Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

75 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: GE ✕ Chronologisch bewustzijn ✕

  1. GE.147 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de regelmaat en structuur van een halve dag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Halve dag:
    • verloop
    • opeenvolging van activiteiten

    Te hanteren begrippen

    eerst, dan, nu

    Voorbeelden

    • Alana herkent de structuur van de ochtend en zegt: "Eerst zitten we in de kring,
        dan mogen we spelen in de hoeken."
    • Pim benoemt de volgorde van activiteiten en zegt: "Eerst eten we fruit en dan
        gaan we buitenspelen."
  2. GE.148 Begrijpen K2 K3 L1 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 2.3.19; L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een dag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een dag:
    • verloop
    • opeenvolging van activiteiten; ordenen van gebeurtenissen
    • associëren van delen van een dag met typische klasactiviteiten

    Te hanteren begrippen

    de morgen/de ochtend, de voormiddag, de middag, de namiddag, de avond, de nacht,
    ’s morgens, ’s middags, ’s avonds, ’s nachts, daarna, daarvoor, straks, later, vroeger, de
    daglijn, de dag

    Voorbeelden

    • Ibrahim herkent de vaste ochtendroutine en zegt: "Elke ochtend beginnen we in
        de kring."
    • Ellis weet dat het bijna middag is en zegt: "De juf leest altijd een verhaaltje voor
        we gaan eten.”
  3. GE.149 Gebruiken K1 K2 K3 L1 GO!-doel

    Gebruiken een daglijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Daglijn:
    • ordenen van gebeurtenissen
    • vooruit- en terugblikken
  4. GE.150 Begrijpen L1 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Een dag telt twee keer 12 uur.
    • nacht: van 00 uur tot 6 uur
    • ochtend: van 6 uur tot 9 uur
    • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur
    • middag: 12 uur
    • namiddag: van 12 uur tot 6 uur
    • avond: van 6 uur tot 12 uur

    Te hanteren begrippen

    het uur, meteen, dadelijk
  5. GE.151 Begrijpen L2 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Een dag telt 24 uur.
    • nacht: van 00 uur tot 6 uur
    • ochtend: van 6 uur tot 9 uur
    • voormiddag: van 9 uur tot 12 uur
    • middag: 12 uur
    • namiddag: van 12 uur tot 18 uur
    • avond: van 18 uur tot 00 uur

    Te hanteren begrippen

    middernacht, de klokuren analoog en digitaal (24-uursubdeling), de minuut
  6. GE.152 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Ordenen verschillende beschreven activiteiten van de dag chronologisch volgens de klokuren.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Anoushka ordent haar ochtendactiviteiten en zegt: "Om 7 uur ontbijt ik, om 8 uur
        vertrek ik naar school."
    • Otto zet zijn middagactiviteiten op volgorde en zegt: "Om 11 uur lees ik een boek,
        om 12 uur eet ik mijn lunch."
  7. GE.153 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.36

    Begrijpen de relatie tussen klokuren, dagdelen en activiteiten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • activiteiten koppelen aan dagdelen
    • klokuren worden verdeeld in ochtend (06 uur-12 uur), middag (12 uur-18 uur),
        avond (18 uur-00 uur)
    • begrip van het verschil tussen ochtend- en middaguren

    Te hanteren begrippen

    de seconde, het kwartier, het halfuur
  8. GE.154 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een doelgerichte dagplanning.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    plannen, de activiteit, de taak
  9. GE.155 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Begrijpen de relatie tussen klokuren en dagdelen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • a.m. (ante meridiem): voor de middag, van 12 uur ’s nachts tot 12 uur ’s middags
    • p.m. (post meridiem): na de middag, van 12 uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts

    Te hanteren begrippen

    a.m., p.m.
  10. GE.156 Begrijpen K2 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 3.18; KO 2.3.19; KO 2.3.20

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.

    Te hanteren begrippen

    maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag, vandaag,
    gisteren, morgen

    Voorbeelden

    Boris van de tweede kleuterklas duidt op de weeklijn (weekkalender) woensdag en
    vrijdag aan en zegt: "Op woensdag gaan we altijd naar de zwemles en op vrijdag eten
    we pannenkoeken."
  11. GE.157 Begrijpen K3 KO 2.3.16; KO.2.; KO 3.17; KO 3.18; KO 2.3.19; KO 2.3.20

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.
    • aantal dagen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een
        week.
    • welke dag het vandaag is, gisteren was en morgen zal zijn.

    Te hanteren begrippen

    de week, 7 dagen, het weekend, na… komt…, voor… komt…, de kalender, nog … dagen,
    nog … keer slapen

    Voorbeelden

    • Bavo van de derde kleuterklas benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Na
        zondag komt maandag, en vóór dinsdag komt maandag."
    • Meryem van de derde kleuterklas zegt: “Nog 4 keer slapen en dan is het
        schoolfeest!”
  12. GE.158 Begrijpen L1 L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een week.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De week:
    • onderlinge volgorde van dagen in een week
    • ordenen van gebeurtenissen
    • associatie van dagen van een week met typische activiteiten.

    Te hanteren begrippen

    eergisteren, overmorgen
  13. GE.159 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een weekplanning.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weekplanning:
    • het lineaire van tijd: beleving/ gebeurtenissen
    • het circulaire van tijd: regelmaat en structuur
    • vooruitblikken/ terugblikken

    Te hanteren begrippen

    de weeklijn
  14. GE.160 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Situeren dag en week op de jaarkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de jaarkalender
  15. GE.161 Begrijpen K3 GO!-doel

    Ordenen gebeurtenissen in een jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • van belevenissen of ervaringen
    • vooruit en terugblik
    • tijdsbeleving

    Te hanteren begrippen

    het jaar, de vakantie

    Voorbeelden

    • Emma haar verjaardag is in de zomer, maar eerst is het de verjaardag van haar
        broer.
    • Op Simon's school vindt het jaarlijkse schoolfeest altijd plaats net voor de grote
        vakantie.
  16. GE.162 Begrijpen L1 L2 L4 2.3.34

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het jaar:
    • chronologische volgorde van maanden
    • Een jaar is twaalf maanden.
    • chronologisch ordenen van seizoenen
    • Een jaar is vier seizoenen.
    • maandplaat

    Te hanteren begrippen

    januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november,
    december, de maand, de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen, het jaar

    Voorbeelden

    • Lux herkent de structuur van het jaar en weet dat na juli augustus komt en dat
        december vóór januari komt.
    • Remco begrijpt de volgorde van de maanden en ziet dat de zomermaanden juli en
        augustus volgen op elkaar, terwijl het nieuwe jaar altijd in januari begint.
  17. GE.163 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken een jaarkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaarkalender:
    • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen): jaarband*
    • circulaire van tijd (regelmaat en structuur): jaarkalender
    
    * enkel in de eerste graad
  18. GE.164 Begrijpen L2 L4 2.3.35

    Illustreren de relat ie tussen weken en een maand.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • Aantal dagen in een maand
    • Een maand is 28, 29, 30 of 31 dagen.
    • Een maand is ongeveer vier weken.

    Voorbeelden

    Relatie:
    De maand januari 2025 heeft drie volle weken en een week van zes dagen en nog een
    week van vier dagen. De maand april 2025 telt drie volle weken, een week van vijf
    dagen en een week van vier dagen.
  19. GE.165 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren de relatie tussen maanden en seizoenen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    maanden en dagen associëren met begrip seizoen

    Te hanteren begrippen

    het voorjaar, het najaar

    Voorbeelden

    Relatie:
    Sinterklaas komt op 6 december, dat is in de herfst; Maart valt in de lente, dat is het
    voorjaar.
  20. GE.166 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Gebruiken een maandkalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kalenders:
    • lineaire van tijd (beleving/ gebeurtenissen)
    • circulaire van tijd (regelmaat en structuur)
  21. GE.167 Begrijpen L3 L4 2.3.36

    Herkennen de regelmaat en de structuur van een maand en jaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaar:
    • Een jaar is 52 weken.
    • Een jaar is 365 of 366 dagen.
    • schooljaar versus kalenderjaar
    • een schrikkeljaar

    Te hanteren begrippen

    het kalenderjaar, het schrikkeljaar, het schooljaar, de maandkalender
  22. GE.168 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Bepalen een schooljaar en kalenderjaar op een meerjarenlijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meerjarenlijn:
    tweejarenband met aanduiding schooljaar, maandkalender
  23. GE.169 Begrijpen L4 GO!-doel

    Beschrijven verschillende jaarindelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Jaarindelingen:
    • semester: periode van zes maanden
    • trimester: periode van drie maanden
    • kwartaal: ¼ van een jaar of drie maanden

    Te hanteren begrippen

    het semester, het trimester, het kwartaal
  24. GE.170 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen verschillende gegevens op een kalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gegevens kalender:
    • feestaanduiding
    • zonsopgang, zonsondergang
    • weeknummer, dagnummer

    Te hanteren begrippen

    het weeknummer, het dagnummer, de zonsopgang, de zonsondergang
  25. GE.171 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken de datum functioneel.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de datum

    Voorbeelden

    • Lune noteert haar verjaardag in haar agenda als 7 juli 2018 of 03/07/2018
    • Siebe vult de datum correct in op een inschrijfformulier
  26. GE.172 Begrijpen K2 KO 2.3.17

    Herkennen de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    kort, lang

    Voorbeelden

    Relatie tijdbeleving en tijdbesteding:
    Spelen voelt kort, wachten voelt lang.
  27. GE.173 Begrijpen K3 L1 KO 2.3.17

    Illustreren de relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    even lang, langer, korter

    Voorbeelden

    • De tijd in de hoeken is 20 minuten. Femke merkt op dat deze tijd veel sneller
        voorbij lijkt te gaan in de bouwhoek dan in de huishoudhoek.
    • Bahku ervaart dat de middagpauze in de winter langer lijkt te duren dan in de
        zomer.
  28. GE.174 Begrijpen L2 GO!-doel

    Illustreren verschillen in tijdbesteding.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Relatie:
    • Ik ben op woensdagnamiddag thuis, maar mijn mama niet want zij moet werken.
    • We hebben dit weekend het 40-jarig huwelijk van mijn oma en opa gevierd. Het
        weekend is weer voorbijgevlogen.
  29. GE.175 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren dat de tijdrekening (tijdsduur) bepaald wordt door verschillende contextfactoren.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Contextfactoren:
    • sociaal-culturele: schoolritme en vakanties, kalender en feestdagen
    • persoonlijke: keuzes en prioriteiten, stress, interesses, competenties

    Voorbeelden

    Tijdrekening (tijdsduur) en contextfactoren:
    In Vlaanderen is de schoolvakantie 2 maanden, in Wallonië is dit korter; Mijn papa is al
    35 jaar en dus al heel oud.
  30. GE.176 Gebruiken L4 GO!-doel

    Vergelijken tijdbestedingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • in de omgeving en wereldwijd
    • context van de school: dag- en weekindeling
    • vrijetijdsbesteding: sport, werk, familieactiviteiten
    • relatie tussen tijdbeleving en tijdsbesteding

    Voorbeelden

    Relatie tijdbeleving en tijdbesteding:
    • Kinderen in België hebben een vrije woensdagmiddag, maar in Frankrijk niet;
        Scholen starten de dag en de middag op andere tijdstippen.
    • Sara maakt een schema van haar week en vergelijkt hoeveel tijd ze besteedt aan
        school, hobby’s, rust en digitale media. Daarna bespreekt ze welke activiteiten
        lang en welke kort lijken te duren.
  31. GE.177 Begrijpen K1 K2 GO!-doel

    Verwoorden hun eigen leeftijd.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Emanuel zegt: “Ik ben 4 jaar.”
  32. GE.178 Begrijpen K3 L1 GO!-doel

    Verwoorden hun verjaardag.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    jarig zijn, de verjaardag

    Voorbeelden

    Alix zegt: “Ik ben jarig op 28 november.”
  33. GE.179 Gebruiken K2 K3 L1 GO!-doel

    Gebruiken een verjaardagskalender.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verjaardagskalender:
    • wie er al jarig was en wie nog niet
    • leeftijden

    Te hanteren begrippen

    de verjaardagskalender
  34. GE.180 Begrijpen L2 GO!-doel

    Verwoorden hun geboortedatum.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geboortedatum

    Voorbeelden

    Alix zegt: “Ik ben geboren op 28 november 2020.”
  35. GE.181 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren de juiste kalender in functie van het doel.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Annelies kijkt op de daglijn om te zien wat de volgende activiteit in de klas is.
    • Lothar gebruikt een maandkalender om zijn toetsenperiode te plannen.
  36. GE.182 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van dagelijkse tijd in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Dagelijkse tijd

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Leon kijkt op de verjaardagskalender en roept enthousiast dat Anna bijna jarig is.
    • Lien merkt tijdens de les lichamelijke opvoeding op dat de vijf minuten warming-
        up veel sneller voorbij leken te gaan dan de vijf minuten wachten op haar beurt bij
        het spel.
  37. GE.183 Begrijpen K3 L1 KO 5.2.4

    Ordenen belangrijke gemeenschappelijke gebeurtenissen en ervaringen chronologisch op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gebeurtenis, de ervaring, de plaats, de persoon

    Voorbeelden

    • Sadiq herinnert zich dat hij vorig schooljaar in de eerste kleuterklas bij juf Sylvie zat
        en plaatst dit als een belangrijke gebeurtenis op zijn levenslijn.
    • Levi noteert op zijn levenslijn dat Sinterklaas dit schooljaar op 6 december in de klas
        langskwam.
  38. GE.184 Begrijpen K3 L1 KO 5.2.4

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van zichzelf op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de levenslijn

    Voorbeelden

    • Maryam zet op haar levenslijn dat ze twee jaar geleden voor het eerst naar de
        kleuterschool ging en dat vorig jaar haar zusje werd geboren.
    • Cohen noteert op zijn levenslijn dat hij drie jaar geleden leerde fietsen zonder
        zijwieltjes en dat hij afgelopen zomer voor het eerst op vakantie naar het
        buitenland ging.
  39. GE.185 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Vergelijken levenslijnen van leeftijdsgenoten met elkaar.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de geboorte, de baby, de peuter, de kleuter, het eerste leerjaar
  40. GE.186 Begrijpen L2 GO!-doel

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van ouders op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenslijn:
    • Levenslijn van het kind uitbreiden met die van ouders.
    • ik en ouders

    Voorbeelden

    Belangrijke gebeurtenissen van ouders:
    Mijn mama werd geboren in 1990. Dit zie ik op haar geboortekaartje; Mijn pluspapa
    leerde mama kennen in 2021.
  41. GE.187 Gebruiken L2 GO!-doel

    Vergelijken de levenslijnen van verschillende ouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende ouders:
    ouders van de klasgenoten
    
    Vergelijken:
    de gelijkenissen
    de verschillen
    het jaartal

    Te hanteren begrippen

    toen, verleden, heden, de toekomst, de ouder
  42. GE.188 Begrijpen L2 GO!-doel

    Ordenen belangrijke gebeurtenissen en ervaringen van grootouders op een levenslijn.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Levenslijn:
    • De levenslijn van het kind en ouders uitbreiden met die van grootouder(s).
    • ik, ouders, grootouder(s)
  43. GE.189 Gebruiken L2 GO!-doel

    Vergelijken levenslijnen van grootouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grootouders:
    van de klasgenoten
    
    Vergelijken:
    de gelijkenissen
    de verschillen
    het jaartal

    Te hanteren begrippen

    de grootouder
  44. GE.190 Gebruiken L2 GO!-doel

    Situeren data op de levenslijn van grootouders.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Data:
    • het geboortejaar van grootouder(s)
    • het geboortejaar van ouder(s)
    • het eigen geboortejaar
    • het huidig jaar

    Te hanteren begrippen

    het geboortejaar
  45. GE.191 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Duiden familierelaties van een gegeven stamboom tot op twee generaties.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de stamboom, de generatie, de voorouder, de (groot)ouder, het kind, de broer, de zus,
    de tante, de nonkel, de neef, de nicht, afstammen van
  46. GE.192 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Geven de eigen stamboom van één generatie weer.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

  47. GE.193 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Interpreteren een stamboom van twee generaties.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De opbouw naar een eeuw

  48. GE.194 Begrijpen K1 KO 5.2.4

    Herkennen ervaringen als oud of nieuw.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  49. GE.195 Gebruiken K1 KO 5.2.4

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    oud, nieuw
  50. GE.196 Begrijpen K2 KO 5.2.3; KO 5.2.4

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    lang geleden, nu, oud, nieuw
  51. GE.197 Gebruiken K2 KO 5.2.3; KO 5.2.4

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • oud, nieuw
    • lang geleden, nu
  52. GE.198 Begrijpen K3 KO 5.2.3; KO 5.2.5

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud, nieuw
  53. GE.199 Gebruiken K3 KO 5.2.3; KO 5.2.5

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • oud, nieuw
    • heel lang geleden, lang geleden, nu, later
  54. GE.200 Begrijpen L1 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    Het verleden, het heden, de toekomst
  55. GE.201 Gebruiken L1 L4 5.2.9; L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    verleden, heden, toekomst
  56. GE.202 Begrijpen L2 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de duur
  57. GE.203 Gebruiken L2 L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
  58. GE.204 Begrijpen L3 L4 5.2.9

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de periode, de geschiedenis
  59. GE.205 Gebruiken L3 L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
    • de periode, de geschiedenis
  60. GE.206 Begrijpen L4 L4 5.2.10

    Benoemen tijdsbegrippen om gebeurtenissen in een logische volgorde te plaatsen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
  61. GE.207 Gebruiken L4 L4 5.2.10; L4 5.2.11

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Chronologisch:
    • verleden, heden, toekomst
    • de duur
    • de periode, de geschiedenis
    • v.o.t. (voor onze tijdrekening) en o.t. (onze tijdrekening)
  62. GE.208 Begrijpen L3 GO!-doel

    Illustreren het begrip eeuw en decennium.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Decennium:
    • periode van 10 jaar
    
    Eeuw:
    • Een eeuw is een aaneengesloten periode van 100 jaar.
    • Een eeuw is tien decennia.
    • Wij leven in de 21ste eeuw.
    • Een eerste eeuw begint met het jaar 1 en eindigt met het jaar 100, een tweede
        eeuw begint met het jaar 101 en eindigt met het jaar 200.

    Te hanteren begrippen

    de eeuw, de 21ste eeuw, het decennium

    Voorbeelden

    Eeuw:
    Het jaar 2000 valt in de 20e eeuw. Het jaar 2001 valt in de 21e eeuw.
  63. GE.209 Gebruiken L3 GO!-doel

    Verdelen de eeuwenband in decennia.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  64. GE.210 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren het begrip millennium.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Millennium:
    • is 1000 jaar
    • is tien eeuwen
    • is 100 decennia

    Te hanteren begrippen

    het millennium
  65. GE.211 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Verdelen de historische tijdsband in millennia.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

  66. GE.212 Gebruiken L5 GO!-doel

    Geven de indeling van onze tijdrekening weer.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onze tijdrekening:
    Het begin van onze tijdrekening is het jaar 1.

    Te hanteren begrippen

    1 o.t. (jaar 1 van onze tijdrekening)
  67. GE.213 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren dat er ook andere tijdrekeningen gehanteerd worden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › Historische tijdsbegrippen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Andere tijdrekeningen:
    Chinese jaartelling vanaf 2697 v.o.t., Islamitische jaartelling vanaf 622 o.t., Christelijke
    jaartelling, voor Christus, na Christus
  68. GE.214 Begrijpen L3 GO!-doel

    Begrijpen hoe historische feiten, personen en ontwikkelingen worden gesitueerd op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eeuwenband:
    • met onderscheid tussen tijdsperiodes
    • met volgende periodes: ‘eerder’ of ‘lang geleden’, ‘19de eeuw’, ‘20ste eeuw’, ‘21ste
        eeuw’, ‘later’

    Te hanteren begrippen

    de eeuwenband
  69. GE.215 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Situeren historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, bronnen, ontwikkelingen uit de omgeving op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  70. GE.216 Begrijpen L4 L6 5.2.7

    Benoemen de zes historische periodes op een gevisualiseerd historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de periode, de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de
    moderne tijd, de hedendaagse tijd
  71. GE.217 Begrijpen L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Ordenen de zes historische periodes chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische periodes:
    • de prehistorie (tot ca. 3500 v.o.t.)
    • de oudheid (ca. 3500 v.o.t. – ca. 500 o.t.)
    • de middeleeuwen (ca. 500 o.t. – ca. 1500 o.t.)
    • de vroegmoderne tijd (ca. 1500 o.t. – ca. 1800 o.t.)
    • de moderne tijd (ca. 1800 o.t. – 1945 o.t.)
    • de hedendaagse tijd (1945 o.t. – nu)
  72. GE.218 Gebruiken L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch op het historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  73. GE.219 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van historische periodisering.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relativiteit:
    • Het begin en een einde van een historische periode wordt gekenmerkt door grote
        historische gebeurtenissen.
    • De periodisering hangt af van de plaats in de wereld, maar ook van het belang dat
        een historicus hecht aan bepaalde gebeurtenissen.
  74. GE.220 Begrijpen L5 L6 5.2.7

    Illustreren de scharniermomenten van de historische periodes op de tijdsband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Scharniermomenten:
    • prehistorie (ca. 3500 v.o.t.): ‘uitvinding’ van het schrift. Dit is een fundamentele
        breuklijn in de geschiedenis, omdat het schrift het mogelijk maakte om informatie
        systematisch vast te leggen en zo op grotere schaal een samenleving te organiseren
    • oudheid (tot ca 500 o.t.): val van het West Romeinse rijk. Eind van de eeuwenlange
        overheersing van West-Europa door Rome.
    • middeleeuwen (tot ca 1500 o.t.): de start van de ontdekkingsreizen en de
        boekdrukkunst
    • vroegmoderne tijd (tot ca. 1800 o.t.): de Franse revolutie (1789) markeert de breuk
        met het ‘ancien régime’. Rond 1800 start ook de industriële revolutie
    • moderne tijd (tot 1945 o.t.): Einde van de tweede wereldoorlog: einde van koloniale
        grootmachten, oprichting van de VN, start van technologische revoluties
    • hedendaagse tijd (tot nu).
  75. GE.221 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.3; L4 5.2.11; L6 5.2.7

    Tonen hun kennis over historische tijdsbegrippen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jadran vergelijkt een hedendaagse klas met een klas uit de jaren 1950 en gebruikt
        begrippen als vroeger, nu en toen om verschillen en gelijkenissen aan te duiden.
    • Yarah bekijkt oude familiefoto’s van haar grootouders en plaatst ze op een tijdlijn.
        Ze zegt dat haar opa als kind in de 20ste eeuw leefde en zij nu in de 21ste eeuw
        opgroeit.