142 doelen
vak: AA ✕ Aardrijkskundige (toegepaste) kennis ✕
-
Herkennen lucht als essentieel voor het leven op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de lucht
-
Herkennen de atmosfeer als essentieel voor het leven op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De atmosfeer: is een laag van lucht die de aarde omringt
-
Verwoorden de functies van de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De functies: Zorgt voor zuurstof die de meeste organismen nodig hebben. Beschermt ons tegen gevaarlijke straling van de zon. Houdt de aarde voldoende warm zodat planten, dieren en mensen kunnen leven. Het weer ontstaat in de atmosfeer
Te hanteren begrippen
de atmosfeer
-
Beschrijven de rol en samenstelling van de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De samenstelling van de atmosfeer: De atmosfeer bestaat uit: koolstofdioxide: Dit gas helpt planten groeien, omdat ze koolstofdioxide opnemen en zuurstof teruggeven. Het speelt ook een rol in de opwarming van de aarde. zuurstofgas: Dit is het gas dat we nodig hebben om te ademen. Zonder zuurstof kunnen mensen, dieren en planten niet leven. stikstofgas: Dit is het meest voorkomende gas. Planten gebruiken stikstof om te groeien (de meeste planten nemen het op uit de bodem via hun wortels), maar wij mensen ademen het gewoon in en weer uit. andere gassen: Naast stikstofgas, zuurstofgas en koolstofdioxide bevat de atmosfeer nog kleine hoeveelheden andere gassen. De rol van de atmosfeer (voor het leven op aarde): • Maakt door de samenstelling van de gassen leven op aarde mogelijk. • Beschermt tegen gevaarlijke straling van de zon, vooral dankzij de ‘ozonlaag’. • ‘Broeikaseffect’: het vasthouden van warmte in de atmosfeer zodat de aarde warm genoeg blijft om op te leven. Door extra CO₂ in de atmosfeer wordt het broeikaseffect sterker. • De atmosfeer bepaalt ons weer en ons klimaat omdat daarin lucht, wolken, wind en regen ontstaan en warmte wordt vastgehouden of afgevoerd.Te hanteren begrippen
het zuurstofgas, de koolstofdioxide
-
Geven mogelijke maatregelen voor het in stand houden van de verhouding van het gasmengsel in de atmosfeer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Duurzame maatregelen: • bomen planten: Bossen absorberen koolstofdioxide en produceren zuurstof. • beperk luchtvervuiling: Strengere regels voor industrieën verminderen de uitstoot van schadelijke stoffen. -
Tonen hun kennis over de atmosfeer in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Elisabeth loopt door het park en zegt dat bomen helpen om de lucht schoon te houden. Ze weet dat planten koolstofdioxide uit de lucht nemen en er zuurstof voor in de plaats geven, zodat het evenwicht tussen gassen wordt behouden. • Basie kijkt naar een natuurdocumentaire en hoort dat dieren en mensen moeten ademen. Hij vertelt dat we zuurstof uit de lucht halen om te leven. -
Benoemen water en land op de globe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het water, het land
-
Lokaliseren water en land op de globe.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
-
Illustreren de ‘blauwe planeet’.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Blauwe planeet: Het aardoppervlak bestaat uit land en water in ongelijke verdeling (meer water dan land) en wordt omgeven door lucht.
Te hanteren begrippen
de planeet, de blauwe planeet
-
Beschrijven de consequentie van de verhouding zout en zoet water op aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verhouding: meer zout (97,5%) dan zoet (2,5%) water Zoet water: Enkel gezuiverd zoet water is voor mensen drinkbaar. Consequentie: Aangezien mensen en dieren vooral zoet water nodig hebben om te drinken en er veel minder zoet water is dan zout water, is het zoet water kostbaar en moet dus zuinig gebruikt worden.
Te hanteren begrippen
het zoet water, het zout water
-
Lokaliseren gebieden met zoet water.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebieden: • rivieren • meren • ondergrondse voorraden • de zoetwatergebieden van de Amazone • de polen (70% van zoet water is opgeslagen in de ijslagen van de polen)
-
Illustreren de aanwezigheid van ondergrondse voorraden van zoet water.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Ondergrondse voorraden: • het Maasbekken en het Henegouws bekken • Onder de Noordzee en voor de kust van Noorwegen liggen zoetwatervoorraden die honderden jaren mee kunnen gaan. -
Reflecteren over eigen watergebruik en de gevolgen hiervan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigen watergebruik: zoet water regenwater Gevolgen: waterschaarste
-
Herkennen dat water van hoog naar laag stroomt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Herkennen watervlaktes en waterlopen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de beek, de rivier, het meer, de zee
-
Verwoorden het onderscheid tussen rivier en kanaal.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het kanaal
-
Geven de loop van een rivier in een eenvoudige voorstelling weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorstelling: de richting van het stromende water (de stroom: hoog naar laag) het begin (de bron) en einde van een waterloop (de monding)
Te hanteren begrippen
de bron, de monding, de stroom, stroomopwaarts, stroomafwaarts
-
Beschrijven de waterkringloop.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De waterkringloop: De kringloop van het water begint waar water door de “zonnewarmte” verdampt. Deze verdamping vormt waterdamp, die opstijgt en afkoelt. Hierdoor ontstaat condensatie, waarbij waterdruppels samenkomen en wolken vormen. Wanneer de druppels in de wolken te zwaar worden, valt het water als neerslag naar beneden. Een deel van deze neerslag stroomt via rivieren terug naar de zee, terwijl een ander deel in de bodem zakt en onderdeel wordt van het grondwater. Dit grondwater kan weer naar boven komen en als oppervlaktewater verder stromen, waarna het proces opnieuw begint. Zo blijft water voortdurend in beweging in een natuurlijke kringloop.
Te hanteren begrippen
de waterkringloop, verdampen, de verdamping, de condensatie, de neerslag, de wolk, de zee, de rivier, de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater
-
Tekenen de waterkringloop.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Reflecteren over het belang van wateropname in de bodem.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop
-
Herkennen kenmerken van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: de rots: grote, harde stukken steen. Ze liggen op de grond of in bergen. Sommige rotsen zijn glad, andere zijn ruw. de grot: Een grote opening in een berg of onder de grond. het zand: Kleine, zachte korreltjes die je vindt op het strand of in de zandbak.
Te hanteren begrippen
de aarde, de rots, de grot, het zand
-
Classificeren volgens kenmerken van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken: steen zand aarde
-
Herkennen de verschillende lagen van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De aarde: is bolvormig. De buitenkant van de aarde noemen we de aardkorst. Daaronder zit een laag heet gesteente met sommige vloeibare delen.
Te hanteren begrippen
de aarde, bolvormig, vloeibaar, de aardkorst
-
Benoemen de verschillende lagen van de aarde met hun relatieve temperatuur.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De lagen van de aarde met hun temperaturen: aardkorst: de rotsachtige buitenlaag (0°C tot 1000°C) De buitenste laag waar wij op leven. Onder de oceanen is hij dunner, onder continenten dikker. mantel: de halfvaste middenlaag (1000°C tot 3700°C) Dikste laag van de aarde, gemaakt van langzaam bewegend heet gesteente en ook gesmolten gesteente of magma. Zorgt voor vulkanen en aardbevingen. buitenkern (3700°C tot 4500°C) Vloeibaar en gemaakt van gesmolten ijzer en nikkel. Beweging in deze laag zorgt voor het magnetisch veld van de aarde. binnenkern (4500°C tot 6000°C) Gemaakt van vast ijzer en nikkel, ondanks de enorme hitte. Blijft vast door de gigantische druk van de bovenliggende lagen.Te hanteren begrippen
de aardkorst, de mantel, de buitenkern, de binnenkern, de verschillende lagen van de aarde, de relatieve temperatuur
-
Tekenen de lagen van de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
-
Beschrijven vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: invloed op het landschap: ontstaan van nieuwe bergen en eilanden, warmwaterbronnen en geisers menselijke activiteiten: ontstaan van landbouw (door mineralen in de lava en as: voedingsstoffen voor planten), toerisme (vulkanische eilanden, spectaculaire fenomenen) en ontginning van delfstoffen
Te hanteren begrippen
de warmwaterbron, de geiser, de aswolk
-
Beschrijven vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vulkanen: kenmerken: magma, lava, vulkaanpijp, krater Beschrijven: • oorzaken: Onder de aardkorst, in ‘de mantel’ zit o.a. heel heet gesmolten gesteente (magma). Dat magma wil omhoog omdat er veel druk op staat. Als er een opening in de aarde is, komt het naar buiten via de vulkaanpijp van de vulkaan. Dan noemen we dat een uitbarsting. Dan stroomt er lava van de krater naar beneden.Te hanteren begrippen
de vulkaan, het magma, de lava, de vulkaanpijp, de krater, de vulkaanuitbarsting
-
Illustreren patronen van vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patronen: Vulkanen vormen vaak ketens of bogen langs de randen van tektonische platen, waar ze ontstaan door bewegingen in de aardkorst. Twee van die patronen van vulkanen zijn: de vulkanen in de Middellandse zee (waaronder de Etna) en de vulkanen rond de rand van de Grote Oceaan: ‘de Ring van Vuur’
Te hanteren begrippen
de Ring van Vuur, de Etna
-
Lokaliseren vulkanen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lokaliseren: • in het Middellandse Zeegebied waaronder de Etna • de Ring van Vuur
-
Beschrijven aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardbevingen: epicentrum: Het punt aan het aardoppervlak recht boven de plaats waar de aardbeving begint. seismische golven: Trillingen die zich door de aardkorst verplaatsen en de schokken veroorzaken. De magnitude of de kracht van de aardbeving wordt afgeleid uit een seismogram. naschokken: Kleinere schokken die volgen na de hoofdbeving en nog schade kunnen veroorzaken.
Te hanteren begrippen
de aardbeving, het epicentrum, de seismische golven, de beving, de magnitude, het seismogram, de kracht van de beving
-
Beschrijven de platentektoniek.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Platentektoniek: De aardkorst is verdeeld in grote stukken, tektonische platen. Bij de randen van deze platen, de plaatgrenzen, gebeurt heel wat: Platen bewegen zeer langzaam uit elkaar. Platen botsen en de ene schuift zeer langzaam onder de andere, wat bergen of vulkanen kan vormen. Platen schuiven langs elkaar, wat aardbevingen veroorzaakt.Te hanteren begrippen
de plaatgrens, verschuiven
Voorbeelden
Uit elkaar bewegen: bij de Midden-Atlantische Rug: door het langzaam uit elkaar bewegen van 2 platen midden in de Atlantische oceaan stroomt magma uit de aardkorst en ontstaat nieuwe oceaanbodem en een lange onderzeese bergketen Botsen: de Himalaya, de Ring van Vuur. Langs elkaar: de San Andreasbreuk in Californië.
-
Beschrijven de mogelijke effecten van aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Mogelijke effecten: naschok, verwoesting, aardverschuiving, tsunami (Een tsunami is een reusachtige golf die ontstaat door een aardbeving, vulkaanuitbarsting of onderwaterlandschuiving.)
Te hanteren begrippen
de naschok, de verwoesting, de tsunami, de aardverschuiving
-
Illustreren de kracht/de magnitude van aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kracht/de magnitude van aardbevingen: lichte aardbeving: Je voelt het meestal niet. Alles blijft veilig. zwakke tot matige aardbeving: Dingen kunnen licht schudden, maar er is weinig schade. sterke aardbeving: Gebouwen kunnen beschadigd worden en mensen voelen het duidelijk. zeer krachtige aardbeving: Veel schade, bruggen en huizen kunnen instorten. extreme aardbeving: Heel zeldzaam, maar kan hele gebieden verwoesten.
Te hanteren begrippen
de verwoesting
-
Analyseren de ruimtelijke spreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Situeren aardbevingen: plaats gevolgen voor natuur en mens Analyseren: relatie met de ligging van plaatgrenzen.
Voorbeelden
Housan vergelijkt op een wereldkaart de ligging van de Ring van Vuur met de Himalaya. Hij merkt op dat in de Ring van Vuur veel aardbevingen én vulkanen voorkomen, terwijl de Himalaya vooral uit een lange bergketen bestaat. Hij vraagt zich af wat de oorzaak hiervan is.
-
Illustreren de anticipatie op aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Anticipatie: technieken bij constructie van gebouwen om schokken op te vangen opvolgen (monitoren) en preventief evacueren
Te hanteren begrippen
de schade, voorkomen, de evacuatie, de opvolging
-
Geven voorbeelden van anticipatie op aardbevingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Technieken bij constructie: De “gestemde massademper” in het hoogste kantoorgebouw van Taipei (Taiwan). Monitoren en preventief evacueren: Na de zeer zware aardbeving bij het Russische Kamtsjatka-schiereiland in juli 2025 werden in verschillende landen rond de Stille Oceaan miljoenen mensen gewaarschuwd en geëvacueerd uit kustgebieden uit voorzorg voor een mogelijke tsunami.
-
Tonen hun kennis van de aardkorst in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Naar aanleiding van de berichtgeving over een aardbeving zoekt Kas op de wereldkaart waar de aardbeving plaats vond en of er een link is met de Ring van Vuur. • Ouissem leest een stripverhaal over een vulkaanuitbarsting. Hij zoekt op hoe magma naar boven komt en herkent dat dit gebeurt in breuken of zwakke zones van de aardkorst. -
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg • helling • water: de zee, het strand • vegetatie: de boom, het gras • bodem: zand
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel • helling: omhoog, omlaag • water: de zee, het strand, de plas, de vijver • vegetatie: de boom, het gras, de weide, het gazon, het bos • bodem: zand
Te hanteren begrippen
de berg, de zee, het strand, de boom, het gras, het zand, de heuvel, omhoog, omlaag, de plas, de vijver, de weide, het gazon, het bos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • helling: omhoog, omlaag, steil, zacht • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
de vallei, steil, zacht, de oceaan, de rivier, de beek, het riet, het grasland, vruchtbaar, rotsachtig, zanderig
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon, het loofbos, het naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
het loofbos, het naaldbos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei, de bergketen • water: de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: het zand, de klei, de leem, steenachtig
Te hanteren begrippen
de waterval, de klei, de leem, steenachtig, de bergketen
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek, de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig, het zand, de klei, de leem, steenachtigTe hanteren begrippen
het zeeniveau, de horizonlijn, het hoogteverschil, het reliëf, de helling, de vegetatie, de bodem
-
Beschrijven de loop van de rivier.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Loop van de rivier: typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren: de bovenloop: Dit is het eerste stuk van de rivier en wordt ‘bovenloop’ genoemd omdat veel rivieren in de bergen ontspringen. Sommige ontstaan ook in meren, moerassen of uit bronnen in de grond. kenmerken: stroomt meestal snel en krachtig kan diepe kloven en valleien vormen in de bergen de middenloop: Het water stroomt hier minder snel en begint bochten (meanders) te maken. kenmerken: rivier wordt breder en langzamer vlakker landschap langs de rivier liggen vaak dorpen, steden en landbouwgebieden de benedenloop: Dit is het laatste deel, waar de rivier heel breed wordt. kenmerken: langzame stroom, soms met moerassen of plassen kan grote delta's vormen voordat het de zee bereikt soms zie je een getijdenrivier, waarbij eb en vloed invloed hebben op de stromingTe hanteren begrippen
de bron, de bovenloop, de middenloop, de benedenloop, de monding, de delta
-
Beschrijven het proces van riviervorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Riviervorming: Een rivier begint bij een bron. Dit kan zijn: smeltend ijs van een gletsjer hoog in de bergen regenwater dat zich verzamelt in kleine stroompjes ondergrondse bronnen waar water uit de aarde omhoogkomt Er ontstaan ook nieuwe rivieren door het smelten van de ijskap, bv. in Groenland (als gevolg van de klimaatverandering) Kleine stroompjes komen samen en worden steeds breder en krachtiger. Dit water snijdt een pad door de bergen en valleien. Op hun pad meanderen (kronkelen) ze doorheen het landschap waarbij ze de ene oever eroderen (uitslijten) en op de andere oever wordt materie (slib, gesteenten) afgezet. Uiteindelijk mondt een rivier uit in een estuarium. Een estuarium is een overgangsgebied tussen een rivier en de zee, waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen. Dit zorgt voor unieke natuurgebieden met bijzondere planten en dieren.Te hanteren begrippen
het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de smeltende ijskap, de smeltende gletsjer
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: reliëf: de hellingsgraad (vertelt ons hoe steil een helling of een berg is. Het wordt gemeten in procent of graden)
Te hanteren begrippen
de hellingsgraad, het reliëf
Voorbeelden
• Steven maakt een fietstocht en beklimt een helling met hellingsgraad 10%. Hij voelt dit stevig in zijn kuiten. • Boerin Mieke voorkomt erosie en vangt het regenwater van steile hellingen op door haar gewassen in terrassen aan te leggen. -
Beschrijven kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kustprocessen: Het kustproces is hoe de kustlijn verandert en verschillende landvormen en kusthabitats ontstaan door water (golfslag, eb en vloed, stromingen), wind en andere natuurlijke krachten. We onderscheiden volgende landvormen: landtong, klif, zandbank en (zand)duin en volgende kusthabitats: de duinen, het strand (kiezel- of zandstrand) en het koraalrif.
Te hanteren begrippen
het kustproces, de kustlijn, de golfslag, de zandduin, de kiezel, de landvorm, de landtong, de klif, de zandbank, de kusthabitat, het koraalrif
Voorbeelden
• Odin vertelt: “Een landtong is ontstaan uit het kustproces waar golven en stromingen zand en stenen verplaatsten en er een smalle uitloper van land is ontstaan.” • Friedl loopt na een hevige storm op het strand en ziet een hoge klif die ontstaan is door de erosie van het strand. -
Geven voorbeelden van landvormen en kusthabitats ontstaan door kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landvormen: • landtong • klif • zandbank • duin Kusthabitats: • de duinen • het (kiezel- of zand-)strand • het koraalrif
Voorbeelden
Landvormen: Fjorden, zeegrotten, rotspilaren Kusthabitats: Estuariua, slikken, schorren, wadden, delta’s, mangrovebossen
-
Geven voorbeelden van het overleven van dieren in kusthabitats.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Overleven van dieren: • Zeevogels zoals meeuwen, alken en sternen nestelen op stranden en kliffen. • Krabben en schelpdieren zoals kokkels, mosselen en zeepokken leven op rotsen en in zand. • Zeehonden en walvissen jagen en rusten in koudere kustwateren. -
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de steppe • de savanne
Te hanteren begrippen
de savanne, de steppe
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de woestijn • het regenwoud
Te hanteren begrippen
de woestijn, het regenwoud
-
Beschrijven het proces van woestijnvorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Proces van woestijnvorming: gebeurt wanneer een gebied langzaam verandert in een droge, onvruchtbare woestijn. Dit kan gebeuren door natuurlijke en menselijke invloeden. Woestijnvorming: natuurlijke oorzaken: weinig neerslag: Sommige gebieden krijgen nauwelijks regen, waardoor de bodem uitdroogt. extreme temperaturen: Sterke zon zorgt voor verdamping van water en droogte. wind en erosie: Wind blaast zand en stof weg, waardoor vruchtbare grond verdwijnt. gebergten die regen tegenhouden: Sommige woestijnen ontstaan doordat bergen vochtige lucht blokkeren.Te hanteren begrippen
de woestijnvorming
-
Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf(vorm) • helling • vegetatie • bodem • water
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
-
Geven weer hoe een landschap verandert door natuurlijke interactie.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Veranderingen door natuurlijke interactie: • Rivieren slijten het landschap uit • De zee verandert de kust • Gletsjers schuren U-vormige dalen uit • Wind vormt duinen aan de kust • Planten op een helling houden erosie tegen
-
Beargumenteren het belang van het behoud en herstel van natuurlijke landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin • transportinfrastructuur: de straat • landbouw: de boerderij • handel en diensten: de bakker • recreatie en toerisme: de zee
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin, het appartement • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee
Te hanteren begrippen
het huis, de tuin, de straat, het appartement, de weg, de bus, het spoor, de trein, de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel, het zwembad, de zee
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het huis, de tuin, het appartement • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de akker, het gewas • industrie: de fabriek, de werkplaats • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee, het park, de bibliotheekTe hanteren begrippen
de akker, het gewas, de fabriek, de werkplaats, het park, de bibliotheek
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, de stad • transportinfrastructuur: de snelweg • landbouw: de veeteelt • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme
Te hanteren begrippen
het rijhuis, het vrijstaand huis, de snelweg, de veeteelt
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: het appartementsgebouw • transportinfrastructuur: de haven • landbouw: de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme: het sportterrein
Te hanteren begrippen
het appartementsgebouw, de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw, het sportterrein, de haven
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen • transportinfrastructuur: het kanaal • landbouw: de gemengde landbouw • industrie: kranen • handel en diensten: het winkelcentrum • recreatie en toerisme
Te hanteren begrippen
het kanaal, de gemengde landbouw, het winkelcentrum, de landbouw, de industrie, de handel, de dienst, de recreatie, het toerisme, de kraan
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: stedelijk, landelijk • transportinfrastructuur: de luchthaven • landbouw • industrie: hoogspanningslijnen • handel en diensten: het kantoor, de bank • recreatie en toerisme: de entertainmentfaciliteit
Te hanteren begrippen
de luchthaven, het kantoor, de bank, de entertainmentfaciliteit, stedelijk, landelijk
-
Herkennen menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen: de open ruimte, de verstedelijking, de ruimtelijke ordening • transportinfrastructuur • landbouw: de duurzame landbouw, de intensieve landbouw • industrie: olie- en gasinstallaties • handel en diensten: de opslagfaciliteiten voor grondstoffen, materialen en goederen • recreatie en toerismeTe hanteren begrippen
de open ruimte, de verstedelijking, de duurzame landbouw, de intensieve landbouw, de opslagfaciliteit, de ruimtelijke ordening, de grondstoffen, de materialen, de goederen
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: een schematische weergave van menselijke aspecten
-
Determineren een landschap op basis van menselijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Menselijke landschapselementen: • wonen • transportinfrastructuur • landbouw • industrie • handel en diensten • recreatie en toerisme
-
Beschrijven landbouwprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de irrigatie: water als bron, transporteren van water, verdeling van water op de gewassen
Te hanteren begrippen
de irrigatie
-
Beschrijven landbouwprocessen
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de verwerking en distributie van gewassen: oogsten schoonmaken verwerking: snijden en verpakken, drogen, koelen of invriezen opslag: De gewassen worden bewaard in grote magazijnen of koelruimtes voordat ze worden vervoerd. Vervoer: Vrachtwagens, treinen, schepen of zelfs vliegtuigen brengen het voedsel naar fabrieken, winkels en markten. verkoop en distributie: Winkels, supermarkten en marktkramen verkopen het voedsel aan mensen, zodat ze het kunnen kopen en thuis kunnen koken. op het bordTe hanteren begrippen
oogsten, schoonmaken, verwerken, de verwerking, de opslag, het vervoer, de distributie, de verkoop
-
Beschrijven landbouwprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landbouwprocessen: de verwerking en distributie van voedsel: oogsten of slachten: voor plantaardige voeding: Gewassen worden geoogst wanneer ze rijp zijn. voor dierlijke voeding: Dieren worden geslacht in gecontroleerde omstandigheden volgens hygiëne- en welzijnsnormen. schoonmaken: Groenten en fruit worden gewassen en gesorteerd. Vlees wordt na het slachten gereinigd, waarbij organen, botten of huid worden verwijderd afhankelijk van het eindproduct. verwerking: groenten en fruit: Snijden, verpakken, drogen, koelen of invriezen. vlees: snijden verpakken: Vers of vacuümverpakt om houdbaarheid te verlengen. drogen of roken koelen of invriezen: Om bacteriegroei te verminderen en versheid te behouden. opslag: Voedsel wordt bewaard in gecontroleerde magazijnen, koelruimtes of vriezers om bederf te voorkomen en kwaliteit te garanderen. vervoer: Transport vindt plaats per vrachtwagen, trein, schip of vliegtuig, afhankelijk van de afstand en houdbaarheid van het product. verkoop en distributie: Supermarkten, slagerijen en markten verkopen de producten rechtstreeks aan consumenten. Voedselfabrikanten verwerken de producten verder in kant-en- klaarmaaltijden, sauzen of andere voedingsmiddelen. op het bordTe hanteren begrippen
de plantaardige voeding, de dierlijke voeding, de voedselbewaring, de voedselverwerking, de voedseldistributie
-
Geven de distributie via de korte keten weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de korte keten
-
Beschrijven het belang van water als hulpbron in landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Belang van water: water als hulpbron: waterkrachtcentrale, gebruikt waterkracht om elektriciteit te maken: water verzamelen: De centrale staat bij een rivier of een meer. Een dam houdt het water tegen en verzamelt het in een groot reservoir. water laten stromen: Als de centrale energie nodig heeft, wordt het water met grote kracht naar beneden geleid door buizen. turbines draaien: Het stromende water duwt tegen grote schoepen van een turbine. Een turbine lijkt op een soort grote windmolen, maar dan aangedreven door water. Door de kracht van het stromende water begint de turbine te draaien. elektriciteit maken: De draaiende turbine is verbonden met een generator. Een generator werkt als een magische machine die beweging omtovert in elektriciteit. Wanneer de turbine draait, maakt de generator stroom die we kunnen gebruiken. stroom sterker maken: Transformatoren zorgen ervoor dat de stroom sterk genoeg is om ver te reizen. stroom naar huizen en scholen: Via kabels wordt de elektriciteit naar huizen, scholen en fabrieken gestuurd. water komt terug: Het water stroomt weer terug naar de rivier of het meer, zodat we het opnieuw kunnen gebruiken.Te hanteren begrippen
het water, de hulpbron, de dam, het reservoir, de waterkracht
-
Illustreren de menselijke interactie met landschappen en infrastructuur.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interactie: interactie met aandacht voor duurzaamheid: aanleg van golfbreker gebruik van natuurlijke hulpbronnen positieve en negatieve interactie
Te hanteren begrippen
de duurzaamheid, de natuurlijke hulpbron, de golfbreker, de waterhabitat, de vervuiling
Voorbeelden
Positieve interactie: • bosbouw: duurzaam bosbeheer waarbij hout wordt geoogst met behoud van biodiversiteit en herbeplanting • kustbeheer: aanleg van golfbrekers • energie opwekken: gebruik van waterkrachtcentrales en windturbines • recreatie: natuurgebieden afbakenen en onderhouden, waar mensen kunnen in wandelen en dieren observeren Negatieve interactie: • Landbouw en industrie: Vervuiling van waterhabitats • Wonen: versnipperen van open, natuurlijke ruimte -
Illustreren het belang van delfstoffen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: vanuit verschillende perspectieven: • economie • politiek • duurzaamheid
Te hanteren begrippen
de delfstof
Voorbeelden
Delfstoffen: • economie: De winning van delfstoffen creëert veel banen. • politiek: Overheden moeten regels maken over hoe delfstoffen gewonnen worden. • duurzaamheid: We moeten nadenken over hoe we delfstoffen gebruiken en overgaan op duurzamere energiebronnen, zoals zon en wind. -
Geven weer hoe een landschap verandert door menselijke interactie.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verandering door menselijke activiteit: • Mensen veranderen landschappen door bouwen van wegen en huizen. • Mensen leggen perken aan en bouwen speeltuinen.
-
Geven de relatie(s) tussen de functie(s) van een locatie of bepaald gebied en landschapselementen weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Relaties: • In Antwerpen is er veel industrie omdat de producten via de Schelde eenvoudig getransporteerd kunnen worden naar de zee. • Aan de kust komen er veel toeristen omwille van de aanwezigheid van zand en zee. -
Beschrijven het bevolkingsaantal in hun leefwereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsaantal: • de klas • de school • de familie
Te hanteren begrippen
het aantal mensen, veel, weinig
-
Beschrijven bevolkingsaantal en bevolkingsdichtheid in hun leefwereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsaantal en bevolkingsdichtheid: Bevolkingsaantal is hoeveel knuffels er in totaal in de doos zitten. Bevolkingsdichtheid kijkt naar hoeveel knuffels er op een klein stukje van de doos zitten. Als alle knuffels heel dicht op elkaar gepropt zijn, is de bevolkingsdichtheid hoog. Als ze veel ruimte hebben en verspreid liggen, is de dichtheid laag. Beschrijven: • in de klas • in de school • in de buurt • in hun woonbuurt
Te hanteren begrippen
dichtbevolkt, dunbevolkt
-
Herkennen de diversiteit van de bevolking.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Diversiteit: etniciteit: Waar komen mensen vandaan? Mensen hebben verschillende achtergronden en familiegeschiedenissen. Sommige mensen hebben voorouders uit Europa, Afrika, Azië of andere delen van de wereld. religie: Waar geloven mensen in? Mensen hebben verschillende geloven en manieren om hun leven te leiden. leeftijd: jonge en oude mensen
Te hanteren begrippen
de etniciteit, de religie, de leeftijd.
-
Beschrijven factoren die de bevolkingsaantallen beïnvloeden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Factoren: migratie geboortecijfer industrialisatie en verstedelijking
Te hanteren begrippen
de migratie, het geboortecijfer, de industrialisatie, de verstedelijking, de oorzaak, de verklaring, het bevolkingsaantal
-
Geven verklaringen voor veranderende bevolkingsaantallen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
In de klas van Jef zitten er per 1 september 20 leerlingen. Per 2 februari zijn dit er slechts 18, omdat de familie Er verhuisde naar Turkije (migratie).
-
Beschrijven patronen van bevolkingsspreiding.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bevolkingsspreiding: Bevolkingsdichtheid is het aantal mensen dat op een specifieke oppervlakte woont, meestal uitgedrukt in inwoners per vierkante kilometer. Bevolkingsspreiding laat zien waar mensen wonen en waarom ze geneigd zijn zich in bepaalde gebieden te vestigen. Patronen: • steden versus platteland • werkgelegenheid en economie • toegankelijkheid en infrastructuur • woonbeleid, woningbouw • migratie en bevolkingsgroei
Te hanteren begrippen
de bevolkingsdichtheid, het patroon, de bevolkingsspreiding, de bevolkingsgroei
Voorbeelden
Steden versus platteland: In Munte wonen weinig mensen, verspreid over het platteland. In Ledeberg wonen heel veel mensen in rijhuizen en appartementen. Werkgelegenheid en economie: In de buurt van grote bedrijven wonen veel mensen die in het bedrijf werken. Toegankelijkheid en infrastructuur: Op plekken waar vervoer en voorzieningen zoals winkels en scholen goed zijn, wonen veel mensen. Woonbeleid en woningbouw: In sommige gebieden (bv. nationaal park) mag niet meer gebouwd worden en zullen er dus geen nieuwe mensen komen wonen. Migratie en bevolkingsgroei: Mensen verhuizen naar plaatsen waar ze verwachten een betere toekomst voor zichzelf en/of hun gezin uit te kunnen bouwen.
-
Geven verklaringen van hoge of lage bevolkingsdichtheid.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verklaringen: • vanuit verkende patronen • vanuit diversiteit
Voorbeelden
Verklaringen bevolkingsdichtheid: In de voormalige mijnstreken van Limburg leidde de bloeiende economie en werkgelegenheid tot een hogere bevolkingsdichtheid en de bouw van nieuwbouwwijken voor arbeidsmigranten.
-
Illustreren dat welvaart ongelijk verdeeld is.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Niveaus van welvaart (volgens Hans Rosling): niveau 1 - extreme armoede: De mensen hebben geen toegang tot schoon water, elektriciteit of goede gezondheidszorg. Vaak moeten ze lopen om water te halen en koken op open vuur. niveau 2 – basisvoorzieningen: De mensen hebben eenvoudige huizen, kunnen soms een fiets kopen en hebben toegang tot basisgezondheidszorg en onderwijs. niveau 3 - gemiddelde levensstandaard: De mensen hebben een koelkast, een motorfiets en kunnen hun kinderen naar school sturen. Ze hebben betere gezondheidszorg en meer stabiliteit. niveau 4 – welvaart: De mensen hebben auto’s, goede huizen, toegang tot universiteiten en reizen met het vliegtuig. Dit is het niveau waarop de meeste mensen in rijke landen leven.
Te hanteren begrippen
de armoede, de extreme armoede, de basisvoorziening, de levensstandaard, de gemiddelde levensstandaard, de welvaart
Voorbeelden
• Sam zegt dat sommige kinderen in de zomervakantie naar het buitenland of naar pretparken gaan, terwijl andere kinderen thuisblijven omdat hun ouders daar geen geld voor hebben. • Nele zegt dat wij naar de dokter gaan als we ziek zijn maar dat in Peru bijvoorbeeld veel kinderen dat niet kunnen omdat ze de dokter niet kunnen betalen. -
Maken vergelijkingen binnen en tussen landen op basis van aardrijkskundige indicatoren.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aardrijkskundige indicatoren: • oppervlakte • bevolkingsaantal • bevolkingsdichtheid • welvaartsniveau • bevolkingsspreiding
-
Komen op voor een leefbare en solidaire samenleving vanuit hun kennis over bevolkingsdichtheid en welvaartsverschillen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Aardrijkskundige indicatoren
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag • wind • bewolking
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: regen, sneeuw • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
het is koud, het is warm, het vriest, het regent, het sneeuwt, de regen, de sneeuw, er is wind, er zijn wolken, het waait, er is veel/weinig wind, het is bewolkt, de zon schijnt
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: hagel, mist • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
de temperatuur, de neerslag, de wind, de bewolking, de hagel, het hagelt, de mist
-
Beschrijven de relatie tussen bewolking en neerslag.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie bewolking-neerslag: dunne, witte wolken: uitleg: Deze wolken zijn hoog in de lucht en lijken op veertjes. relatie met neerslag: geen regen grote, witte wolken: uitleg: Deze wolken lijken op watjes of bergen. relatie met neerslag: Meestal droog, maar als ze donker worden, kan er regen komen. grijze, dikke wolken: uitleg: Deze wolken bedekken de hele lucht als een grijze deken. relatie met neerslag: vaak lichte regen donkere, hoge wolken: uitleg: Deze wolken zijn groot, donker en kunnen onweer brengen. relatie met neerslag: hevige regen, soms met donder en bliksemTe hanteren begrippen
de witte wolken, de hoge wolken, de grijze wolken, de dikke wolken, de lage wolken, de dunne wolken, de lichte regen, de hevige regen, de bliksem, de donder, het onweer
-
Analyseren weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: bewolking
-
Geven dagelijks weersverschijnselen weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur: koud en warm • neerslag: sneeuw, hagel, mist, regen • wind • bewolking Weergeven: door middel van symbolen registratie in weerkalender vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een week.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een week en een maand.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: een seizoen Interpreteren: • observatie van neerslag, wind • meten van bewolking, temperatuur • registratie (temperatuur in lijngrafiek) • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking, temperatuur, neerslag, wind • registratie (temperatuur in lijngrafiek en neerslag in staafdiagram) • vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking temperatuur, neerslag, wind, luchtdruk • registreren in weerkalender • vergelijking met klimatogram
-
Beschrijven luchtdruk in relatie tot het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luchtdruk: hoge luchtdruk (H): Wat gebeurt er? De lucht daalt naar beneden. gevolg: Het weer is meestal droog en zonnig. ezelsbruggetje: H van helder weer lage luchtdruk (L) Wat gebeurt er? De lucht stijgt omhoog. gevolg: Er ontstaan wolken en regen. ezelsbruggetje: L van lelijk weer (regenachtig)
Te hanteren begrippen
de luchtdruk, de hoge luchtdruk, de lage luchtdruk
-
Illustreren hoe reliëf en seizoensgebonden oceaantemperaturen het weer beïnvloeden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de oceaantemperatuur, de landmassa
Voorbeelden
Het weer beïnvloeden: • bergen (reliëf): Bergen “duwen” lucht omhoog, zoals bv. de Alpen in Oostenrijk. De lucht koelt af waardoor er regen of sneeuw ontstaat. Achter de berg is het vaak droger. • warme of koude zeeën (seizoensgebonden oceaantemperaturen): Boven een warme zee stijgt warme, vochtige lucht op, waardoor de kans op regen groter wordt. Boven een koude zee ontstaat koude lucht, wat zorgt voor droger en kouder weer. • landmassa (grote stukken land): Land warmt sneller op dan zee. In de zomer (in België): warme lucht stijgt boven land → lage luchtdruk → wolken en regen In de winter (in België): land koelt snel af → koude lucht daalt → hoge luchtdruk → droog en koud weer • luchtdruk: Lage luchtdruk = stijgende lucht → vaak regen of storm Hoge luchtdruk = dalende lucht → vaak droog en zonnig weer -
Tonen hun kennis over het weer in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Als het koud is, doet Jeppe zijn jas aan tijdens de speeltijd. • Nils vertrekt op zeeklassen. Hij vertelt aan zijn mama dat het daar in de winter warmer is dan in Brussel. -
Herkennen een weerpatroon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerpatroon: weersverschijnselen: temperatuur, neerslag, wind, bewolking een terugkerende weeromstandigheid in een bepaald gebied over een bepaalde periode
Te hanteren begrippen
het weerpatroon
-
Vergelijken weerpatronen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van weersverschijnselen registratie gedurende minstens twee verschillende perioden (in verschillende seizoenen)
Voorbeelden
Weerpatronen: • In de winter zijn de temperaturen lager dan in de zomer. • De windrichting is niet elke dag hetzelfde.
-
Illustreren het verschil tussen weer en klimaat.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het verschil: Weer is de toestand van de atmosfeer op een specifieke plaats en moment. Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode, meestal 30 jaar, in een bepaald gebied.
Te hanteren begrippen
het weer, het klimaat
-
Beschrijven klimaatkenmerken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatkenmerken: (gemiddelde) temperatuur: koud, gematigd, warm (gemiddelde) neerslag: nat, droog
Te hanteren begrippen
de droogte, de regenval, de warmte, de koude
Voorbeelden
Hannes vertelt dat we in België een gematigd nat klimaat hebben.
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de hittegolf: Een periode van meerdere dagen met heel warm weer. Het is vaak droog en zonnig, en het kan moeilijk zijn om af te koelen. • de waterbom: Een plotselinge, heel hevige regenbui op één plaats. Er valt in korte tijd heel veel water, wat kan zorgen voor overstromingen.Te hanteren begrippen
de hittegolf, de waterbom
-
Vergelijken de verzamelde weersverschijnselen met de kenmerken van het klimaat in België.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van het klimaat: zachte winters en relatief koele zomers (dankzij de nabijheid van de zee), de neerslag is gelijkmatig verspreid over het ganse jaar, wisselvallig weer, het is vaak bewolkt
-
Illustreren de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatzones: De aarde is verdeeld in verschillende klimaatzones met vergelijkbare klimaatkenmerken. tropisch klimaat: Het is altijd warm en er valt veel regen. Je vindt dit klimaat in landen rond de evenaar. polair klimaat: Het is er heel koud, bijna het hele jaar door. Er groeien bijna geen planten. Dit klimaat komt voor rond de Noordpool en Zuidpool. gematigd klimaat: Hier zijn de vier seizoenen goed te merken: lente, zomer, herfst en winter. Het is meestal niet te warm en niet te koud. België heeft een gematigd zeeklimaat.
Te hanteren begrippen
de klimaatzone, het tropisch klimaat, het polair klimaat, het gematigd klimaat
-
Vergelijken het klimaat in verschillende gebieden van de wereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van een wereldkaart met gemiddelde jaartemperatuur en totale jaarneerslag
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de orkaan: Een enorme storm met harde wind en veel regen, die ontstaat boven warme zeeën. Orkanen kunnen veel schade veroorzaken. De term ‘orkaan’ wordt gebruikt voor de Atlantische Oceaan en het oostelijke deel van de Grote Oceaan. • de tyfoon: De naam voor een orkaan in het westelijke deel van de Grote Oceaan, vooral rond landen zoals de Filipijnen, Japan en China. • de sneeuwstorm: Een hevige storm met veel sneeuw en wind. Het zicht is slecht en het wordt erg koud.Te hanteren begrippen
de orkaan, de tyfoon, de sneeuwstorm
-
Illustreren klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: • temperatuursverandering op aarde • neerslagverandering op aarde • frequentere extreme weersverschijnselen
-
Geven acties om klimaatverandering tegen te gaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
-
Illustreren de klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: Veranderingen in het klimaat zijn niet nieuw. Er zijn altijd al periodes van afkoeling en opwarming geweest die gevolgen hadden voor het leven op aarde. Sinds de industriële revolutie (rond 1850) is de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak met 1,1 à 1,3°C gestegen. Het verschil met vorige klimaatveranderingen is dat deze klimaatverandering sneller gaat dan de voorgaande, de verandering mondiaal is en niet regionaal. De invloed van de mens was nog nooit zo groot door het verbruik van fossiele brandstoffen (uitstoot broeikasgas CO₂), consumeren van (veel) vlees en melk (uitstoot broeikasgas methaan door veeteelt) en het kappen van regenwouden (verdwijnen van de ‘groene longen’ van onze aarde). Door menselijke activiteiten verandert dus de samenstelling van de atmosfeer. De concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt hoger en versterkt daarmee het broeikaseffect, waardoor de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de aarde stijgt.
Te hanteren begrippen
de klimaatverandering, de opwarming van de aarde, de fossiele brandstof, consumeren, de ontbossing, het broeikasgas, het broeikaseffect
-
Illustreren de gevolgen van de huidige klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gevolgen klimaatverandering: Het versneld smelten van gletsjers en poolijs zorgt voor een stijging van de zeespiegel. Door de opwarming van de aarde zet zeewater uit, wat ook leidt tot een stijging van de zeespiegel. Er komen vaker extreme weersomstandigheden voor, zoals hevige (hagel)buien, onweer, hittegolven, droogtes en soms krachtigere of langere orkaanseizoenen. Er ontstaan grotere verschillen tussen droge periodes en periodes met veel neerslag. Klimaat- en landschapszones verschuiven. Al deze gevolgen dragen andere gevolgen met zich mee: overstromingen, klimaatvluchtelingen, veranderingen in landbouw, verspreiding van ziekten en insecten
Voorbeelden
Verschuiving klimaat- en landschapszones: • Gebieden die nu al vrij droog zijn, verwoestijnen. • In koude gebieden verdwijnt sneeuw en ijs sneller, waardoor de toendra verandert en sommige planten en dieren verdwijnen. • Sommige boeren in het zuiden van Frankrijk schakelen over van wijnteelt naar olijventeelt (beter tegen hitte en droogte bestand). In België komen er jaarlijks wijntelers bij. -
Geven weer hoe we de klimaatverandering duurzaam kunnen aanpakken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duurzame aanpak: nationale en internationale samenwerking energietransitie: van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen energiebesparing klimaatadaptatie natuurherstel en -bescherming
-
Herkennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: Tropisch klimaat: gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Hier staat de zon het hele jaar hoog aan de hemel. Kenmerken: warm, vaak vochtig, met kleine temperatuurverschillen gedurende het jaar Gematigd klimaat: gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. De zon staat hier lager aan de hemel dan in de tropen en er zijn duidelijke seizoenen. Kenmerken: milde tot koude winters, warme tot zachte zomers, neerslag verspreid over het jaar. Polair klimaat: gebied binnen de poolcirkels. De zon komt in de winter soms helemaal niet op (poolnacht) en gaat in de zomer niet onder (middernachtzon). Kenmerken: zeer koud, weinig neerslag, vaak sneeuw of ijs
Voorbeelden
Tropisch klimaat: regenwouden in het Amazonegebied, Congo, Zuidoost-Azië Gematigd klimaat: België (gematigd zeeklimaat), Nederland, Verenigde Staten, delen van China Polair klimaat: Antarctica, Noordpoolgebied, delen van Siberië en Groenland
-
Beschrijven het concept vegetatietype in relatie tot klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een vegetatietype: Een indeling van natuurlijke plantengroei op basis van de soorten planten die er voorkomen, hun structuur en hoe ze aangepast zijn aan hun omgeving. Relatie: Klimaat bepaalt welke planten kunnen groeien. Vegetatie weerspiegelt het klimaat van een gebied. Veranderingen in klimaat kunnen leiden tot verschuivingen in vegetatietypes.
Te hanteren begrippen
het vegetatietype, de toendra, het tropisch regenwoud, de savanne, het loofbos, het gemengd bos, het mos, het korstmos
-
Tonen hun kennis over het klimaat en klimaatverandering in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Leo ontwerpt en presenteert een model van een duurzame stad waarin de zon en de wind worden gebruikt om energie op te wekken. Hij legt uit hoe deze technologieën van zonne- en windenergie bijdragen aan het verminderen van broeikasgassen en klimaatverandering. • Ellen maakt grafieken en tabellen waarin ze het energieverbruik van fossiele brandstoffen vergelijkt met dat van hernieuwbare energiebronnen. Ze berekent hoeveel CO₂-uitstoot bespaard kan worden door zonnepanelen of windmolens te gebruiken. Tijdens de presentatie legt ze uit hoe deze reductie helpt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. -
Herkennen de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Illustreren dat de zon overdag voor licht zorgt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de dag, de nacht, licht, donker, de zon
-
Illustreren de beweging van de aarde rond haar as.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De beweging: de richting: in tegenwijzerzin (van west naar oost, gezien vanaf de noordpool) Illustreren: door gebruik van een globe (wereldbol)
Te hanteren begrippen
de aarde, de wereldbol, de aarde draait
-
Herkennen de zon, de maan en de sterren.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: De zon is rond en geeft licht en warmte. De sterren zien we als lichtjes aan de hemel. De maan zien we niet altijd in dezelfde vorm. De zon en maan zien we niet altijd op dezelfde plaats.
Te hanteren begrippen
de ster, de maan
-
Herkennen het ritme van seizoenen in hun directe omgeving.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de herfst verzamelt Georges kleurrijke blaadjes uit de schooltuin. • De kerselaar staat volop in bloei. “Dat komt omdat het lente is”, meent Jetje.
-
Bepalen welke dagelijkse gebeurtenissen bij dag en welke bij nacht horen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Beschrijven kenmerken van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van seizoenen: de lente: De dagen worden langer. Het wordt warmer. Bomen en bloemen beginnen te groeien. Veel dieren krijgen jongen. de zomer: De dagen zijn het langst. Het is vaak warm of heet. Veel mensen gaan vaak op vakantie. Planten groeien snel. de herfst: De dagen worden korter. Het wordt kouder. Bladeren vallen van de bomen. Er is vaak wind en regen. de winter: De dagen zijn het kortst. Het is vaak koud, soms is er sneeuw of ijs. Veel bomen zijn kaal. Sommige dieren houden een winterslaap.Te hanteren begrippen
de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen
-
Beschrijven hoe dag en nacht ontstaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontstaan dag en nacht: Een dag duurt 24u omdat de aarde in 24u rond haar as draait. Ritme van dag en nacht: De kant van de aarde die naar de zon is gekeerd ontvangt het licht, daar is het dus dag. De andere kant ontvangt geen licht, daar is het nacht.
-
Herkennen het ritme van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ritme van seizoenen: De aarde draait om de zon. Daardoor verandert het weer in de loop van het jaar. Dat noemen we seizoenen. Elk (meteorologisch) seizoen begint op een vaste datum. Na drie maanden begint het volgende seizoen weer. Lente: begint op 21 maart Zomer: begint op 21 juni Herfst: begint 21 september Winter: begint op 21 december
Te hanteren begrippen
De lente: begint op 21 maart, de zomer: begint op 21 juni, de herfst: begint op 21 september, de winter: begint op 21 december
-
Beschrijven de omwenteling van de aarde rond de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omwenteling: De aarde draait in ongeveer 365 dagen (een jaar) rond de zon.
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindeling: Van een dag: De aarde draait in één dag rond haar as van west naar oost (gezien vanaf de noordpool), waardoor we de zon zien opgaan in het oosten en ondergaan in het westen) Van een jaar: De beweging van de aarde rond de zon duurt een jaar.
-
Herkennen de tijdzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdzones: De aarde is verdeeld in 24 tijdzones (stroken op de globe waar het overal hetzelfde tijdstip is). In elke tijdzone is het 1 uur vroeger of later dan in de volgende. Hoe westelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe vroeger het wordt. Hoe oostelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe later het wordt.
Te hanteren begrippen
de tijdzone, de nulmeridiaan
Voorbeelden
Tijdzones: • Als het in de winter in België 12 uur 's middags is, is het in Japan al avond, namelijk het is er 20.00 uur. • Mia gaat naar New York. Als het bij ons 12.00 uur is, dan is het in New York nog maar 06.00 uur. -
Vergelijken de tijdzones van verschillende landen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Duiden de seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De seizoenen: Worden bepaald door de baan die de aarde volgt rond de zon (in 1 jaar tijd) en de schuine stand van de as van de aarde. Als de noordelijke helft van de aarde (het noordelijk halfrond) meer naar de zon helt, ontvangt die helft meer zonlicht en is het bij ons warmer (vanaf de lente tot en met de zomer). Vanaf de herfst tot en met de winter helt het noordelijk halfrond weg van de zon en ontvangt zo minder zonlicht en is het bij ons kouder.
-
Duiden een schrikkeljaar.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een schrikkeljaar: Om de vier jaar wordt er één dag toegevoegd omdat de aarde iets meer dan 365 dagen nodig heeft om rond de zon te draaien.
Te hanteren begrippen
het schrikkeljaar
-
Beschrijven de omwenteling van de maan rond de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De omwenteling: De maan heeft ongeveer een maand nodig om één keer rond de aarde te draaien. De maan draait om de aarde en doordat we de maan steeds vanuit een andere hoek zien, lijken haar vormen te veranderen, dit noemen we de maanfases: soms zien we de hele maan (volle maan) en soms helemaal niet (nieuwe maan).
Te hanteren begrippen
de omwenteling, de volle maan, de nieuwe maan
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde en maan verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindelingen: • De aarde draait om haar as in 24 uren van west naar oost, gezien vanaf de noordpool (tegenwijzerzin): een dag. • De maan draait rond de aarde in 27,3 dagen. • De aarde draait in tegenwijzerzin rond de zon in 365 dagen en 6 uur: een jaar. • De schuine stand van de aarde in combinatie met de omwenteling om de zon veroorzaakt de seizoenen. -
Beschrijven maanfasen en eclipsen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maanfasen: • 4 maanfasen: nieuwe maan (je ziet de maan bijna niet), eerste kwartier (je ziet de “rechterhelft” van de verlichte kant), volle maan (je ziet de hele verlichte maan), laatste kwartier (je ziet de “linkerhelft” van de verlichte kant) Ontstaan: De maan draait rond de aarde, de zon verlicht altijd één kant van de maan, afhankelijk van waar de maan staat ten opzichte van de aarde en de zon zien we een ander stukje van het verlichte deel. Duur: De volledige maancyclus duurt ongeveer 29,5 dagen, elke fase duurt ongeveer een week. Eclipsen: • Maansverduistering/maaneclips: Als de aarde tussen de zon en de maan staat, de aarde blokkeert het zonlicht, waardoor de maan donker wordt of roodachtig kleurt. Je ziet dit alleen als het volle maan is. Zonsverduistering/zoneclips: Als de maan tussen de zon en de aarde staat, de maan blokkeert het zonlicht, waardoor het donkerder wordt overdag. Je ziet dit alleen als het nieuwe maan is.Te hanteren begrippen
de maanfase, de nieuwe maan, het eerste kwartier, de volle maan, het laatste kwartier, de maancyclus, de zonsverduistering, de maansverduistering
-
Duiden de getijden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getijden: • De zwaartekracht van de maan trekt aan het water op aarde. Daardoor stijgt en daalt het water aan de kust, wat we de getijden noemen, met eb en vloed. • springtij: Bij volle maan en nieuwe maan staan de zon, de aarde en de maan ongeveer op één lijn. Hierdoor versterken de zwaartekracht van de maan en de zon elkaar, wat leidt tot springtij.Te hanteren begrippen
eb, vloed, laagwater, hoogwater, de getijden, het springtij
-
Geven invloeden van maanstanden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloeden: • Getijden (eb en vloed) worden beïnvloed door de maanstand. • Andere invloeden
Voorbeelden
Andere invloeden: • Dieren en planten reageren soms op het licht van de maan. • Tijd en kalenders in sommige culturen zijn gebaseerd op de maan. • Sommige mensen geloven dat de maan invloed heeft op slaap of gedrag, maar dat is niet wetenschappelijk bewezen. -
Beschrijven een ster.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een ster: Is een grote, hete bol van gas die licht en warmte uitstraalt. Onze zon is een ster. ’s Nachts zie je veel sterren aan de hemel.
-
Beschrijven het zonnestelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zonnestelsel: De zon: als middelpunt van het zonnestelsel, een ster die licht en warmte afgeeft De planeten: die rond de zon draaien Andere hemellichamen die rond de zon draaien (kometen, asteroïden)
Te hanteren begrippen
het zonnestelsel, de komeet, de asteroïde
-
Beschrijven de planeten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De planeten: De 8 planeten in ons zonnestelsel draaien om de zon. Elke planeet is anders. Sommige zijn klein en rotsachtig (zoals Aarde en Mars), andere zijn groot en gasachtig (zoals Jupiter en Saturnus). De aarde is de enige planeet waar er leven is.
Te hanteren begrippen
de planeet, Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
-
Beschrijven het planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het planetenstelsel: Een planetenstelsel is een groep planeten die rond een ster draaien. Ons zonnestelsel is dus één voorbeeld van een planetenstelsel. In het heelal zijn er miljarden andere sterren en veel daarvan hebben ook hun eigen planetenstelsel.
Te hanteren begrippen
de ster, het planetenstelsel, het zonnestelsel
-
Geven de relatie tussen ster, zonnestelsel, planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De relatie: • Een ster is een lichtgevende gasbol. Er zijn miljarden sterren in het heelal. • Een planetenstelsel is een ster met planeten eromheen. Veel sterren hebben een planetenstelsel. • Het zonnestelsel is ons eigen planetenstelsel, met de zon in het midden.Te hanteren begrippen
het planetenstelsel, het zonnestelsel, het heelal
-
Tonen hun kennis over kosmografie in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Laya koppelt het trekgedrag van vogels aan de kennis van de seizoenen. • Tijdens een kringgesprek over de dagelijkse routine gebruikt Linus de zon om zijn dag te beschrijven: "Als de zon opkomt, sta ik op. Als de zon ondergaat, ga ik slapen."