, un peu, très, bien, mal, vite, oui, non, déjà, tôt, tard, toujours, souvent, parfois, presque, tout de suite, assez, trop, plus, moins, mieux, encore, aussi
-
Gebruiken bijwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Herkennen signaal- en verwijswoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Signaal- en verwijswoorden: opsomming : et, ou
-
Herkennen signaal- en verwijswoorden.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Signaal- en verwijswoorden: • oorzaak-gevolg: parce que, donc, alors, si • vergelijking: comme, plus que, moins que • tegenstelling: mais • opeenvolging: d’abord, puis, après, enfin • opsomming: et, ou
Te hanteren begrippen
parce que, donc, alors, si, comme, plus que, moins que, mais, d’abord, puis, après, enfin, et, ou
-
Gebruiken signaal- en verwijswoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Herkennen voorzetsels.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorzetsels: dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour
-
Herkennen voorzetsels.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
dans, sur, sous, devant, derrière, à, en, avec, pour, à côté de, près de, loin de, entre, contre, avant, pendant, après, jusqu’à, pour, de, chez, sans
-
Gebruiken voorzetsels in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
-
Gebruiken samengetrokken lidwoorden in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samengetrokken lidwoord: • met à • met de
Voorbeelden
Samengetrokken lidwoorden: • Je vais au magasin. (à + le => au) • Je viens du magasin. (de + le => du)
-
Gebruiken deelaanduidende lidwoorden en lidwoorden na een hoeveelheid in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Woordsoorten, woordvorming en woordgeslachten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Deelaanduidend lidwoord : Nous mangeons du fromage. Je bois beaucoup de l’eau.
-
Beschrijven werkwoorden in de tegenwoordige tijd (l’indicatif présent).
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de infinitief, de persoon, de vervoeging, de uitgang, de tegenwoordige tijd
Voorbeelden
Beschrijven: Nous sommes à l’école: être, tegenwoordige tijd, 1ste persoon meervoud.
-
Vervoegen werkwoorden in de tegenwoordige tijd (lindicatif présent) in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
-
Gebruiken de structuren c’est’ en ‘ce sont’, ‘il y a’ in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
-
Beschrijven werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche).
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de nabije toekomst
Voorbeelden
Beschrijven: Tu vas jouer?: jouer, nabije toekomst, 2de persoon enkelvoud.
-
Vervoegen werkwoorden in de nabije toekomst (le futur proche) in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
-
Beschrijven werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé).
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de verleden tijd
Voorbeelden
Beschrijven: Le prof n’est pas venu: venir, verleden tijd, 3de persoon enkelvoud.
-
Vervoegen werkwoorden in de verleden tijd (le passé composé) in een zin.
Frans › Grammatica › Inzicht en toepassing van grammaticale structuren › Werkwoordtijden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werkwoorden: • werkwoorden op -ER • onregelmatige werkwoorden : aller, avoir, boire, dire, écrire, fair, lire, mettre, prendre, venir, voir