Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

37 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving ✕

  1. WT.107 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de kenmerken van grasland en bos.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
  2. WT.108 Begrijpen K2 GO!-doel

    Herkennen de kenmerken van grasland en bos.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
    • enkele veel voorkomende dieren en planten

    Te hanteren begrippen

    het gras, de boom, het bos, de schaduw, de open ruimte
  3. WT.109 Begrijpen K3 GO!-doel

    Illustreren kenmerken van grasland, bos en heide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    • grasland: open ruimte, gras, zonlicht
    • bos: schaduwrijke plekken, dichte begroeiing, hoge bomen
    • heide: droge grond, lage begroeiing, heideplanten
    • enkele veel voorkomende dieren en planten

    Te hanteren begrippen

    de heide, het grasland, de heideplant, de droge grond
  4. WT.110 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven de kenmerken van de zee en de kust.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken zee en de kust:
    Biotische kenmerken (levend):
        Typische planten: wieren, duinplanten
        Typische ongewervelde dieren: kwallen, weekdieren, krabben
        Typische gewervelde dieren: vissen, zeevogels, zeehonden
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        zout zeewater
        getijden (eb en vloed)
        zand
        temperatuur, zonlicht en wind
        golfslag
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    de zee, de kust, het zand, het helmgras, de duinen, veel zonlicht, veel wind, het
    zeebriesje, koeler

    Voorbeelden

    Relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Zeewier groeit in zout water. Mosselen kleven vast aan stenen zodat de golven ze niet
    meenemen. Mosselen leven dicht bij elkaar.
  5. WT.111 Begrijpen L3 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven kenmerken van het stadslandschap.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken stadslandschap:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        gebouwen en wegen
        luchtkwaliteit en temperatuur
        geluid
        verlichting
    biotische kenmerken (levend):
        mensen
        huisdieren
        stadsvogels
        planten in parken, geveltuintjes of op daken
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    het stadslandschap, het huisdier, de stadsvogel, het verkeer, de verlichting, de geveltuin,
    de daktuin, de biotoop

    Voorbeelden

    relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Afval op straat trekt meeuwen, ratten of duiven aan. Bijen verzamelen nectar bij bloemen
    in een park. Mos groeit op vochtige muren of stoepen. Vogels gebruiken soms gebouwen
    als nestplaats.
  6. WT.112 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.6

    Beschrijven kenmerken van het agrarisch landschap.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken agrarisch landschap:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        bodemsoort: zand, klei
        water: irrigatie, sloten
        temperatuur en zonlicht
        kunstmest en pesticiden
    biotische kenmerken (levend):
        gewassen: graan, aardappelen, groenten
        boerderijdieren
        boer en landarbeiders
        insecten en vogels die op de velden leven
    relaties:
        tussen organismen onderling en hun omgeving

    Te hanteren begrippen

    het agrarisch landschap, de weide, de boer, de irrigatie, de sloten, de zand- en kleigrond,
    de mest, de kunstmest, de pesticide, het gewas, het boerderijdier, de biotoop

    Voorbeelden

    relaties tussen organismen onderling en hun omgeving:
    Vogels eten insecten op akkers. Wind kan zaden verspreiden over het veld. Mest helpt
    planten groeien. Bloemenranden langs akkers trekken bijen en vlinders aan.
  7. WT.113 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.5

    Beschrijven kenmerken van de zoetwateromgeving.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken zoetwateromgeving:
    abiotische kenmerken (niet-levend):
        water: natuurlijk het belangrijkste onderdeel
        licht: zonlicht dat in het water schijnt
        temperatuur: hoe warm of koud het water is
        zuurstofgehalte: hoeveel zuurstof er in het water zit
        bodem: zand, slib of stenen op de bodem van het water
        stroming: in rivieren
        pH-waarde: hoe zuur of basisch het water is
    biotische kenmerken (levend):
        planten: waterlelies, riet en kroos
        dieren: vissen (snoek, karper), kikkers, salamanders
        insecten: waterjuffers, muggenlarven, kevers
        micro-organismen: bacteriën, algen
        watervogels: eenden, meerkoeten
        mensen: vissers, wandelaars, zwemmers

    Te hanteren begrippen

    het zoet water, de zoetwateromgeving, de waterkwaliteit, de waterplant, het slib, de
    waterrecreatie, de zuurtegraad, de watervogel, de vis, de amfibie, de bacterie, de alg
  8. WT.114 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.8

    Beschrijven het belang van biodiversiteit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Biodiversiteit:
    verscheidenheid aan levende organismen
    
    Belang biodiversiteit:
    • Meer soorten organismen betekent meer overleving: Als er veel verschillende
        planten en dieren zijn, is de natuur sterker en beter bestand tegen ziekten of
        veranderingen.
    • Bestuiving zorgt voor variatie in plantensoorten. Dat is belangrijk voor gezonde
        ecosystemen waarin planten en dieren van elkaar afhankelijk zijn
    • De natuur houdt zichzelf in evenwicht: bepaalde dieren leven samen in een gebied
        omdat daar de juiste planten groeien of het ene dier voedsel is voor de andere.
        Elke soort heeft “een taak”. Bijen bestuiven bloemen, regenwormen maken de
        bodem gezond en bomen geven zuurstof. Als er soorten verdwijnen, raakt dat
        evenwicht verstoord.

    Te hanteren begrippen

    de biodiversiteit, de overleving, het evenwicht, het ecosysteem
  9. WT.115 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.5

    Herkennen relaties binnen biotopen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Biotopen:
    • grasland: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • bos: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • heide: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • de zee en de kust: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • stadslandschap: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • agrarisch landschap: enkele typische biotische en abiotische factoren
    • zoetwateromgeving: enkele typische biotische en abiotische factoren
    
    Relaties:
    • voedselrelaties: Wie eet wie?
    • concurrentie: Planten of dieren strijden om voedsel, ruimte of licht.
    • symbiose: Samenwerken of afhankelijk zijn van elkaar.
    • Invloed van mens of klimaat op de biotoop.

    Te hanteren begrippen

    het grasland, het bos, de heide, de zee, de kust, het stadslandschap, het agrarisch
    landschap, het zoet water
  10. WT.116 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.1; L6 3.2.3

    Illustreren ecosystemen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ecosystemen:
    Een ecosysteem is het geheel van levensgemeenschap(pen) en de niet levende omgeving.
    Wat een ecosysteem uniek maakt, zijn de interacties: voedselketens, concurrentie,
    samenwerking en kringlopen.

    Te hanteren begrippen

    het ecosysteem, de concurrentie, de samenwerking, de kringloop, de voedselketen, de
    interactie

    Voorbeelden

    Karel gaat naar het Zoniënwoud. Hij ontdekt er een gemengd ecosysteem met
    verschillende biotopen zoals loofbos, kalkhelling en beek.
  11. WT.117 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.1; L4 3.2.6; L6 3.2.5

    Determineren verschillende biotopen op basis van veel voorkomende organismen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de behoefte, het probleem
  12. WT.118 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Vergelijken biotopen uit de eigen omgeving met dezelfde biotoop elders in de wereld.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

  13. WT.119 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.6; L6 3.2.4; L6 3.2.8

    Reflecteren over hun eigen zorgzaamheid voor biotopen en de biodiversiteit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

  14. WT.120 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over de biotopen, ecosystemen en biodiversiteit in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Biotopen en ecosystemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Belle legt tijdens een boswandeling uit dat een bos een biotoop is met een rijke
        biodiversiteit, waar bomen, paddenstoelen, vogels en insecten in balans samenleven.
        Ze wijst erop hoe elke soort een rol speelt in het ecosysteem.
    • Domien ging op reis naar Australië. In de kring bespreekt hij hoe koraalriffen een
        belangrijk ecosysteem vormen in de oceaan en hoe klimaatverandering en vervuiling
        de biodiversiteit daar bedreigen.
  15. WT.121 Begrijpen K2 KO 3.2.1

    Herkennen het principe van eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eten en gegeten worden:
    Er zijn dieren die planten eten en dieren die andere dieren eten.

    Te hanteren begrippen

    eten

    Voorbeelden

    Eten en gegeten worden:
    • Een koe eet gras.
    • Een vogel eet rupsen.
  16. WT.122 Begrijpen K3 KO 3.2.1

    Begrijpen dat organismen in de natuur met elkaar verbonden zijn via eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eten en gegeten worden:
    eenvoudige principe van voedselrelaties: Sommige dieren eten planten, andere dieren
    eten die dieren.
    eenvoudige voedselketen met 2 stappen
    Planten zijn het begin van de keten.

    Voorbeelden

    Eenvoudige eetketens met 2 stappen:
    bladeren – rups: De rups eet bladeren van een boom of struik.
  17. WT.123 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.2; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Beschrijven een eenvoudige voedselketen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselketen:
    lineaire voorstelling van organismen
    Elk organisme in de keten wordt gegeten door het volgende organisme.
    Een voedselketen begint meestal bij een plant en eindigt bij een roofdier.

    Te hanteren begrippen

    de voedselketen

    Voorbeelden

    Voedselketen:
    • gras → konijn → vos (Het gras wordt gegeten door het konijn. Het konijn wordt
        gegeten door de vos)
    • gras → sprinkhaan → kikker → reiger
  18. WT.124 Gebruiken L1 L2 L4 3.2.2; L4 3.2.6

    Tekenen een voedselketen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  19. WT.125 Begrijpen L3 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Illustreren dat de voedselkringloop een cyclus is van eten en gegeten worden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselkringloop:
    Een voedselkringloop is het natuurlijke proces waarbij voedingsstoffen steeds opnieuw
    worden doorgegeven tussen planten, dieren, afbrekers en de bodem, zodat er geen afval
    is en niets verloren gaat.

    Te hanteren begrippen

    de voedselkringloop, doorgeven van voedingsstoffen, het natuurlijk evenwicht, eten en
    gegeten worden

    Voorbeelden

    Voedselkringloop:
    zonlicht → gras (producent) → konijn (planteneter) → vos (roofdier) → dood dier →
    bodemdiertjes en bacteriën breken af → voedingsstoffen in de bodem → nieuw gras
    groeit
  20. WT.126 Gebruiken L3 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Geven een voedselkringloop.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  21. WT.127 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Beschrijven een eenvoudige voedselpiramide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselpiramide:
    Een voedselpiramide is een schematische weergave die laat zien hoe de energie in een
    ecosysteem wordt doorgegeven van de ene soort naar de andere. Deze voorstelling
    maakt zichtbaar dat er steeds minder energie overblijft naarmate je hoger in de piramide
    komt.
    onderste laag: producenten
    middenlagen: consumenten
    top: de toppredatoren
    belangrijke kenmerken:
        De energie neemt af na elke stap, omdat dieren energie gebruiken om te bewegen,
        te groeien.
        Daarom is er minder energie beschikbaar voor elk volgend niveau.
        De basis is het breedst, want zonder veel planten is er geen energie voor de rest.

    Te hanteren begrippen

    de voedselpiramide, de consument, de producent, de (top)predator, de planteneter, de
    vleeseter, de alleseter

    Voorbeelden

    Voedselpiramide:
    Blad → rups → koolmees → sperwer
  22. WT.128 Gebruiken L4 L4 3.2.1; L4 3.2.5; L4 3.2.6

    Geven een voedselpiramide.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

  23. WT.129 Begrijpen L4 L4 3.2.1; L4 3.2.3; L4 3.2.6

    Beschrijven de rol van reducenten in de voedselkringloop.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reducent:
    Organisme dat dode planten, dieren of uitwerpselen afbreekt tot kleine stoffen die terug
    in de bodem terechtkomen. Die stoffen worden opgenomen door planten.

    Te hanteren begrippen

    de reducent, afbreken van voedsel
  24. WT.130 Begrijpen L5 L6 3.2.1; L6 3.2.2; L6 3.2.6

    Illustreren hoe voedselketens samen een voedselweb vormen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedselweb:
    Een voedselweb is een netwerk van meerdere voedselketens die met elkaar verbonden
    zijn binnen één ecosysteem. In de natuur eten dieren namelijk vaak meer dan één soort
    voedsel en worden ze op hun beurt ook door meerdere dieren gegeten. Een voedselweb
    laat dus zien hoe alles met elkaar samenhangt.
    Gevolgen bij verstoring van het natuurlijk evenwicht:
        invloed op andere soorten: minder voedsel, meer concurrentie, veranderingen in
        populatiegrootte en ecosysteembalans
        Wanneer een sleutelsoort verdwijnt, geraakt het voedselweb uit evenwicht.

    Te hanteren begrippen

    het voedselweb, afhankelijk zijn van, het ecosysteem

    Voorbeelden

    Een voedselweb in het bos:
    eik → rups → vogel → uil
    bessenstruik → muis → vos
    paddenstoel → slak → egel
    De muis kan ook gegeten worden door een uil. Rupsen worden gegeten door kikkers,
    vogels of egels. Al deze lijnen kruisen elkaar: als één soort verdwijnt, kan dat meerdere
    dieren beïnvloeden in het hele web.
  25. WT.131 Gebruiken L5 L6 3.2.1; L6 3.2.2; L6 3.2.6

    Tekenen een voedselweb.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    Tekenen relaties tussen producenten, consumenten en reducenten.
  26. WT.132 Gebruiken L6 L6 3.2.1; L6 3.2.4

    Analyseren een verstoring in een ecosysteem.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verstoring in ecosysteem:
    • Overbevissing vermindert roofdierenpopulaties.
    • Uitsterven van bestuivers beperkt voedselproductie voor planteneters.
  27. WT.133 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over de voedselkringloop in verschillende contexten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Voedselkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Camiel ziet zijn vriend een spin doodtrappen en legt hem uit dat wanneer hij dat
        doet er meer muggen zullen komen die hen kunnen prikken.
    • Charlotte leest een artikel over overbevissing en bespreekt de gevolgen voor het
        voedselweb.
  28. WT.134 Begrijpen K1 K2 K3 GO!-doel

    Herkennen dat sommige dingen opnieuw kunnen worden gebruikt.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Opnieuw gebruiken:
    vanuit de basishouding: afval vermijden is goed
    sorteren: papier, plastic en restafval
  29. WT.135 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.1; L4 3.2.4

    Beschrijven eenvoudige manieren om met afval om te gaan.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan met afval:
    stappen:
    • voorkomen
    • hergebruik
    • sorteren

    Te hanteren begrippen

    het sorteren, het hergebruiken, het afval, de vuilnisbak, het plastic, het papier
  30. WT.136 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.1; L4 3.2.4

    Beschrijven de afvalladder van Lansink.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afvalladder van Lansink:
    de preventie (voorkomen): Zorg dat er géén afval ontstaat.
    het hergebruik: Gebruik producten opnieuw.
    de recyclage (materialen hergebruiken): Grondstoffen herwinnen uit afval.
    de energieterugwinning: Afval verbranden en daarbij energie opwekken.
    het verbranden of storten: Laatste optie; als energieterugwinning niet mogelijk is wordt afval
    verbrand of, als dat niet mogelijk is, in een stortplaats gestort.

    Te hanteren begrippen

    de preventie, het hergebruik, recycleren, de recyclage, het verbranden, het storten,
    milieuvriendelijk

    Voorbeelden

    De preventie:
    Neem een herbruikbare drinkfles mee in plaats van telkens een plastic flesje te kopen.
    Het hergebruik:
    Geef kleren door aan iemand anders of gebruik een glazen potje als bewaardoosje.
    De recyclage:
    Papier, glas of plastic sorteren zodat er weer nieuw materiaal van gemaakt kan worden.
    De energieterugwinning:
    Huisvuil wordt verbrand in een afvalcentrale om stroom of warmte te produceren.
    Het verbranden of storten:
    Als energieterugwinning niet mogelijk is worden spullen die niet herbruikbaar of
    recycleerbaar zijn verbrand of als allerlaatste optie gestort.
  31. WT.137 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 3.2.4

    Analyseren het omgaan met afval.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Recyclage

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omgaan:
    • met eigen verbruik
    • met verbruik als groep
    • met verbruik in de omgeving
  32. WT.138 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.7

    Duiden dat omgevingen kunnen veranderen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • door natuurlijke oorzaken of menselijk ingrijpen
    • tijdelijke en blijvende veranderingen
    • Biodiversiteit kan afnemen of veranderen.
  33. WT.139 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.3

    Illustreren de diensten die het ecosysteem levert aan de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Diensten:
    • Wat geeft de natuur ons? : voeding, medicijnen, grondstoffen, water
    • Wat maakt de natuur mooi en leuk? : ontspanning
    • Wat regelt de natuur voor ons? : zuivere lucht, proper water
    • Wat doet de natuur achter de schermen?

    Voorbeelden

    Wat regelt de natuur voor ons?
    zuivere lucht, proper water, het weer, CO₂ opslag in bossen, bescherming tegen
    overstroming
    Wat maakt de natuur leuk en mooi?
    vakantieplekken, ontspanningsplekken, verhalen en kunst, natuur is ook goed voor onze
    gezondheid en geluk
    Wat doet de natuur achter de schermen?
    leefgebied voor planten en vogels, planten groeien door licht en produceren zuurstof,
    biodiversiteit
  34. WT.140 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.4

    Beschrijven hoe menselijke activiteiten het ecosysteem beïnvloeden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beïnvloeden:
    • negatieve impact van mensen: Vervuiling, landbouw, overbevissing en ontbossing
        beïnvloeden producenten, consumenten en afbrekers.
    • positieve impact van mensen: natuur beschermen en herstellen, biodiversiteit
        bevorderen, milieuvriendelijk tuinieren en landbouw, afval vermijden en duurzaam
        omgaan met energie

    Te hanteren begrippen

    de vervuiling, de landbouw
  35. WT.141 Gebruiken L5 L6 L6 3.2.4

    Geven oplossingen om het ecosysteem in balans te houden.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

  36. WT.142 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.8

    Duiden het belang van zorg- en duurzaam om te gaan met het leefmilieu.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang:
    behoud van biodiversiteit
    afremmen van klimaatverandering
    bescherming van natuurlijke hulpbronnen
  37. WT.143 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 3.2.3; L6 3.2.4; L6 3.2.7; L6 3.2.8

    Reflecteren over hun eigen invloed en die van de mens op het leefmilieu.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving › Invloeden van organismen op leefmilieu