Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

23 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Taalgebruik en taalwetenschap ✕

  1. NL.554 Begrijpen K1 K2 K3 L1 L2 KO 1.4.6

    Begrijpen verbale en non-verbale elementen van taal.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Non-verbale elementen:
    • mimiek
    • lichaamstaal
    • intonatie
  2. NL.555 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.1; 3

    Beschrijven elementen van non-verbale communicatie.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Non-verbale communicatie:
    • mimiek
    • lichaamstaal
    • intonatie

    Te hanteren begrippen

    de intonatie, de mimiek, de lichaamstaal
  3. NL.556 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 1.4.6; L4 1.4.1; 3

    Reflecteren over non-verbaal taalgebruik.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

  4. NL.557 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.4.7

    Herkennen dat er verschillende talen en taalvariëteiten zijn.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

  5. NL.558 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.4.7

    Interpreteren verschillen bij de uitspraak van gelijkende klanken in verschillende talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Klanken in andere taalvariëteiten en talen:
    • Spaanse rollende [r], Franse huig-[r] en de Nederlandse tongpunt-[r]
    • de zachte [g] in Vlaanderen en de harde [g] in Nederland
  6. NL.559 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.4.1; 2; 3; 4

    Herkennen talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taalvariëteiten:
    • dialect
    • Standaardnederlands
    • jongerentaal
    • vaktaal
    • formele en informele

    Te hanteren begrippen

    het dialect, het Standaardnederlands, de jongerentaal, de vaktaal, de formele taal, de
    informele taal
  7. NL.560 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.1; 1

    Herkennen talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taalvariëteiten:
    • tussentaal
    • vreemde taal

    Te hanteren begrippen

    de tussentaal, de vreemde taal
  8. NL.561 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.4.1; 2; 4; L6 1.4.1; 1

    Vergelijken het uitspreken van letters bij verschillende talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Uitspreken van letters bij verschillende talen en taalvariëteiten:
    • Hoewel de [oe]-klank in meerdere talen wordt gebruikt, wordt die niet altijd met
        dezelfde lettertekens geschreven. Zo worden volgende letters of lettercombinaties in
        vreemde talen soms als [oe] uitgesproken: /oo/ in het Engels (bv. ‘room’ – kamer) en
        /u/ in het Italiaans (bv. ‘duro’ - moeilijk.)
    • In sommige vreemde talen is er geen verschil in uitspraak tussen ‘p’ en ‘b’.
  9. NL.562 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.2; L4 1.4.1; 2; 3; 4; L6 1.4.1; 1

    Gebruiken hun kennis van talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    om vlotter te lezen in het Standaardnederlands

    Voorbeelden

    Letters en woorden in andere taalvariëteiten en talen:
    • Sommige woorden klinken in verschillende taalvariëteiten en talen ongeveer
        hetzelfde als in het Nederlands, zoals /polis/(dialect) en /politie/, /schreiben/ (Duits)
        en /schrijven/, /sucre/ (Frans) en /suiker/, /welcome/ (Engels) en /welkom/…
    • De Zweedse letter /å/ klinkt hetzelfde als de Nederlandse letter /o/.
    • De Nederlandse letter /u/ wordt in het Spaans uitgesproken als [oe].
  10. NL.563 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.4.7; L4 1.4.1; 2; 3; 4; L6 1.4.1; 1

    Reflecteren over talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

  11. NL.564 Begrijpen L4 L4 1.4.1; 6

    Herkennen dat taal evolueert doorheen de tijd.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taal evolueert:
    • woordenschat verandert: nieuwe woorden, verandering van woordbetekenis
    • spelling en uitspraak veranderen
    • taalsysteem (grammatica) verandert

    Voorbeelden

    Woordenschat verandert:
    Ketnet en Karrewiet organiseren in samenwerking met Van Dale een stemming om het
    nieuwe kinder- en tienerwoord van het jaar te kiezen.
    Spelling verandert:
    Het woord ‘elektriciteit’ mocht je vroeger, voor 1995, ook met een ‘c’ schrijven:
    ‘electriciteit’.
    Taalsysteem (grammatica) verandert:
    800 jaar geleden waren er 4 werkwoordsvormen, nu zijn er nog drie:
        ic gheve ik geef
        du gheves jij geeft
        hi ghevet hij geeft
        wi gheven wij geven
        ghi ghevet jullie geven
        si gheven zij geven
  12. NL.565 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.1; 3

    Herkennen dat taal evolueert doorheen de tijd.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Taal evolueert:
    • in betekenis
    • in vorm en grammatica
    • in klank en uitspraak
    • onder invloed van cultuur, technologie en maatschappij

    Voorbeelden

    In betekenis:
    Oorspronkelijk betekende ‘een paar’ een tweetal; gaandeweg kreeg ‘een paar’ ook de
    betekenis van enkele.
    In vorm en grammatica:
    De vorm ’s ochtends komt van het vroegere ‘des ochtends’; de apostrof in ’s duidt op de
    gemiste ‘de’.
    In klank en uitspraak:
    Het vroegere ‘ghi’ is het huidige ‘jij’ en het vroeger ‘wi’ is het huidige ‘wij’.
    Onder invloed van cultuur, technologie en maatschappij:
    Technologie beïnvloedt onze taal: nieuwe taalvormen zoals emoji’s en afkortingen
    ontstaan.
  13. NL.566 Engageren L4 L5 L6 L4 1.4.1; 6; L6 1.4.1; 3

    Reflecteren over de evolutie van taal doorheen de tijd.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

  14. NL.567 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.1; 5; 7

    Herkennen hoe interpretatie van teksten beïnvloed wordt.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beïnvloeden:
    • taalgebruik
    • woordkeuze
    • afbeeldingen
  15. NL.568 Begrijpen L4 L4 1.4.1; 4; 5; 7

    Beschrijven de invloed van de leeftijd en het beroep op de taal van de gebruiker.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Invloed:
    • De papa van Shauny is loodgieter. Shauny legt in de klas uit dat het water in de
        gootsteen waarschijnlijk niet goed doorloopt omdat de ‘sifon’ vol met vuil zit.
    • De kinderen van het vierde leerjaar zeggen tegen de meester dat het ‘cringe’ is als hij
        jongerentaal probeert te gebruiken.
  16. NL.569 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.1; 2

    Beschrijven de invloed van plaats en cultuur op de boodschap.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Plaats en cultuur:
    • plaats
    • leefmilieu
    • tijdsgeest
    • normen en waarden
    • stereotypen en vooroordelen

    Voorbeelden

    Invloed van plaats op de boodschap:
    Als schrijver met een Oosterse achtergrond schrijft Nayan zijn verhaal dat zich afspeelt in
    Azië op een andere manier dan iemand die deze ervaring niet heeft. (plaats)
    Invloed van cultuur op de boodschap:
    Idris en Freya schrijven elk een gedicht over hun oma. Freya beschrijft haar oma als
    grappig, vergeetachtig en een beetje onhandig. Idris beschrijft zijn oma als een wijs
    persoon die goede raad geeft. De benadering van beide kinderen reflecteert de normen
    en waarden die in hun families gangbaar zijn ten aanzien van ouderen. Freya benadert
    haar oma als een oud persoon die eerder hulpbehoevend is. Idris benadert zijn oma als
    iemand met levenswijsheid, waar hij veel respect voor toont. (normen en waarden)
  17. NL.570 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 1.4.1; 4; 5; 7; L6 1.4.1; 2

    Reflecteren over beïnvloedende factoren bij de interpretatie van teksten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

  18. NL.571 Begrijpen L3 L4 L6 1.4.1; 4

    Herkennen dat het Nederlands tot een taalfamilie behoort.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Nederlandse taalfamilie:
    • De leerkracht zegt ‘Ich weiss es nicht’, herhaalt dit een keer en vraagt de leerlingen
        of ze hebben verstaan wat hij net zei. Daarop vraagt hij hoe het zou komen dat ze de
        zin in het Duits toch min of meer begrepen hebben. De kinderen concluderen dat het
        Nederlands en het Duits op elkaar lijken. De leerkracht legt uit dat dat komt omdat
        beide talen tot dezelfde taalfamilie behoren omdat ze beiden afstammen van
        dezelfde taal, het Germaans.
    • De leerlingen lezen een Zuid-Afrikaans versje: “Die son skyn so helder, die vogels
        sing.” De leerlingen merken op dat ze dit vers kunnen verstaan wanneer ze het
        luidop voorlezen. De leerkracht legt uit dat dat komt omdat het Zuid-Afrikaans een
        taal is die afstamt van het Nederlands en dat beide talen tot de Germaanse
        taalfamilie behoren.
  19. NL.572 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.4.1; 4; L6 1.4.1; 5

    Vergelijken het Standaardnederlands met verschillende talen en taalvariëteiten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillen en overeenkomsten:
    • woordenschat
    • uitspraak
    • schrifttekens

    Voorbeelden

    • Marie-Laure beluistert woorden in enkele vreemde talen. Ze merkt op dat sommige
        woorden ongeveer hetzelfde klinken: ‘sucre’ lijkt op ‘suiker’, ‘wasser’ lijkt op ‘water’
        en ‘tea’ lijkt op ‘thee’. (woordenschat)
    • Alex komt uit Chili. Hij spreekt thuis Spaans. Hij vertelt dat de ‘bus’ in Chili ook de
        ‘bus’ is, alleen verschilt de uitspraak: in Chili zeggen ze [boes], in het Nederlands is
        dat [bus]. (uitspraak)
    • Ben is gek op manga, Japanse strips. In de kring vertelt hij dat het in het begin wel
        aanpassen was om een boek van achter naar voor te lezen. De strips zijn in het
        Engels geschreven, maar er staan ook Japanse schrifttekens in. Hij vertelt dat het
        woord manga er zo uit ziet: 漫画 (schrifttekens)
  20. NL.573 Begrijpen L1 L2 L4 1.4.1; 3

    Benoemen factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van het communicatiemodel:
    • de zender
    • de ontvanger

    Te hanteren begrippen

    de zender, de ontvanger
  21. NL.574 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.1; 3

    Benoemen factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van het communicatiemodel:
    • de boodschap
    • het kanaal

    Te hanteren begrippen

    de boodschap, het kanaal, de communicatie, het communicatiemodel
  22. NL.575 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.1; 0

    Benoemen factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van het communicatiemodel:
    • het doel
    • het medium
    • het effect

    Te hanteren begrippen

    het doel, het medium, het effect
  23. NL.576 Begrijpen L6 L6 1.4.1; 3

    Illustreren de verandering van informatiebronnen doorheen de tijd.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalgebruik en taalwetenschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verandering van informatiebronnen:
    de orale vertelcultuur, het schrift, de boekdrukkunst, de radio, de televisie, de digitale
    media