7 doelen
-
Beschrijven de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
kan, kan niet, altijd, niet, nooit, mogelijk, misschien, soms
Voorbeelden
• Natalie steekt nooit over bij een rood licht. • Op donderdag heeft Pauline altijd turnles.
-
Onderscheiden zekere en onzekere gebeurtenissen van elkaar.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Om tien uur eet Boris een stuk fruit. • Wanneer Robbe een dobbelsteen gooit, weet hij niet welk getal er komt.
-
Herkennen een kans.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kans: Een rationaal getal (uitgedrukt in een breuk of procent) tussen 0 en 1 dat de waarschijnlijkheid van een gebeurtenis aangeeft.
Te hanteren begrippen
de kans
Voorbeelden
1 De kans dat Nicola met een dobbelsteen een 6 gooit is . 6 -
Verwoorden een kans als het aantal gunstige uitkomsten van een gebeurtenis tot het aantal mogelijke uitkomsten.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de kans, de uitkomst
-
Berekenen kansen voor enkelvoudige gebeurtenissen.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Berekenen: door de verhouding te bepalen van het aantal gewenste uitkomsten en het aantal mogelijke uitkomsten
Voorbeelden
De kans dat Lode een 5 gooit met één dobbelsteen is 1/6.
-
Zetten een gegeven kans om als een percentage.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Omar zegt: “Voor elke 2 witte pralines liggen er in een zakje 3 bruine pralines. Wat is de kans dat ik geblinddoekt een witte praline kies?”
-
Reflecteren over kansrekenen.
Wiskunde › Kansrekenen en statistiek › Kansrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Isabelle leest op een affiche: "1 op de 10 spelers wint!" Zij maakt zich de bedenking: "Dat klinkt goed… maar als ik erover nadenk betekent dit niet dat ik 1 op 10 kans heb om de hoofdprijs te winnen.” • Davis zegt bij een meerkeuzetoets: "Ik kan gokken, want er zijn 4 antwoorden. Dat is 1 kans op 4 om juist te zijn... maar ook 3 kansen op 4 om fout te zijn. Dus de kans dat ik verlies is groter."