998 doelen — de eerste 500 worden getoond
-
Zeggen de telrij op.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De telrij: de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 4
Te hanteren begrippen
één, twee, drie, vier
-
Zeggen de telrij op.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De telrij: • de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 6 • de rangtelwoorden: eerste, tweede, laatste
Te hanteren begrippen
één, twee, drie, vier, vijf, zes, eerste, tweede, laatste
-
Tellen synchroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: de hoofdtelwoorden 1 tot en met 6
-
Zeggen de telrij op.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De telrij: • de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 20 • de rangtelwoorden tot en met 10
Te hanteren begrippen
de hoofdtelwoorden van 0 tot en met 20, de rangtelwoorden tot en met 10
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 0 tot en met 10
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 0 tot en met 20
-
Tellen synchroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 0 tot en met 20
-
Tellen resultatief.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 0 tot en met 20 met nulbegrip
Te hanteren begrippen
hoeveel, geen enkel, niets, nul
-
Zeggen de telrij op.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De telrij: de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 100
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 0 tot en met 100
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: de hoofdtelwoorden 0 tot en met 1 000
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: de hoofdtelwoorden 0 tot en met 100 000
-
Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000 000
-
Zetten de meest geschikte telstrategie in.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen
-
Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
(on)gestructureerde hoeveelheden: 1 tot en met 3
-
Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
(on)gestructureerde hoeveelheden: 1 tot en met 4
-
Classificeren volgens één kwantitatief kenmerk.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: 1 tot en met 4
Voorbeelden
Emma deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met één, twee, drie of vier wielen.
-
Vormen getalnotaties.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalnotaties: 1 tot en met 4 Vormen: met materiaal
Voorbeelden
Saar vormt het cijfer 3 met plasticine.
-
Lezen getalnotaties.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalnotaties: 1 tot en met 4
-
Classificeren volgens twee kwantitatieve kenmerken.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: 1 tot en met 10
Te hanteren begrippen
en, of, niet
Voorbeelden
Daan deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met een, twee, drie, vier, zes of acht wielen en met twee of vier deuren.
-
Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
(on)gestructureerde hoeveelheden: 1 tot en met 5
-
Bepalen een hoeveelheid ondanks het uiterlijk, de plaatsing, de telvolgorde van de telvoorwerpen (conservatiebegrip).
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een hoeveelheid: 1 tot en met 10
Voorbeelden
Conservatiebegrip: • 3 is ***, maar ook ** *
-
Vormen getalnotaties*.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalnotaties: 0 tot en met 10
Voorbeelden
• Tis zit in de derde kleuterklas en vormt het cijfer 8 in het zand op de lichtbak. • Vardan zit in het eerste leerjaar en schrijft het cijfer 8. *In KO met materiaal (niet schriftelijk).
-
Lezen getalnotaties.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lezen: de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10
-
Zetten een (on)gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoorden naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalnotaties: 0 tot en met 10
Voorbeelden
Hoeveelheid, getalnotatie, telwoord: • ** - 3 - drie * -
Ordenen een ongestructureerde hoeveelheid naar een vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
(on)gestructureerde hoeveelheid: 1 tot en met 10
-
Tellen verkort via doortellen vanaf de vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 5 tot en met 10
-
Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: 1 tot en met 10
-
Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: 1 tot en met 10 Herkennen: • binnen de 3 seconden
-
Beschrijven getalbeelden vanuit de vijfstructuur en de tienstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbeelden: 1 tot en met 10
Te hanteren begrippen
de eenheid (E), het tiental (T)
Voorbeelden
• Avery kijkt naar een rekenrek met vijf rode en twee witte kralen. Hij zegt: "Dat is 7, want ik zie 5 en nog 2." • Saartje wijst naar een dobbelsteenpatroon met 8 stippen en zegt: "Dat is 2 minder dan 10." -
Wisselen groepjes van vijf eenheden in voor een vijftal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Inwisselen: 1 tot en met 10
Voorbeelden
Sophie en Geert wisselen vijf muntstukken in voor een biljet van 5 euro.
-
Herkennen gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (conceptueel subiteren).
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheden: 1 tot en met 10
Voorbeelden
Conceptueel subiteren: • ***** * / ***** ** Waar zie je 7 sterren?
-
Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tellen: 5 tot en met 20
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: Tot en met 20 Ordenen: • Groepjes van tien en losse eenheden • Groepje van tien eenheden als 1 tiental
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 20
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 20 Wiskundige notatie: • E, T
Te hanteren begrippen
het cijfer, het getal
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getalen: 0 tot en met 20
Voorbeelden
Interpreteren: 14 = 1T en 4E = 14E
-
Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 20
Voorbeelden
• Milan legt eerst een staaf van 10 blokjes neer en pakt er dan 3 losse blokjes bij. Hij zegt: "10 en 3 vormen samen 13. • Emma telt op haar vingers: “5 vingers en nog eens 3 vingers erbij, dat vormt samen 8.” -
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 20
Voorbeelden
Sam vult 18 aan met 2 om zo 20 te krijgen.
-
Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 5 tot en met 100
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: tot en met 100 Ordenen: • groepjes van tien en losse eenheden • groepje van tien eenheden als 1 tiental • 1 groepje van tien tientallen als 1 honderdtal
Te hanteren begrippen
het honderdtal (H), hoofdtelwoorden tot en met 100
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 100
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 Wiskundige notatie: • E, T, H
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100
Voorbeelden
Interpreteren: 34 = 34 E = 3T en 4E
-
Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur, de vijfstructuur en de vijftigstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100
-
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100
Voorbeelden
Yara vult 28 aan met 2 om zo 30 te bekomen.
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: tot en met 1 000 Ordenen: • groepjes van tien tientallen, losse tientallen en losse eenheden • groepje van tien tientallen als 1 honderdtal • 1 groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal
Te hanteren begrippen
het duizendtal (D), hoofdtelwoorden tot en met 1 000
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 1 000
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 1 000 Wiskundige notatie: • E, T, H, D
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 1 000
Voorbeelden
Interpreteren: 120 = 1H en 2T = 12 T = 120 E
-
Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de vijfhonderd-, honderd-, vijftig-, tien- en de vijfstructuur.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 1 000
-
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental of honderdtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: Tot en met 1 000
Voorbeelden
• Sem vult 288 aan met 2 om zo 290 te bekomen. • Dani vult 280 aan met 20 om zo 300 te bekomen.
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: tot en met 10 000 Ordenen: • groepjes van tien duizendtallen, tien honderdtallen, losse honderdtallen, losse tientallen en losse eenheden • groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal • 1 groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtalTe hanteren begrippen
het tienduizendtal (TD), hoofdtelwoorden tot en met 10 000
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 10 000
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 Wiskundige notatie: • E, T, H, D, TD
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000
Voorbeelden
Interpreteren: 1 200 = 1D en 2H = 12H = 120T = 1200E
-
Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000
Voorbeelden
Noor wil 2 340 delen door 3. Ze zegt: "Ik maak er eerst 2 100 en 240 van, want dat is eenvoudiger om de deling uit te voeren.”
-
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental, honderdtal of duizendtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000
-
Schatten aantallen in betekenisvolle contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aantallen: tot en met 10 000
Voorbeelden
Zeinab kijkt naar de refter en zegt: "Er staan ongeveer 10 tafels en aan elke tafel passen zo'n 6 kinderen. Dus ik denk dat er ongeveer 60 kinderen kunnen eten."
-
Schatten grootteordes in.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Grootteordes: tot en met 100 000 (L5); tot en met 10 000 000 000 (L6) in betekenisvolle contexten
Voorbeelden
Lars zegt: "België had in 2025 ongeveer 11 miljoen inwoners. China veel meer, ongeveer 1,4 miljard.”
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: Tot en met 100 000 Ordenen: • groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtal • 1 groepje van tien tienduizendtallen als 1 honderdduizendtal
Te hanteren begrippen
het honderdduizendtal (HD), hoofdtelwoorden tot en met 100 000
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 100 000
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 000 Wiskundige notatie: • E, T, H, D, TD, HD
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 000
Voorbeelden
Interpreteren: 12 000 = 1TD en 2D = 12D = 120H = 1 200T = 12 000E
-
Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100 000
Voorbeelden
Leandro moet 96 000 delen door 8. Hij zegt: "Ik splits 96 000 in 80 000 en 16 000 om de deling makkelijker te kunnen uitvoeren.”
-
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen duizendtal of tienduizendtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100 000
-
Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: tot en met 10 000 000 Ordenen: • groepje van tien honderdduizendtallen als 1 miljoen
Te hanteren begrippen
het miljoental (M), het tien miljoental (TM)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: tot en met 10 000 000
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000 Wiskundige notatie: • E, T, H, D, TD, HD, M, TM
-
Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000
Voorbeelden
Interpreteren: 1 230 400 = 1M en 2HD en 3TD en 4H = 12HD en 30D en 4H = ...
-
Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000 000
Voorbeelden
Amina wil 720 000 delen door 6. Ze zegt: "Ik splits het op in 600 000 en 120 000, want dat is makkelijker om de deling uit te voeren.”
-
Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000 000
-
Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000 000 Wiskundige notatie: • E, T, H, D, TD, HD, M, TM, HM, Md
-
Schrijven natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000 000 Schrijven: • miljoen en miljard als eenheid
Voorbeelden
• Lotte schrijft: "In 2023 telde China 1 412 164 992 inwoners." • Omar schrijft: "YouTube had in 2025 meer dan 2,7 miljard actieve gebruikers."
-
Lezen natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000 000 Lezen: • miljoen en miljard als eenheid
Voorbeelden
• Noah leest in een krant: "In 2025 had India 1 463 865 525 inwoners." Hij zegt: "Dat is één miljard vierhonderddrieënzestig miljoen achthonderdvijfenzestigduizend vijfhonderdvijfentwintig mensen." • Lina leest op het bord: "De wereldbevolking was in 2025 ongeveer 8,2 miljard." Ze zegt: "Dat is acht komma twee miljard mensen." -
Tonen hun kennis van hoeveelheidsbegrip in verschillende contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Jonas telt het aantal boeken in de boekenkast per tien. • Noor hoort op het nieuws dat er 5 000 mensen op een festival waren en zegt: "Dat zijn heel veel mensen samen, veel meer dan op onze school." -
Vergelijken hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 3
-
Passen de één-éénrelatie toe.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Één-éénrelatie: tot en met 4 Toepassen: • met aandacht voor conservatiebegrip
Te hanteren begrippen
(is) meer dan, (is) minder dan, (is) (niet) evenveel als
Voorbeelden
• Emma zet 3 bekers en 2 glazen op tafel: "Er zijn meer bekers op de tafel dan glazen.” • Finn wijst naar een rijtje van 4 koekjes en 4 appels. Hij zegt: "Ook al liggen de appels verder uit elkaar, het zijn er toch evenveel als de koekjes." -
Vergelijken hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 4
Te hanteren begrippen
meest(e), minst(e)
-
Passen de één-éénrelatie toe.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Één-éénrelatie: tot en met 10 Toepassen: • met aandacht voor conservatiebegrip
Voorbeelden
Milan zet 8 stoelen op een rij en zet op elke stoel een knuffel. Hij zegt: "Er zijn evenveel knuffels als stoelen."
-
Vergelijken hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 10
Te hanteren begrippen
(te) veel/(te) weinig, geen enkel, niets, hoeveel meer, hoeveel minder, een(tje) meer, een(tje) minder, gelijk, niet gelijk
-
Seriëren oplopend en aflopend.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: hoeveelheden en getalnotaties tot en met 10
Te hanteren begrippen
vorige/volgende, juist (er)voor/ juist (er)na, middelste, tussen, van minder naar meer, van weinig naar veel
-
Vormen de getallenrij.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenrij: 1 tot en met 10
-
Geven een ontbrekend natuurlijk getal in de getallenrij.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenrij: 1 tot en met 10
-
Geven het vorige en volgende getal bij een willekeurig natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10
Te hanteren begrippen
één meer, één minder, juist ervoor, juist erna
-
Vergelijken hoeveelheden door ze in eenzelfde structuur te leggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 10 Wiskundige notatie: >, <, =, ≠,
Te hanteren begrippen
meer dan, minder dan, (niet) evenveel als, groter dan (>), kleiner dan (<), is gelijk aan (=), is niet gelijk aan (≠)
-
Seriëren oplopend en aflopend.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: 0 tot en met 10
-
Vormen de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenas: 0 tot en met 10
-
Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenas: 0 tot en met 10 Plaatsen: • een willekeurig natuurlijk getal • een ontbrekend natuurlijk getal
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 Geven: • met sprongen van 1 en 2
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 Geven: • met sprongen van 1 en 2
-
Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 20 Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
-
Vormen de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenas: 0 tot en met 20
Te hanteren begrippen
de getallenas
-
Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenas: 0 tot en met 20 Plaatsen: • een willekeurig natuurlijk getal • een ontbrekend natuurlijk getal
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 20
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 20 Geven: • met sprongen van 2 en 5
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 20 Geven: • met sprongen van 2 en 5
-
Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheden: tot en met 100 Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
-
Vormen de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getallenas: 0 tot en met 100
-
Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 Plaatsen: • een willekeurig natuurlijk getal • een ontbrekend natuurlijk getal
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal of tiental.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 100 Geven: met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)
Voorbeelden
Arne maakt een aflopend patroon van 90 tot 60 met sprongen van 10: "90, 80, 70, 60."
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 100 Geven: met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)
-
Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100
Te hanteren begrippen
(on)even
-
Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
-
Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheden: 0 tot en met 1 000 Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
-
Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 1 000 Plaatsen: • een willekeurig natuurlijk getal • een ontbrekend natuurlijk getal
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental of honderdtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 1 000
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 1 000 Geven: met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100
Voorbeelden
Leen maakt een oplopend patroon van 750 tot 830 met sprongen van 20: “750, 770, 790, 810, 830”.
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot met 1 000 Geven: met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100
-
Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot 1 000
-
Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 1 000 Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
-
Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 Plaatsen: • een willekeurig natuurlijk getal • een ontbrekend natuurlijk getal
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental, honderdtal of duizendtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 000 Geven: met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000
Voorbeelden
Lori geeft een aflopend patroon van 9 500 tot 8 750 met sprongen van 250: “9 500, 9 250, 9 000, 8 750”.
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 000 Geven: met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000
-
Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000
-
Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
Te hanteren begrippen
groter dan of gelijk aan (≥), kleiner dan of gelijk aan (≤), de getallenas
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, honderdtal, duizendtal of tienduizendtal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 000
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 100 000 Geven: met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 100 000 Geven: met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
-
Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 000
-
Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 100 000 Ordenen: in betekenisvolle contexten • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, duizendtal, tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoental.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 000 000 Geven: met sprongen van 50 000, 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
-
Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Patroon: 0 tot en met 10 000 000 Geven: met sprongen van 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
-
Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000
-
Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: 0 tot en met 10 000 000 000 Ordenen: in betekenisvolle contexten • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Tonen hun kennis van ordinatie in verschillende contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Wout wil de bevolkingsaantallen van de landen van de Europese Unie kunnen vergelijken. Hij zoekt de juiste cijfers op en plaats de landen in een rangorde van weinig bevolking naar veel. • Bram plaatst de 10 nummers die uitgeloot werden in de tombola van klein naar groot. -
Herkennen de afrondingsregels.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afrondingsregels: bij natuurlijke getallen
Te hanteren begrippen
afronden naar boven, afronden naar beneden
-
Ronden een natuurlijk getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: naar beneden of boven naar het dichtst bijgelegen tiental Natuurlijk getal: ≤ 100
-
Ronden een natuurlijk getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: naar beneden of boven naar het dichtst bijgelegen honderdtal of tiental Natuurlijk getal: ≤ 1 000
-
Ronden een natuurlijk getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: naar beneden of boven naar het dichtst bijgelegen duizendtal, honderdtal of tiental Natuurlijk getal: ≤ 10 000
-
Ronden een natuurlijk getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: naar beneden of boven naar het dichtst bijgelegen tienduizendtal, duizendtal of honderdtal Natuurlijk getal: ≤ 100 000
-
Ronden een natuurlijk getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: naar beneden of boven naar het dichtst bijgelegen miljardtal, miljoental, honderdduizendtal of tienduizendtal Natuurlijk getal: ≤ 10 000 000 000
-
Zetten het afronden in bij schattend rekenen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: met natuurlijke getallen Wiskundige notatie: ≈
-
Geven alle delers van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100
-
Geven de twaalf eerste veelvouden van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijk getallen: ≤ 10
Te hanteren begrippen
het veelvoud
-
Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000 Kenmerken van deelbaarheid • Een getal is deelbaar door 2 als het even is. • Een getal is deelbaar door 5 als het eindigt op 0 of 5. • Een getal is deelbaar door 10 als het eindigt op 0. • Een getal is deelbaar door 100 als het eindigt op 00. • Een getal is deelbaar door 1 000 als het eindigt op 000.
Te hanteren begrippen
de deler, deelbaar
-
Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000 toe.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000
-
Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 3, 4, 9, 25 en 50.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000 en met eindnullen Kenmerken van deelbaarheid: • Een getal is deelbaar door 3 als de som van de cijfers deelbaar is door 3. • Een getal is deelbaar door 4 als de laatste twee cijfers samen een getal vormen dat deelbaar is door 4. • Een getal is deelbaar door 9 als de som van de cijfers deelbaar is door 9. • Een getal is deelbaar door 25 als het eindigt op 00, 25, 50 of 75. • Een getal is deelbaar door 50 als het eindigt op 00 of 50. -
Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 3, 4, 5, 9, 10, 25, 50 en 100 toe.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 10 000 en met eindnullen
-
Geven de grootste gemeenschappelijke deler (GGD) van twee natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100
Te hanteren begrippen
de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)
-
Geven het kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van twee natuurlijke getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke getallen: tot en met 100
Te hanteren begrippen
het kleinste gemeenschappelijk veelvoud (KGV)
-
Tonen hun kennis van delers en veelvouden in verschillende contexten
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In een zelfgemaakt spel zegt Fien: “Iedere keer als je op een vakje landt dat een veelvoud van 4 is, moet je een opdracht doen.” • Om te weten per hoeveel Eli 36 drankjes in dozen kan verpakken zoekt hij de delers van 36: (1), 2, 3, 4, 6, 9, 12 en 18 (en 36). -
Herkennen de betekenis en het nut van natuurlijke getallen in reële contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betekenis: • een getal als aantal • een getal als rangorde
Voorbeelden
Aantal: Jana vraagt hoeveel stoelen er rond de tafel staan. Ze telt ze en zegt: “Er zijn er 6!” Rangorde: Zeyneb zegt: “Straks is ’t aan mij, ik sta als tweede in de rij.”
-
Verwoorden de betekenis en het nut van getallen in reële contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen
-
Gebruiken een getal als hoeveelheid, rangorde, maatgetal of code.
Wiskunde › Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de hoeveelheid, het aantal, de rangorde, het maatgetal, de code
-
Herkennen negatieve getallen in herkenbare contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: 0 tot -10 Wiskundige notatie: -
Te hanteren begrippen
het positief getal, het negatief getal, het minteken (-)
Voorbeelden
• Sam kijkt naar het weerbericht en zegt: "In Juneau (Alaska) is het momenteel -10°C. Dat is een negatief getal, want het heeft een minteken vooraan." • Lotte staat in de lift van een parkeergarage en zegt: "Onze auto staat op verdieping -3. Dat is lager dan 0, dus een negatief getal." -
Interpreteren negatieve getallen in herkenbare contexten
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: 0 tot -10
-
Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -10 tot 30 Ordenen: zonder getallenas
Voorbeelden
Vorige week vroor het enkele dagen. Casper ordent de dagtemperaturen van de voorbije week van warm naar koud.
-
Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -10 tot 30
-
Tellen terug vanaf 0 met eenheden tot en met -10.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
-
Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -20 tot 30
-
Tellen verder met eenheden vanaf een willekeurig getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -20 tot 30 Tellen: aan de hand van een getallenas
-
Plaatsen gehele getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -20 tot 30 Plaatsen: • een ontbrekend getal • een willekeurig getal • het vorig en volgend getal bij een willekeurig getal
-
Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -20 tot 30 Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas
Voorbeelden
Mila ordent temperaturen om te weten welke stad een temperatuur heeft het dichtst bij het vriespunt. Reykjavik: -12 °C, Amsterdam: 8 °C, Oslo: -4 °C, Madrid: 21 °C, Warschau: -1 °C. Door te ordenen vindt ze de oplossing: Warschau.
-
Bepalen de afstand tussen twee gehele getallen met behulp van een schematische voorstelling.
Wiskunde › Getallenkennis › Gehele getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gehele getallen: -20 tot 30
Voorbeelden
Jasper gaat in een flatgebouw van verdieping 4 naar verdieping -2, hij daalt dus 6 verdiepingen.
-
Verdelen een geheel op verschillende manieren in vier gelijke delen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verdelen: dezelfde vorm en oppervlakte of verschillende vorm en dezelfde oppervlakte
Te hanteren begrippen
het (on)gelijke deel, het geheel, de (ver)deling
-
Verwoorden de samenhang tussen helft, kwart en dubbel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De samenhang: • twee helften/vier kwarten vormen samen het geheel • een kwart is de helft van de helft • de helft is het dubbel van een kwart
Te hanteren begrippen
het kwart, de helft, het dubbel
-
Bepalen het verband tussen geheel, deel en breuk.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het verband: met behulp van een schematische voorstelling • bij een gegeven geheel en deel, de breuk vinden • bij een gegeven geheel en breuk, het deel zoeken • bij een gegeven deel en breuk, het geheel zoeken
-
Herkennen een stambreuk als één gelijk deel van een continu geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stambreuk: noemer ≤ 20 Herkennen: in oppervlaktemodellen en strookmodellen
Te hanteren begrippen
het gelijke deel
-
Lezen een stambreuk.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stambreuk: noemer ≤ 20 • met schuine (1/4) breukstreep 1 • met horizontale ( ) breukstreep 4 -
Nemen een stambreuk (noemer ≤ 20) van een continu geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Nemen: in oppervlaktemodellen en strookmodellen
Te hanteren begrippen
de breuk, de stambreuk, het breukdeel, de teller, de noemer, breukstreep (÷, /), een derde, een vijfde, een zesde
Voorbeelden
1 • Jolien kleurt van de tekening in het groen. 3 1 • Baziel neemt van de taart. 4 -
Illustreren dat de grootte van een breukdeel relatief is tot de grootte van het geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lieve eet de helft van taart A, Bas de helft van taart B, ook al eten ze allebei een halve taart (relatief), toch hangt de hoeveelheid af van de grootte van de taart (absoluut).
-
Illustreren dat de grootte van de breukdelen relatief is tot het aantal breukdelen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
In hoe meer stukken Jowan de reep chocolade verdeelt, hoe kleiner de stukken zijn.
-
Vergelijken stambreuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stambreuken: noemer ≤ 20 Wiskundige notatie • ÷ • >, <, =, ≠
-
Seriëren stambreuken oplopend en aflopend.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Stambreuken: noemer ≤ 20 Wiskundige notatie ÷
-
Herkennen een echte breuk als één of meer gelijke delen van een continu geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuk: noemer ≤ 20 Herkennen: in oppervlaktemodellen en strookmodellen
Te hanteren begrippen
de echte breuk
-
Lezen een echte breuk.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuk: noemer ≤ 20 • met schuine (1/4) breukstreep 1 • met horizontale ( ) breukstreep 4 -
Nemen een echte breuk van een geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuk: noemer ≤ 20 Het geheel: • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)
Voorbeelden
3 Jonathan kleurt van de tekening in het geel. 5 2 Bavo neemt van een cake. 6 -
Nemen een echte breuk van een geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuk: noemer ≤ 20 Het geheel: • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen) • is een aantal • is een getal
Voorbeelden
Aantal: 3 Jonathan omcirkelt van 20 getekende boeken. En dus omcirkelt hij 12 delen. 5 Getal: 2 Bavo neemt van 12 appels. Hij neemt dus 4 appels. 6 -
Drukken een6 geheel uit als een breuk of als 1.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
-
Vergelijken echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 20 • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken) • met dezelfde teller Wiskundige notatie • ÷ • >, <, =, ≠
Voorbeelden
Vergelijking: 2 2 • < 5 3 3 6 • < 10 10 -
Ordenen echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 20 • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken) • met dezelfde teller Wiskundige notatie: >, <, =, ≠
Voorbeelden
Ordenen: 2 2 2 • < < 4 3 2 1 2 3 • < < 10 10 10 -
Herkennen gelijknamige breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijknamige breuken: noemer ≤ 20
Te hanteren begrippen
de (on)gelijknamig(e) breuk
-
Plaatsen gelijknamige breuken ≤ 1 op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijknamige breuken: noemer ≤ 20 Getallenas: voorgestructureerd ≤ 1
-
Herkennen gelijkwaardige breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijkwaardige breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
Te hanteren begrippen
de gelijkwaardige breuk
Voorbeelden
Gelijkwaardige breuken: 1 5 • = 20 100 1 2 4 • = = 2 4 8 -
Vormen gelijkwaardige breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijkwaardige breuk: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken Vormen: door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor
Voorbeelden
Gelijkwaardige breuken: 1 25 • = 2 50 1 2 4 • = = 2 4 8 -
Vergelijken gerelateerde breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gerelateerde breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken Vergelijken: door de breuken gelijknamig te maken Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
Voorbeelden
4 7 Thomas vraagt zich af: " Is groter, kleiner of gelijk aan ?” 5 10 4 7 Hij zegt: " en zijn gerelateerde breuken want de noemers zijn veelvouden van elkaar. 5 10 Ik maak de breuken gelijknamig op noemer 10 door bij de eerste breuk teller en noemer 4 8 8 7 4 7 met 2 te vermenigvuldigen, dus = en is groter dan dus > ” 5 10 10 10 5 10 -
Vergelijken echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken Vergelijken: 1 via de referentiepunten 0, en 1 2 Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠Voorbeelden
6 3 6 Anaël wil graag weten: “Is groter, kleiner of gelijk aan ?” Ze zegt: “ is iets meer dan 9 8 9 3 6 3 de helft en is iets minder dan de helft dus > " 8 9 8 -
Ordenen echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken Ordenen: 1 via de referentiepunten 0, en 1 2 Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠ -
Geven breuken weer.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 100 Weergeven: • met een schematische voorstelling 9 • met horizontale ( ) breukstreep 81 -
Lezen breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 100 Lezen: • met schuine (4/48) breukstreep 4 • met horizontale ( ) breukstreep 48 -
Vormen gelijkwaardige breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijkwaardige breuken: noemer ≤ 100 Vormen: door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor
Voorbeelden
Gelijkwaardige breuken: 2 4 6 • = = 9 18 27 -
Zetten echte breuken om naar gelijknamige breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: met willekeurige noemers Omzetten: via de kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van beide noemers (noemer ≤ 100) Voorbeeld: 5 3 Loena wil de breuken en gelijknamig maken. 12 8 Ze zegt: "Ik zoek het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 12 en 8. Dat is 24. 5 4 3 9 Dan maak ik = en = . Nu hebben ze dezelfde noemer en zijn ze gelijknamig." 12 24 8 24 -
Vereenvoudigen een breuk.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een breuk: noemer ≤ 100 Vereenvoudigen: teller en noemer delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)
Te hanteren begrippen
vereenvoudigen
Voorbeelden
9 Yasmine zegt: "Ik wil vereenvoudigen. De grootste gemeenschappelijke deler van 9 en 12 9 3 12 is 3. Ik deel teller en noemer door 3. Dus = . Ik heb de breuk vereenvoudigd." 12 4 -
Vergelijken echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 100 Vergelijken: 1 via de referentiepunten 0, en 1 2 met en zonder getallenas -
Ordenen echte breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Echte breuken: noemer ≤ 100 Ordenen: 1 via de referentiepunten 0, en 1 2 • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠ -
Herkennen een oneigenlijke breuk als een natuurlijk getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
9 6 3 , , 3 6 1 9 • De leraar vraagt om de oneigenlijke breuken te omcirkelen. Noor omcirkelt: " want 3 deze breuk is gelijk aan 3." 6 • Omar omcirkelt en zegt: "Deze breuk is gelijk aan 1.” 6 3 • Ava zegt: " is gelijk aan 3.” 1 -
Wisselen gelijke delen van een onechte breuk in voor één of meer gehelen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tibo zegt: "Ik heb 9 gelijke delen van een pizza. Met 4 delen kan ik 1 pizza vormen. Als ik 9 1 alle delen samenleg bekom ik pizza of 2 pizza’s en deel.” 4 4 -
Zetten een onechte breuk en een gemengd getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: door ze te benoemen in termen van gehelen en breukdelen (noemer ≤ 20)
Te hanteren begrippen
het gemengd getal, de onechte breuk
-
Plaatsen onechte breuken met dezelfde noemer en gemengde getallen met dezelfde noemer op een getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Getallenas: voorgestructureerd
-
Ordenen onechte breuken en gemengde getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven gemengde getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen liggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)
-
Geven een tiende van een eenheid weer.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • met materiaal • met een schematische voorstelling • in de vorm van een breuk met noemer 10
-
Wisselen een groepje van tien tienden in voor een eenheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≤ 1 Wiskundige notatie: .,. t
Te hanteren begrippen
het decimaal getal, de komma, … komma …, de eenheid (E), het tiende (t)
Voorbeelden
Omzetting: 2 2 delen van het geheel = = 2 tienden = 0,2. 10 -
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≥ 1
Voorbeelden
Omzetting: 2 Één geheel (tien tienden) en 2 delen = 1 + = 1E 2t = 1,2. 10 -
Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De waarde van een cijfer: tot op een tiende
-
Interpreteren een decimaal getal met één cijfer na de komma op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: in herkenbare contexten in eenheden en tienden splitsen en samenstellen
Voorbeelden
Interpreteren: 1,2 = 1E en 2t = 12t = 1 geheel en 2 tienden.
-
Geven een honderdste van een eenheid weer.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • met materiaal • met een schematische voorstelling • in de vorm van een breuk met noemer 100
-
Wisselen een groep van honderd honderdsten in voor een eenheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≤ 1 Echte breuk: met noemer tien of honderd Wiskundige notatie: .,. t .,.. h
Te hanteren begrippen
het honderdste (h)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≥ 1 Echte breuk: met noemer tien of honderd Wiskundige notatie: .,. t .,.. h
Voorbeelden
Omzetting: 12 Één geheel (honderd honderdsten) en 12 delen = 1 + = 1E 12h = 1,12. 100 -
Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De waarde van een cijfer: tot op een honderdste
-
Verwoorden dat de waarde van een decimaal getal niet verandert als er een nul achteraan toegevoegd wordt.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Lotte zegt: "1,4 is hetzelfde als 1,40. De nul achteraan verandert niets aan de waarde." Jules vult aan: "Net zoals 0,7 en 0,70 evenveel zijn."
-
Interpreteren een decimaal getal met één en twee cijfers na de komma op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: in herkenbare contexten in eenheden, tienden en honderdsten splitsen en samenstellen
Voorbeelden
Interpreteren: • 1,12 = 1E en 12h = 1E, 1t en 2h = 112h = 1 geheel en 12 honderdsten = 11 tienden en 2 honderdsten. • 1,2 = 1E en 2t = 12t = 1,20 = 1E en 20h = 1 geheel en 2 tienden = 1 geheel en 20 honderdsten = 120h. -
Geven een duizendste van een eenheid weer.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • met materiaal • met een schematische voorstelling • in de vorm van een breuk met noemer 1 000
-
Wisselen een groepje van duizend duizendsten in voor een eenheid.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≤ 1 Echte breuk: met noemer duizend Wiskundige notatie: .,… d
Te hanteren begrippen
het duizendste (d)
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≥ 1 Echte breuk: met noemer duizend Wiskundige notatie: .,… d
Voorbeelden
Omzetting: 202 • Één geheel (duizend duizendsten) en 202 delen = 1 + = 1E 202d = 1,202. 1 000 -
Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De waarde van een cijfer: tot op een duizendste
-
Interpreteren een decimaal getal op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Decimaal getal: met één, twee en drie cijfers na de komma Interpreteren: in herkenbare contexten in eenheden, tienden, honderdsten en duizendsten splitsen en samenstellen
Voorbeelden
Interpreteren: • 1,234 = 1E en 234 d = 1E 23h en 4d = 1E 2t 3h en 4d = 1 geheel en 234 duizendsten = 1 234 d = … • 1,45 = 1E en 45h = 1E, 4t en 5h = 1,450 = 1E en 450d = 1 geheel en 450 duizendsten = 1E en 450d = 1450d = 14t en 5h = 14t en 50d = … -
Geven paraat de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Referentiepunten: 1 1 1 • 0; 0,1 en ;0,2 en ;0,5 en ;1 10 5 2 1 1 1 3 • 0; 0,01 en ;0,25 en ;0,50 en ;0,75 en ; 1 100 4 2 4 -
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: • met sprongen van 0,1; 0,2 en 0,5 • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
-
Geven het ontbrekende getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: • met sprongen van 0,1, 0,2 en 0,5 • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
-
Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: tot op een honderdste
-
Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: tot op een honderdste eerst de gehelen en dan de breukdelen • door kennis van de referentiepunten • door omzetting Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getallenas: voorgestructureerd Plaatsen: tot op een honderdste
-
Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: tot op een honderdste • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven een oplopend en aflopend patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
-
Geven het ontbrekende getal in een patroon.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
-
Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geven: tot op een duizendste
-
Geven de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Referentiepunten: 2 3 4 1 2 1 3 • 0,4 en ;0,6 en ;0,8 en ;1,2 en 1 en ;1,4 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,6 en 1 en ;1,8 5 5 5 5 5 2 5 4 en 1 en 5 • 1 1 3 1,25 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,75 en 1 en 4 2 4 -
Geven de referen4tiepunten voo2r decimale get4allen (≤ 1) en de bijbehorende breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Referentiepunten: 1 1 3 1 5 3 7 0; 0,125 en ;0,250 en ;0,375 en ;0,5 en ;0,625 en ;0,750 en ;0,875 en ; 1 8 4 8 2 8 4 8 -
Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: tot op een duizendste eerst de gehelen en dan de breukdelen • door kennis van de referentiepunten • door omzetting Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getallenas: voorgestructureerd Plaatsen: tot op een duizendste
-
Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: tot op een duizendste • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Ronden een decimaal getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: • tot op een eenheid naar boven of beneden • tot op een tiende naar boven of beneden
Voorbeelden
Afronden tot op een eenheid: • 24,8 afronden naar 25. • 23,23 afronden naar 23. Afronden tot op een tiende: • 3,46 afronden naar 3,5. • 7,34 afronden naar 7,3.
-
Ronden een decimaal getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: • tot op een eenheid naar boven of beneden • tot op een honderdste naar boven of beneden
Voorbeelden
Afronden tot op een eenheid: • 54,17 afronden naar 54. • 24,98 afronden naar 25. Afronden tot op een honderdste: • 5,678 afronden naar 5,68. • 19,323 afronden naar 19,32
-
Ronden een decimaal getal af.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: tot op een duizendste naar boven of beneden
Voorbeelden
Afronden: • 6,423 afronden naar 6,425 • 19,997 afronden naar 20,000
-
Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schattend rekenen: met decimale getallen Wiskundige notatie: ≈
Voorbeelden
• Linda ziet op het tankstation dat de benzine €1,837 per liter kost en zegt: "Ik reken met €1,85, dus voor 20 liter is dat ongeveer €37." • Yassin staat in de bioscoop en zegt: "De tickets kosten €8,75 per persoon. We zijn met 3, dus ongeveer 3 x €9 ≈ €27." -
Herkennen dat een procent hetzelfde is als een honderdste.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: met een schematische voorstelling en in de vorm van een breuk met noemer 100 Wiskundige notatie: %
Te hanteren begrippen
het procent (%)
-
Drukken een percentage uit in eenheden, tienden en honderdsten.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
-
Illustreren dat de grootte van een percentage relatief is tot de grootte van het geheel.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Ahmir zegt: "In het vijfde leerjaar zitten 20 leerlingen en 50% daarvan zijn meisjes. In het zesde leerjaar zitten 26 leerlingen, 50% daarvan zijn meisjes. Dat is hetzelfde percentage (50%) maar kan toch meer of minder betekenen. Want in het vijfde leerjaar zitten 10 meisjes en in het zesde 13.”
-
Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gestructureerde hoeveelheid: ≤ 1 Breuk: met noemer honderd
-
Interpreteren een procent op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Procent: ≤ 100 • als breuk • als decimaal getal • volgens plaatswaarde
Voorbeelden
Interpreteren: 12 12% = 1t en 2h = 12h = = 0,12 100 -
Zetten een breuk om naar een procent en omgekeerd.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: met noemer ≤ 100
-
Zetten een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: met noemer ≤ 100 Decimaal getal tot op een duizendste
-
Interpreteren een procent op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een procent: • als breuk • als decimaal getal • volgens plaatswaarde
Voorbeelden
Interpreteren: 112 12 112% = 1E en 12h = 1E en 1t en 2h = = 1,12 = 1 geheel en 12 honderdsten = 1 en 100 100 -
Geven paraat de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Referentiepunten: 1 1 1 1 2 1 3 3 0%, 1% en ; 10% en ; 20% en ; 25% en ; 40% en ;50% en ;60% en ;75% en 100 10 5 4 5 2 5 4 4 ;80% en ; 100% en 1 5 -
Plaatsen 5procenten op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getallenas: voorgestructureerd
-
Ordenen procenten.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven procenten die tussen nul en één liggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
-
Vergelijken breuken, decimale getallen en procenten met elkaar.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: met noemer ≤ 100 Vergelijken: • door omzetting • door kennis van referentiepunten Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken en gemengde getallen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Referentiepunten: 1 1 1 3 120% en 1 en ; 125% en 1 en ; 150% en 1 en ;175% en 1 en ; 200% en 2 5 4 2 4 -
Vergelijken breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten met elkaar.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • door omzetting • door kennis van referentiepunten Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Plaatsen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten op de getallenas.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getallenas: voorgestructureerd
-
Ordenen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ordenen: • met getallenas • zonder getallenas Wiskundige notatie: >, <, ≥, ≤, =, ≠
-
Geven rationale getallen die tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rationale getallen: breuken, decimale getallen en procenten
-
Ronden een procent af.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Afronden: • naar boven of beneden • volgens de gewenste nauwkeurigheid
Voorbeelden
Afronden: • 41% afronden naar 40% • 63% afronden naar 65%
-
Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schattend rekenen: met procenten Wiskundige notatie . ≈
Voorbeelden
Sofia bedenkt: "57% van de Belgische bevolking leeft in Vlaanderen. In België wonen ongeveer 12 miljoen mensen. In Vlaanderen wonen dus iets meer dan de helft (50 %) Belgen en dus iets meer dan 6 miljoen mensen.”
-
Duiden een verhouding op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende manieren: • de relatie tussen een deel en het geheel (. op .) • de relatie tussen grootheden (. per .) • de relatie tussen twee delen (. staat tot .) • een breuk
Te hanteren begrippen
. op ., . per . , . staat tot .
Voorbeelden
De relatie tussen een deel en het geheel: Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier.” De relatie tussen grootheden: Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water nodig.” De relatie tussen twee delen: Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode kralen. 4 staat tot 5.”
-
Schrijven een verhouding.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .) • als de relatie tussen grootheden (. per .) • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .) • als een breuk
-
Duiden een verhouding op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende manieren: • een percentage • een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans
Te hanteren begrippen
de verhouding, het procent
-
Schrijven een verhouding.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .) • als de relatie tussen grootheden (. per .) • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .) • als een breuk • als een percentage • als een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans
Voorbeelden
• Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier. Ik kan dit 3 schrijven als ” 5 • Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water nodig. Ik kan dit schrijven als 3 : 1” • Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode kralen. 4 staat tot 5. Ik kan dit schrijven als 4 : 5” • Myraim zegt: Een enuête bij 2 500 Vlamingen toont dat 1 750 mensen dagelijks internet gebruiken. Voor gans Vlaanderen kunnen we dus zeggen dat 7 op 10 van de Vlamingen dagelijks internet gebruikt. Ik kan dit schrijven als 70%” -
Duiden een verhouding op verschillende manieren.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende manieren: • de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
-
Schrijven een verhouding.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: • als de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
-
Zetten een gegeven verhouding om naar een gelijkwaardige verhouding.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omzetten: door beide termen te vermenigvuldigen met dezelfde factor
Voorbeelden
• Mira zegt: "Het menu voor één persoon is twee eitjes en vier sneetjes brood. Voor 4 personen vermenigvuldig ik beide getallen met factor 4. Dan heb ik 8 eitjes en 16 sneetjes nodig.” • Noor rekent: "1 glas limonade maak ik met 1 deel siroop en 5 delen water. Voor 3 glazen neem ik 3 delen siroop en 15 delen water." -
Geven bij twee gelijkwaardige verhoudingen (twee termen) de ontbrekende term.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
In Sophia haar klas zijn drie op vijf kinderen meisjes. Er zitten 12 meisjes in de klas. Hoeveel jongens zitten er in de klas van Sophia? Sophia rekent uit: “Drie breukdelen op vijf staan voor 12 meisjes. Het aantal jongens staat voor 2 breukdelen op vijf. 3 op 5 = 12, 1 op 5 = 4 en 2 op 5 = 8, dus er zijn 8 jongens in de klas.”
-
Vereenvoudigen een verhouding.
Wiskunde › Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vereenvoudigen: door de termen te delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)
Voorbeelden
• Pauline zegt: “In onze klas zitten 12 meisjes en 16 jongens. Dat is een verhouding van 12 op 16. Ik kan dit vereenvoudigen door beide termen te delen door GGD 4 en dus is de verhouding 3 meisjes op 4 jongens.” -
Verdelen een geheel in twee delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10 Verdelen: op alle mogelijke manieren (splitsen, verdelen en samenvoegen)
Te hanteren begrippen
splitsen, verdelen, samenvoegen, samen(tellen)
-
Veranderen een hoeveelheid met één.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheid: 1 t.e.m. 10 Veranderen: • 1 erbij • 1 eraf
Te hanteren begrippen
één meer, één minder, bijdoen, erbij, vermeerderen, hoeveel samen, wegnemen, verminderen, eraf, hoeveel over
-
Verdelen een geheel in twee delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10 Verdelen: op alle mogelijke manieren (splitsen en verdelen)
Te hanteren begrippen
het deel, het geheel, de helft
-
Verdelen een geheel in drie delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10
-
Voegen twee of drie delen samen tot een geheel.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10
Te hanteren begrippen
het dubbel
-
Vullen het ontbrekende deel van een getalfamilie aan.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilie: tot en met 10
Te hanteren begrippen
de getalfamilie
Voorbeelden
Imane zegt: "5 bestaat uit 3 en ? ... Dat is 2.”
-
Verwoorden rekenhandelingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenhandelingen: met betrekking tot optellen en aftrekken met concrete materialen tot en met 10 • oorzaak-verandering • combinatie • vergelijking
Te hanteren begrippen
bijdoen, weg(nemen), erbij, eraf, samen(tellen), samenvoegen, meer, minder
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Beni heeft 5 knikkers en wint er 2, hoeveel heeft hij er nu? Combinatie: Beni heeft 5 knikkers en Isabel heeft er 2, hoeveel hebben ze er samen? Vergelijking: Beni heeft 5 knikkers en Filip heeft er 2, hoeveel heeft Filip er minder?
-
Voeren rekenhandelingen uit.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenhandelingen: met betrekking tot optellen en aftrekken met concrete materialen tot en met 10 • oorzaak-verandering • combinatie • vergelijking
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Ik heb 5 knikkers en ik win er 2, hoeveel heb ik nu? Combinatie (deel-geheel): Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel samen? Vergelijking: Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel heb jij er minder?
-
Illustreren de optelling als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling: som ≤ 10 Wiskundige notatie: +
Te hanteren begrippen
de term, de som, optellen, bijdoen, erbij, samenvoegen, meer, plus
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Rayan heeft 7 aardbeien. Hij krijgt er 3 bij. Hoeveel aardbeien heeft hij nu? Combinatie (deel-geheel): Soraya heeft 2 rode kleurpotloden en 6 blauwe kleurpotloden. Hoeveel kleurpotloden heeft ze samen? Vergelijking: Soetkin heeft 2 boeken. Sara heeft er 3 meer dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
-
Tellen op door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10
Voorbeelden
Alexis weet dat 5 en 3 acht is omdat 5 en 3 behoren tot de getalfamilie 8.
-
Lossen een puntoefening op door de parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oplossen: som ≤ 10
-
Illustreren de aftrekking als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekking: aftrektal ≤ 10 Wiskundige notatie: -
Te hanteren begrippen
het verschil, aftrekken, weg(nemen), eraf, minder, min
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Rayan heeft 7 aardbeien. Hij eet er 3 op. Hoeveel aardbeien heeft hij nu? Combinatie (deel-geheel): Soraya heeft 9 kleurpotloden. 6 zijn blauwe kleurpotloden, de rest zijn rode kleurpotloden. Hoeveel rode kleurpotloden heeft ze? Vergelijking: Soetkin heeft 8 boeken. Sara heeft er 3 minder dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
-
Verwoorden de aftrekking als het aanvullen van de tweede term om het verschil te vinden (indirect optellen).
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekking: aftrektal ≤ 10
-
Trekken af door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10
Voorbeelden
Hozeer weet dat 7 – 4 = 3 omdat 4 en 3 samen tot de getalfamilie 7 behoren.
-
Verwoorden dat de aftrekking de omgekeerde bewerking van de optelling is en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de omgekeerde bewerking
-
Geven de vier familieopgaven bij een getalfamilie.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilie: aftrektal of som ≤ 10
Voorbeelden
Ina werkt met de getalfamilie (5; 2, 3) en geeft de vier familieopgaven: "2 + 3 = 5, 5 – 3 = 2, 3 + 2 = 5, 5 – 2 = 3.”
-
Geven van een willekeurig getal alle mogelijke getalfamilies.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilies: ≤ 10 Geven: Door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 20 zonder overbrugging
-
Trekken af via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 20 zonder overbrugging
-
Lossen een optelling en aftrekking op door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling en aftrekking: som of aftrektal ≤ 20 Oplossen: zonder overbrugging
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 20 met overbrugging
-
Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal.*
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrektal: ≤ 20 Aftrekken: met overbrugging
Voorbeelden
Rijgen: 12 – 7 = 12 – 2 – 5 /\ 2 5 = 10 – 5 = 5 Splitsen van het aftrektal: 12 – 7 = 10 – 7 + 2 /\ 10 2 = 3 + 2 = 5 * De school kiest één van beide procedures. -
Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal.*
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrektal: ≤ 20 Aftrekken: met overbrugging * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure.
-
Lossen een optelling en aftrekking op door de parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling en aftrekking: Som of aftrektal ≤ 20 Oplossen: met overbrugging
-
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen zonder overbrugging
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
-
Trekken af via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen zonder overbrugging
-
Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal*.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Voorbeelden
Rijgen: 52 – 18 = 52 – 10 – 8 = 42 – 8 /\ 2 6 = 42 – 2 – 6 = 40 – 6 = 34 Splitsen van het aftrektal: 52 – 18 = 52 – 10 – 8 = 42 – 8 /\ 40 2 = 40 – 8 + 2 = 32 + 2 = 34 * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure. -
Trekken af via aanvullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Te hanteren begrippen
Aanvullen tot
-
Tellen op via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Te hanteren begrippen
compenseren
Voorbeelden
Indirect compenseren: 33 + 18 = (33 + 20) - 2 = 53 – 2 = 51 Dus 33 + 18 = 51 -
Trekken af via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Voorbeelden
Indirect compenseren: 42 – 18 =(42 – 20) + 2 = 22 + 2 = 24 Dus 42 – 18 = 24 -
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 maximum 3 termen • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen
-
Tellen op naar analogie van de bewerkingen tot 20.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Optellen: 60 + 90 = 150 want 6T + 9T = 15T = 150 400 + 300 = 700 want 4H + 3H = 7H = 700
-
Tellen op via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: enkel bij overbrugging som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Indirect compenseren: 165 + 297 = 165 + (300 – 3) = (165 + 300) – 3 = 465 – 3 = 462 -
Trekken af via analogie van de bewerkingen tot 20.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Aftrekken: 120 - 70 = 50 want 12T – 7T = 5T = 50 900 - 300 = 600 want 9H – 3H = 6H = 600
-
Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal*.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen met overbrugging * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure.
-
Trekken af via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: enkel bij overbrugging aftrektal≤ 1 000 hoofdrekenen
-
Trekken af via aanvullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen met overbrugging
-
Tellen op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 160 + 589 = 160 + (600 – 11) = (160 + 600) - 11 = 220 - 11 = 209 -
Trekken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 613 - 235 = (613 – 300) + 65 = 313 + 65 = 378 Aftrekken door aanvullen: 613 – 235 = 65 + 300 + 13 = 378 -
Illustreren dat de som van twee getallen niet verandert als we bij één term een getal optellen en dit getal van de andere term aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
-
Tellen op via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: enkel bij overbrugging som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Optellen via direct compenseren: 567 + 265 = (567 + 33) + (265 – 33) = 600 + 232 = 832 -
Illustreren dat het verschil van twee getallen niet verandert als we bij beide termen hetzelfde getal optellen of aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
-
Trekken af via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: enkel bij overbrugging aftrektal≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Aftrekken: 613 – 235 = (613 – 13) – (235 – 13) = 600 -222 = 378 -
Tellen op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = (1 600 + 600) - 20 = 2 200 - 20 = 2 180 Optellen door direct compenseren: 1637 + 3 587= (1637 + 63) + (3 587 –63) = 1700 + 3 524 = 5 224 -
Trekken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 + 20 = 3 220 Aftrekken door direct compenseren: 4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100) = 4 700 – 2 000 = 2 700 -
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 maximum 3 termen • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Tellen op met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = 1 600 + 600 – 20 = 2 200 – 20 = 2 180 -
Trekken af met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 – 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 = 3 200 + 20 = 3 220 -
Tellen op met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 000 (L5); som ≤ 10 000 000 (L6) hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = 1 600 + (600 -20) = (1600 + 600) - 20 = 2 200 – 20 = 2 180 -
Trekken af met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 000 (L5); aftrektal ≤ 10 000 000 (L6) hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 = 3 200 + 20 = 3 220 Aftrekken door direct compenseren: 4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100) = 4 700 – 2 000 = 2 700 -
Duiden of er bij een bewerking moet worden ingewisseld.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
optellen, aftrekken, de optelling, de aftrekking, de som, de term, het verschil, het aftrektal, de aftrekker, inwisselen
-
Gebruiken bij een optelling de verwisseleigenschap (commutativiteit).
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Commutativiteit: In een optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat hierdoor de som verandert.
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Commutativiteit: 2 + 35 = 35 + 2 = 37 18 + 13 + 2 = 18 + 2 + 13 = 20 + 13 = 33 -
Gebruiken de nul-eigenschap (neutraal element) bij een optelling.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Neutraal element: Als je bij een getal 0 optelt, is de som gelijk aan het oorspronkelijke getal.
Voorbeelden
Neutraal element: 1 236 + 0 = 1 236
-
Gebruiken bij een optelling de associatieve eigenschap.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Associativiteit: Je mag bij een optelling met meer dan 2 termen kiezen welke termen je eerst optelt, zonder dat de som wijzigt. Wiskundige notatie: ()
Te hanteren begrippen
schakelen, het haakje, (aaneen)schakelen
Voorbeelden
Associativiteit: (27 + 19) + 31 = 27 + (19 + 31) = 27 + 50 = 77 -
Berekenen eerst de deelopgave tussen haakjes.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
-
Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij optellen en aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
-
Nemen een hoeveelheid een aantal keer.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
keer nemen, het dubbel
-
Verwoorden hoeveel keer ze gelijke groepjes hebben.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
verdelen, (gelijke) groepjes maken, evenveel, de helft
Voorbeelden
Er zijn 6 knikkers. In elk zakje gaan 2 knikkers. Ibrahim maakt groepjes van telkens 2 knikkers en telt hoeveel groepjes hij kan maken: “2 knikkers in het eerste zakje, 2 in het tweede zakje, 2 in het derde zakje. Ik heb 3 groepjes van 2. Dus 6 knikkers kan ik verdelen in 3 groepjes van 2.”
-
Verwoorden hoeveel elk groepje krijgt bij een gelijke verdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
eerlijk verdelen
Voorbeelden
Jasper zegt: “Ik heb 8 knikkers en verdeel ze over 2 vrienden. Elke vriend krijgt 4 knikkers.”
-
Bepalen het product.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Product: ≤ 20 Bepalen: via de herhaalde optelling Wiskundige notatie: x
Te hanteren begrippen
maal, keer
-
Bepalen het quotiënt van een verhoudingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltal: ≤ 20 Bepalen: via de herhaalde aftrekking Wiskundige notatie: :
Te hanteren begrippen
gedeeld door
-
Herkennen het vermenigvuldigen als keerhandeling en als rooster.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Keerhandeling (groepjesmodel): Ik neem 6 zakjes met in elk zakje 3 stickers. Hoeveel stickers heb ik? Dus 6 x 3 = 18 Rooster (rechthoekmodel): Een moestuin heeft 4 rijen met 9 planten in elke rij. Hoeveel planten zijn er? Dus 4 x 9 = 36
-
Verwoorden dat de vermenigvuldiging de omgekeerde bewerking van de deling is en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de omgekeerde bewerking
-
Verwoorden dat een opgaande deling geen rest heeft en een niet-opgaande wel.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
-
Verwoorden dat bij een verhoudingsdeling de deler het aantal per groep en het quotiënt het aantal groepjes aangeeft.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
delen, de deler, het deeltal, het quotiënt
Voorbeelden
Verhoudingsdeling: Fien heeft 24 speelkaarten. Elke deelnemer krijgt 4 kaarten. Hoeveel deelnemers kunnen er dan maximaal deelnemen?
-
Bepalen het product.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Product: ≤ 100 Bepalen: via de herhaalde optelling
Te hanteren begrippen
vermenigvuldigen, de factor, de vermenigvuldiger, het vermenigvuldigtal, het product
-
Bepalen het quotiënt en de rest van een verhoudingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Quotiënt: deeltal ≤ 100 Verhoudingsdeling: • opgaande • niet-opgaande Bepalen: via de herhaalde aftrekking
Te hanteren begrippen
de rest, de (niet-) opgaande deling
-
Verwoorden dat bij de verdelingsdeling dat de deler het aantal groepjes is en het quotiënt het aantal per groep.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verdelingsdeling (met link naar verhoudingsdeling): Fien verdeelt 24 speelkaarten eerlijk onder 6 leerlingen en kijkt hoeveel ieder er krijgt (=4). (Ze kan ook tellen hoe vaak ze 4 speelkaarten kan uitdelen (=6))
-
Bepalen het quotiënt en de rest van een verdelingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Quotiënt: deeltal ≤ 100 Verdelingsdeling: • opgaande • niet-opgaande Bepalen: via de herhaalde aftrekking
-
Herkennen het vermenigvuldigen als vergelijking en combinatie.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vergelijking: • Ruben heeft 3 keer zoveel stripboeken als Ercan. Ercan heeft er 18. Hoeveel stripboeken heeft Ruben? Combinatie: • Je hebt 4 soorten soep en 5 verschillende broodjes, hoeveel verschillende maaltijden kun je samenstellen? -
Lossen de maaltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maaltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de maaltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maaltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde aftrekking
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde aftrekking
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de maal- en deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maal- en deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via parate kennis van de rekenfeiten • inclusief verwisseleigenschap
-
Lossen maaltafels op met steunpunten en strategieën.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Strategieën: • één keer meer/minder • twee keer meer/minder • verdubbelen/halveren
-
Lossen de maaltafels op door gebruik te maken van de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Inverse relatie: 3 x 7 = 21 7 x 3 = 21 21 ÷ 7 = 3 21 ÷ 3 =
-
Lossen alle maal- en deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oplossen: door elkaar via parate kennis van de rekenfeiten (maal- en deeltafels 1, 2, ..., 10) inclusief verwisseleigenschap
-
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • E x TE
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 12 = (3 x 10) + (3 x 2) = 30 + 6 = 36 -
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • E x HTE
Te hanteren begrippen
Splitsen, verdelen
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 224 = (3 x 200) + (3 x 20) + (3 x 4) = 600 + 60 + 12 = 672 -
Delen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • zonder rest • met rest • TE ÷ E • HTE ÷ E
Voorbeelden
Delen: 676 ÷ 3 = (600 ÷ 3) + (60 ÷ 3) + (15 ÷ 3) + R1 = 200 + 20 + 5 R1 = 225 R1 -
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen TE x TE
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 23 x 46 = (20 x 46) + (3 x 46) = 920 + 138 = 1 058 -
Delen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen TE ÷ TE
Voorbeelden
Delen: 92 ÷ 12 = (60 ÷ 12) + (32 ÷ 12) = 5 + 2 R8 = 7 R8 -
Vermenigvuldigen met overbrugging via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • (T)E x HTE • x 5 = x 10 ÷ 2 = ÷ 2 x 10 • x 50 = x 100 ÷ 2 = ÷ 2 x 100 • x 25 = x 100 ÷ 4 = ÷ 4 x 100
Te hanteren begrippen
compenseren
Voorbeelden
Indirect compenseren: 9 X 237 = (10 x 237) - (1x 237) = 2 370 – 237 = 2 133 32 x 5 = (32 x 10) : 2 = 320 : 2 = 160 -
Delen met overbrugging via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • HTE ÷ (T)E • ÷ 5 = ÷ 10 x 2 = x 2 ÷ 10 • ÷ 50 = ÷ 100 x 2 = x 2 ÷ 100 • ÷ 25 = ÷ 100 x 4 = x 4 ÷ 100
Voorbeelden
Indirect compenseren: 585 ÷ 3 = (600 ÷ 3) – (15 ÷ 3) = 200 – 5 = 195 395 ÷ 5 = (400 ÷ 5) - (5 ÷ 5) = (800 ÷ 10) – (5 ÷ 5) = 80 - 1 = 79 3600 ÷ 50= (3600: 100) x 2 = 36 x 2 = 72 -
Vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald optellen (tellen met sprongen) o splitsen en verdelen (distributiviteit) o naar analogie van de tafels o één keer meer, één keer minder, verdubbelen o indirect compenserenVoorbeelden
Verdubbelen (x 2; x 4; x8): 825 x 8 = . 825 x 2 = 1 650 1 650 x 2 = 3 300 3 300 x 2 = 6 600 825 x 8 = 6 600
-
Delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald aftrekken (tellen met sprongen) o naar analogie van de tafels o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling o één keer meer, één keer minder, halveren o indirect compenserenVoorbeelden
Halveren (÷ 2, ÷ 4, ÷ 8): 3 240 ÷ 8 = . 3 240 ÷ 2 = 1 620 1 620 ÷ 2 = 810 810 ÷ 2 = 405 3 240 ÷ 8 = 405
-
Illustreren dat het product van twee getallen gelijk blijft bij vermenigvuldigen van de ene factor en delen van de andere met hetzelfde getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
-
Illustreren dat het quotiënt van twee getallen gelijk blijft als deeltal en deler met hetzelfde getal worden gedeeld of vermenigvuldigd (rest verandert wel).
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
-
Vermenigvuldigen via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • ook grote getallen met eindnullen • (T)E x HTE
Voorbeelden
Direct compenseren: 12 x 45 = 6 x 90 = 540 -
Delen via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • ook grote getallen met eindnullen • HTE ÷ (T)E
Voorbeelden
Direct compenseren: 450 ÷ 15 = 150 ÷ 5 = 30 -
Vermenigvuldigen door een factor te ontbinden in factoren en te schakelen of van plaats te wisselen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 200 = 3 x (2 x 100) = (3 x 2) x 100 = 6 x 100 = 600 32 x 125 = (4 x 8) x 125 = 4 x (8 x 125) = 4 x 1 000 = 4 000 32 x 125 = 8 x 4 x 125 = 8 x 125 x 4 = 1 000 x 4 = 4 000 -
Delen door de deler te ontbinden in factoren en te schakelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen
Voorbeelden
Delen: 6 000 ÷ 3 000 = (6 000 ÷ 1 000) ÷ 3 = 6 ÷ 3 = 2 1 424 ÷ 4 = (1 424 ÷ 2) ÷ 2 = 712 ÷ 2 = 356 -
Vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald optellen (tellen met sprongen) o splitsen en verdelen (distributiviteit) o naar analogie van de tafels o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren. o indirect compenseren o direct compenseren o een factor ontbinden in factoren -
Delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald aftrekken (tellen met sprongen) o naar analogie van de tafels o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren. o indirect compenseren o direct compenseren o een factor te ontbinden in factoren -
Vermenigvuldigen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 1 000 • TE x E • HTE x E
-
Vermenigvuldigen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 • x E • x TE
-
Herkennen bij het cijferen of een deling een opgaande deling of een niet-opgaande deling is.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deling: • TE ÷ E • HTE ÷ E
-
Delen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 1 000 • TE ÷ E • HTE ÷ E • zonder rest • met rest
-
Delen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 • ÷ (T)E • zonder rest • met rest
-
Passen de verwisseleigenschap (commutativiteit) toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Commutativiteit: In een vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat hierdoor het product verandert.
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Commutativiteit: • 22 x 3 = 3 x 22
-
Passen bij de vermenigvuldiging de eigenschappen toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigenschappen: • de nul-eigenschap of opslorpend element: Als je een getal vermenigvuldigt met nul is het product gelijk aan nul. • de één-eigenschap of neutraal element: Als je een getal vermenigvuldigt met één is het product gelijk aan het getal zelf. -
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • x 10 • x 100 • x 1 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 2 000 = 3 x 2D en dus 3 nullen toevoegen = 6 000.
-
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • x 10 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: • Dylan van het vijfde leerjaar lost volgende bewerking op: 5 x 10 000 = 5 x 1TD en dus nullen toevoegen = 50 000 • Bilitis van het zesde leerjaar lost volgende bewerking op: 300 x 20 000 = 3H x 2TD en dus zes nullen toevoegen = 6 000 000. -
Passen de nulregel toe bij het delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen • ÷ 10 • ÷ 100 • ÷ 1 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Delen: 9 000 ÷ 3 = 9D ÷ 3 = 3D = 3 000 -
Passen de nulregel toe bij het delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen • ÷ 10 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Delen: 90 000 ÷ 3 = 9TD ÷ 3 = 3TD = 30 000 -
Passen bij de vermenigvuldiging en de deling de eigenschappen toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen Eigenschappen vermenigvuldiging: • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een vermenigvuldiging de factoren in een som of een verschil splitsen zonder dat het product wijzigt. • schakelen (associativiteit): Je mag bij een vermenigvuldiging met meer dan 2 factoren kiezen welke factoren je eerst vermenigvuldigt, zonder dat het product wijzigt. • verwisseleigenschap (commutativiteit) Eigenschappen deling: • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een deling enkel het deeltal splitsen in een som of een verschil zonder dat het quotiënt wijzigt.Te hanteren begrippen
splitsen, verdelen, schakelen, (aaneen)schakelen
Voorbeelden
Splitsen en verdelen: 3 x 42 = 3 x (40 + 2) = (3 x 40) + (2 x 40) = 120 +6 = 126 720 ÷ 6 = (600 + 120) ÷ 6 = (600 ÷ 6) + (120 ÷ 6) = 100 + 20 = 120 Van plaats wisselen en schakelen: 5 x 16 x 2 = 5 x 2 x 16 = (5 x 2) x 16 = 10 x 16 = 160 -
Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij vermenigvuldigen en delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het optellen en aftrekken van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: met een schematische voorstelling
-
Tellen gelijknamige breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: som ≤ 1
Voorbeelden
Optellen: 5 3 8 + = 10 10 10
-
Trekken gelijknamige breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Aftrekken: aftrektal ≤ 1
Voorbeelden
Aftrekken: 5 3 2 - = 10 10 10
-
Tellen gerelateerde breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: som ≤ 1 eerst de breuken gelijknamig maken
Voorbeelden
Optellen: 1 7 2 7 + = + 5 10 10 10 9 = 10 -
Trekken1 0gerelateerde breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: gerelateerde breuken noemer ≤ 20 Aftrekken: aftrektal ≤ 1 eerst de breuken gelijknamig maken
Voorbeelden
Aftrekken: 3 1 6 1 - = - 4 8 8 8 5 = 8 -
Tellen gerelateerde breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: eerst de breuk gelijknamig maken en de som (onechte breuk) omzetten naar een gemengd getal
Voorbeelden
Optellen: 3 7 6 7 + = + 5 10 10 10 13 = 10 3 = 1 en 10 -
Trekken echte breuken af van één.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤20
Voorbeelden
Aftrekken: 1 10 1 1 – = - 10 10 10 9 = 10 -
Trekken echte breuken af van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
Voorbeelden
Aftrekken: 4 10 4 2 – = - 5 5 5 6 = 5 5 1 = + 5 5 1 = 1 + 5 1 12 1 4 – = - 3 3 3 11 = 3 9 2 = + 3 3 2 = 3 + 3 -
Vereenvoudig3en de termen en de uitkomst van een bewerking met breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 100 Vereenvoudigen: GGD eenvoudigste vorm
Te hanteren begrippen
vereenvoudigen
Voorbeelden
Vereenvoudigen: 3/12 + 2/8 = 1/4 + 1/4 = 2/4 = 1/2 8/10 - 10/25 = 4/5 - 2/5 = 2/5 -
Tellen echte breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken. Optellen: KGV breuken eerst gelijknamig maken
Voorbeelden
Optellen: 16/24 + 25/30 = 4/6 + 5/6 = 9/6 = 3/2 = 1 + 1/2 14/42 + 7/21 = 1/3 + 1/3 = 2/3 -
Trekken echte breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken. Aftrekken: KGV breuken eerst gelijknamig maken
Voorbeelden
Aftrekken: 25/30 - 16/24 = 5/6 - 4/6 = 1/6 7/21 - 14/42 = 1/3 - 1/3 = 0 -
Nemen een breuk van een hoeveelheid.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 20
Voorbeelden
Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus 3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4 delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn wit.”
-
Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4 breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus 3/4 x 8 = 6”
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: • natuurlijk getal x breuk • breuk x natuurlijk getal • breuk x breuk • breuk : natuurlijk getal Illustreren: • met een schematische voorstelling • samenvatting van de basisregel Oplossingsstrategie: breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel vereenvoudigen)
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt) • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt) Illustreren: • met een schematische voorstelling • samenvatting van de basisregel Oplossingsstrategie: natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
-
Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijk getal: vermenigvuldiger Breuk: vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100 Product: (on)echte breuk
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 8 x 3/4 = 3/4 x 8 = 8 ÷ 4 x 3 = 2 x 3 = 6 8 x 3/4 = 24/4 = 6 2/3 x 5 = 10/3 = 9/3 + 1/3 = 3 + 1/3 4 x 2/3 = 8/3 = 6/3 + 2/3 = 2 + 2/3 24 x 1/12 = 24/12 = 2 -
Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100 Product: (on)echte breuk
Voorbeelden
In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm? Josephine rekent uit: “1/3 van ½= 1/3 x ½= = 1/6 Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen. 5/6 x 2/3= 10/18 = 5/9” -
Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de deling, de breuk
Voorbeelden
Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
-
Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
(on)echte breuk
Voorbeelden
Deling als decimaal getal: 6 ÷ 5 = 6/5 = 1 + 1/5 = 1 + 0,2 = 1,2 -
Delen een breuk door een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: • 4/5 ÷ 2 = . Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5. 4/5 ÷ 2 = 2/5 • 2/3 ÷ 3 = . Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9. 6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9. 2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3 = 2/9 -
Delen een natuurlijk getal door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter potgrond? 6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24 2: 2/3 = 2/1 x 3/2 = 6/2 = 6/2 of 3 -
Delen een breuk door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen? ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4 Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen. 4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2 = 12/10 = 1 en 2/10 -
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10) zonder overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000Te hanteren begrippen
rijgen
-
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10) zonder overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o aanvullenTe hanteren begrippen
aanvullen tot
-
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o optellen naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o optellen via indirect compenserenTe hanteren begrippen
splitsen, compenseren
-
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10) met overbrugging • strategieën - door een keuze uit: o rijgen of splitsen van het aftrektal o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o indirect compenseren o aanvullen -
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een duizendste (som ≤ 100) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000 o via indirect compenseren o via direct compenseren -
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een duizendste (aftrektal ≤ 100) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen of splitsen van het aftrektal o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000 o indirect compenseren o direct compenseren o aanvullen -
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen en delen met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Nulregel: inzicht in het patroon (de komma opschuiven) • x 10 • x 100 • x 1 000 • ÷ 10 • ÷ 100 • ÷ 1 000 Toepassen: hoofdrekenen
Voorbeelden
Nulregel: • 0,14 x 1 000 = 140 • 16 ÷ 1 000 = 0,016
-
Gebruiken de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Verwisseleigenschap: 3,66 x 0,5 = 0,5 x 3,66
-
Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: • door herhaalde optelling
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 0,6 = 0,6 + 0,6 + 0,6 = 1,8 -
Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: • op basis van de keerhandeling.
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 0,6 x 3= 3 x 0,6 = 3 x 6t = 18t = 1,8 -
Vermenigvuldigen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Handig vermenigvuldigen: • x 0,1 = : 10 • x 0,01 = : 100 • x 0,001 = : 1 000 • x 0,2 = : 5 • x 0,5 = : 2
Voorbeelden
Handig vermenigvuldigen: 35 x 0,2= 35 : 5 = 7 want 2 35 x 0,2 = 35 x 10 70 = 10 = 7 35 x 0,01 = 35 : 100 = 0,35 want 1 35 x 0,01 = 35 x 100 35 = 100 = 0,35 -
Delen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Handig delen: • ÷ 0,1 = x 10 • ÷ 0,01 = x 100 • ÷ 0,001 = x 1 000 • : 0,2 = x 5 • : 0,5 = x 2
Voorbeelden
Handig delen: 140 : 0,001 = 140 x 1 000 = 140 000 want 1 140 : 0,001 = 140 : 1000 1000 = 140 x 1 = 140 x 1 000 = 140 000 -
Delen een decimaal getal door een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: op basis van de verdelingsdeling
Voorbeelden
Delen: 0,08 : 2= 8h:2 = 4h = 0,04 -
Vermenigvuldigen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: • 7 28 4 x 0,7 = 4 x = = 2,8 10 10 • 4 28 0,4 x 7 = x 7 = = 2,8 10 10 • 18 72 0,18 x 4 = x 4 = = 0,72 100 100 • 4 7 28 0,4 x 0,7 = x = = 0,28 10 10 100 -
Delen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Delen: • 54 6 5,4 : 9 = : 9 = = 0,6 10 10 • 72 8 72 10 720 9 0,72 : 0,8 = : = x = = = 0,9 100 10 100 8 800 10 • 35 10 700 70 : 3,5 = 70 : = 70 x = = 20 10 35 35 • 54 12 54 10 540 9 5,4 : 1,2 = : = x = = = 4,5 10 10 10 12 120 2 -
Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
Voorbeelden
Mirabelle vertelt: “Tijdens een boekenactie stelt de bibliotheek 250 boeken ter beschikken. Onze school kan 20% van deze boeken ontlenen.” Ze rekent uit hoeveel boeken dit zijn: 20% van 250 boeken dat zijn 50 boeken!”
-
Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
Voorbeelden
Geheel berekenen: Ines verdeelt een som geld. Ze krijg 80 euro en dat is gelijk aan 20% van de som geld. Hoeveel bedraagt de som geld die Ines verdeelt? 80 euro is 20% of 1/5 van het geheel. Het geheel is 400. De som geld bedraagt 400%
-
Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
-
Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
-
Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Geheel berekenen: Een school organiseert een sponsorloop. Alle leerlingen nemen deel. Van alle leerlingen loopt 30%, dat zijn 150 leerlingen. Hoeveel leerlingen telt de school in totaal?
-
Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Percentage berekenen: Tijdens een boekenbeurs kochten 45 leerlingen een boek. In totaal waren er 180 leerlingen aanwezig. Welk percentage van de leerlingen kocht een boek?
-
Maken handelend hoeveelheden gelijk.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 4
Te hanteren begrippen
evenveel maken, gelijk maken, (gelijke) groepjes maken
-
Maken handelend hoeveelheden gelijk.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 10
Te hanteren begrippen
gelijk, niet gelijk
-
Herkennen het gelijkheidsteken als aanduiding voor een wiskundige gelijkheid.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tibo zegt: "7 + 2 = 9 maar ook 7 + 2 = 6 + 3. Beide kanten van het gelijkheidsteken zijn evenveel waard. Dus het =-teken betekent: links en rechts zijn gelijk."
-
Gebruiken het gelijkheidsteken in functie van gelijkheid bij bewerkingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Wiskundige notatie: = ≠
Te hanteren begrippen
evenveel maken, verschillend
Voorbeelden
Gelijkheidsteken: 76 + 23 = 76 + 20 + 3 = 96 + 3 = 99 en dus niet 76 + 23 = 76 + 20 = 96 + 3 = 99
-
Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsen: • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ =, komma Gebruiken: • om natuurlijke getallen in te tikken • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen (tot op een honderdste) uit te voeren -
Gebruiken de digitale rekentool als controlemiddel bij bewerkingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
-
Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsen: • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ = komma % Gebruiken: • om natuurlijk getallen, breuken en decimale getallen in te tikken • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen uit te voeren • om procenten te berekenen met de procenttoets • om grootheden zoals winst, verlies, korting te berekenen in betekenisvolle situaties • om de rest te bepalen bij een deling
-
Gebruiken de combinatie van de digitale rekentool met het overzichtelijk noteren en/of rekenen op papier.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: bij complexere situaties of samengestelde bewerkingen
-
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situatie naar bewerkingen met natuurlijke getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • digitale rekentool • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen en decimale getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • digitale rekentool • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen, decimale getallen, breuken en procenten -
Schatten de uitkomst.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: als controlestrategie Wiskundige notatie: ≈
-
Vergelijken de geschatte en berekende uitkomst.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: als controlestrategie Wiskundige notatie: ≈
Voorbeelden
Bij een vraagstuk over snelheid met de fiets bekomt Hailey als uitkomst 125 km/u. Zij bedenkt dat ze een fout moet gemaakt hebben want 125 km/u fietsen is niet mogelijk. Ze schat dat zij gemiddeld 15 km/u rijdt.
-
Gebruiken de rekenvolgorde van links naar rechts.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen
-
Passen de voorrangsregels voor bewerkingen met deelopgaven toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorrangsregels: • additieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang behoren • multiplicatieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang behoren • eerst de deelopgaven tussen haakjes, dan de multiplicatieve opgaven en ten slotte de additieve opgaven -
Herkennen de relativiteit van lengte, inhoud, massa en oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Laura vertelt: “Ik ben klein, mijn mama is groot. Ik ben groot, mijn zusje is klein.” • Hannes weet: “De aardbei is licht en de sinaasappel zwaar. De sinaasappel is licht en de meloen zwaar.” -
Illustreren de relativiteit van volume.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Janneke vertelt: “De knuffel neemt veel plaats in in mijn schooltas. De knuffel neemt niet veel plaats in in de klas.”
-
Illustreren meetinzichten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meetinzichten: • We meten geen objecten maar grootheden van objecten. • Bij een meting gaan we na hoe vaak de natuurlijke maateenheid in de te meten grootheid gaat. • principe van samenstellenVoorbeelden
Grootheden meten: We meten geen aquarium, maar de lengte, de inhoud en de massa van een aquarium. Principe van samenstellen: De kinderen beseffen dat 2 (of meer) touwen samen even lang kunnen zijn als 1 lang touw of dat een emmer gevuld kan worden door de inhoud van verschillende waterflesjes en verschillende bekers samen te voegen.
-
Illustreren meetinzichten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meetinzichten: • Bij een meting gaan we na hoe vaak de maateenheid in de te meten grootheid gaat (meten als een verhouding). • Elk meetresultaat is een benadering. Verfijning van maten leidt tot nauwkeuriger meten. • Om meetresultaten te vergelijken, is het nodig dat we ze in dezelfde maateenheid uitdrukken. • Standaardmaten zijn noodzakelijk voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van metingen. -
Illustreren meetinzichten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meetinzichten: • De standaardmaateenheden berusten op afspraken en staan in een vaste verhouding tot elkaar. Ze vormen een systeem: het metriek stelsel. -
Illustreren meetinzichten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meetinzichten: • Onderscheid tussen een verhoudingsmeting (lengte, massa, tijdsduur) en een intervalmeting (temperatuur en tijdstip).Voorbeelden
Emilia vertelt: “Een lengte van 20 cm is dubbel zo groot als een lengte van 10 cm. Een temperatuur van 20°C is niet dubbel zo warm als een temperatuur van 10°C.”
-
Beschrijven dat lengte, massa en oppervlakte bij manipulatie en inhoud bij overgieten in een reservoir met andere vorm gelijk blijven.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gelijk blijven: conservatieprincipe
-
Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verband: maat = maatgetal + maateenheid
Te hanteren begrippen
de maat, de maateenheid, het maatgetal
Voorbeelden
Verband maateenheid en maatgetal: • Hoe groter de vellen papier waarmee we de oppervlakte van de tafel meten, hoe minder we er nodig hebben. • Als de maateenheid honderd keer groter wordt, wordt het maatgetal honderd keer kleiner -
Schatten een grootheid
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde maateenheid met behulp van een referentiemaat/referentiepunt Grootheid: lengte, inhoud, massa en oppervlakte
Voorbeelden
Samengestelde maateenheid: Kas schat de hoogte van de boekenkast: “Die lijkt me ongeveer 1 m 80 cm want net iets kleiner dan de deur van 2 m (mijn referentiepunt)”
-
Vergelijken het meetresultaat met de schatting.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meetresultaat: met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde maateenheid Grootheid: lengte, inhoud, massa en oppervlakte
Voorbeelden
Samengestelde maateenheid: Kas meet de hoogte van de boekenkast, nl. 1 m 86 cm en vergelijkt dit met zijn schatting, nl. 1 m 80 cm.
-
Gebruiken een verhoudingstabel.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: voor berekening met recht evenredige grootheden en vaste verhoudingen
-
Meten indirect.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Indirect: • door een andere grootheid te meten. • door berekeningen te maken. • door een verhoudingstabel of een formule te gebruiken voor samengestelde grootheden.Voorbeelden
Een andere grootheid meten: 1 uur lopen komt overeen met een afstand van 8 km. Berekeningen maken: Ik wil weten hoeveel dit koekje weegt maar het is te licht om nauwkeurig te kunnen wegen. Ik weeg 20 koekjes en deel het resultaat door 20. Verhoudingstabel gebruiken: Ik wil weten hoeveel afstand ik afgelegd heb op 3 uur wandelen, zonder de afstand rechtstreeks te meten. Ik weet dat ik aan een gemiddelde snelheid van 5 km/u wandel, dus kan ik de afstand indirect meten, nl. 15 km.
-
Tonen een juiste meethouding.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Juiste meethouding: • gebruik van gepaste meetinstrumenten en geschikte maateenheden • nauwkeurige meting • meetresultaten in functie van de gewenste nauwkeurigheid (inclusief afronding) • weergave van het resultaat met de juiste eenheden • ordening van meetresultaten
-
Beschrijven de lengte van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
kort, lang, klein, groot
-
Vergelijken de lengte van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op het zicht objecten die veel van elkaar verschillen qua lengte
-
Vergelijken de lengte van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • op het zicht • door uit te lijnen
Te hanteren begrippen
even …, hoog, laag, ver(af), dicht(bij), dun, dik, langer, korter, hoger, lager, dunner, dikker, langste, kortste, hoogste, laagste, dunste, dikste, kleiner, groter, kleinste, grootste
-
Vergelijken de lengte van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • op het zicht • door uit te lijnen
Te hanteren begrippen
verder(af), dichter(bij), verste (bij), dichtste (bij), breed, smal, breder, smaller, breedste, smalste
-
Veranderen de lengte van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • wegnemen of toevoegen (samenstellen) • 2 lengtes (on)gelijk maken
-
Seriëren objecten volgens lengte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • op het zicht • door uit te lijnen
Te hanteren begrippen
van... naar...
-
Vergelijken de lengte van twee objecten indirect.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)
Voorbeelden
Tim en Danny vergelijken de hoogte van 2 blokkentorens die ver van elkaar staan door een touw te gebruiken.
-
Beschrijven de inhoud van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
vol, leeg, veel, weinig
-
Vergelijken de inhoud van twee identieke reservoirs.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op het zicht
Te hanteren begrippen
even…, meer, minder, meest(e), minst(e), bijna (vol/leeg)
-
Veranderen de inhoud van een reservoir.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • wegnemen of toevoegen (samenstellen) • 2 inhouden (on)gelijk maken
-
Seriëren identieke reservoirs volgens inhoud.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: op het zicht
Te hanteren begrippen
van … naar …
-
Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: met behulp van twee identieke reservoirs
-
Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: met behulp van één reservoir
-
Beschrijven de massa van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
licht, zwaar
-
Vergelijken de massa van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: door te voelen
Te hanteren begrippen
even…, lichter, zwaarder, lichtste, zwaarste
-
Vergelijken de massa van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: met een balans
-
Veranderen de massa van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • wegnemen of toevoegen (samenstellen) • 2 massa’s (on)gelijk maken
-
Seriëren objecten volgens massa.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: met een balans
Te hanteren begrippen
van … naar …
-
Beschrijven de oppervlakte van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
groot, klein
-
Vergelijken de oppervlakte van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • op het zicht • objecten die veel van elkaar verschillen qua oppervlakte
Te hanteren begrippen
groter, grootste, kleiner, kleinste
-
Vergelijken de oppervlakte van objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: • op het zicht • door ze naast of op elkaar te leggen
-
Veranderen een oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • wegnemen of toevoegen (samenstellen). • 2 oppervlaktes (on)gelijk maken
-
Seriëren objecten volgens oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: op het zicht
Te hanteren begrippen
van … naar …
-
Vergelijken indirect de oppervlakte van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)
Voorbeelden
Greet vergelijkt de oppervlakte van 2 affiches van verschillende grootte die aan de muur hangen door een stuk inpakpapier te gebruiken.
-
Beschrijven het volume van een object.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
(niet) diep, breed, smal, groot, klein
-
Vergelijken het volume van twee objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen
Te hanteren begrippen
even…, dieper, diepste, breder, breedste, smaller, smalste, groter, kleiner, grootste, kleinste
-
Veranderen een volume.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Veranderen: • door wegnemen of toevoegen (samenstellen) • 2 volumes (on)gelijk maken
Voorbeelden
Mogane boetseert een hond. Ze heeft niet genoeg klei. Ze moet het ‘volume’ van de klei vermeerderen om ook nog de staart te kunnen maken.
-
Seriëren objecten volgens volume.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Seriëren: • op het zicht • door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen
Te hanteren begrippen
van … naar …
-
Schatten een lengte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met natuurlijke maateenheden
-
Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie schematische notatie (metingen tot en met 10)
Voorbeelden
Correcte meetstrategie: Beginnen bij de startstreep, meten in een rechte lijn.
-
Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie met de meest geschikte natuurlijke maateenheid
Te hanteren begrippen
de lengte
-
Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Het potlood van Anouk is even lang als twee grote paperclips en één kleine.
-
Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte
-
Schatten een inhoud.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met natuurlijke maateenheden
-
Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie schematische notatie (metingen tot en met 10)
Voorbeelden
Correcte meetstrategie: overgieten zonder morsen, de kleine bekers altijd even vol doen, ...
-
Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie met de meest geschikte natuurlijke maateenheid
Te hanteren begrippen
de inhoud
-
Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Viviane vertelt: “De fles bevat 3 grote bekers en 1 kleine beker water.”
-
Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud
-
Schatten een massa.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met natuurlijke maateenheden
-
Meten een massa met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie schematische notatie (metingen tot en met 10)
Voorbeelden
Correcte meetstrategie: Ik controleer of de schaaltjes leeg zijn vooraleer ik met de balans begin te wegen. Ik zorg ervoor dat de weegschaal perfect in balans staat.
-
Meten een massa met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie met de meest geschikte natuurlijke maateenheid
Te hanteren begrippen
de massa, de balans, de weegschaal
-
Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Amanda zegt: “De tros druiven is even zwaar als 1 groot en 1 klein blok.”
-
Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa
-
Schatten een oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met natuurlijke maateenheden
-
Meten een oppervlakte met natuurlijke maateenheden.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een correcte meetstrategie
Voorbeelden
Correcte meetstrategie: Ik gebruik maten van gelijke grootte (bv. Post-its). Ik zorg dat er geen overlap is.
-
Schatten een oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oppervlakte: • een vierkant • een rechthoek Schatten: • met natuurlijke maateenheden
-
Meten de oppervlakte van objecten.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oppervlakte: • een vierkant • een rechthoek Meten: • met natuurlijke maateenheden • met een doorschijnend roosterpatroon
-
Verwoorden wat bedoeld wordt met oppervlakte.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oppervlakte: geeft aan hoe groot een vlak is
Te hanteren begrippen
de oppervlakte