Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

11 doelen

CSV downloaden filters wissen

Kenmerken: voortplantingswijze en bloei ✕

  1. WT.064 Begrijpen K3 L1 L2 L4 3.1.3; L4 3.2.7

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de bloem, de vrucht
  2. WT.065 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Herkennen de voortplantingsdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zaad, bloeien
  3. WT.066 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.4; L6 3.2.9; L6 3.2.10

    Beschrijven de functie van de delen van een bloem.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van delen:
    • de kelkbladeren: beschermen de bloem wanneer die nog in de knop zit
    • de kroonbladeren: zijn dikwijls kleurrijk en opvallend en trekken insecten aan
    • de stamper: is het vrouwelijk deel van de bloem. Bovenaan zit de stempel waar het
        stuifmeel op terecht komt. Het stuifmeel daalt via de stijl naar het vruchtbeginsel.
    • de meeldraden: zijn het mannelijk deel van de bloem en maken stuifmeel (pollen)
        aan met de helmknop en de helmdraad
    • het vruchtbeginsel: zit onderaan de stamper, hier zitten de zaadbeginsels van de
        plant (vergelijkbaar met eicellen van een mens). Als het stuifmeel die bereikt,
        gebeurt er bevruchting en ontstaat er zaad. Het vruchtbeginsel groeit daarna uit tot
        vrucht.

    Te hanteren begrippen

    het kelkblad, het kroonblad, de meeldraad, de stamper, de stempel, het stuifmeel, de
    stijl, het vruchtbeginsel, de helmdraad, de helmknop, de bevruchting
  4. WT.067 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3; L6 3.1.4

    Herkennen verschillende manieren waarop planten zich voortplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Zaadplanten gebruiken zaden (via bloemen die vruchten worden of via kegels).
    Sporenplanten gebruiken sporen.
    Sommige zaad- en sporenplanten kunnen zich ook vegetatief (ongeslachtelijk)
    voortplanten.

    Te hanteren begrippen

    de bol, de knol, de spore

    Voorbeelden

    Vegetatief:
    • Bij aardbeien groeien nieuwe planten aan de ‘uitlopers’ boven de grond.
    • Bij knollen (zoals aardappelen) groeien ‘ogen’ op de knol uit tot een nieuwe
        planten.
  5. WT.068 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.7

    Illustreren de bestuiving door insecten bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraad naar de stamper.
    • Insecten spelen een belangrijke rol bij bestuiving wanneer ze van bloem naar bloem
        vliegen.
    • De bestuiving is een noodzakelijke stap voor de vorming van zaden en vruchten.

    Te hanteren begrippen

    de bestuiving
  6. WT.069 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.7; L6 3.1.5

    Duiden het belang van bestuiving en verspreiding van zaden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestuiving:
    • bestuiving: Het overbrengen van stuifmeel van meeldraad naar stamper.
    • Er zijn veel soorten bestuivers. Vooral insecten spelen een belangrijke rol. Minder
        insecten = minder zaden, vruchten en oogst.
    
    Verspreiding:
    • Zaadverspreiding: Het verspreiden van gevormde zaden naar nieuwe groeiplaatsen.
    • Zaden worden vooral door dieren (en de mens) verspreid, maar het kan ook via
        wind en het water.
    
    Belang bestuiving en verspreiding:
    • De bestuiving en verspreiding is belangrijk voor de overleving van planten. Eén van
        de belangrijkste redenen waarom organismen zich voorplanten: in stand houden
        van de soort.
    • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde
        ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn (biodiversiteit)

    Te hanteren begrippen

    de verspreiding van zaad, de bestuiver

    Voorbeelden

    Bestuiving:
    • Bijen verspreiden stuifmeel van bloemen via hun poten.
    • De wind verspreidt het stuifmeel van de mannelijke dennenappels naar de
        vrouwelijke dennenappels.
    Zaadverspreiding:
    • Vogels eten vruchten (of pikken bijvoorbeeld de zaden uit een dennenappel) en de
        pit (die het zaad bevat) valt op de grond.
    • De wind verspreidt de pluisjes van de paardenbloem.
    • De eekhoorn steekt eikels onder de grond als voorraad.
  7. WT.070 Begrijpen L5 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geslachtelijke voortplanting:
    • Een bloem bevat meeldraden (met stuifmeel) en een stamper.
    • Bij bestuiving komt stuifmeel van een bloem op de stamper van een (andere) bloem
        van dezelfde soort terecht.
    • Na bevruchting (het samensmelten van stuifmeelkorrel met zaadbeginsel in het
        vruchtbeginsel van de bloem) groeit er een vrucht met zaad.
    • Uit het zaad groeit bij kieming een nieuwe plant.
    • Bij zaadplanten zonder bloemen maken de mannelijke kegels stuifmeel dat door de
        wind wordt overgebracht op de vrouwelijke kegels die zaadbeginsels bevatten.

    Te hanteren begrippen

    de zaadvorming, de kieming, de geslachtelijke voortplanting
  8. WT.071 Begrijpen L6 L6 3.1.4; L6 3.1.6; L6 3.1.8

    Beschrijven het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongeslachtelijke voortplanting:
    Een nieuwe plant ontstaat uit een deel van één ouderplant, zonder bloemen, zaden of
    bevruchting. Dit kan doordat een stuk van de plant dat is afgescheurd (een stek) zich tot
    een nieuwe plant ontwikkelt of doordat de plant uit zichzelf nieuwe planten vormt door
    uitlopers, knollen of bollen.

    Te hanteren begrippen

    de knol, de bol, de uitloper, de stek, de ongeslachtelijke voortplanting

    Voorbeelden

    Knollen:
    aardappel
    Bollen:
    ui, hyacint
    Uitlopers:
    aardbei
  9. WT.072 Gebruiken L6 L6 3.1.6; L6 3.1.8; L6 3.2.14

    Onderscheiden geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil:
    • Geslachtelijke voortplanting: Versmelting van een zaadcel (uit stuifmeel) en eicel (in
        stamper) leidt tot nieuw zaad. De plant die uit dit zaad kiemt draagt eigenschappen
        van de twee ouderplanten in zich mee. Dit zorgt dus voor genetische variatie.
    • Ongeslachtelijke voortplanting: De nieuwe plant is een deel van de ouderplant en
        vormt zo een identieke kopie (kloon). Er is geen versmelting van geslachtscellen en
        dus geen erfelijke variatie.
  10. WT.073 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van ontwikkeling en voortplanting van planten in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bij het voorlezen van een verhaaltje over een prachtige bloementuin vertelt Amira
        over de bijdrage van de bij aan de ontwikkeling van deze tuin.
    • In een les over de woestijn vertelt Romain hoe de voortplanting van cactussen
        aangepast is aan de omstandigheden van de woestijn.
  11. WT.074 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de voortplanting van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voortplantingswijze en bloei

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voortplanting:
    Schimmels planten zich voort door sporen te verspreiden.
    Sporen worden in het sporenkapsel gevormd, opgeslagen en beschermd.
    Champignons: De sporen worden op de plaatjes gevormd en worden door de wind
    verspreid.
    Boleten: Buisjes produceren sporen en laten ze vrij waarna ze worden verspreid door
    wind, water en dieren.

    Te hanteren begrippen

    de sporen, de buisjes, de plaatjes, het sporenkapsel