Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

17 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Kenmerken: voedingswijze ✕

  1. WT.008 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    • insecten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Schapen eten gras, kikkers eten insecten.
  2. WT.009 Begrijpen K2 GO!-doel

    Begrijpen verschillende voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten eters:
    • planteneters: eten planten (gras, bladeren)
    • vleeseters: eten andere dieren
    • alleseters: eten planten en vlees

    Te hanteren begrippen

    de plant, het vlees, eten
  3. WT.010 Begrijpen K3 GO!-doel

    Beschrijven de voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingswijze:
    zoogdieren: eten of planten of vlees of beiden
    vogels: eten vaak planten en vlees
    vissen: eten vaak planten en vlees
    insecten: eten vaak planten

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    Een koe eet planten (gras), een leeuw eet vlees, een beer eet planten en vlees.
  4. WT.011 Begrijpen L1 L2 L6 3.1.3

    Illustreren de belangrijkste voedingswijze van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Belangrijkste voedingswijze:
    • zoogdieren: De meeste zijn planteneters (herbivoren), sommigen vleeseters
        (carnivoren) en anderen alleseters (omnivoren).
    • vissen: Afhankelijk van de soort zijn ze vleeseters (carnivoor), planteneters
        (herbivoor) of alleseters (omnivoor).
    • vogels: Veel vogels zijn alleseters (omnivoren), maar er zijn ook planteneters
        (herbivoren) en vleeseters (carnivoren).
    • insecten: De meeste insecten leven van plantaardig materiaal of plantensappen,
        sommige insecten leven van dieren.

    Te hanteren begrippen

    de alleseter, de planteneter, de vleeseter
  5. WT.012 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    
    Voedingswijze:
    Het voedsel wordt in het lichaam van het dier getransporteerd: van bek naar de maag
    waar het verteerd wordt. In de darmen gaan de voedingsstoffen via het bloed naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden (uitwerpselen).
    • amfibieën: Als larve meestal herbivoor (plantaardig voedsel), als volwassen dier
        meestal carnivoor (vleeseter).

    Te hanteren begrippen

    de omnivoor, de herbivoor, de carnivoor
  6. WT.013 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    spinachtigen: Spinachtigen zijn carnivoren (vleeseters). Ze eten voornamelijk insecten.
    Ze gebruiken hun ‘kaken’ om de prooi te vangen.
    
    Voedingswijze:
    Bij de meeste ongewervelden wordt het voedsel getransporteerd van “bek” naar
    spijsverteringsstelsel waar het verteerd wordt. De voedingsstoffen gaan naar de
    organen en het ‘afval’ wordt uitgescheiden.

    Te hanteren begrippen

    de kaak

    Voorbeelden

    Voedingswijze:
    De schorpioen is een carnivoor want hij eet andere dieren.
  7. WT.014 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van gewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gewervelde dieren:
    reptielen: Afhankelijk van de soort carnivoor, herbivoor of omnivoor.
  8. WT.015 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de belangrijkste voedingswijze van ongewervelde dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ongewervelde dieren:
    andere ongewervelden

    Te hanteren begrippen

    de detrivoor

    Voorbeelden

    Belangrijkste voedingswijze:
    Wormen zijn detrivoor (afvalopruimers: eten dood organisch materiaal), zeesterren
    carnivoor en mosselen filteren hun voeding uit water (omnivoor).
  9. WT.016 Begrijpen L6 L6 3.1.3

    Illustreren bijzondere voedingswijzen van dieren.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Bijzondere voedingswijzen:
    • nectareters: bij, kolibrie
    • insecteneters: miereneters, egels, spechten
  10. WT.057 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten hebben water en licht nodig om te groeien.
  11. WT.058 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Illustreren wat planten nodig hebben om te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Planten groeien beter of slechter afhankelijk van:
        hoeveelheid water
        (vruchtbare) grond
        plaats in het licht of in de schaduw

    Te hanteren begrippen

    het water, de aarde, het licht, het voedsel, de schaduw
  12. WT.059 Begrijpen L1 L2 L4 3.2.8

    Illustreren wat planten nodig hebben om optimaal te groeien.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Groeien:
    Groei van planten hangt af van:
        hoeveelheid water
        vruchtbare bodem
        lichtintensiteit en -duur
        temperatuur (warmte of koude)
        aanwezigheid van lucht

    Te hanteren begrippen

    de vruchtbare bodem, de temperatuur, de lucht, de warmte, de schaduw
  13. WT.060 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Herkennen dat bijna alle planten op dezelfde manier voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingstoffen verkrijgen:
    De meeste planten maken via de bladeren hun eigen voedsel met zonlicht, stoffen uit de
    lucht en water (fotosynthese).
    De meeste planten nemen via hun wortels uit de grond water op en mineralen
    (‘vitaminen’ voor de plant). Sommige planten groeien ook in water met voldoende (al
    dan niet toegevoegde) mineralen. Soms is het nodig om extra mineralen aan de grond
    toe te voegen: bemesten.
    Water helpt bij het transport van stoffen in de plant, zorgt voor stevigheid en is nodig
    voor de ‘fotosynthese’.

    Te hanteren begrippen

    het zonlicht
  14. WT.061 Begrijpen L4 L4 3.2.8; L4 3.2.9; L6 3.1.3

    Beschrijven hoe planten en korstmossen voedingsstoffen verkrijgen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    autotroof: Planten die hun eigen voedsel maken met zonlicht, water en stoffen uit de
    lucht.
    
    Korstmossen:
    symbiose: Een korstmos bestaat uit een wier (alg) en een zwam (schimmel) die
    samenwerken. Het wier maakt voedsel voor zichzelf en voor de de zwam en de zwam
    zorgt voor water en mineralen voor het wier. Ze zorgen dus beiden voor een voordeel
    voor elkaar zodat het geheel (het korstmos) kan overleven.

    Te hanteren begrippen

    de symbiose
  15. WT.062 Begrijpen L4 L6 3.1.3

    Illustreren dat schimmels zich voeden met organisch materiaal.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

  16. WT.063 Begrijpen L4 L4 3.2.3

    Illustreren de cruciale rol van schimmels in het ecosysteem als ontbinder.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Cruciale rol:
    Schimmels als ontbinders/opruimers breken dode organismen af en geven
    voedingsstoffen terug aan het ecosysteem, waardoor de kringloop van stoffen in stand
    blijft. Zonder ontbinders zou de natuur vervuilen met dode resten en zou de bodem
    uitgeput zou raken.

    Te hanteren begrippen

    het ecosysteem, de opruimer, de ontbinding
  17. WT.082 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Beschrijven de verschillende manieren waarop bacteriën zich voeden.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: voedingswijze

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voeden zich op verschillende manieren:
    breken dood materiaal af
    werken samen met andere organismen (symbiose)
    Sommige bacteriën maken hun eigen voedsel met licht of chemische stoffen.
    
    Bacteriën:
    dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen in een ecosysteem

    Te hanteren begrippen

    de bacterie