Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

998 doelen — de eerste 500 worden getoond

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕

  1. WI.001 Begrijpen K1 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 4

    Te hanteren begrippen

    één, twee, drie, vier
  2. WI.002 Begrijpen K2 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    • de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 6
    • de rangtelwoorden: eerste, tweede, laatste

    Te hanteren begrippen

    één, twee, drie, vier, vijf, zes, eerste, tweede, laatste
  3. WI.003 Gebruiken K2 KO 2.1.1; KO 2.1.4; KO 2.1.8

    Tellen synchroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 1 tot en met 6
  4. WI.004 Begrijpen K3 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    • de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 20
    • de rangtelwoorden tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de hoofdtelwoorden van 0 tot en met 20, de rangtelwoorden tot en met 10
  5. WI.005 Gebruiken K3 KO 2.1.10

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 10
  6. WI.006 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20
  7. WI.007 Gebruiken K3 KO 2.1.1; KO 2.1.4; KO 2.1.8

    Tellen synchroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20
  8. WI.008 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.1; KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Tellen resultatief.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20 met nulbegrip

    Te hanteren begrippen

    hoeveel, geen enkel, niets, nul
  9. WI.009 Begrijpen L2 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 100
  10. WI.010 Gebruiken L2 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 100
  11. WI.011 Gebruiken L3 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 1 000
  12. WI.012 Gebruiken L4 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000
  13. WI.013 Gebruiken L5 GO!-doel

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 100 000
  14. WI.014 Gebruiken L6 GO!-doel

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000 000
  15. WI.015 Engageren K3 L1 L2 GO!-doel

    Zetten de meest geschikte telstrategie in.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

  16. WI.016 Begrijpen K1 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 3
  17. WI.017 Begrijpen K2 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 4
  18. WI.018 Gebruiken K2 KO 2.4.18

    Classificeren volgens één kwantitatief kenmerk.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    1 tot en met 4

    Voorbeelden

    Emma deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met één, twee, drie of vier
    wielen.
  19. WI.019 Gebruiken K2 KO 2.1.8

    Vormen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    1 tot en met 4
    Vormen:
    met materiaal

    Voorbeelden

    Saar vormt het cijfer 3 met plasticine.
  20. WI.020 Gebruiken K2 KO 2.1.12

    Lezen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    1 tot en met 4
  21. WI.021 Gebruiken K3 KO 2.4.17; KO 2.4.18

    Classificeren volgens twee kwantitatieve kenmerken.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    1 tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    en, of, niet

    Voorbeelden

    Daan deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met een, twee, drie, vier, zes of
    acht wielen en met twee of vier deuren.
  22. WI.022 Begrijpen K3 L1 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 5
  23. WI.023 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.5; KO 2.1.6

    Bepalen een hoeveelheid ondanks het uiterlijk, de plaatsing, de telvolgorde van de telvoorwerpen (conservatiebegrip).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een hoeveelheid:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Conservatiebegrip:
    • 3 is ***, maar ook **
    *
  24. WI.024 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8

    Vormen getalnotaties*.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    0 tot en met 10

    Voorbeelden

    • Tis zit in de derde kleuterklas en vormt het cijfer 8 in het zand op de lichtbak.
    • Vardan zit in het eerste leerjaar en schrijft het cijfer 8.
    
    *In KO met materiaal (niet schriftelijk).
  25. WI.025 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8; KO 2.1.12

    Lezen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lezen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10
  26. WI.026 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8; KO 2.1.12

    Zetten een (on)gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoorden naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    0 tot en met 10

    Voorbeelden

    Hoeveelheid, getalnotatie, telwoord:
    • ** - 3 - drie
        *
  27. WI.027 Begrijpen K3 L1 KO 2.1.8

    Ordenen een ongestructureerde hoeveelheid naar een vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
  28. WI.028 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8

    Tellen verkort via doortellen vanaf de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    5 tot en met 10
  29. WI.029 Begrijpen K3 KO 2.1.8

    Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
  30. WI.030 Begrijpen L1 KO 2.1.8

    Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
    
    Herkennen:
    • binnen de 3 seconden
  31. WI.031 Begrijpen L1 KO 2.1.8; L4 2.1.6

    Beschrijven getalbeelden vanuit de vijfstructuur en de tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbeelden:
    1 tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de eenheid (E), het tiental (T)

    Voorbeelden

    • Avery kijkt naar een rekenrek met vijf rode en twee witte kralen. Hij zegt: "Dat is 7,
        want ik zie 5 en nog 2."
    • Saartje wijst naar een dobbelsteenpatroon met 8 stippen en zegt: "Dat is 2 minder
        dan 10."
  32. WI.032 Gebruiken L1 KO 2.1.8

    Wisselen groepjes van vijf eenheden in voor een vijftal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inwisselen:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Sophie en Geert wisselen vijf muntstukken in voor een biljet van 5 euro.
  33. WI.033 Begrijpen L1 KO 2.1.9

    Herkennen gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (conceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Conceptueel subiteren:
    • ***** * / ***** ** Waar zie je 7 sterren?
  34. WI.034 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    5 tot en met 20
  35. WI.035 Begrijpen L1 L4 2.1.3

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    Tot en met 20
    
    Ordenen:
    • Groepjes van tien en losse eenheden
    • Groepje van tien eenheden als 1 tiental
  36. WI.036 Gebruiken L1 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 20
  37. WI.037 Begrijpen L1 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 20
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T

    Te hanteren begrippen

    het cijfer, het getal
  38. WI.038 Gebruiken L1 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getalen:
    0 tot en met 20

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    14 = 1T en 4E = 14E
  39. WI.039 Gebruiken L1 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 20

    Voorbeelden

    • Milan legt eerst een staaf van 10 blokjes neer en pakt er dan 3 losse blokjes bij. Hij
        zegt: "10 en 3 vormen samen 13.
    • Emma telt op haar vingers: “5 vingers en nog eens 3 vingers erbij, dat vormt samen
        8.”
  40. WI.040 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 20

    Voorbeelden

    Sam vult 18 aan met 2 om zo 20 te krijgen.
  41. WI.041 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    5 tot en met 100
  42. WI.042 Begrijpen L2 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 100
    Ordenen:
    • groepjes van tien en losse eenheden
    • groepje van tien eenheden als 1 tiental
    • 1 groepje van tien tientallen als 1 honderdtal

    Te hanteren begrippen

    het honderdtal (H), hoofdtelwoorden tot en met 100
  43. WI.043 Gebruiken L2 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 100
  44. WI.044 Begrijpen L2 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H
  45. WI.045 Gebruiken L2 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    34 = 34 E = 3T en 4E
  46. WI.046 Gebruiken L2 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur, de vijfstructuur en de vijftigstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100
  47. WI.047 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Voorbeelden

    Yara vult 28 aan met 2 om zo 30 te bekomen.
  48. WI.048 Begrijpen L3 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 1 000
    
    Ordenen:
    • groepjes van tien tientallen, losse tientallen en losse eenheden
    • groepje van tien tientallen als 1 honderdtal
    • 1 groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal

    Te hanteren begrippen

    het duizendtal (D), hoofdtelwoorden tot en met 1 000
  49. WI.049 Gebruiken L3 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 1 000
  50. WI.050 Begrijpen L3 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D
  51. WI.051 Gebruiken L3 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    120 = 1H en 2T = 12 T = 120 E
  52. WI.052 Gebruiken L3 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de vijfhonderd-, honderd-, vijftig-, tien- en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 1 000
  53. WI.053 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental of honderdtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    Tot en met 1 000

    Voorbeelden

    • Sem vult 288 aan met 2 om zo 290 te bekomen.
    • Dani vult 280 aan met 20 om zo 300 te bekomen.
  54. WI.054 Begrijpen L4 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 10 000
    
    Ordenen:
    • groepjes van tien duizendtallen, tien honderdtallen, losse honderdtallen, losse
        tientallen en losse eenheden
    • groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal
    • 1 groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtal

    Te hanteren begrippen

    het tienduizendtal (TD), hoofdtelwoorden tot en met 10 000
  55. WI.055 Gebruiken L4 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 10 000
  56. WI.056 Begrijpen L4 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD
  57. WI.057 Gebruiken L4 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1 200 = 1D en 2H = 12H = 120T = 1200E
  58. WI.058 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Noor wil 2 340 delen door 3. Ze zegt: "Ik maak er eerst 2 100 en 240 van, want dat is
    eenvoudiger om de deling uit te voeren.”
  59. WI.059 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental, honderdtal of duizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
  60. WI.060 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Schatten aantallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aantallen:
    tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Zeinab kijkt naar de refter en zegt: "Er staan ongeveer 10 tafels en aan elke tafel passen
    zo'n 6 kinderen. Dus ik denk dat er ongeveer 60 kinderen kunnen eten."
  61. WI.061 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.6

    Schatten grootteordes in.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grootteordes:
    tot en met 100 000 (L5); tot en met 10 000 000 000 (L6)
    in betekenisvolle contexten

    Voorbeelden

    Lars zegt: "België had in 2025 ongeveer 11 miljoen inwoners. China veel meer,
    ongeveer 1,4 miljard.”
  62. WI.062 Begrijpen L5 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    Tot en met 100 000
    
    Ordenen:
    • groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtal
    • 1 groepje van tien tienduizendtallen als 1 honderdduizendtal

    Te hanteren begrippen

    het honderdduizendtal (HD), hoofdtelwoorden tot en met 100 000
  63. WI.063 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 100 000
  64. WI.064 Begrijpen L5 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD
  65. WI.065 Gebruiken L5 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    12 000 = 1TD en 2D = 12D = 120H = 1 200T = 12 000E
  66. WI.066 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100 000

    Voorbeelden

    Leandro moet 96 000 delen door 8. Hij zegt: "Ik splits 96 000 in 80 000 en 16 000 om de
    deling makkelijker te kunnen uitvoeren.”
  67. WI.067 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen duizendtal of tienduizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100 000
  68. WI.068 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 10 000 000
    
    Ordenen:
    • groepje van tien honderdduizendtallen als 1 miljoen

    Te hanteren begrippen

    het miljoental (M), het tien miljoental (TM)
  69. WI.069 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 10 000 000
  70. WI.070 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD, M, TM
  71. WI.071 Gebruiken L6 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1 230 400 = 1M en 2HD en 3TD en 4H = 12HD en 30D en 4H = ...
  72. WI.072 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 000

    Voorbeelden

    Amina wil 720 000 delen door 6. Ze zegt: "Ik splits het op in 600 000 en 120 000, want
    dat is makkelijker om de deling uit te voeren.”
  73. WI.073 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 000
  74. WI.074 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD, M, TM, HM, Md
  75. WI.075 Gebruiken L6 L6 2.1.2; L6 2.1.6

    Schrijven natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Schrijven:
    • miljoen en miljard als eenheid

    Voorbeelden

    • Lotte schrijft: "In 2023 telde China 1 412 164 992 inwoners."
    • Omar schrijft: "YouTube had in 2025 meer dan 2,7 miljard actieve gebruikers."
  76. WI.076 Gebruiken L6 L6 2.1.2; L6 2.1.6

    Lezen natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Lezen:
    • miljoen en miljard als eenheid

    Voorbeelden

    • Noah leest in een krant: "In 2025 had India 1 463 865 525 inwoners." Hij zegt: "Dat
        is één miljard vierhonderddrieënzestig miljoen achthonderdvijfenzestigduizend
        vijfhonderdvijfentwintig mensen."
    • Lina leest op het bord: "De wereldbevolking was in 2025 ongeveer 8,2 miljard." Ze
        zegt: "Dat is acht komma twee miljard mensen."
  77. WI.077 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van hoeveelheidsbegrip in verschillende contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jonas telt het aantal boeken in de boekenkast per tien.
    • Noor hoort op het nieuws dat er 5 000 mensen op een festival waren en zegt: "Dat
        zijn heel veel mensen samen, veel meer dan op onze school."
  78. WI.078 Gebruiken K1 KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 3
  79. WI.079 Gebruiken K2 KO 2.1.4; KO 2.1.6; KO 2.1.7

    Passen de één-éénrelatie toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Één-éénrelatie:
    tot en met 4
    
    Toepassen:
    • met aandacht voor conservatiebegrip

    Te hanteren begrippen

    (is) meer dan, (is) minder dan, (is) (niet) evenveel als

    Voorbeelden

    • Emma zet 3 bekers en 2 glazen op tafel: "Er zijn meer bekers op de tafel dan
        glazen.”
    • Finn wijst naar een rijtje van 4 koekjes en 4 appels. Hij zegt: "Ook al liggen de
        appels verder uit elkaar, het zijn er toch evenveel als de koekjes."
  80. WI.080 Gebruiken K2 KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 4

    Te hanteren begrippen

    meest(e), minst(e)
  81. WI.081 Gebruiken K3 KO 2.1.4; KO 2.1.6; KO 2.1.7

    Passen de één-éénrelatie toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Één-éénrelatie:
    tot en met 10
    
    Toepassen:
    • met aandacht voor conservatiebegrip

    Voorbeelden

    Milan zet 8 stoelen op een rij en zet op elke stoel een knuffel. Hij zegt: "Er zijn evenveel
    knuffels als stoelen."
  82. WI.082 Gebruiken K3 KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    (te) veel/(te) weinig, geen enkel, niets, hoeveel meer, hoeveel minder, een(tje) meer,
    een(tje) minder, gelijk, niet gelijk
  83. WI.083 Gebruiken K3 KO 2.1.3; KO 2.1.8

    Seriëren oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    hoeveelheden en getalnotaties tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    vorige/volgende, juist (er)voor/ juist (er)na, middelste, tussen, van minder naar meer,
    van weinig naar veel
  84. WI.084 Gebruiken K3 KO 2.1.11

    Vormen de getallenrij.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenrij:
    1 tot en met 10
  85. WI.085 Gebruiken K3 KO 2.1.11

    Geven een ontbrekend natuurlijk getal in de getallenrij.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenrij:
    1 tot en met 10
  86. WI.086 Gebruiken K3 KO 2.1.7; KO 2.1.10

    Geven het vorige en volgende getal bij een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    één meer, één minder, juist ervoor, juist erna
  87. WI.087 Gebruiken L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Vergelijken hoeveelheden door ze in eenzelfde structuur te leggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠,

    Te hanteren begrippen

    meer dan, minder dan, (niet) evenveel als, groter dan (>), kleiner dan (<), is gelijk aan
    (=), is niet gelijk aan (≠)
  88. WI.088 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Seriëren oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    0 tot en met 10
  89. WI.089 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 10
  90. WI.090 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 10
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  91. WI.091 Gebruiken L1 KO 2.1.10; L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10
  92. WI.092 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10
    
    Geven:
    • met sprongen van 1 en 2
  93. WI.093 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10
    
    Geven:
    • met sprongen van 1 en 2
  94. WI.094 Begrijpen L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 20
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  95. WI.095 Gebruiken L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 20

    Te hanteren begrippen

    de getallenas
  96. WI.096 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 20
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  97. WI.097 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 20
  98. WI.098 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 20
    
    Geven:
    • met sprongen van 2 en 5
  99. WI.099 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 20
    
    Geven:
    • met sprongen van 2 en 5
  100. WI.100 Begrijpen L2 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    tot en met 100
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  101. WI.101 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 100
  102. WI.102 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  103. WI.103 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal of tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
  104. WI.104 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100
    
    Geven:
    met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)

    Voorbeelden

    Arne maakt een aflopend patroon van 90 tot 60 met sprongen van 10: "90, 80, 70, 60."
  105. WI.105 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100
    
    Geven:
    met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)
  106. WI.106 Begrijpen L2 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    (on)even
  107. WI.107 Begrijpen L2 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  108. WI.108 Begrijpen L3 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    0 tot en met 1 000
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  109. WI.109 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  110. WI.110 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental of honderdtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
  111. WI.111 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 1 000
    
    Geven:
    met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100

    Voorbeelden

    Leen maakt een oplopend patroon van 750 tot 830 met sprongen van 20: “750, 770,
    790, 810, 830”.
  112. WI.112 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot met 1 000
    
    Geven:
    met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100
  113. WI.113 Begrijpen L3 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot 1 000
  114. WI.114 Begrijpen L3 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  115. WI.115 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  116. WI.116 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental, honderdtal of duizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
  117. WI.117 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000

    Voorbeelden

    Lori geeft een aflopend patroon van 9 500 tot 8 750 met sprongen van 250:
    “9 500, 9 250, 9 000, 8 750”.
  118. WI.118 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000
  119. WI.119 Begrijpen L4 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
  120. WI.120 Begrijpen L4 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Te hanteren begrippen

    groter dan of gelijk aan (≥), kleiner dan of gelijk aan (≤), de getallenas
  121. WI.121 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, honderdtal, duizendtal of tienduizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
  122. WI.122 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100 000
    
    Geven:
    met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
  123. WI.123 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100 000
    Geven:
    met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
  124. WI.124 Begrijpen L5 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
  125. WI.125 Begrijpen L5 L6 2.1.6

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
    
    Ordenen:
    in betekenisvolle contexten
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  126. WI.126 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, duizendtal, tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
  127. WI.127 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Geven:
    met sprongen van 50 000, 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
  128. WI.128 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
  129. WI.129 Begrijpen L6 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
  130. WI.130 Begrijpen L6 L6 2.1.6

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Ordenen:
    in betekenisvolle contexten
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  131. WI.131 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van ordinatie in verschillende contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Wout wil de bevolkingsaantallen van de landen van de Europese Unie kunnen
        vergelijken. Hij zoekt de juiste cijfers op en plaats de landen in een rangorde van
        weinig bevolking naar veel.
    • Bram plaatst de 10 nummers die uitgeloot werden in de tombola van klein naar
        groot.
  132. WI.132 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.1.6; L4 2.1.7; L6 2.1.6

    Herkennen de afrondingsregels.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afrondingsregels:
    bij natuurlijke getallen

    Te hanteren begrippen

    afronden naar boven, afronden naar beneden
  133. WI.133 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 100
  134. WI.134 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen honderdtal of tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 1 000
  135. WI.135 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen duizendtal, honderdtal of tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 10 000
  136. WI.136 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen tienduizendtal, duizendtal of honderdtal
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 100 000
  137. WI.137 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen miljardtal, miljoental, honderdduizendtal of tienduizendtal
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 10 000 000 000
  138. WI.138 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 2.1.7; L6 2.1.6

    Zetten het afronden in bij schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    met natuurlijke getallen
    
    Wiskundige notatie:
    ≈
  139. WI.139 Gebruiken L4 L5 L4 2.1.7

    Geven alle delers van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100
  140. WI.140 Gebruiken L4 L5 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Geven de twaalf eerste veelvouden van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getallen:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    het veelvoud
  141. WI.141 Begrijpen L4 L4 2.1.5; L4 2.1.6

    Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
    Kenmerken van deelbaarheid
    • Een getal is deelbaar door 2 als het even is.
    • Een getal is deelbaar door 5 als het eindigt op 0 of 5.
    • Een getal is deelbaar door 10 als het eindigt op 0.
    • Een getal is deelbaar door 100 als het eindigt op 00.
    • Een getal is deelbaar door 1 000 als het eindigt op 000.

    Te hanteren begrippen

    de deler, deelbaar
  142. WI.142 Gebruiken L4 L4 2.1.5

    Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000 toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
  143. WI.143 Begrijpen L5 GO!-doel

    Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 3, 4, 9, 25 en 50.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 en met eindnullen
    
    Kenmerken van deelbaarheid:
    • Een getal is deelbaar door 3 als de som van de cijfers deelbaar is door 3.
    • Een getal is deelbaar door 4 als de laatste twee cijfers samen een getal vormen dat
        deelbaar is door 4.
    • Een getal is deelbaar door 9 als de som van de cijfers deelbaar is door 9.
    • Een getal is deelbaar door 25 als het eindigt op 00, 25, 50 of 75.
    • Een getal is deelbaar door 50 als het eindigt op 00 of 50.
  144. WI.144 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 3, 4, 5, 9, 10, 25, 50 en 100 toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 en met eindnullen
  145. WI.145 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.5

    Geven de grootste gemeenschappelijke deler (GGD) van twee natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)
  146. WI.146 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.5

    Geven het kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van twee natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    het kleinste gemeenschappelijk veelvoud (KGV)
  147. WI.147 Engageren L4 L5 L6 L4 2.1.5; L4 2.1.7; L6 2.1.5

    Tonen hun kennis van delers en veelvouden in verschillende contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In een zelfgemaakt spel zegt Fien: “Iedere keer als je op een vakje landt dat een
        veelvoud van 4 is, moet je een opdracht doen.”
    • Om te weten per hoeveel Eli 36 drankjes in dozen kan verpakken zoekt hij de
        delers van 36: (1), 2, 3, 4, 6, 9, 12 en 18 (en 36).
  148. WI.148 Begrijpen K1 K2 K3 KO 2.1.2

    Herkennen de betekenis en het nut van natuurlijke getallen in reële contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betekenis:
    • een getal als aantal
    • een getal als rangorde

    Voorbeelden

    Aantal:
    Jana vraagt hoeveel stoelen er rond de tafel staan. Ze telt ze en zegt: “Er zijn er 6!”
    Rangorde:
    Zeyneb zegt: “Straks is ’t aan mij, ik sta als tweede in de rij.”
  149. WI.149 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.1.4

    Verwoorden de betekenis en het nut van getallen in reële contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

  150. WI.150 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.1.4; L4 2.1.6

    Gebruiken een getal als hoeveelheid, rangorde, maatgetal of code.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de hoeveelheid, het aantal, de rangorde, het maatgetal, de code
  151. WI.151 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Herkennen negatieve getallen in herkenbare contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    0 tot -10
    
    Wiskundige notatie:
    -

    Te hanteren begrippen

    het positief getal, het negatief getal, het minteken (-)

    Voorbeelden

    • Sam kijkt naar het weerbericht en zegt: "In Juneau (Alaska) is het momenteel -10°C.
        Dat is een negatief getal, want het heeft een minteken vooraan."
    • Lotte staat in de lift van een parkeergarage en zegt: "Onze auto staat op verdieping
        -3. Dat is lager dan 0, dus een negatief getal."
  152. WI.152 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Interpreteren negatieve getallen in herkenbare contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    0 tot -10
  153. WI.153 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -10 tot 30
    
    Ordenen:
    zonder getallenas

    Voorbeelden

    Vorige week vroor het enkele dagen. Casper ordent de dagtemperaturen van de
    voorbije week van warm naar koud.
  154. WI.154 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.8

    Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -10 tot 30
  155. WI.155 Gebruiken L4 L4 2.1.10

    Tellen terug vanaf 0 met eenheden tot en met -10.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

  156. WI.156 Begrijpen L5 L4 2.1.8; L6 2.1.8

    Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
  157. WI.157 Gebruiken L5 L6 2.1.8

    Tellen verder met eenheden vanaf een willekeurig getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Tellen:
    aan de hand van een getallenas
  158. WI.158 Gebruiken L5 L6 2.1.8

    Plaatsen gehele getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Plaatsen:
    • een ontbrekend getal
    • een willekeurig getal
    • het vorig en volgend getal bij een willekeurig getal
  159. WI.159 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.8

    Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas

    Voorbeelden

    Mila ordent temperaturen om te weten welke stad een temperatuur heeft het dichtst
    bij het vriespunt. Reykjavik: -12 °C, Amsterdam: 8 °C, Oslo: -4 °C, Madrid: 21 °C,
    Warschau: -1 °C. Door te ordenen vindt ze de oplossing: Warschau.
  160. WI.160 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.9

    Bepalen de afstand tussen twee gehele getallen met behulp van een schematische voorstelling.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30

    Voorbeelden

    Jasper gaat in een flatgebouw van verdieping 4 naar verdieping -2, hij daalt dus 6
    verdiepingen.
  161. WI.161 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Verdelen een geheel op verschillende manieren in vier gelijke delen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdelen:
    dezelfde vorm en oppervlakte of verschillende vorm en dezelfde oppervlakte

    Te hanteren begrippen

    het (on)gelijke deel, het geheel, de (ver)deling
  162. WI.162 Begrijpen L3 L4 2.1.16

    Verwoorden de samenhang tussen helft, kwart en dubbel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De samenhang:
    • twee helften/vier kwarten vormen samen het geheel
    • een kwart is de helft van de helft
    • de helft is het dubbel van een kwart

    Te hanteren begrippen

    het kwart, de helft, het dubbel
  163. WI.163 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17

    Bepalen het verband tussen geheel, deel en breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het verband:
    met behulp van een schematische voorstelling
    • bij een gegeven geheel en deel, de breuk vinden
    • bij een gegeven geheel en breuk, het deel zoeken
    • bij een gegeven deel en breuk, het geheel zoeken
  164. WI.164 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Herkennen een stambreuk als één gelijk deel van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    het gelijke deel
  165. WI.165 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Lezen een stambreuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  166. WI.166 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een stambreuk (noemer ≤ 20) van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nemen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de breuk, de stambreuk, het breukdeel, de teller, de noemer, breukstreep (÷, /), een
    derde, een vijfde, een zesde

    Voorbeelden

    1
    • Jolien kleurt van de tekening in het groen.
                3
                  1
    • Baziel neemt van de taart.
                  4
  167. WI.167 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een breukdeel relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lieve eet de helft van taart A, Bas de helft van taart B, ook al eten ze allebei een halve
    taart (relatief), toch hangt de hoeveelheid af van de grootte van de taart (absoluut).
  168. WI.168 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van de breukdelen relatief is tot het aantal breukdelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In hoe meer stukken Jowan de reep chocolade verdeelt, hoe kleiner de stukken zijn.
  169. WI.169 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken stambreuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠
  170. WI.170 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Seriëren stambreuken oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    Wiskundige notatie
    ÷
  171. WI.171 Begrijpen L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Herkennen een echte breuk als één of meer gelijke delen van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de echte breuk
  172. WI.172 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.18

    Lezen een echte breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  173. WI.173 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)

    Voorbeelden

    3
    Jonathan kleurt van de tekening in het geel.
                5
              2
    Bavo neemt van een cake.
              6
  174. WI.174 Gebruiken L4 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)
    • is een aantal
    • is een getal

    Voorbeelden

    Aantal:
                  3
    Jonathan omcirkelt van 20 getekende boeken. En dus omcirkelt hij 12 delen.
                  5
    Getal:
              2
    Bavo neemt van 12 appels. Hij neemt dus 4 appels.
              6
  175. WI.175 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Drukken een6 geheel uit als een breuk of als 1.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

  176. WI.176 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Vergelijking:
        2 2
    • <
        5 3
        3 6
    • <
        10 10
  177. WI.177 Begrijpen L3 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Ordenen:
        2 2 2
    • < <
        4 3 2
        1 2 3
    • < <
        10 10 10
  178. WI.178 Begrijpen L3 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20

    Te hanteren begrippen

    de (on)gelijknamig(e) breuk
  179. WI.179 Gebruiken L3 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Plaatsen gelijknamige breuken ≤ 1 op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
    ≤ 1
  180. WI.180 Begrijpen L4 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardige breuk

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 5
    • =
        20 100
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  181. WI.181 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuk:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 25
    • =
        2 50
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  182. WI.182 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L6 2.1.18

    Vergelijken gerelateerde breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gerelateerde breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
    door de breuken gelijknamig te maken
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    4 7
    Thomas vraagt zich af: " Is groter, kleiner of gelijk aan ?”
                        5 10
            4 7
    Hij zegt: " en zijn gerelateerde breuken want de noemers zijn veelvouden van elkaar.
            5 10
    Ik maak de breuken gelijknamig op noemer 10 door bij de eerste breuk teller en noemer
                            4 8 8 7 4 7
    met 2 te vermenigvuldigen, dus = en is groter dan dus > ”
                            5 10 10 10 5 10
  183. WI.183 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    6 3 6
    Anaël wil graag weten: “Is groter, kleiner of gelijk aan ?” Ze zegt: “ is iets meer dan
                        9 8 9
            3 6 3
    de helft en is iets minder dan de helft dus > "
            8 9 8
  184. WI.184 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  185. WI.185 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Geven breuken weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Weergeven:
    • met een schematische voorstelling
                    9
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    81
  186. WI.186 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Lezen breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Lezen:
    • met schuine (4/48) breukstreep
                    4
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    48
  187. WI.187 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        2 4 6
    • = =
        9 18 27
  188. WI.188 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Zetten echte breuken om naar gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    met willekeurige noemers
    
    Omzetten:
    via de kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van beide noemers (noemer ≤ 100)
    
    Voorbeeld:
                      5 3
    Loena wil de breuken en gelijknamig maken.
                    12 8
    Ze zegt: "Ik zoek het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 12 en 8. Dat is 24.
              5 4 3 9
    Dan maak ik = en = . Nu hebben ze dezelfde noemer en zijn ze gelijknamig."
              12 24 8 24
  189. WI.189 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Vereenvoudigen een breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een breuk:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    teller en noemer delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    9
    Yasmine zegt: "Ik wil vereenvoudigen. De grootste gemeenschappelijke deler van 9 en
                    12
                                    9 3
    12 is 3. Ik deel teller en noemer door 3. Dus = . Ik heb de breuk vereenvoudigd."
                                    12 4
  190. WI.190 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    met en zonder getallenas
  191. WI.191 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  192. WI.192 Begrijpen L4 L5 L6 2.1.11

    Herkennen een oneigenlijke breuk als een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    9 6 3
      , ,
    3 6 1
                                                                9
    • De leraar vraagt om de oneigenlijke breuken te omcirkelen. Noor omcirkelt: " want
                                                                3
        deze breuk is gelijk aan 3."
                    6
    • Omar omcirkelt en zegt: "Deze breuk is gelijk aan 1.”
                    6
                3
    • Ava zegt: " is gelijk aan 3.”
                1
  193. WI.193 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Wisselen gelijke delen van een onechte breuk in voor één of meer gehelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tibo zegt: "Ik heb 9 gelijke delen van een pizza. Met 4 delen kan ik 1 pizza vormen. Als ik
                          9 1
    alle delen samenleg bekom ik pizza of 2 pizza’s en deel.”
                          4 4
  194. WI.194 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Zetten een onechte breuk en een gemengd getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door ze te benoemen in termen van gehelen en breukdelen (noemer ≤ 20)

    Te hanteren begrippen

    het gemengd getal, de onechte breuk
  195. WI.195 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Plaatsen onechte breuken met dezelfde noemer en gemengde getallen met dezelfde noemer op een getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
  196. WI.196 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen onechte breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  197. WI.197 Gebruiken L4 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Geven gemengde getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

  198. WI.198 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een tiende van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 10
  199. WI.199 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groepje van tien tienden in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  200. WI.200 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Wiskundige notatie:
    .,. t

    Te hanteren begrippen

    het decimaal getal, de komma, … komma …, de eenheid (E), het tiende (t)

    Voorbeelden

    Omzetting:
                      2
    2 delen van het geheel = = 2 tienden = 0,2.
                      10
  201. WI.201 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                    2
    Één geheel (tien tienden) en 2 delen = 1 + = 1E 2t = 1,2.
                                    10
  202. WI.202 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een tiende
  203. WI.203 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één cijfer na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden en tienden splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1,2 = 1E en 2t = 12t = 1 geheel en 2 tienden.
  204. WI.204 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een honderdste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 100
  205. WI.205 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groep van honderd honderdsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  206. WI.206 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Te hanteren begrippen

    het honderdste (h)
  207. WI.207 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                            12
    Één geheel (honderd honderdsten) en 12 delen = 1 + = 1E 12h = 1,12.
                                            100
  208. WI.208 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een honderdste
  209. WI.209 Begrijpen L4 L5 L4 2.1.14

    Verwoorden dat de waarde van een decimaal getal niet verandert als er een nul achteraan toegevoegd wordt.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lotte zegt: "1,4 is hetzelfde als 1,40. De nul achteraan verandert niets aan de waarde."
    Jules vult aan: "Net zoals 0,7 en 0,70 evenveel zijn."
  210. WI.210 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één en twee cijfers na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden en honderdsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,12 = 1E en 12h = 1E, 1t en 2h = 112h = 1 geheel en 12 honderdsten = 11 tienden
        en 2 honderdsten.
    • 1,2 = 1E en 2t = 12t = 1,20 = 1E en 20h = 1 geheel en 2 tienden = 1 geheel en 20
        honderdsten = 120h.
  211. WI.211 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Geven een duizendste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 1 000
  212. WI.212 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Wisselen een groepje van duizend duizendsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  213. WI.213 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Te hanteren begrippen

    het duizendste (d)
  214. WI.214 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                                202
    • Één geheel (duizend duizendsten) en 202 delen = 1 + = 1E 202d = 1,202.
                                              1 000
  215. WI.215 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een duizendste
  216. WI.216 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Interpreteren een decimaal getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Decimaal getal:
    met één, twee en drie cijfers na de komma
    
    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden, honderdsten en duizendsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,234 = 1E en 234 d = 1E 23h en 4d = 1E 2t 3h en 4d = 1 geheel en 234 duizendsten
        = 1 234 d = …
    • 1,45 = 1E en 45h = 1E, 4t en 5h = 1,450 = 1E en 450d = 1 geheel en 450 duizendsten
        = 1E en 450d = 1450d = 14t en 5h = 14t en 50d = …
  217. WI.217 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1
    • 0; 0,1 en ;0,2 en ;0,5 en ;1
              10 5 2
                1 1 1 3
    • 0; 0,01 en ;0,25 en ;0,50 en ;0,75 en ; 1
                100 4 2 4
  218. WI.218 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1; 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  219. WI.219 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1, 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  220. WI.220 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een honderdste
  221. WI.221 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een honderdste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  222. WI.222 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een honderdste
  223. WI.223 Begrijpen L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een honderdste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  224. WI.224 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  225. WI.225 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  226. WI.226 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een duizendste
  227. WI.227 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            2 3 4 1 2 1 3
    • 0,4 en ;0,6 en ;0,8 en ;1,2 en 1 en ;1,4 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,6 en 1 en ;1,8
            5 5 5 5 5 2 5
              4
        en 1 en
              5
    • 1 1 3
        1,25 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,75 en 1 en
                4 2 4
  228. WI.228 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referen4tiepunten voo2r decimale get4allen (≤ 1) en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 3 1 5 3 7
    0; 0,125 en ;0,250 en ;0,375 en ;0,5 en ;0,625 en ;0,750 en ;0,875 en ; 1
            8 4 8 2 8 4 8
  229. WI.229 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een duizendste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  230. WI.230 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een duizendste
  231. WI.231 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een duizendste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  232. WI.232 Gebruiken L4 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een tiende naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 24,8 afronden naar 25.
    • 23,23 afronden naar 23.
    Afronden tot op een tiende:
    • 3,46 afronden naar 3,5.
    • 7,34 afronden naar 7,3.
  233. WI.233 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een honderdste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 54,17 afronden naar 54.
    • 24,98 afronden naar 25.
    Afronden tot op een honderdste:
    • 5,678 afronden naar 5,68.
    • 19,323 afronden naar 19,32
  234. WI.234 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    tot op een duizendste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 6,423 afronden naar 6,425
    • 19,997 afronden naar 20,000
  235. WI.235 Engageren L4 L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met decimale getallen
    
    Wiskundige notatie:
    ≈

    Voorbeelden

    • Linda ziet op het tankstation dat de benzine €1,837 per liter kost en zegt: "Ik reken
        met €1,85, dus voor 20 liter is dat ongeveer €37."
    • Yassin staat in de bioscoop en zegt: "De tickets kosten €8,75 per persoon. We zijn
        met 3, dus ongeveer 3 x €9 ≈ €27."
  236. WI.236 Begrijpen L5 L6 2.1.13; L6 2.1.17

    Herkennen dat een procent hetzelfde is als een honderdste.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    met een schematische voorstelling en in de vorm van een breuk met noemer 100
    
    Wiskundige notatie:
    %

    Te hanteren begrippen

    het procent (%)
  237. WI.237 Begrijpen L5 L6 2.1.14

    Drukken een percentage uit in eenheden, tienden en honderdsten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  238. WI.238 Begrijpen L5 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een percentage relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Ahmir zegt: "In het vijfde leerjaar zitten 20 leerlingen en 50% daarvan zijn meisjes. In het
    zesde leerjaar zitten 26 leerlingen, 50% daarvan zijn meisjes. Dat is hetzelfde percentage
    (50%) maar kan toch meer of minder betekenen. Want in het vijfde leerjaar zitten 10
    meisjes en in het zesde 13.”
  239. WI.239 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Breuk:
    met noemer honderd
  240. WI.240 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Procent:
    ≤ 100
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                      12
    12% = 1t en 2h = 12h = = 0,12
                      100
  241. WI.241 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een breuk om naar een procent en omgekeerd.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
  242. WI.242 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Zetten een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Decimaal getal
    tot op een duizendste
  243. WI.243 Gebruiken L6 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een procent:
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                                112 12
    112% = 1E en 12h = 1E en 1t en 2h = = 1,12 = 1 geheel en 12 honderdsten = 1 en
                                100 100
  244. WI.244 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 1 1 2 1 3 3
    0%, 1% en ; 10% en ; 20% en ; 25% en ; 40% en ;50% en ;60% en ;75% en
            100 10 5 4 5 2 5 4
          4
    ;80% en ; 100% en 1
          5
  245. WI.245 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Plaatsen 5procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  246. WI.246 Begrijpen L5 L6 2.1.18

    Ordenen procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  247. WI.247 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven procenten die tussen nul en één liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

  248. WI.248 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  249. WI.249 Gebruiken L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1 3
    120% en 1 en ; 125% en 1 en ; 150% en 1 en ;175% en 1 en ; 200% en 2
              5 4 2 4
  250. WI.250 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  251. WI.251 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  252. WI.252 Begrijpen L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  253. WI.253 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Geven rationale getallen die tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rationale getallen:
    breuken, decimale getallen en procenten
  254. WI.254 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Ronden een procent af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • naar boven of beneden
    • volgens de gewenste nauwkeurigheid

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 41% afronden naar 40%
    • 63% afronden naar 65%
  255. WI.255 Engageren L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met procenten
    
    Wiskundige notatie
    .
    ≈

    Voorbeelden

    Sofia bedenkt: "57% van de Belgische bevolking leeft in Vlaanderen. In België wonen
    ongeveer 12 miljoen mensen. In Vlaanderen wonen dus iets meer dan de helft (50 %)
    Belgen en dus iets meer dan 6 miljoen mensen.”
  256. WI.256 Begrijpen L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • de relatie tussen grootheden (. per .)
    • de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • een breuk

    Te hanteren begrippen

    . op ., . per . , . staat tot .

    Voorbeelden

    De relatie tussen een deel en het geheel:
    Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier.”
    De relatie tussen grootheden:
    Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water
    nodig.”
    De relatie tussen twee delen:
    Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode
    kralen. 4 staat tot 5.”
  257. WI.257 Gebruiken L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
  258. WI.258 Begrijpen L5 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • een percentage
    • een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Te hanteren begrippen

    de verhouding, het procent
  259. WI.259 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
    • als een percentage
    • als een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Voorbeelden

    • Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier. Ik kan dit
                3
        schrijven als ”
                5
    • Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje
        water nodig. Ik kan dit schrijven als 3 : 1”
    • Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5
        rode kralen. 4 staat tot 5. Ik kan dit schrijven als 4 : 5”
    • Myraim zegt: Een enuête bij 2 500 Vlamingen toont dat 1 750 mensen dagelijks
        internet gebruiken. Voor gans Vlaanderen kunnen we dus zeggen dat 7 op 10 van de
        Vlamingen dagelijks internet gebruikt. Ik kan dit schrijven als 70%”
  260. WI.260 Begrijpen L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  261. WI.261 Gebruiken L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  262. WI.262 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Zetten een gegeven verhouding om naar een gelijkwaardige verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door beide termen te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    • Mira zegt: "Het menu voor één persoon is twee eitjes en vier sneetjes brood. Voor 4
        personen vermenigvuldig ik beide getallen met factor 4. Dan heb ik 8 eitjes en 16
        sneetjes nodig.”
    • Noor rekent: "1 glas limonade maak ik met 1 deel siroop en 5 delen water. Voor 3
        glazen neem ik 3 delen siroop en 15 delen water."
  263. WI.263 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Geven bij twee gelijkwaardige verhoudingen (twee termen) de ontbrekende term.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In Sophia haar klas zijn drie op vijf kinderen meisjes. Er zitten 12 meisjes in de klas.
    Hoeveel jongens zitten er in de klas van Sophia? Sophia rekent uit: “Drie breukdelen op
    vijf staan voor 12 meisjes. Het aantal jongens staat voor 2 breukdelen op vijf. 3 op 5 =
    12, 1 op 5 = 4 en 2 op 5 = 8, dus er zijn 8 jongens in de klas.”
  264. WI.264 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Vereenvoudigen een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vereenvoudigen:
    door de termen te delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Voorbeelden

    • Pauline zegt: “In onze klas zitten 12 meisjes en 16 jongens. Dat is een verhouding
        van 12 op 16. Ik kan dit vereenvoudigen door beide termen te delen door GGD 4 en
        dus is de verhouding 3 meisjes op 4 jongens.”
  265. WI.265 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen, verdelen en samenvoegen)

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, samenvoegen, samen(tellen)
  266. WI.266 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Veranderen een hoeveelheid met één.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheid:
    1 t.e.m. 10
    
    Veranderen:
    • 1 erbij
    • 1 eraf

    Te hanteren begrippen

    één meer, één minder, bijdoen, erbij, vermeerderen, hoeveel samen, wegnemen,
    verminderen, eraf, hoeveel over
  267. WI.267 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen en verdelen)

    Te hanteren begrippen

    het deel, het geheel, de helft
  268. WI.268 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Verdelen een geheel in drie delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
  269. WI.269 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Voegen twee of drie delen samen tot een geheel.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    het dubbel
  270. WI.270 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Vullen het ontbrekende deel van een getalfamilie aan.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de getalfamilie

    Voorbeelden

    Imane zegt: "5 bestaat uit 3 en ? ... Dat is 2.”
  271. WI.271 Begrijpen K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verwoorden rekenhandelingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Te hanteren begrippen

    bijdoen, weg(nemen), erbij, eraf, samen(tellen), samenvoegen, meer, minder

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Beni heeft 5 knikkers en wint er 2, hoeveel heeft hij er nu?
    Combinatie:
    Beni heeft 5 knikkers en Isabel heeft er 2, hoeveel hebben ze er samen?
    Vergelijking:
    Beni heeft 5 knikkers en Filip heeft er 2, hoeveel heeft Filip er minder?
  272. WI.272 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Voeren rekenhandelingen uit.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Ik heb 5 knikkers en ik win er 2, hoeveel heb ik nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel samen?
    Vergelijking:
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel heb jij er minder?
  273. WI.273 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de optelling als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling:
    som ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    +

    Te hanteren begrippen

    de term, de som, optellen, bijdoen, erbij, samenvoegen, meer, plus

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij krijgt er 3 bij. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 2 rode kleurpotloden en 6 blauwe kleurpotloden. Hoeveel kleurpotloden
    heeft ze samen?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 2 boeken. Sara heeft er 3 meer dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  274. WI.274 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Tellen op door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10

    Voorbeelden

    Alexis weet dat 5 en 3 acht is omdat 5 en 3 behoren tot de getalfamilie 8.
  275. WI.275 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Lossen een puntoefening op door de parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    som ≤ 10
  276. WI.276 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de aftrekking als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    -

    Te hanteren begrippen

    het verschil, aftrekken, weg(nemen), eraf, minder, min

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij eet er 3 op. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 9 kleurpotloden. 6 zijn blauwe kleurpotloden, de rest zijn rode
    kleurpotloden. Hoeveel rode kleurpotloden heeft ze?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 8 boeken. Sara heeft er 3 minder dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  277. WI.277 Begrijpen L1 L4 2.2.1

    Verwoorden de aftrekking als het aanvullen van de tweede term om het verschil te vinden (indirect optellen).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
  278. WI.278 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Trekken af door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10

    Voorbeelden

    Hozeer weet dat 7 – 4 = 3 omdat 4 en 3 samen tot de getalfamilie 7 behoren.
  279. WI.279 Begrijpen L1 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de aftrekking de omgekeerde bewerking van de optelling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  280. WI.280 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven de vier familieopgaven bij een getalfamilie.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    aftrektal of som ≤ 10

    Voorbeelden

    Ina werkt met de getalfamilie (5; 2, 3) en geeft de vier familieopgaven:
    "2 + 3 = 5, 5 – 3 = 2, 3 + 2 = 5, 5 – 2 = 3.”
  281. WI.281 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven van een willekeurig getal alle mogelijke getalfamilies.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilies:
    ≤ 10
    
    Geven:
    Door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken
  282. WI.282 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    zonder overbrugging
  283. WI.283 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 20
    zonder overbrugging
  284. WI.284 Gebruiken L1 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    zonder overbrugging
  285. WI.285 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    met overbrugging
  286. WI.286 Gebruiken L1 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    12 – 7 = 12 – 2 – 5
        /\
      2 5
        = 10 – 5
        = 5
    Splitsen van het aftrektal:
    12 – 7 = 10 – 7 + 2
    /\
    10 2
        = 3 + 2
        = 5
    
    * De school kiest één van beide procedures.
  287. WI.287 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  288. WI.288 Gebruiken L2 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door de parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    Som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    met overbrugging
  289. WI.289 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  290. WI.290 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  291. WI.291 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  292. WI.292 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  293. WI.293 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  294. WI.294 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
              /\
              2 6
          = 42 – 2 – 6
            = 40 – 6
            = 34
    Splitsen van het aftrektal:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
            /\
            40 2
          = 40 – 8 + 2
          = 32 + 2
          = 34
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  295. WI.295 Gebruiken L2 L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    Aanvullen tot
  296. WI.296 Gebruiken L3 L4 2.2.22; L4 2.2.10

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    33 + 18 = (33 + 20) - 2
          = 53 – 2
          = 51
    Dus 33 + 18 = 51
  297. WI.297 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    42 – 18 =(42 – 20) + 2
          = 22 + 2
          = 24
    Dus 42 – 18 = 24
  298. WI.298 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  299. WI.299 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  300. WI.300 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
  301. WI.301 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op naar analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen:
    60 + 90 = 150 want 6T + 9T = 15T = 150
    400 + 300 = 700 want 4H + 3H = 7H = 700
  302. WI.302 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    165 + 297 = 165 + (300 – 3)
            = (165 + 300) – 3
            = 465 – 3
            = 462
  303. WI.303 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    120 - 70 = 50 want 12T – 7T = 5T = 50
    900 - 300 = 600 want 9H – 3H = 6H = 600
  304. WI.304 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  305. WI.305 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen
  306. WI.306 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  307. WI.307 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    160 + 589 = 160 + (600 – 11)
              = (160 + 600) - 11
              = 220 - 11
              = 209
  308. WI.308 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    613 - 235 = (613 – 300) + 65
            = 313 + 65
            = 378
    Aftrekken door aanvullen:
    613 – 235 = 65 + 300 + 13
            = 378
  309. WI.309 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat de som van twee getallen niet verandert als we bij één term een getal optellen en dit getal van de andere term aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  310. WI.310 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Tellen op via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen via direct compenseren:
    567 + 265 = (567 + 33) + (265 – 33)
            = 600 + 232
            = 832
  311. WI.311 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat het verschil van twee getallen niet verandert als we bij beide termen hetzelfde getal optellen of aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  312. WI.312 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Trekken af via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    613 – 235 = (613 – 13) – (235 – 13)
            = 600 -222
            = 378
  313. WI.313 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = (1 600 + 600) - 20
              = 2 200 - 20
              = 2 180
    Optellen door direct compenseren:
    1637 + 3 587= (1637 + 63) + (3 587 –63)
              = 1700 + 3 524
    = 5 224
  314. WI.314 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20
            = 3 200 + 20
            = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  315. WI.315 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  316. WI.316 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  317. WI.317 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + 600 – 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  318. WI.318 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 – 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
  319. WI.319 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100 000 (L5); som ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + (600 -20)
              = (1600 + 600) - 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  320. WI.320 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100 000 (L5); aftrektal ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  321. WI.321 Begrijpen L1 L2 L3 L4 2.2.8

    Duiden of er bij een bewerking moet worden ingewisseld.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    optellen, aftrekken, de optelling, de aftrekking, de som, de term, het verschil, het
    aftrektal, de aftrekker, inwisselen
  322. WI.322 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de verwisseleigenschap (commutativiteit).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat hierdoor de som
    verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    2 + 35 = 35 + 2
        = 37
    18 + 13 + 2 = 18 + 2 + 13
            = 20 + 13
            = 33
  323. WI.323 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8

    Gebruiken de nul-eigenschap (neutraal element) bij een optelling.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Neutraal element:
    Als je bij een getal 0 optelt, is de som gelijk aan het oorspronkelijke getal.

    Voorbeelden

    Neutraal element:
    1 236 + 0 = 1 236
  324. WI.324 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de associatieve eigenschap.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Associativiteit:
    Je mag bij een optelling met meer dan 2 termen kiezen welke termen je eerst optelt,
    zonder dat de som wijzigt.
    
    Wiskundige notatie:
    ()

    Te hanteren begrippen

    schakelen, het haakje, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Associativiteit:
    (27 + 19) + 31 = 27 + (19 + 31)
              = 27 + 50
              = 77
  325. WI.325 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.7; L6 2.2.3

    Berekenen eerst de deelopgave tussen haakjes.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

  326. WI.326 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij optellen en aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

  327. WI.327 Gebruiken K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.2

    Nemen een hoeveelheid een aantal keer.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    keer nemen, het dubbel
  328. WI.328 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel keer ze gelijke groepjes hebben.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    verdelen, (gelijke) groepjes maken, evenveel, de helft

    Voorbeelden

    Er zijn 6 knikkers. In elk zakje gaan 2 knikkers.
    Ibrahim maakt groepjes van telkens 2 knikkers en telt hoeveel groepjes hij kan maken:
    “2 knikkers in het eerste zakje, 2 in het tweede zakje, 2 in het derde zakje. Ik heb 3
    groepjes van 2. Dus 6 knikkers kan ik verdelen in 3 groepjes van 2.”
  329. WI.329 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel elk groepje krijgt bij een gelijke verdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    eerlijk verdelen

    Voorbeelden

    Jasper zegt: “Ik heb 8 knikkers en verdeel ze over 2 vrienden. Elke vriend krijgt 4
    knikkers.”
  330. WI.330 Gebruiken L2 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling
    
    Wiskundige notatie:
    x

    Te hanteren begrippen

    maal, keer
  331. WI.331 Gebruiken L2 L4 2.2.3; L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltal:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
    
    Wiskundige notatie:
    :

    Te hanteren begrippen

    gedeeld door
  332. WI.332 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als keerhandeling en als rooster.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Keerhandeling (groepjesmodel):
    Ik neem 6 zakjes met in elk zakje 3 stickers. Hoeveel stickers heb ik? Dus 6 x 3 = 18
    Rooster (rechthoekmodel):
    Een moestuin heeft 4 rijen met 9 planten in elke rij. Hoeveel planten zijn er? Dus 4 x 9 =
    36
  333. WI.333 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de vermenigvuldiging de omgekeerde bewerking van de deling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  334. WI.334 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.12

    Verwoorden dat een opgaande deling geen rest heeft en een niet-opgaande wel.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

  335. WI.335 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.10

    Verwoorden dat bij een verhoudingsdeling de deler het aantal per groep en het quotiënt het aantal groepjes aangeeft.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    delen, de deler, het deeltal, het quotiënt

    Voorbeelden

    Verhoudingsdeling:
    Fien heeft 24 speelkaarten. Elke deelnemer krijgt 4 kaarten. Hoeveel deelnemers
    kunnen er dan maximaal deelnemen?
  336. WI.336 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 100
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling

    Te hanteren begrippen

    vermenigvuldigen, de factor, de vermenigvuldiger, het vermenigvuldigtal, het product
  337. WI.337 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verhoudingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking

    Te hanteren begrippen

    de rest, de (niet-) opgaande deling
  338. WI.338 Begrijpen L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4

    Verwoorden dat bij de verdelingsdeling dat de deler het aantal groepjes is en het quotiënt het aantal per groep.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verdelingsdeling (met link naar verhoudingsdeling):
    Fien verdeelt 24 speelkaarten eerlijk onder 6 leerlingen en kijkt hoeveel ieder er krijgt
    (=4). (Ze kan ook tellen hoe vaak ze 4 speelkaarten kan uitdelen (=6))
  339. WI.339 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verdelingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verdelingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
  340. WI.340 Begrijpen L4 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als vergelijking en combinatie.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vergelijking:
    • Ruben heeft 3 keer zoveel stripboeken als Ercan. Ercan heeft er 18. Hoeveel
        stripboeken heeft Ruben?
    Combinatie:
    • Je hebt 4 soorten soep en 5 verschillende broodjes, hoeveel verschillende
        maaltijden kun je samenstellen?
  341. WI.341 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  342. WI.342 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  343. WI.343 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  344. WI.344 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  345. WI.345 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  346. WI.346 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  347. WI.347 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maal- en deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via parate kennis van de rekenfeiten
    • inclusief verwisseleigenschap
  348. WI.348 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Lossen maaltafels op met steunpunten en strategieën.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Strategieën:
    • één keer meer/minder
    • twee keer meer/minder
    • verdubbelen/halveren
  349. WI.349 Gebruiken L3 L4 2.2.9

    Lossen de maaltafels op door gebruik te maken van de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Inverse relatie:
    3 x 7 = 21 7 x 3 = 21
    21 ÷ 7 = 3 21 ÷ 3 =
  350. WI.350 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.17

    Lossen alle maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    door elkaar
    via parate kennis van de rekenfeiten (maal- en deeltafels 1, 2, ..., 10)
    inclusief verwisseleigenschap
  351. WI.351 Gebruiken L3 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • E x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 12 = (3 x 10) + (3 x 2)
        = 30 + 6
        = 36
  352. WI.352 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • E x HTE

    Te hanteren begrippen

    Splitsen, verdelen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 224 = (3 x 200) + (3 x 20) + (3 x 4)
          = 600 + 60 + 12
          = 672
  353. WI.353 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • zonder rest
    • met rest
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E

    Voorbeelden

    Delen:
    676 ÷ 3 = (600 ÷ 3) + (60 ÷ 3) + (15 ÷ 3) + R1
        = 200 + 20 + 5 R1
        = 225 R1
  354. WI.354 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    23 x 46 = (20 x 46) + (3 x 46)
          = 920 + 138
          = 1 058
  355. WI.355 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE ÷ TE

    Voorbeelden

    Delen:
    92 ÷ 12 = (60 ÷ 12) + (32 ÷ 12)
          = 5 + 2 R8
          = 7 R8
  356. WI.356 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Vermenigvuldigen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • (T)E x HTE
    • x 5 = x 10 ÷ 2 = ÷ 2 x 10
    • x 50 = x 100 ÷ 2 = ÷ 2 x 100
    • x 25 = x 100 ÷ 4 = ÷ 4 x 100

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    9 X 237 = (10 x 237) - (1x 237)
          = 2 370 – 237
          = 2 133
    32 x 5 = (32 x 10) : 2
        = 320 : 2
        = 160
  357. WI.357 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Delen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • HTE ÷ (T)E
    • ÷ 5 = ÷ 10 x 2 = x 2 ÷ 10
    • ÷ 50 = ÷ 100 x 2 = x 2 ÷ 100
    • ÷ 25 = ÷ 100 x 4 = x 4 ÷ 100

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    585 ÷ 3 = (600 ÷ 3) – (15 ÷ 3)
          = 200 – 5
          = 195
    395 ÷ 5 = (400 ÷ 5) - (5 ÷ 5)
          = (800 ÷ 10) – (5 ÷ 5)
          = 80 - 1
          = 79
    3600 ÷ 50= (3600: 100) x 2
            = 36 x 2
            = 72
  358. WI.358 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.19; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Verdubbelen (x 2; x 4; x8):
    825 x 8 = .
    825 x 2 = 1 650
    1 650 x 2 = 3 300
    3 300 x 2 = 6 600
    825 x 8 = 6 600
  359. WI.359 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, halveren
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Halveren (÷ 2, ÷ 4, ÷ 8):
    3 240 ÷ 8 = .
    3 240 ÷ 2 = 1 620
    1 620 ÷ 2 = 810
    810 ÷ 2 = 405
    3 240 ÷ 8 = 405
  360. WI.360 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het product van twee getallen gelijk blijft bij vermenigvuldigen van de ene factor en delen van de andere met hetzelfde getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  361. WI.361 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het quotiënt van twee getallen gelijk blijft als deeltal en deler met hetzelfde getal worden gedeeld of vermenigvuldigd (rest verandert wel).

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  362. WI.362 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Vermenigvuldigen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • (T)E x HTE

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    12 x 45 = 6 x 90
          = 540
  363. WI.363 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Delen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • HTE ÷ (T)E

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    450 ÷ 15 = 150 ÷ 5
            = 30
  364. WI.364 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen door een factor te ontbinden in factoren en te schakelen of van plaats te wisselen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 200 = 3 x (2 x 100)
          = (3 x 2) x 100
          = 6 x 100
          = 600
    32 x 125 = (4 x 8) x 125
          = 4 x (8 x 125)
          = 4 x 1 000
          = 4 000
    32 x 125 = 8 x 4 x 125
          = 8 x 125 x 4
          = 1 000 x 4
          = 4 000
  365. WI.365 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen door de deler te ontbinden in factoren en te schakelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Delen:
    6 000 ÷ 3 000 = (6 000 ÷ 1 000) ÷ 3
              = 6 ÷ 3
              = 2
    1 424 ÷ 4 = (1 424 ÷ 2) ÷ 2
          = 712 ÷ 2
          = 356
  366. WI.366 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o een factor ontbinden in factoren
  367. WI.367 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
    o indirect compenseren
    o direct compenseren
    o een factor te ontbinden in factoren
  368. WI.368 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 1 000
    • TE x E
    • HTE x E
  369. WI.369 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    • x E
    • x TE
  370. WI.370 Begrijpen L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Herkennen bij het cijferen of een deling een opgaande deling of een niet-opgaande deling is.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deling:
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
  371. WI.371 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 1 000
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
    • zonder rest
    • met rest
  372. WI.372 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    • ÷ (T)E
    • zonder rest
    • met rest
  373. WI.373 Gebruiken L2 L3 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Passen de verwisseleigenschap (commutativiteit) toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat hierdoor
    het product verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    • 22 x 3 = 3 x 22
  374. WI.374 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.17

    Passen bij de vermenigvuldiging de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    • de nul-eigenschap of opslorpend element: Als je een getal vermenigvuldigt met nul
        is het product gelijk aan nul.
    • de één-eigenschap of neutraal element: Als je een getal vermenigvuldigt met één is
        het product gelijk aan het getal zelf.
  375. WI.375 Gebruiken L4 L4 2.2.21; L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 2 000 = 3 x 2D en dus 3 nullen toevoegen = 6 000.
  376. WI.376 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • Dylan van het vijfde leerjaar lost volgende bewerking op: 5 x 10 000 = 5 x 1TD en
        dus nullen toevoegen = 50 000
    • Bilitis van het zesde leerjaar lost volgende bewerking op: 300 x 20 000 = 3H x 2TD en
        dus zes nullen toevoegen = 6 000 000.
  377. WI.377 Gebruiken L4 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    9 000 ÷ 3 = 9D ÷ 3
            = 3D
            = 3 000
  378. WI.378 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    90 000 ÷ 3 = 9TD ÷ 3
            = 3TD
            = 30 000
  379. WI.379 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L6 2.2.2

    Passen bij de vermenigvuldiging en de deling de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    
    Eigenschappen vermenigvuldiging:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een vermenigvuldiging de factoren
        in een som of een verschil splitsen zonder dat het product wijzigt.
    • schakelen (associativiteit): Je mag bij een vermenigvuldiging met meer dan 2
        factoren kiezen welke factoren je eerst vermenigvuldigt, zonder dat het product
        wijzigt.
    • verwisseleigenschap (commutativiteit)
    
    Eigenschappen deling:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een deling enkel het deeltal splitsen
        in een som of een verschil zonder dat het quotiënt wijzigt.

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, schakelen, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Splitsen en verdelen:
    3 x 42 = 3 x (40 + 2)
        = (3 x 40) + (2 x 40)
        = 120 +6
        = 126
    720 ÷ 6 = (600 + 120) ÷ 6
          = (600 ÷ 6) + (120 ÷ 6)
          = 100 + 20
          = 120
    Van plaats wisselen en schakelen:
    5 x 16 x 2 = 5 x 2 x 16
            = (5 x 2) x 16
            = 10 x 16
            = 160
  380. WI.380 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

  381. WI.381 Begrijpen L3 L4 2.2.23

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het optellen en aftrekken van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    met een schematische voorstelling
  382. WI.382 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Tellen gelijknamige breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1

    Voorbeelden

    Optellen:
    5 3 8
      + =
    10 10 10
  383. WI.383 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Trekken gelijknamige breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    5 3 2
      - =
    10 10 10
  384. WI.384 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    1 7 2 7
      + = +
    5 10 10 10
          9
        =
          10
  385. WI.385 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Trekken1 0gerelateerde breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    gerelateerde breuken
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    3 1 6 1
      - = -
    4 8 8 8
        5
        =
        8
  386. WI.386 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    eerst de breuk gelijknamig maken en de som (onechte breuk) omzetten naar een
    gemengd getal

    Voorbeelden

    Optellen:
    3 7 6 7
      + = +
    5 10 10 10
          13
        =
          10
              3
        = 1 en
              10
  387. WI.387 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Trekken echte breuken af van één.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤20

    Voorbeelden

    Aftrekken:
        1 10 1
    1 – = -
      10 10 10
            9
          =
            10
  388. WI.388 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.2.15

    Trekken echte breuken af van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.

    Voorbeelden

    Aftrekken:
      4 10 4
    2 – = -
      5 5 5
            6
          =
            5
            5 1
          = +
            5 5
              1
          = 1 +
              5
    
      1 12 1
    4 – = -
      3 3 3
            11
          =
            3
            9 2
          = +
            3 3
              2
          = 3 +
              3
  389. WI.389 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Vereenvoudig3en de termen en de uitkomst van een bewerking met breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    GGD
    eenvoudigste vorm

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    Vereenvoudigen:
    3/12 + 2/8 = 1/4 + 1/4
            = 2/4
            = 1/2
    
    8/10 - 10/25 = 4/5 - 2/5
            = 2/5
  390. WI.390 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; l6; L6 2.1.18

    Tellen echte breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Optellen:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    16/24 + 25/30 = 4/6 + 5/6
                = 9/6
                = 3/2
                = 1 + 1/2
    
    14/42 + 7/21 = 1/3 + 1/3
              = 2/3
  391. WI.391 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Trekken echte breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Aftrekken:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    25/30 - 16/24 = 5/6 - 4/6
                = 1/6
    7/21 - 14/42 = 1/3 - 1/3
              = 0
  392. WI.392 Gebruiken L4 L4 2.1.17; L4 2.2.24

    Nemen een breuk van een hoeveelheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 20

    Voorbeelden

    Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus
    3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4
    delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn
    wit.”
  393. WI.393 Begrijpen L5 L6 2.2.1

    Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4
    breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus
    3/4 x 8 = 6”
  394. WI.394 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.14

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal x breuk
    • breuk x natuurlijk getal
    • breuk x breuk
    • breuk : natuurlijk getal
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel
    vereenvoudigen)
  395. WI.395 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk
    breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
  396. WI.396 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getal:
    vermenigvuldiger
    
    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    8 x 3/4 = 3/4 x 8
          = 8 ÷ 4 x 3
          = 2 x 3
          = 6
    
    8 x 3/4 = 24/4
          = 6
    
    2/3 x 5 = 10/3
          = 9/3 + 1/3
          = 3 + 1/3
    
    4 x 2/3 = 8/3
          = 6/3 + 2/3
          = 2 + 2/3
    
    24 x 1/12 = 24/12
            = 2
  397. WI.397 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van
    deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm?
    Josephine rekent uit:
    “1/3 van ½= 1/3 x ½=
            = 1/6
    Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen.
    
    5/6 x 2/3= 10/18
          = 5/9”
  398. WI.398 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.10

    Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de deling, de breuk

    Voorbeelden

    Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een
    pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
  399. WI.399 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.10; L6 2.1.18

    Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Deling als decimaal getal:
    6 ÷ 5 = 6/5
        = 1 + 1/5
        = 1 + 0,2
        = 1,2
  400. WI.400 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Delen een breuk door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    • 4/5 ÷ 2 = .
        Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5.
        4/5 ÷ 2 = 2/5
    • 2/3 ÷ 3 = .
        Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is
        niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9.
        6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9.
        2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3
            = 2/9
  401. WI.401 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een natuurlijk getal door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter
    potgrond?
    6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24
    
    2: 2/3 = 2/1 x 3/2
        = 6/2
        = 6/2 of 3
  402. WI.402 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een breuk door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze
    over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen?
    
    ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4
    
    Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen.
    
    4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2
          = 12/10
          = 1 en 2/10
  403. WI.403 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000

    Te hanteren begrippen

    rijgen
  404. WI.404 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o aanvullen

    Te hanteren begrippen

    aanvullen tot
  405. WI.405 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o optellen naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o optellen via indirect compenseren

    Te hanteren begrippen

    splitsen, compenseren
  406. WI.406 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën - door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o indirect compenseren
          o aanvullen
  407. WI.407 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (som ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o via indirect compenseren
          o via direct compenseren
  408. WI.408 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (aftrektal ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o aanvullen
  409. WI.409 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen en delen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nulregel:
    inzicht in het patroon (de komma opschuiven)
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Nulregel:
    • 0,14 x 1 000 = 140
    • 16 ÷ 1 000 = 0,016
  410. WI.410 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.2.10

    Gebruiken de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Verwisseleigenschap:
    3,66 x 0,5 = 0,5 x 3,66
  411. WI.411 Gebruiken L4 L6 2.2.17

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • door herhaalde optelling

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 0,6 = 0,6 + 0,6 + 0,6
          = 1,8
  412. WI.412 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • op basis van de keerhandeling.

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    0,6 x 3= 3 x 0,6
          = 3 x 6t
          = 18t
          = 1,8
  413. WI.413 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig vermenigvuldigen:
    • x 0,1 = : 10
    • x 0,01 = : 100
    • x 0,001 = : 1 000
    • x 0,2 = : 5
    • x 0,5 = : 2

    Voorbeelden

    Handig vermenigvuldigen:
    35 x 0,2= 35 : 5
          = 7
    want
                2
    35 x 0,2 = 35 x
              10
          70
          =
          10
          = 7
    
    35 x 0,01 = 35 : 100
            = 0,35
    want
                1
    35 x 0,01 = 35 x
                100
              35
            =
            100
            = 0,35
  414. WI.414 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Delen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig delen:
    • ÷ 0,1 = x 10
    • ÷ 0,01 = x 100
    • ÷ 0,001 = x 1 000
    • : 0,2 = x 5
    • : 0,5 = x 2

    Voorbeelden

    Handig delen:
    140 : 0,001 = 140 x 1 000
            = 140 000
    want
                    1
    140 : 0,001 = 140 :
                  1000
                  1000
              = 140 x
                    1
              = 140 x 1 000
              = 140 000
  415. WI.415 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen een decimaal getal door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    op basis van de verdelingsdeling

    Voorbeelden

    Delen:
    0,08 : 2= 8h:2
          = 4h
          = 0,04
  416. WI.416 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • 7 28
        4 x 0,7 = 4 x = = 2,8
                10 10
    • 4 28
        0,4 x 7 = x 7 = = 2,8
              10 10
    • 18 72
        0,18 x 4 = x 4 = = 0,72
              100 100
    • 4 7 28
        0,4 x 0,7 = x = = 0,28
                10 10 100
  417. WI.417 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Delen:
    • 54 6
        5,4 : 9 = : 9 = = 0,6
              10 10
    • 72 8 72 10 720 9
        0,72 : 0,8 = : = x = = = 0,9
                100 10 100 8 800 10
    • 35 10 700
        70 : 3,5 = 70 : = 70 x = = 20
                  10 35 35
    • 54 12 54 10 540 9
        5,4 : 1,2 = : = x = = = 4,5
                10 10 10 12 120 2
  418. WI.418 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Mirabelle vertelt: “Tijdens een boekenactie stelt de bibliotheek 250 boeken ter
    beschikken. Onze school kan 20% van deze boeken ontlenen.” Ze rekent uit hoeveel
    boeken dit zijn: 20% van 250 boeken dat zijn 50 boeken!”
  419. WI.419 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Ines verdeelt een som geld. Ze krijg 80 euro en dat is gelijk aan 20% van de som geld.
    Hoeveel bedraagt de som geld die Ines verdeelt? 80 euro is 20% of 1/5 van het geheel.
    Het geheel is 400. De som geld bedraagt 400%
  420. WI.420 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%
  421. WI.421 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

  422. WI.422 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Een school organiseert een sponsorloop. Alle leerlingen nemen deel. Van alle leerlingen
    loopt 30%, dat zijn 150 leerlingen. Hoeveel leerlingen telt de school in totaal?
  423. WI.423 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Percentage berekenen:
    Tijdens een boekenbeurs kochten 45 leerlingen een boek. In totaal waren er 180
    leerlingen aanwezig. Welk percentage van de leerlingen kocht een boek?
  424. WI.424 Gebruiken K2 KO 2.2.1; L4 2.2.5

    Maken handelend hoeveelheden gelijk.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 4

    Te hanteren begrippen

    evenveel maken, gelijk maken, (gelijke) groepjes maken
  425. WI.425 Gebruiken K3 L1 KO 2.2.1; L4 2.2.5

    Maken handelend hoeveelheden gelijk.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    gelijk, niet gelijk
  426. WI.426 Begrijpen L1 L4 2.2.5

    Herkennen het gelijkheidsteken als aanduiding voor een wiskundige gelijkheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tibo zegt: "7 + 2 = 9 maar ook 7 + 2 = 6 + 3. Beide kanten van het gelijkheidsteken zijn
    evenveel waard. Dus het =-teken betekent: links en rechts zijn gelijk."
  427. WI.427 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.5; L4 2.2.13

    Gebruiken het gelijkheidsteken in functie van gelijkheid bij bewerkingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wiskundige notatie:
    = ≠

    Te hanteren begrippen

    evenveel maken, verschillend

    Voorbeelden

    Gelijkheidsteken:
    76 + 23 = 76 + 20 + 3 = 96 + 3 = 99 en dus niet 76 + 23 = 76 + 20 = 96 + 3 = 99
  428. WI.428 Gebruiken L4 L4 2.2.11; L6 2.2.22

    Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsen:
    • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ =, komma
    
    Gebruiken:
    • om natuurlijke getallen in te tikken
    • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen (tot op een
        honderdste) uit te voeren
  429. WI.429 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.2.23

    Gebruiken de digitale rekentool als controlemiddel bij bewerkingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

  430. WI.430 Gebruiken L5 L6 L4 2.2.11; L6 2.2.4; L6 2.2.22

    Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsen:
    • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ = komma %
    
    Gebruiken:
    • om natuurlijk getallen, breuken en decimale getallen in te tikken
    • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen uit te voeren
    • om procenten te berekenen met de procenttoets
    • om grootheden zoals winst, verlies, korting te berekenen in betekenisvolle situaties
    • om de rest te bepalen bij een deling
  431. WI.431 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.22

    Gebruiken de combinatie van de digitale rekentool met het overzichtelijk noteren en/of rekenen op papier.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    bij complexere situaties of samengestelde bewerkingen
  432. WI.432 Engageren L1 L4 2.2.11; L4 2.2.14

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situatie naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen
  433. WI.433 Engageren L2 L3 L4 2.2.11; L4 2.2.17; L4 2.2.15

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • schattend rekenen
    
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen
  434. WI.434 Engageren L4 L4 2.2.11; L4 2.2.17; L4 2.2.15

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • digitale rekentool
    • schattend rekenen
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen en decimale getallen
  435. WI.435 Engageren L5 L6 L6 2.2.4; L6 2.2.5

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • digitale rekentool
    • schattend rekenen
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen, decimale getallen, breuken en procenten
  436. WI.436 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.26; L4 2.2.28; L6 2.2.21

    Schatten de uitkomst.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    als controlestrategie
    Wiskundige notatie:
    ≈
  437. WI.437 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.26; L4 2.2.28; L6 2.2.21

    Vergelijken de geschatte en berekende uitkomst.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    als controlestrategie
    
    Wiskundige notatie:
    ≈

    Voorbeelden

    Bij een vraagstuk over snelheid met de fiets bekomt Hailey als uitkomst 125 km/u. Zij
    bedenkt dat ze een fout moet gemaakt hebben want 125 km/u fietsen is niet mogelijk.
    Ze schat dat zij gemiddeld 15 km/u rijdt.
  438. WI.438 Gebruiken L1 L2 L3 L4 2.2.6

    Gebruiken de rekenvolgorde van links naar rechts.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen

  439. WI.439 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.6; L4 2.2.7; L6 2.2.3

    Passen de voorrangsregels voor bewerkingen met deelopgaven toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorrangsregels:
    • additieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang
        behoren
    • multiplicatieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde
        rang behoren
    • eerst de deelopgaven tussen haakjes, dan de multiplicatieve opgaven en ten slotte
        de additieve opgaven
  440. WI.440 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

    Herkennen de relativiteit van lengte, inhoud, massa en oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Laura vertelt: “Ik ben klein, mijn mama is groot. Ik ben groot, mijn zusje is klein.”
    • Hannes weet: “De aardbei is licht en de sinaasappel zwaar. De sinaasappel is licht en
        de meloen zwaar.”
  441. WI.441 Begrijpen K3 L1 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Janneke vertelt: “De knuffel neemt veel plaats in in mijn schooltas. De knuffel neemt
    niet veel plaats in in de klas.”
  442. WI.442 Begrijpen K3 L1 KO 2.3.1; KO 2.3.3; L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • We meten geen objecten maar grootheden van objecten.
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de natuurlijke maateenheid in de te meten
        grootheid gaat.
    • principe van samenstellen

    Voorbeelden

    Grootheden meten:
    We meten geen aquarium, maar de lengte, de inhoud en de massa van een aquarium.
    Principe van samenstellen:
    De kinderen beseffen dat 2 (of meer) touwen samen even lang kunnen zijn als 1 lang
    touw of dat een emmer gevuld kan worden door de inhoud van verschillende
    waterflesjes en verschillende bekers samen te voegen.
  443. WI.443 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.3.1; L4 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de maateenheid in de te meten grootheid gaat
        (meten als een verhouding).
    • Elk meetresultaat is een benadering. Verfijning van maten leidt tot nauwkeuriger
        meten.
    • Om meetresultaten te vergelijken, is het nodig dat we ze in dezelfde maateenheid
        uitdrukken.
    • Standaardmaten zijn noodzakelijk voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van
        metingen.
  444. WI.444 Begrijpen L4 L5 L6 L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • De standaardmaateenheden berusten op afspraken en staan in een vaste
        verhouding tot elkaar. Ze vormen een systeem: het metriek stelsel.
  445. WI.445 Begrijpen L6 L6 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Onderscheid tussen een verhoudingsmeting (lengte, massa, tijdsduur) en een
        intervalmeting (temperatuur en tijdstip).

    Voorbeelden

    Emilia vertelt: “Een lengte van 20 cm is dubbel zo groot als een lengte van 10 cm. Een
    temperatuur van 20°C is niet dubbel zo warm als een temperatuur van 10°C.”
  446. WI.446 Begrijpen K3 L1 L2 KO 2.3.2

    Beschrijven dat lengte, massa en oppervlakte bij manipulatie en inhoud bij overgieten in een reservoir met andere vorm gelijk blijven.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijk blijven:
    conservatieprincipe
  447. WI.447 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.1; L4 2.3.3

    Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verband:
    maat = maatgetal + maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de maat, de maateenheid, het maatgetal

    Voorbeelden

    Verband maateenheid en maatgetal:
    • Hoe groter de vellen papier waarmee we de oppervlakte van de tafel meten, hoe
        minder we er nodig hebben.
    • Als de maateenheid honderd keer groter wordt, wordt het maatgetal honderd keer
        kleiner
  448. WI.448 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Schatten een grootheid

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    met behulp van een referentiemaat/referentiepunt
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas schat de hoogte van de boekenkast: “Die lijkt me ongeveer 1 m 80 cm want net iets
    kleiner dan de deur van 2 m (mijn referentiepunt)”
  449. WI.449 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetresultaat:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas meet de hoogte van de boekenkast, nl. 1 m 86 cm en vergelijkt dit met zijn
    schatting, nl. 1 m 80 cm.
  450. WI.450 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.5

    Gebruiken een verhoudingstabel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    voor berekening met recht evenredige grootheden en vaste verhoudingen
  451. WI.451 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.3

    Meten indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Indirect:
    • door een andere grootheid te meten.
    • door berekeningen te maken.
    • door een verhoudingstabel of een formule te gebruiken voor samengestelde
        grootheden.

    Voorbeelden

    Een andere grootheid meten:
    1 uur lopen komt overeen met een afstand van 8 km.
    Berekeningen maken:
    Ik wil weten hoeveel dit koekje weegt maar het is te licht om nauwkeurig te kunnen
    wegen. Ik weeg 20 koekjes en deel het resultaat door 20.
    Verhoudingstabel gebruiken:
    Ik wil weten hoeveel afstand ik afgelegd heb op 3 uur wandelen, zonder de afstand
    rechtstreeks te meten. Ik weet dat ik aan een gemiddelde snelheid van 5 km/u wandel,
    dus kan ik de afstand indirect meten, nl. 15 km.
  452. WI.452 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.4; L6 2.3.1

    Tonen een juiste meethouding.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Juiste meethouding:
    • gebruik van gepaste meetinstrumenten en geschikte maateenheden
    • nauwkeurige meting
    • meetresultaten in functie van de gewenste nauwkeurigheid (inclusief afronding)
    • weergave van het resultaat met de juiste eenheden
    • ordening van meetresultaten
  453. WI.453 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de lengte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    kort, lang, klein, groot
  454. WI.454 Gebruiken K1 KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op het zicht
    objecten die veel van elkaar verschillen qua lengte
  455. WI.455 Gebruiken K2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    even …, hoog, laag, ver(af), dicht(bij), dun, dik, langer, korter, hoger, lager, dunner,
    dikker, langste, kortste, hoogste, laagste, dunste, dikste, kleiner, groter, kleinste,
    grootste
  456. WI.456 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    verder(af), dichter(bij), verste (bij), dichtste (bij), breed, smal, breder, smaller, breedste,
    smalste
  457. WI.457 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen de lengte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 lengtes (on)gelijk maken
  458. WI.458 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    van... naar...
  459. WI.459 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)

    Voorbeelden

    Tim en Danny vergelijken de hoogte van 2 blokkentorens die ver van elkaar staan door
    een touw te gebruiken.
  460. WI.460 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de inhoud van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    vol, leeg, veel, weinig
  461. WI.461 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee identieke reservoirs.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    even…, meer, minder, meest(e), minst(e), bijna (vol/leeg)
  462. WI.462 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen de inhoud van een reservoir.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 inhouden (on)gelijk maken
  463. WI.463 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren identieke reservoirs volgens inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  464. WI.464 Gebruiken K3 KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met behulp van twee identieke reservoirs
  465. WI.465 Gebruiken L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met behulp van één reservoir
  466. WI.466 Begrijpen K1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Beschrijven de massa van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht, zwaar
  467. WI.467 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Vergelijken de massa van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    door te voelen

    Te hanteren begrippen

    even…, lichter, zwaarder, lichtste, zwaarste
  468. WI.468 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.8

    Vergelijken de massa van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een balans
  469. WI.469 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.8

    Veranderen de massa van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 massa’s (on)gelijk maken
  470. WI.470 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Seriëren objecten volgens massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    met een balans

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  471. WI.471 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de oppervlakte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    groot, klein
  472. WI.472 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de oppervlakte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • objecten die veel van elkaar verschillen qua oppervlakte

    Te hanteren begrippen

    groter, grootste, kleiner, kleinste
  473. WI.473 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de oppervlakte van objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door ze naast of op elkaar te leggen
  474. WI.474 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen).
    • 2 oppervlaktes (on)gelijk maken
  475. WI.475 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  476. WI.476 Gebruiken L1 KO 2.3.5

    Vergelijken indirect de oppervlakte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)

    Voorbeelden

    Greet vergelijkt de oppervlakte van 2 affiches van verschillende grootte die aan de muur
    hangen door een stuk inpakpapier te gebruiken.
  477. WI.477 Begrijpen K3 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven het volume van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    (niet) diep, breed, smal, groot, klein
  478. WI.478 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken het volume van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen

    Te hanteren begrippen

    even…, dieper, diepste, breder, breedste, smaller, smalste, groter, kleiner, grootste,
    kleinste
  479. WI.479 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.5

    Veranderen een volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • door wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 volumes (on)gelijk maken

    Voorbeelden

    Mogane boetseert een hond. Ze heeft niet genoeg klei. Ze moet het ‘volume’ van de klei
    vermeerderen om ook nog de staart te kunnen maken.
  480. WI.480 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    • op het zicht
    • door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  481. WI.481 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Schatten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  482. WI.482 Gebruiken K3 KO 2.3.6

    Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Beginnen bij de startstreep, meten in een rechte lijn.
  483. WI.483 Gebruiken L1 KO 2.3.6; L4 2.3.14

    Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de lengte
  484. WI.484 Begrijpen L1 KO 2.3.6

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Het potlood van Anouk is even lang als twee grote paperclips en één kleine.
  485. WI.485 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

  486. WI.486 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Schatten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  487. WI.487 Gebruiken K3 KO 2.3.6

    Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    overgieten zonder morsen, de kleine bekers altijd even vol doen, ...
  488. WI.488 Gebruiken L1 KO 2.3.6; L4 2.3.14

    Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de inhoud
  489. WI.489 Begrijpen L1 KO 2.3.6

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Viviane vertelt: “De fles bevat 3 grote bekers en 1 kleine beker water.”
  490. WI.490 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

  491. WI.491 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.9

    Schatten een massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  492. WI.492 Gebruiken K3 KO 2.3.9

    Meten een massa met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Ik controleer of de schaaltjes leeg zijn vooraleer ik met de balans begin te wegen. Ik zorg
    ervoor dat de weegschaal perfect in balans staat.
  493. WI.493 Gebruiken L1 KO 2.3.9; L4 2.3.22

    Meten een massa met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de massa, de balans, de weegschaal
  494. WI.494 Begrijpen L1 KO 2.3.9

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Amanda zegt: “De tros druiven is even zwaar als 1 groot en 1 klein blok.”
  495. WI.495 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.9

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

  496. WI.496 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Schatten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  497. WI.497 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Meten een oppervlakte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Ik gebruik maten van gelijke grootte (bv. Post-its). Ik zorg dat er geen overlap is.
  498. WI.498 Gebruiken L2 GO!-doel

    Schatten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • een vierkant
    • een rechthoek
    Schatten:
    • met natuurlijke maateenheden
  499. WI.499 Gebruiken L2 L4 2.3.15

    Meten de oppervlakte van objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • een vierkant
    • een rechthoek
    Meten:
    • met natuurlijke maateenheden
    • met een doorschijnend roosterpatroon
  500. WI.500 Begrijpen L2 L3 L4 2.3.8; L4 2.3.14

    Verwoorden wat bedoeld wordt met oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    geeft aan hoe groot een vlak is

    Te hanteren begrippen

    de oppervlakte