Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

4 doelen

CSV downloaden filters wissen

Windrichtingen ✕

  1. AA.046 Begrijpen L3 L4 4.1.2

    Duiden de relatie tussen zonnestand, tijdstip en de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
    De zon komt nooit in het noorden.
    's Middags staat de zon in het zuiden.
    
    Duiden:
    met inbegrip van notatie O, W, N en Z

    Te hanteren begrippen

    de hoofdwindrichting, het oosten (O), het noorden (N), het westen (W), het zuiden (Z)
    de windroos
  2. AA.047 Gebruiken L3 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofdwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand
    • inclusief notatie (O, W, N, Z)
  3. AA.048 Begrijpen L4 L4 4.1.2

    Benoemen de tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het noordoosten (NO), het zuidoosten (ZO), het zuidwesten (ZW), het noordwesten
    (NW), de tussenwindrichting(en)
  4. AA.049 Gebruiken L4 L4 4.1.2

    Gebruiken de hoofd- en tussenwindrichtingen.

    Aardrijkskunde Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Windrichtingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • de windroos
    • het kompas
    • de zonnestand (schaduwlijnen)
    • bepaling van richting en locatie
    • inclusief notatie (O, W, N, Z, NO, ZO, ZW, NW)