Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

38 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten ✕

  1. AA.101 Begrijpen K1 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg
    • helling
    • water: de zee, het strand
    • vegetatie: de boom, het gras
    • bodem: zand
  2. AA.102 Begrijpen K2 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel
    • helling: omhoog, omlaag
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver
    • vegetatie: de boom, het gras, de weide, het gazon, het bos
    • bodem: zand

    Te hanteren begrippen

    de berg, de zee, het strand, de boom, het gras, het zand, de heuvel, omhoog,
    omlaag, de plas, de vijver, de weide, het gazon, het bos
  3. AA.103 Begrijpen K3 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei
    • helling: omhoog, omlaag, steil, zacht
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek
    • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het
        gazon
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig

    Te hanteren begrippen

    de vallei, steil, zacht, de oceaan, de rivier, de beek, het riet, het grasland,
    vruchtbaar, rotsachtig, zanderig
  4. AA.104 Begrijpen L1 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek
    • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het
        gazon, het loofbos, het naaldbos
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig

    Te hanteren begrippen

    het loofbos, het naaldbos
  5. AA.105 Begrijpen L2 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei, de bergketen
    • water: de waterval
    • vegetatie: loofbos, naaldbos
    • bodem: het zand, de klei, de leem, steenachtig

    Te hanteren begrippen

    de waterval, de klei, de leem, steenachtig, de bergketen
  6. AA.106 Begrijpen L3 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek, de
        waterval
    • vegetatie: loofbos, naaldbos
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig, het zand, de klei, de leem,
        steenachtig

    Te hanteren begrippen

    het zeeniveau, de horizonlijn, het hoogteverschil, het reliëf, de helling, de
    vegetatie, de bodem
  7. AA.107 Begrijpen L3 L4 4.2.4

    Beschrijven de loop van de rivier.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Loop van de rivier:
    typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren:
        de bovenloop: Dit is het eerste stuk van de rivier en wordt ‘bovenloop’
        genoemd omdat veel rivieren in de bergen ontspringen. Sommige ontstaan
        ook in meren, moerassen of uit bronnen in de grond.
        kenmerken:
                  stroomt meestal snel en krachtig
                  kan diepe kloven en valleien vormen in de bergen
        de middenloop: Het water stroomt hier minder snel en begint bochten
        (meanders) te maken.
        kenmerken:
                  rivier wordt breder en langzamer
                  vlakker landschap
                  langs de rivier liggen vaak dorpen, steden en
                  landbouwgebieden
        de benedenloop: Dit is het laatste deel, waar de rivier heel breed wordt.
        kenmerken:
                  langzame stroom, soms met moerassen of plassen
                  kan grote delta's vormen voordat het de zee bereikt
                  soms zie je een getijdenrivier, waarbij eb en vloed invloed
                  hebben op de stroming

    Te hanteren begrippen

    de bron, de bovenloop, de middenloop, de benedenloop, de monding, de delta
  8. AA.108 Begrijpen L4 L4 4.2.4

    Beschrijven het proces van riviervorming.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Riviervorming:
    Een rivier begint bij een bron. Dit kan zijn:
        smeltend ijs van een gletsjer hoog in de bergen
        regenwater dat zich verzamelt in kleine stroompjes
        ondergrondse bronnen waar water uit de aarde omhoogkomt
    Er ontstaan ook nieuwe rivieren door het smelten van de ijskap, bv. in Groenland
    (als gevolg van de klimaatverandering)
    Kleine stroompjes komen samen en worden steeds breder en krachtiger. Dit
    water snijdt een pad door de bergen en valleien. Op hun pad meanderen
    (kronkelen) ze doorheen het landschap waarbij ze de ene oever eroderen
    (uitslijten) en op de andere oever wordt materie (slib, gesteenten) afgezet.
    Uiteindelijk mondt een rivier uit in een estuarium. Een estuarium is een
    overgangsgebied tussen een rivier en de zee, waar zoet rivierwater en zout
    zeewater zich mengen. Dit zorgt voor unieke natuurgebieden met bijzondere
    planten en dieren.

    Te hanteren begrippen

    het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de
    smeltende ijskap, de smeltende gletsjer
  9. AA.109 Begrijpen L5 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    reliëf: de hellingsgraad (vertelt ons hoe steil een helling of een berg is. Het wordt
    gemeten in procent of graden)

    Te hanteren begrippen

    de hellingsgraad, het reliëf

    Voorbeelden

    • Steven maakt een fietstocht en beklimt een helling met hellingsgraad 10%.
        Hij voelt dit stevig in zijn kuiten.
    • Boerin Mieke voorkomt erosie en vangt het regenwater van steile hellingen
        op door haar gewassen in terrassen aan te leggen.
  10. AA.110 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Beschrijven kustprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kustprocessen:
    Het kustproces is hoe de kustlijn verandert en verschillende landvormen en
    kusthabitats ontstaan door water (golfslag, eb en vloed, stromingen), wind en
    andere natuurlijke krachten. We onderscheiden volgende landvormen: landtong,
    klif, zandbank en (zand)duin en volgende kusthabitats: de duinen, het strand
    (kiezel- of zandstrand) en het koraalrif.

    Te hanteren begrippen

    het kustproces, de kustlijn, de golfslag, de zandduin, de kiezel, de landvorm, de
    landtong, de klif, de zandbank, de kusthabitat, het koraalrif

    Voorbeelden

    • Odin vertelt: “Een landtong is ontstaan uit het kustproces waar golven en
        stromingen zand en stenen verplaatsten en er een smalle uitloper van land is
        ontstaan.”
    • Friedl loopt na een hevige storm op het strand en ziet een hoge klif die
        ontstaan is door de erosie van het strand.
  11. AA.111 Gebruiken L6 L6 4.2.6

    Geven voorbeelden van landvormen en kusthabitats ontstaan door kustprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landvormen:
    • landtong
    • klif
    • zandbank
    • duin
    Kusthabitats:
    • de duinen
    • het (kiezel- of zand-)strand
    • het koraalrif

    Voorbeelden

    Landvormen:
    Fjorden, zeegrotten, rotspilaren
    Kusthabitats:
    Estuariua, slikken, schorren, wadden, delta’s, mangrovebossen
  12. AA.112 Gebruiken L6 L6 4.2.6

    Geven voorbeelden van het overleven van dieren in kusthabitats.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Overleven van dieren:
    • Zeevogels zoals meeuwen, alken en sternen nestelen op stranden en kliffen.
    • Krabben en schelpdieren zoals kokkels, mosselen en zeepokken leven op
        rotsen en in zand.
    • Zeehonden en walvissen jagen en rusten in koudere kustwateren.
  13. AA.113 Begrijpen L5 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    vegetatie
    bodem
    klimaat
    ligging
    
    Herkennen:
    • de steppe
    • de savanne

    Te hanteren begrippen

    de savanne, de steppe
  14. AA.114 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    vegetatie
    bodem
    klimaat
    ligging
    
    Herkennen:
    • de woestijn
    • het regenwoud

    Te hanteren begrippen

    de woestijn, het regenwoud
  15. AA.115 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Beschrijven het proces van woestijnvorming.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Proces van woestijnvorming:
    gebeurt wanneer een gebied langzaam verandert in een droge, onvruchtbare
    woestijn. Dit kan gebeuren door natuurlijke en menselijke invloeden.
    
    Woestijnvorming:
    natuurlijke oorzaken:
        weinig neerslag: Sommige gebieden krijgen nauwelijks regen, waardoor de
        bodem uitdroogt.
        extreme temperaturen: Sterke zon zorgt voor verdamping van water en
        droogte.
        wind en erosie: Wind blaast zand en stof weg, waardoor vruchtbare grond
        verdwijnt.
        gebergten die regen tegenhouden: Sommige woestijnen ontstaan doordat
        bergen vochtige lucht blokkeren.

    Te hanteren begrippen

    de woestijnvorming
  16. AA.116 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.2.2; L4 4.2.4; L6 4.2.6

    Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf(vorm)
    • helling
    • vegetatie
    • bodem
    • water
  17. AA.117 Gebruiken L3 L4 L4 4.3.1

    Ontwerpen een schets van een landschap.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schets:
    een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
  18. AA.118 Gebruiken L5 L6 L6 4.2.6

    Geven weer hoe een landschap verandert door natuurlijke interactie.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Veranderingen door natuurlijke interactie:
    • Rivieren slijten het landschap uit
    • De zee verandert de kust
    • Gletsjers schuren U-vormige dalen uit
    • Wind vormt duinen aan de kust
    • Planten op een helling houden erosie tegen
  19. AA.119 Engageren L6 GO!-doel

    Beargumenteren het belang van het behoud en herstel van natuurlijke landschappen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

  20. AA.120 Begrijpen K1 KO 4.2.3

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: het huis, de tuin
    • transportinfrastructuur: de straat
    • landbouw: de boerderij
    • handel en diensten: de bakker
    • recreatie en toerisme: de zee
  21. AA.121 Begrijpen K2 KO 4.2.3

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: het huis, de tuin, het appartement
    • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein
    • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken
    • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel
    • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee

    Te hanteren begrippen

    het huis, de tuin, de straat, het appartement, de weg, de bus, het spoor, de trein,
    de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de bakkerij, de bakker, de
    markt, de winkel, het zwembad, de zee
  22. AA.122 Begrijpen K3 KO 4.2.3

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: het huis, de tuin, het appartement
    • transportinfrastructuur: de straat, de weg, de bus, het spoor, de trein
    • landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, de akker, het
        gewas
    • industrie: de fabriek, de werkplaats
    • handel en diensten: de bakkerij, de bakker, de markt, de winkel
    • recreatie en toerisme: het zwembad, de zee, het park, de bibliotheek

    Te hanteren begrippen

    de akker, het gewas, de fabriek, de werkplaats, het park, de bibliotheek
  23. AA.123 Begrijpen L1 L4 4.2.5

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, de stad
    • transportinfrastructuur: de snelweg
    • landbouw: de veeteelt
    • industrie
    • handel en diensten
    • recreatie en toerisme

    Te hanteren begrippen

    het rijhuis, het vrijstaand huis, de snelweg, de veeteelt
  24. AA.124 Begrijpen L2 L4 4.2.5

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: het appartementsgebouw
    • transportinfrastructuur: de haven
    • landbouw: de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw
    • industrie
    • handel en diensten
    • recreatie en toerisme: het sportterrein

    Te hanteren begrippen

    het appartementsgebouw, de akkerbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw, het
    sportterrein, de haven
  25. AA.125 Begrijpen L3 L4 4.2.5

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen
    • transportinfrastructuur: het kanaal
    • landbouw: de gemengde landbouw
    • industrie: kranen
    • handel en diensten: het winkelcentrum
    • recreatie en toerisme

    Te hanteren begrippen

    het kanaal, de gemengde landbouw, het winkelcentrum, de landbouw, de
    industrie, de handel, de dienst, de recreatie, het toerisme, de kraan
  26. AA.126 Begrijpen L4 L4 4.2.5

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: stedelijk, landelijk
    • transportinfrastructuur: de luchthaven
    • landbouw
    • industrie: hoogspanningslijnen
    • handel en diensten: het kantoor, de bank
    • recreatie en toerisme: de entertainmentfaciliteit

    Te hanteren begrippen

    de luchthaven, het kantoor, de bank, de entertainmentfaciliteit, stedelijk,
    landelijk
  27. AA.127 Begrijpen L5 L6 4.2.7

    Herkennen menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen: de open ruimte, de verstedelijking, de ruimtelijke ordening
    • transportinfrastructuur
    • landbouw: de duurzame landbouw, de intensieve landbouw
    • industrie: olie- en gasinstallaties
    • handel en diensten: de opslagfaciliteiten voor grondstoffen, materialen en
        goederen
    • recreatie en toerisme

    Te hanteren begrippen

    de open ruimte, de verstedelijking, de duurzame landbouw, de intensieve
    landbouw, de opslagfaciliteit, de ruimtelijke ordening, de grondstoffen, de
    materialen, de goederen
  28. AA.128 Gebruiken L3 L4 L4 4.3.1

    Ontwerpen een schets van een landschap.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schets:
    een schematische weergave van menselijke aspecten
  29. AA.129 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.2.3; L4 4.2.5; L6 4.2.7

    Determineren een landschap op basis van menselijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Menselijke landschapselementen:
    • wonen
    • transportinfrastructuur
    • landbouw
    • industrie
    • handel en diensten
    • recreatie en toerisme
  30. AA.130 Begrijpen L3 L4 4.2.5

    Beschrijven landbouwprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landbouwprocessen:
    de irrigatie: water als bron, transporteren van water, verdeling van water op de
    gewassen

    Te hanteren begrippen

    de irrigatie
  31. AA.131 Begrijpen L4 L4 4.2.5

    Beschrijven landbouwprocessen

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landbouwprocessen:
    de verwerking en distributie van gewassen:
        oogsten
        schoonmaken
        verwerking: snijden en verpakken, drogen, koelen of invriezen
        opslag: De gewassen worden bewaard in grote magazijnen of koelruimtes
        voordat ze worden vervoerd.
        Vervoer: Vrachtwagens, treinen, schepen of zelfs vliegtuigen brengen het
        voedsel naar fabrieken, winkels en markten.
        verkoop en distributie: Winkels, supermarkten en marktkramen verkopen
        het voedsel aan mensen, zodat ze het kunnen kopen en thuis kunnen koken.
        op het bord

    Te hanteren begrippen

    oogsten, schoonmaken, verwerken, de verwerking, de opslag, het vervoer, de
    distributie, de verkoop
  32. AA.132 Begrijpen L5 L6 4.2.7

    Beschrijven landbouwprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landbouwprocessen:
    de verwerking en distributie van voedsel:
        oogsten of slachten:
          voor plantaardige voeding: Gewassen worden geoogst wanneer ze rijp
          zijn.
          voor dierlijke voeding: Dieren worden geslacht in gecontroleerde
          omstandigheden volgens hygiëne- en welzijnsnormen.
        schoonmaken:
          Groenten en fruit worden gewassen en gesorteerd.
          Vlees wordt na het slachten gereinigd, waarbij organen, botten of huid
          worden verwijderd afhankelijk van het eindproduct.
        verwerking:
          groenten en fruit: Snijden, verpakken, drogen, koelen of invriezen.
          vlees:
                  snijden
                  verpakken: Vers of vacuümverpakt om houdbaarheid te
                  verlengen.
                  drogen of roken
                  koelen of invriezen: Om bacteriegroei te verminderen en
                  versheid te behouden.
        opslag: Voedsel wordt bewaard in gecontroleerde magazijnen, koelruimtes
        of vriezers om bederf te voorkomen en kwaliteit te garanderen.
        vervoer: Transport vindt plaats per vrachtwagen, trein, schip of vliegtuig,
        afhankelijk van de afstand en houdbaarheid van het product.
        verkoop en distributie:
          Supermarkten, slagerijen en markten verkopen de producten
          rechtstreeks aan consumenten.
          Voedselfabrikanten verwerken de producten verder in kant-en-
          klaarmaaltijden, sauzen of andere voedingsmiddelen.
        op het bord

    Te hanteren begrippen

    de plantaardige voeding, de dierlijke voeding, de voedselbewaring, de
    voedselverwerking, de voedseldistributie
  33. AA.133 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de distributie via de korte keten weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de korte keten
  34. AA.134 Begrijpen L4 L4 4.2.5

    Beschrijven het belang van water als hulpbron in landschappen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belang van water:
    water als hulpbron:
          waterkrachtcentrale, gebruikt waterkracht om elektriciteit te maken:
                water verzamelen: De centrale staat bij een rivier of een meer.
                Een dam houdt het water tegen en verzamelt het in een groot
                reservoir.
                water laten stromen: Als de centrale energie nodig heeft, wordt
                het water met grote kracht naar beneden geleid door buizen.
                turbines draaien: Het stromende water duwt tegen grote
                schoepen van een turbine. Een turbine lijkt op een soort grote
                windmolen, maar dan aangedreven door water. Door de kracht
                van het stromende water begint de turbine te draaien.
                elektriciteit maken: De draaiende turbine is verbonden met een
                generator. Een generator werkt als een magische machine die
                beweging omtovert in elektriciteit. Wanneer de turbine draait,
                maakt de generator stroom die we kunnen gebruiken.
                stroom sterker maken: Transformatoren zorgen ervoor dat de
                stroom sterk genoeg is om ver te reizen.
                stroom naar huizen en scholen: Via kabels wordt de elektriciteit
                naar huizen, scholen en fabrieken gestuurd.
                water komt terug: Het water stroomt weer terug naar de rivier
                of het meer, zodat we het opnieuw kunnen gebruiken.

    Te hanteren begrippen

    het water, de hulpbron, de dam, het reservoir, de waterkracht
  35. AA.135 Begrijpen L4 L5 L4 4.2.5; L6 4.2.7

    Illustreren de menselijke interactie met landschappen en infrastructuur.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interactie:
    interactie met aandacht voor duurzaamheid: aanleg van golfbreker
    gebruik van natuurlijke hulpbronnen
    positieve en negatieve interactie

    Te hanteren begrippen

    de duurzaamheid, de natuurlijke hulpbron, de golfbreker, de waterhabitat, de
    vervuiling

    Voorbeelden

    Positieve interactie:
    • bosbouw: duurzaam bosbeheer waarbij hout wordt geoogst met behoud van
        biodiversiteit en herbeplanting
    • kustbeheer: aanleg van golfbrekers
    • energie opwekken: gebruik van waterkrachtcentrales en windturbines
    • recreatie: natuurgebieden afbakenen en onderhouden, waar mensen kunnen
        in wandelen en dieren observeren
    Negatieve interactie:
    • Landbouw en industrie: Vervuiling van waterhabitats
    • Wonen: versnipperen van open, natuurlijke ruimte
  36. AA.136 Begrijpen L6 L6 4.2.3

    Illustreren het belang van delfstoffen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    vanuit verschillende perspectieven:
    • economie
    • politiek
    • duurzaamheid

    Te hanteren begrippen

    de delfstof

    Voorbeelden

    Delfstoffen:
    • economie: De winning van delfstoffen creëert veel banen.
    • politiek: Overheden moeten regels maken over hoe delfstoffen gewonnen
        worden.
    • duurzaamheid: We moeten nadenken over hoe we delfstoffen gebruiken en
        overgaan op duurzamere energiebronnen, zoals zon en wind.
  37. AA.137 Gebruiken L6 L6 4.2.7

    Geven weer hoe een landschap verandert door menselijke interactie.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verandering door menselijke activiteit:
    • Mensen veranderen landschappen door bouwen van wegen en huizen.
    • Mensen leggen perken aan en bouwen speeltuinen.
  38. AA.138 Gebruiken L6 L6 4.2.7

    Geven de relatie(s) tussen de functie(s) van een locatie of bepaald gebied en landschapselementen weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Menselijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Relaties:
    • In Antwerpen is er veel industrie omdat de producten via de Schelde
        eenvoudig getransporteerd kunnen worden naar de zee.
    • Aan de kust komen er veel toeristen omwille van de aanwezigheid van zand
        en zee.