Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

31 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Weer en klimaat ✕

  1. AA.149 Begrijpen K1 KO 4.2.4

    Herkennen weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersverschijnselen:
    • temperatuur
    • neerslag
    • wind
    • bewolking
  2. AA.150 Begrijpen K2 KO 4.2.4

    Herkennen weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersverschijnselen:
    • temperatuur
    • neerslag: regen, sneeuw
    • wind
    • bewolking

    Te hanteren begrippen

    het is koud, het is warm, het vriest, het regent, het sneeuwt, de regen, de sneeuw, er is
    wind, er zijn wolken, het waait, er is veel/weinig wind, het is bewolkt, de zon schijnt
  3. AA.151 Begrijpen K3 KO 4.2.4

    Herkennen weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersverschijnselen:
    • temperatuur
    • neerslag: hagel, mist
    • wind
    • bewolking

    Te hanteren begrippen

    de temperatuur, de neerslag, de wind, de bewolking, de hagel, het hagelt, de mist
  4. AA.152 Begrijpen K3 KO 4.2.5

    Beschrijven de relatie tussen bewolking en neerslag.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie bewolking-neerslag:
    dunne, witte wolken:
        uitleg: Deze wolken zijn hoog in de lucht en lijken op veertjes.
        relatie met neerslag: geen regen
    grote, witte wolken:
        uitleg: Deze wolken lijken op watjes of bergen.
        relatie met neerslag: Meestal droog, maar als ze donker worden, kan er regen
        komen.
    grijze, dikke wolken:
        uitleg: Deze wolken bedekken de hele lucht als een grijze deken.
        relatie met neerslag: vaak lichte regen
    donkere, hoge wolken:
        uitleg: Deze wolken zijn groot, donker en kunnen onweer brengen.
        relatie met neerslag: hevige regen, soms met donder en bliksem

    Te hanteren begrippen

    de witte wolken, de hoge wolken, de grijze wolken, de dikke wolken, de lage wolken, de
    dunne wolken, de lichte regen, de hevige regen, de bliksem, de donder, het onweer
  5. AA.153 Gebruiken K3 KO 4.2.4; KO 4.2.5

    Analyseren weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersverschijnselen:
    bewolking
  6. AA.154 Gebruiken K2 K3 KO 4.3.3; KO 4.2.4

    Geven dagelijks weersverschijnselen weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weersverschijnselen:
    • temperatuur: koud en warm
    • neerslag: sneeuw, hagel, mist, regen
    • wind
    • bewolking
    
    Weergeven:
    door middel van symbolen
    registratie in weerkalender
    vergelijking
  7. AA.155 Gebruiken L1 L4 4.3.2

    Interpreteren weergegevens van een week.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking
    • registratie in weerkalender
    • vergelijking
    • presentatie
  8. AA.156 Gebruiken L2 L4 4.3.1; L4 4.3.2

    Interpreteren weergegevens van een week en een maand.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking
    • registratie in weerkalender
    • vergelijking
    • presentatie
  9. AA.157 Gebruiken L3 L4 4.3.1; L4 4.3.2

    Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bepaalde periode:
    een seizoen
    
    Interpreteren:
    • observatie van neerslag, wind
    • meten van bewolking, temperatuur
    • registratie (temperatuur in lijngrafiek)
    • vergelijking
    • presentatie
  10. AA.158 Gebruiken L4 L4 4.3.1; L4 4.3.2

    Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bepaalde periode:
    één of meerdere seizoenen
    
    Interpreteren:
    • meten van bewolking, temperatuur, neerslag, wind
    • registratie (temperatuur in lijngrafiek en neerslag in staafdiagram)
    • vergelijking
  11. AA.159 Gebruiken L5 L6 4.3.1

    Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bepaalde periode:
    één of meerdere seizoenen
    
    Interpreteren:
    • meten van bewolking temperatuur, neerslag, wind, luchtdruk
    • registreren in weerkalender
    • vergelijking met klimatogram
  12. AA.160 Begrijpen L5 L6 4.2.12

    Beschrijven luchtdruk in relatie tot het weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Luchtdruk:
    hoge luchtdruk (H): Wat gebeurt er? De lucht daalt naar beneden. gevolg: Het weer is
    meestal droog en zonnig. ezelsbruggetje: H van helder weer
    lage luchtdruk (L) Wat gebeurt er? De lucht stijgt omhoog. gevolg: Er ontstaan wolken
    en regen. ezelsbruggetje: L van lelijk weer (regenachtig)

    Te hanteren begrippen

    de luchtdruk, de hoge luchtdruk, de lage luchtdruk
  13. AA.161 Begrijpen L6 L6 4.2.12

    Illustreren hoe reliëf en seizoensgebonden oceaantemperaturen het weer beïnvloeden.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de oceaantemperatuur, de landmassa

    Voorbeelden

    Het weer beïnvloeden:
    • bergen (reliëf): Bergen “duwen” lucht omhoog, zoals bv. de Alpen in Oostenrijk. De
        lucht koelt af waardoor er regen of sneeuw ontstaat. Achter de berg is het
        vaak droger.
    • warme of koude zeeën (seizoensgebonden oceaantemperaturen): Boven een
        warme zee stijgt warme, vochtige lucht op, waardoor de kans op regen groter
        wordt. Boven een koude zee ontstaat koude lucht, wat zorgt voor droger en kouder
        weer.
    • landmassa (grote stukken land):
        Land warmt sneller op dan zee.
        In de zomer (in België): warme lucht stijgt boven land → lage luchtdruk → wolken
        en regen
        In de winter (in België): land koelt snel af → koude lucht daalt → hoge
        luchtdruk → droog en koud weer
    • luchtdruk:
        Lage luchtdruk = stijgende lucht → vaak regen of storm
        Hoge luchtdruk = dalende lucht → vaak droog en zonnig weer
  14. AA.162 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.2.4; L4 4.3.1; L4 4.3.2; L6 4.3.1; L6 4.2.12

    Tonen hun kennis over het weer in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Als het koud is, doet Jeppe zijn jas aan tijdens de speeltijd.
    • Nils vertrekt op zeeklassen. Hij vertelt aan zijn mama dat het daar in de winter
        warmer is dan in Brussel.
  15. AA.163 Begrijpen L3 L4 L4 4.2.8

    Herkennen een weerpatroon.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weerpatroon:
    weersverschijnselen: temperatuur, neerslag, wind, bewolking
    een terugkerende weeromstandigheid in een bepaald gebied over een bepaalde
    periode

    Te hanteren begrippen

    het weerpatroon
  16. AA.164 Gebruiken L3 L4 L4 4.2.8

    Vergelijken weerpatronen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op basis van weersverschijnselen
    registratie gedurende minstens twee verschillende perioden (in verschillende
    seizoenen)

    Voorbeelden

    Weerpatronen:
    • In de winter zijn de temperaturen lager dan in de zomer.
    • De windrichting is niet elke dag hetzelfde.
  17. AA.165 Begrijpen L3 L4 4.2.8

    Illustreren het verschil tussen weer en klimaat.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het verschil:
    Weer is de toestand van de atmosfeer op een specifieke plaats en moment.
    Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode, meestal 30 jaar, in een bepaald
    gebied.

    Te hanteren begrippen

    het weer, het klimaat
  18. AA.166 Begrijpen L3 L4 4.2.9

    Beschrijven klimaatkenmerken.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatkenmerken:
    (gemiddelde) temperatuur: koud, gematigd, warm
    (gemiddelde) neerslag: nat, droog

    Te hanteren begrippen

    de droogte, de regenval, de warmte, de koude

    Voorbeelden

    Hannes vertelt dat we in België een gematigd nat klimaat hebben.
  19. AA.167 Begrijpen L3 L4 4.2.10

    Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen:
    • de hittegolf: Een periode van meerdere dagen met heel warm weer. Het is
        vaak droog en zonnig, en het kan moeilijk zijn om af te koelen.
    • de waterbom: Een plotselinge, heel hevige regenbui op één plaats. Er valt in korte
        tijd heel veel water, wat kan zorgen voor overstromingen.

    Te hanteren begrippen

    de hittegolf, de waterbom
  20. AA.168 Gebruiken L3 L4 4.2.8; L4 4.2.10

    Vergelijken de verzamelde weersverschijnselen met de kenmerken van het klimaat in België.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken van het klimaat:
    zachte winters en relatief koele zomers (dankzij de nabijheid van de zee), de neerslag is
    gelijkmatig verspreid over het ganse jaar, wisselvallig weer, het is vaak bewolkt
  21. AA.169 Begrijpen L4 L4 4.2.9

    Illustreren de klimaatzones.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatzones:
    De aarde is verdeeld in verschillende klimaatzones met vergelijkbare klimaatkenmerken.
    tropisch klimaat: Het is altijd warm en er valt veel regen. Je vindt dit klimaat in landen
    rond de evenaar.
    polair klimaat: Het is er heel koud, bijna het hele jaar door. Er groeien bijna geen
    planten. Dit klimaat komt voor rond de Noordpool en Zuidpool.
    gematigd klimaat: Hier zijn de vier seizoenen goed te merken: lente, zomer, herfst en
    winter. Het is meestal niet te warm en niet te koud. België heeft een gematigd
    zeeklimaat.

    Te hanteren begrippen

    de klimaatzone, het tropisch klimaat, het polair klimaat, het gematigd klimaat
  22. AA.170 Gebruiken L4 L4 4.2.9

    Vergelijken het klimaat in verschillende gebieden van de wereld.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op basis van een wereldkaart met gemiddelde jaartemperatuur en totale jaarneerslag
  23. AA.171 Begrijpen L4 L4 4.2.10

    Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen:
    • de orkaan: Een enorme storm met harde wind en veel regen, die ontstaat
        boven warme zeeën. Orkanen kunnen veel schade veroorzaken. De term ‘orkaan’
        wordt gebruikt voor de Atlantische Oceaan en het oostelijke deel van de Grote
        Oceaan.
    • de tyfoon: De naam voor een orkaan in het westelijke deel van de Grote Oceaan,
        vooral rond landen zoals de Filipijnen, Japan en China.
    • de sneeuwstorm: Een hevige storm met veel sneeuw en wind. Het zicht is slecht en
        het wordt erg koud.

    Te hanteren begrippen

    de orkaan, de tyfoon, de sneeuwstorm
  24. AA.172 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren klimaatverandering.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatverandering:
    • temperatuursverandering op aarde
    • neerslagverandering op aarde
    • frequentere extreme weersverschijnselen
  25. AA.173 Gebruiken L4 L5 GO!-doel

    Geven acties om klimaatverandering tegen te gaan.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

  26. AA.174 Begrijpen L5 GO!-doel

    Illustreren de klimaatverandering.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klimaatverandering:
    Veranderingen in het klimaat zijn niet nieuw. Er zijn altijd al periodes van afkoeling en
    opwarming geweest die gevolgen hadden voor het leven op aarde. Sinds de industriële
    revolutie (rond 1850) is de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak met 1,1 à
    1,3°C gestegen.
    Het verschil met vorige klimaatveranderingen is dat deze klimaatverandering sneller
    gaat dan de voorgaande, de verandering mondiaal is en niet regionaal. De invloed van
    de mens was nog nooit zo groot door het verbruik van fossiele brandstoffen (uitstoot
    broeikasgas CO₂), consumeren van (veel) vlees en melk (uitstoot broeikasgas methaan
    door veeteelt) en het kappen van regenwouden (verdwijnen van de ‘groene longen’ van
    onze aarde).
    Door menselijke activiteiten verandert dus de samenstelling van de atmosfeer. De
    concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt hoger en versterkt daarmee het
    broeikaseffect, waardoor de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de aarde stijgt.

    Te hanteren begrippen

    de klimaatverandering, de opwarming van de aarde, de fossiele brandstof, consumeren,
    de ontbossing, het broeikasgas, het broeikaseffect
  27. AA.175 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren de gevolgen van de huidige klimaatverandering.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gevolgen klimaatverandering:
    Het versneld smelten van gletsjers en poolijs zorgt voor een stijging van de zeespiegel.
    Door de opwarming van de aarde zet zeewater uit, wat ook leidt tot een stijging van de
    zeespiegel.
    Er komen vaker extreme weersomstandigheden voor, zoals hevige (hagel)buien,
    onweer, hittegolven, droogtes en soms krachtigere of langere orkaanseizoenen. Er
    ontstaan grotere verschillen tussen droge periodes en periodes met veel neerslag.
    Klimaat- en landschapszones verschuiven.
    Al deze gevolgen dragen andere gevolgen met zich mee: overstromingen,
    klimaatvluchtelingen, veranderingen in landbouw, verspreiding van ziekten en insecten

    Voorbeelden

    Verschuiving klimaat- en landschapszones:
    • Gebieden die nu al vrij droog zijn, verwoestijnen.
    • In koude gebieden verdwijnt sneeuw en ijs sneller, waardoor de toendra verandert
        en sommige planten en dieren verdwijnen.
    • Sommige boeren in het zuiden van Frankrijk schakelen over van wijnteelt naar
        olijventeelt (beter tegen hitte en droogte bestand). In België komen er jaarlijks
        wijntelers bij.
  28. AA.176 Gebruiken L6 GO!-doel

    Geven weer hoe we de klimaatverandering duurzaam kunnen aanpakken.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Duurzame aanpak:
    nationale en internationale samenwerking
    energietransitie: van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen
    energiebesparing
    klimaatadaptatie
    natuurherstel en -bescherming
  29. AA.177 Begrijpen L6 L6 4.2.11; L6 4.1.2

    Herkennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en de klimaatzones.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    Tropisch klimaat: gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Hier
    staat de zon het hele jaar hoog aan de hemel. Kenmerken: warm, vaak vochtig, met
    kleine temperatuurverschillen gedurende het jaar
    Gematigd klimaat: gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. De zon staat hier
    lager aan de hemel dan in de tropen en er zijn duidelijke seizoenen. Kenmerken: milde
    tot koude winters, warme tot zachte zomers, neerslag verspreid over het jaar.
    Polair klimaat: gebied binnen de poolcirkels. De zon komt in de winter soms helemaal
    niet op (poolnacht) en gaat in de zomer niet onder (middernachtzon). Kenmerken: zeer
    koud, weinig neerslag, vaak sneeuw of ijs

    Voorbeelden

    Tropisch klimaat:
    regenwouden in het Amazonegebied, Congo, Zuidoost-Azië
    Gematigd klimaat:
    België (gematigd zeeklimaat), Nederland, Verenigde Staten, delen van China
    Polair klimaat:
    Antarctica, Noordpoolgebied, delen van Siberië en Groenland
  30. AA.178 Begrijpen L6 L6 4.2.10; L6 4.1.2

    Beschrijven het concept vegetatietype in relatie tot klimaatzones.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een vegetatietype:
    Een indeling van natuurlijke plantengroei op basis van de soorten planten die er
    voorkomen, hun structuur en hoe ze aangepast zijn aan hun omgeving.
    
    Relatie:
    Klimaat bepaalt welke planten kunnen groeien.
    Vegetatie weerspiegelt het klimaat van een gebied.
    Veranderingen in klimaat kunnen leiden tot verschuivingen in vegetatietypes.

    Te hanteren begrippen

    het vegetatietype, de toendra, het tropisch regenwoud, de savanne, het loofbos, het
    gemengd bos, het mos, het korstmos
  31. AA.179 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis over het klimaat en klimaatverandering in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Leo ontwerpt en presenteert een model van een duurzame stad waarin de zon en
        de wind worden gebruikt om energie op te wekken. Hij legt uit hoe deze
        technologieën van zonne- en windenergie bijdragen aan het verminderen van
        broeikasgassen en klimaatverandering.
    • Ellen maakt grafieken en tabellen waarin ze het energieverbruik van fossiele
        brandstoffen vergelijkt met dat van hernieuwbare energiebronnen. Ze berekent
        hoeveel CO₂-uitstoot bespaard kan worden door zonnepanelen of windmolens te
        gebruiken. Tijdens de presentatie legt ze uit hoe deze reductie helpt om de
        opwarming van de aarde tegen te gaan.