Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

49 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Tekstbegrip ✕

  1. NL.070 Begrijpen K1 K2 K3 L1 KO 1.3.4; KO 1.1.5; KO 1.1.6; KO 1.1.7; KO 1.1.8; KO 1.1.9

    Begrijpen (voor)gelezen teksten.*

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Begrijpen:
    • eenvoudige visuele boodschappen
    • expliciete informatie
    • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn
    • reageren door vragen te stellen
    
    *een variatie aan teksten
  2. NL.071 Gebruiken K1 K2 KO 1.1.6

    Geven informatie uit een voorgelezen tekst weer.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • de belangrijkste gebeurtenissen
    • de situatie
    • de gevoelens
    • de personages
    • de perspectiefname
    
    Weergeven:
    • in eigen woorden
    • door het uit te beelden
    • met behulp van concreet materiaal en/of afbeeldingen

    Voorbeelden

    Perspectiefname:
    • Het hoofpersonage in het voorgelezen verhaal huilt. De kleuters leven zich in in
        het verdriet van het hoofdpersonage. Ze leggen aan de leerkracht uit dat het
        personage verdrietig is omdat die zijn speelgoed kwijt is.
    • De leerkracht leest een verhaal voor dat verteld wordt vanuit het ik-perspectief:
        ‘… en plots hoorde ik een luide ‘bonk’.’ De kleuters weten dat het personage in
        een vreemd huis is binnengewandeld. Ze vertellen dat het hoofdpersonage denkt
        dat de deur is dichtgewaaid.
  3. NL.072 Gebruiken K3 L1 KO 1.1.6

    Geven informatie uit een (voor)gelezen tekst weer.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • de belangrijkste gebeurtenissen
    • de situatie
    • de gevoelens
    • de personages
    • de perspectiefname
    
    Weergeven:
    • in eigen woorden
    • met gebruik van taal uit de tekst
  4. NL.073 Begrijpen K1 K2 K3 L1 KO 1.1.9

    Begrijpen de verhaallijn van (voor)gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  5. NL.074 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.1.9

    Geven de belangrijkste elementen uit een verhaallijn van (voor)gelezen teksten weer.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • in eigen woorden
    • in chronologische volgorde
    • met gebruik van taal uit de tekst
    
    Belangrijkste elementen:
    • hoofdpersonage(s)
    • hoofdgedachte
  6. NL.075 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.5; L4 1.1.7

    Begrijpen gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Begrijpen:
    • expliciete informatie
    • hoofd- en bijzaken
    • hoofdgedachte
    • verbanden tussen voorgelezen tekst en vakspecifieke kennis en voorkennis
    • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn
    
    *een variatie aan teksten
  7. NL.076 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.1.5

    Geven informatie uit een gelezen tekst weer.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  8. NL.077 Gebruiken L3 L4 L4 1.1.5

    Geven hoofd- en bijzaken in gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  9. NL.078 Gebruiken L3 L4 L4 1.1.5

    Geven de hoofdgedachte uit gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  10. NL.079 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 1.1.7

    Leiden relaties en verbanden af bij (voor)gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
    
    *een variatie aan teksten
  11. NL.080 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.6

    Leiden relaties en verbanden af bij gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
    • middel-doel
    • deel-geheel
    • tussen hoofdpersonen en nevenpersonages
    
    *een variatie aan teksten
  12. NL.081 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.1.6

    Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Logische conclusies afleiden:
    door informatie uit de tekst te combineren
    
    *een variatie aan teksten
  13. NL.082 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 1.1.3

    Leiden impliciete boodschappen in een gelezen tekst* af.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Impliciete boodschappen afleiden:
    aanwijzingen identificeren, verbindingen maken, conclusies trekken

    Voorbeelden

    Impliciete boodschappen afleiden:
    • In het verhaal zegt het hoofdpersonage ‘Oef! Deze doos is zwaar’. Wat hij niet
        zegt tegen de nevenpersonages is dat die graag hulp zou krijgen bij het dragen
        van de doos.
    • ‘Fietsen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de gezondheid. Toch
        blijven veel ouders kiezen voor de auto, vooral op regenachtige dagen of
        wanneer ze haast hebben.’: In deze passage uit de tekst wordt impliciet gezegd
        dat het beter zou zijn als ouders hun kinderen vaker met de fiets naar school
        laten gaan.
    
    *een variatie aan teksten
  14. NL.083 Gebruiken L5 L6 L6 1.1.3

    Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Logische conclusies afleiden:
    impliciete en expliciete informatie uit de tekst te combineren
    
    *een variatie aan teksten
  15. NL.084 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.1.8

    Maken verbindingen tijdens het luisteren naar of lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbindingen:
    • tussen de tekst en eigen ervaringen
    • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
  16. NL.085 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.7; L6 1.1.4

    Maken verbindingen tijdens het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbindingen:
    • tussen de tekst en eigen ervaringen
    • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
    • tussen passages uit de tekst
  17. NL.086 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 1.1.8

    Bepalen of de titel bij de tekst past.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  18. NL.087 Begrijpen L1 L2 L4 1.1.6

    Herkennen werkelijkheid en fantasie.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    bij (voor)gelezen teksten
  19. NL.088 Engageren L1 L2 L4 1.1.6

    Reflecteren over werkelijkheid en fantasie bij (voor)gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  20. NL.089 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.1.6

    Onderscheiden fictie en non-fictie bij gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    fictie, non-fictie
  21. NL.090 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.1.6; L6 1.1.3

    Herkennen feiten en meningen.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in gelezen teksten

    Te hanteren begrippen

    de mening, het feit
  22. NL.091 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 1.1.3

    Onderscheiden feiten en meningen in gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  23. NL.092 Begrijpen L3 L4 L4 1.1.9

    Verwoorden het standpunt van de auteur.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Standpunt:
    over het onderwerp van de tekst
  24. NL.093 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven een onderbouwde beoordeling over de standpunten van de auteur.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderbouwde beoordeling:
    argumenten uit de tekst
  25. NL.094 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.1.10

    Verwoorden hoe een tekst aansluit bij het leesdoel.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  26. NL.095 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.1.10

    Herkennen de bruikbaarheid van gelezen teksten in functie van het leesdoel.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  27. NL.096 Gebruiken L5 L6 L6 1.1.5

    Analyseren standpunten en boodschappen uit verschillende teksten over hetzelfde onderwerp.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende teksten:
    • teksten van verschillende auteurs
    • verschillende teksten van dezelfde auteur
  28. NL.097 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Vatten informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde onderwerp samen.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  29. NL.098 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 1.1.6

    Geven eigen gedachten en meningen weer over teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gedachten en meningen:
    • over de vorm
    • over de inhoud
    
    Weergeven:
    • onderbouwd met informatie uit de tekst
  30. NL.099 Gebruiken L6 GO!-doel

    Onderbouwen hun mening op basis van vergelijking van verschillende bronnen.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  31. NL.100 Engageren L5 L6 L6 1.1.6

    Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening:
    • relatie tussen zender en ontvanger
    • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd
  32. NL.101 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L6 1.1.4; L4 1.1.7

    Reflecteren over de kennis die de gelezen tekst opleverde.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

  33. NL.102 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Herkennen de betrouwbaarheid van bronnen bij gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betrouwbaarheid van bronnen herkennen:
    • Wie is de auteur?
    • Wat is de datum?
    • Waarom schrijft de auteur dit?
  34. NL.103 Begrijpen K2 K3 L1 L4 1.1.11

    Herkennen sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sturingsstrategieën:
    • actualiseren van kennis en woordenschat
    • actief luisteren aan de hand van luisterstrategieën
  35. NL.104 Gebruiken K2 K3 L1 L4 1.1.11

    Gebruiken sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

  36. NL.105 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.1.11

    Beschrijven sturingsstrategieën bij het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sturingsstrategieën:
    • leesdoel bepalen
    • oriëntatie op de tekst
    • actualiseren van kennis en woordenschat
    • actief lezen door toepassen van leesstrategieën
    • controleren van begrip
    • toepassen van herstelstrategieën
    • controle bereiken leesdoel

    Te hanteren begrippen

    de controle, het leesdoel, het begrip
  37. NL.106 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.11

    Passen sturingsstrategieën toe bij het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

  38. NL.107 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.11; L6 1.1.7

    Stemmen hun manier van lezen af op het leesdoel.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren van lezen:
    • globaal lezen
    • intensief lezen
    • kritisch lezen
  39. NL.108 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 1.1.11; L6 1.1.7

    Reflecteren over de keuze van zelf gekozen gelezen teksten in functie van het leesdoel.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

  40. NL.109 Begrijpen L4 L5 L6 GO!-doel

    Duiden de invloed van eigen voorkennis en identiteit op de interpretatie van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Bodhi weet al veel over de ruimte en zegt: ‘Wanneer ik een verhaal lees dat zich
        in de ruimte afspeelt, kan ik me gemakkelijk voorstellen hoe de ruimte eruitziet.’
    • Sara is sportief en speelt voetbal in haar vrije tijd. Ze zegt: ‘Ik vind het stom dat in
        de meeste verhalen over voetbal de hoofdpersonages jongens zijn.’
    • Bashir is moslim. Hij las een boek waarin het hoofdpersonage ook een moslim is
        en zegt: ‘Ik herken mezelf helemaal in Omar, het hoofdpersonage!’
  41. NL.110 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 1.1.11; L6 1.1.7

    Illustreren herstelstrategieën bij het lezen.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herstelstrategieën:
    • Een stukje opnieuw lezen, langzamer.
    • Een stukje hardop lezen.
    • Een stukje verder lezen, wordt het dan duidelijk?
    • Naar de illustraties kijken, wordt het dan duidelijk?
    • Helpt het om een leesstrategie toe te passen?
    • Hulp vragen als je er echt niet uitkomt.

    Te hanteren begrippen

    hardop, de illustratie, opnieuw, langzamer, verder, de hulp
  42. NL.111 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.1.11; L6 1.1.7

    Passen herstelstrategieën toe.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen

  43. NL.112 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.3.4; L4 1.1.11

    Herkennen leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Leesstrategieën:
    • voorspellen
    • vragen stellen
    • visualiseren
    • verbinden
  44. NL.113 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.3.4; L4 1.1.11

    Gebruiken leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

  45. NL.114 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.1.11

    Beschrijven leesstrategieën bij het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    Welke strategie zet ik wanneer in en waarom?
    
    Leesstrategieën:
    • voorspellen
    • vragen stellen
    • visualiseren: mentale beelden en zintuigelijke gewaarwordingen
    • verbinden
    • samenvatten
    • afleiden

    Te hanteren begrippen

    voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden

    Voorbeelden

    Visualiseren:
    • Terwijl je leest speelt er zich een film af in je hoofd.
    • Bij het lezen van een tekst over een heerlijk geurende en mooi versierde taart,
        beelden de leerlingen zich in hoe de taart smaakt.
  46. NL.115 Begrijpen L5 L6 L6 1.1.7

    Beschrijven de best passende leesstrategie(ën) bij het begrijpend lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Selecteren:
    • Wanneer de leesstrategie inzetten?
    • Waarom de leesstrategie inzetten?
    • Welke leesstrategie inzetten?
  47. NL.116 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.1.11

    Passen leesstrategieën toe bij het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

  48. NL.117 Gebruiken L5 L6 L6 1.1.7

    Selecteren leesstrategieën bij het lezen van teksten.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)

  49. NL.118 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 1.1.11; L6 1.1.7

    Reflecteren over het eigen gebruik van leesstrategieën.

    Nederlands Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)