Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

26 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Kenmerken: bouw ✕

  1. WT.001 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

  2. WT.002 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme dier.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het dier
  3. WT.003 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    het klein dier, het groot dier, de kop/ het hoofd, de snuit, de bek, de mond, het oog, de
    poot, de vleugel, de staart, de vacht, de veer, het haar, de vis, de vogel, het insect
  4. WT.004 Begrijpen K3 KO 3.1.1; KO 3.1.2

    Herkennen dieren op basis van uiterlijke kenmerken.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    • zoogdieren
    • vissen
    • vogels
    • insecten
    
    Uiterlijke kenmerken (bouw):
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de poot, het lichaam, het zoogdier
  5. WT.005 Begrijpen L1 L2 L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking

    Te hanteren begrippen

    de antenne, het zoogdier, de vogel, de vis, het insect
  6. WT.006 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.9

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • insecten
    • spinachtigen
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    thermoregulatie: warmbloedig (zelf de temperatuur regelen door zweten, hijgen, rillen,
    vetlaag, en/of vacht), koudbloedig (temperatuur afhankelijk van de omgeving)
    ademhaling: transport van zuurstof
    
    Herkennen:
    Uit exemplarische lijst: organismen uit 7 afgebakende biotopen

    Te hanteren begrippen

    warmbloedig, koudbloedig, de naakte huid, de spin, de ruggengraat, het gewerveld dier,
    het ongewervelde dier, de amfibie, de spinachtige
  7. WT.007 Begrijpen L5 L6 L4 3.2.9; L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen dieren op basis van bouw.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Fauna › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dieren:
    gewervelde dieren:
    • zoogdieren
    • vogels
    • amfibieën
    • reptielen
    • vissen
    ongewervelde dieren:
    • geleedpotigen:
          o insecten
          o spinachtigen
    • andere ongewervelden
    
    Bouw:
    vorm en grootte
    kleur
    kop, poten, staart
    huidbedekking
    exoskelet (uitwendig skelet)
    thermoregulatie: warmbloedig, koudbloedig
    ademhaling (transport van zuurstof: bij gewervelde dieren via het bloed)

    Te hanteren begrippen

    het reptiel, de geleedpotige, de andere ongewervelde

    Voorbeelden

    Andere ongewervelden:
    regenworm, naaktslak, zeepier, oorkwal, zeester, meshelft, kokkel, zeeappel, huisjesslak,
    zoetwaterspons, zwanemossel
  8. WT.039 Begrijpen K1 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    zijn levende wezens
  9. WT.040 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen het organisme plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de plant
  10. WT.041 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel
    blad
    bloem

    Te hanteren begrippen

    de wortel, de stengel, het blad, de bloem
  11. WT.042 Begrijpen K2 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vruchten:
    van fruitbomen
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de appel, de pruim, de peer, de vijg, de abrikoos, de kers
  12. WT.043 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de basisdelen van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    wortel
    stengel/stam + takken
    blad
    bloem
    vrucht

    Te hanteren begrippen

    de stam, de vrucht, de tak
  13. WT.044 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen planten en schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten en schimmels:
    bomen
    struiken
    paddenstoelen
    gras

    Te hanteren begrippen

    de boom, de struik, de paddenstoel, het gras
  14. WT.045 Begrijpen K3 KO 3.1.2

    Herkennen de vruchten van planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • struiken
    • de eik, de beuk, de hazelaar, de kastanje, de esdoorn, de paardenkastanje, de
        notelaar
    
    Herkennen:
    op basis van uiterlijke kenmerken

    Te hanteren begrippen

    de kastanje, de eikel, de beukennoot, de hazelnoot, de bes

    Voorbeelden

    Vruchten:
    • De eikel is de vrucht van een eik.
    • De framboos is de vrucht van een frambozenstruik.
  15. WT.046 Begrijpen L1 L4 3.1.3

    Begrijpen dat er verschillende planten bestaan.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende planten:
    • naaldbomen: bomen waarvan de bladeren de vorm van naalden hebben
    • loofbomen: bomen met bladeren die geen naaldvorm hebben
    • grassoorten: gras, tarwe, riet

    Te hanteren begrippen

    de naaldboom, de loofboom, de grassoort
  16. WT.047 Begrijpen L2 L4 3.1.3

    Herkennen planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Planten:
    • naaldbomen, loofbomen, grassoorten
    • mossen
    Herkennen:
    • Planten verschillen in uiterlijk en de plek waar ze groeien.

    Te hanteren begrippen

    het mos
  17. WT.048 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.2; L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8; L4 3.2.9

    Beschrijven de functie van de basisdelen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een plant:
    In de taxonomie omschreven als ‘de flora’, verschillend van ‘de schimmels’ en ‘de fauna’
    
    Functie basisdelen:
    • de wortel: houdt de plant stevig vast in de grond en zuigt water en voedingsstoffen
        op uit de grond
    • de stengel/ de stam: houdt de plant rechtop en brengt water van de wortels naar
        het blad en voedingstoffen van de bladeren naar de wortels (transport)
    • de bladeren: vangen zonlicht op en gebruiken dit licht als energiebron om met
        water en stoffen uit de lucht suikers te maken waardoor de plant groeit. Terwijl de
        bladeren dit doen, zorgen ze ook voor zuurstof
    • de bloem: trekt insecten aan die de bloem bestuiven waardoor vruchten ontstaan
    • de vrucht: bevat en beschermt de zaden
    • het zaad: uit het zaad kan een nieuwe plant groeien

    Te hanteren begrippen

    het transport, de wortel, de stam, de stengel, het blad, de bloem, de vrucht, het zaad,
    de flora
  18. WT.049 Gebruiken L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.7; L4 3.2.8

    Tekenen de delen van een plant.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    wortel
    stengel of stam
    bladeren
    bloem
    vrucht
    Tekenen:
    inclusief notatie van de functie
  19. WT.050 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3; L4 3.2.8

    Herkennen de niet naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bladeren:
    (paarde)kastanjeblad
    eikenblad
    beukenblad
    esdoornblad
    
    Herkennen:
    bladvorm
    bladnerf
    bladrand

    Te hanteren begrippen

    de bladvorm, de bladnerf, de bladrand, het eikenblad, het beukenblad, het
    (paarde)kastanjeblad, het esdoornblad
  20. WT.051 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.3

    Herkennen de naaldvormige bladeren van bomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bomen:
    • spar
    • den

    Te hanteren begrippen

    de sparrennaald, de dennennaald
  21. WT.052 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.11

    Illustreren de relatieve leeftijd van loof- en naaldbomen.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatieve leeftijd:
    de jaarringen van een boom
    de omtrek van de stam

    Te hanteren begrippen

    de jaarring

    Voorbeelden

    Naomi bekijkt de jaarringen van een boom en legt uit dat je hieraan kunt aflezen hoe
    oud die ongeveer is.
  22. WT.053 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Herkennen soorten planten.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten planten (indeling van de ‘flora’ volgens de taxonomie):
    sporenplanten
    zaadplanten

    Te hanteren begrippen

    de sporenplant, de zaadplant

    Voorbeelden

    Zaadplanten:
    appelboom, zonnebloem, paardenbloem, eik, den
    Sporenplanten:
    varen, mos, paardenstaart
  23. WT.054 Begrijpen L3 L4 L4 3.1.1; L4 3.1.2; L4 3.1.3

    Herkennen schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schimmels:
    De schimmels zijn een aparte categorie in de taxonomie naast de flora en de fauna.

    Te hanteren begrippen

    de champignon, de vliegenzwam, het gist, de schimmel

    Voorbeelden

    Schimmels:
    weidechampignon, vliegenzwam, gist, schimmel op brood of kaas
  24. WT.055 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de basisdelen van schimmels.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisdelen:
    schimmel
    zwamvlok (schimmeldraden)
    vruchtlichaam

    Te hanteren begrippen

    de zwamvlok, het vruchtlichaam
  25. WT.056 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.3

    Herkennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Flora & schimmels › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De paddenstoel - basisdelen:
    hoed
    steel
    paddenstoel
    ring
    sporen
    buisjes
    plaatjes

    Te hanteren begrippen

    de hoed, de steel, de paddenstoel, de ring, de sporen, het buisje, het plaatje
  26. WT.081 Begrijpen L5 L6 L6 3.1.1; L6 3.1.2; L6 3.1.3

    Beschrijven bacteriën.

    Wetenschap en techniek Organismen › Kenmerken van organismen › Bacteriën › Kenmerken: bouw

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bacteriën:
    zijn eencellige micro-organismen
    zijn niet waar te nemen met het blote oog, maar wel onder de microscoop
    komen overal voor: op voorwerpen, in ons lichaam, in de natuur
    Er zijn voor de mens zowel nuttige (meewerkende) bacteriën als ziekmakende
    (tegenwerkende) bacteriën.
    Bacteriën vormen in de taxonomie een aparte categorie, verschillend van de fauna, de
    flora en de schimmels

    Te hanteren begrippen

    de cel, de bacterie, de microscoop, nuttig, schadelijk