Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

7 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Kansrekenen ✕

  1. WI.905 Begrijpen K3 L1 KO 2.5.1; KO 2.5.3

    Beschrijven de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    kan, kan niet, altijd, niet, nooit, mogelijk, misschien, soms

    Voorbeelden

    • Natalie steekt nooit over bij een rood licht.
    • Op donderdag heeft Pauline altijd turnles.
  2. WI.906 Gebruiken K3 L1 KO 2.5.1; KO 2.5.2

    Onderscheiden zekere en onzekere gebeurtenissen van elkaar.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Om tien uur eet Boris een stuk fruit.
    • Wanneer Robbe een dobbelsteen gooit, weet hij niet welk getal er komt.
  3. WI.907 Begrijpen L5 L6 2.5.2; L6 2.5.3

    Herkennen een kans.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kans:
    Een rationaal getal (uitgedrukt in een breuk of procent) tussen 0 en 1 dat de
    waarschijnlijkheid van een gebeurtenis aangeeft.

    Te hanteren begrippen

    de kans

    Voorbeelden

    1
    De kans dat Nicola met een dobbelsteen een 6 gooit is .
                                            6
  4. WI.908 Begrijpen L5 L6 L6 2.5.1; L6 2.5.3

    Verwoorden een kans als het aantal gunstige uitkomsten van een gebeurtenis tot het aantal mogelijke uitkomsten.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de kans, de uitkomst
  5. WI.909 Gebruiken L5 L6 L6 2.5.4

    Berekenen kansen voor enkelvoudige gebeurtenissen.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    door de verhouding te bepalen van het aantal gewenste uitkomsten en het aantal
    mogelijke uitkomsten

    Voorbeelden

    De kans dat Lode een 5 gooit met één dobbelsteen is 1/6.
  6. WI.910 Gebruiken L5 L6 L6 2.5.4

    Zetten een gegeven kans om als een percentage.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Omar zegt: “Voor elke 2 witte pralines liggen er in een zakje 3 bruine pralines. Wat is de
    kans dat ik geblinddoekt een witte praline kies?”
  7. WI.911 Engageren L5 L6 L6 2.5.4

    Reflecteren over kansrekenen.

    Wiskunde Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Isabelle leest op een affiche: "1 op de 10 spelers wint!" Zij maakt zich de bedenking:
        "Dat klinkt goed… maar als ik erover nadenk betekent dit niet dat ik 1 op 10 kans
        heb om de hoofdprijs te winnen.”
    • Davis zegt bij een meerkeuzetoets: "Ik kan gokken, want er zijn 4 antwoorden. Dat
        is 1 kans op 4 om juist te zijn... maar ook 3 kansen op 4 om fout te zijn. Dus de kans
        dat ik verlies is groter."