4 doelen
-
Duiden de relatie tussen zonnestand, tijdstip en de hoofdwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. De zon komt nooit in het noorden. 's Middags staat de zon in het zuiden. Duiden: met inbegrip van notatie O, W, N en Z
Te hanteren begrippen
de hoofdwindrichting, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z) de windroos
-
Gebruiken de hoofdwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • de windroos • het kompas • de zonnestand • inclusief notatie (O, W, N, Z)
-
Benoemen de tussenwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het noordoosten (NO), het zuidoosten (ZO), het zuidwesten (ZW), het noordwesten (NW), de tussenwindrichting(en)
-
Gebruiken de hoofd- en tussenwindrichtingen.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: • de windroos • het kompas • de zonnestand (schaduwlijnen) • bepaling van richting en locatie • inclusief notatie (O, W, N, Z, NO, ZO, ZW, NW)