49 doelen
-
Begrijpen (voor)gelezen teksten.*
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • eenvoudige visuele boodschappen • expliciete informatie • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn • reageren door vragen te stellen *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een voorgelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • door het uit te beelden • met behulp van concreet materiaal en/of afbeeldingen
Voorbeelden
Perspectiefname: • Het hoofpersonage in het voorgelezen verhaal huilt. De kleuters leven zich in in het verdriet van het hoofdpersonage. Ze leggen aan de leerkracht uit dat het personage verdrietig is omdat die zijn speelgoed kwijt is. • De leerkracht leest een verhaal voor dat verteld wordt vanuit het ik-perspectief: ‘… en plots hoorde ik een luide ‘bonk’.’ De kleuters weten dat het personage in een vreemd huis is binnengewandeld. Ze vertellen dat het hoofdpersonage denkt dat de deur is dichtgewaaid. -
Geven informatie uit een (voor)gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Informatie: • de belangrijkste gebeurtenissen • de situatie • de gevoelens • de personages • de perspectiefname Weergeven: • in eigen woorden • met gebruik van taal uit de tekst
-
Begrijpen de verhaallijn van (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de belangrijkste elementen uit een verhaallijn van (voor)gelezen teksten weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weergeven: • in eigen woorden • in chronologische volgorde • met gebruik van taal uit de tekst Belangrijkste elementen: • hoofdpersonage(s) • hoofdgedachte
-
Begrijpen gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Begrijpen: • expliciete informatie • hoofd- en bijzaken • hoofdgedachte • verbanden tussen voorgelezen tekst en vakspecifieke kennis en voorkennis • belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaallijn *een variatie aan teksten
-
Geven informatie uit een gelezen tekst weer.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven hoofd- en bijzaken in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Geven de hoofdgedachte uit gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
-
Leiden relaties en verbanden af bij (voor)gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing *een variatie aan teksten
-
Leiden relaties en verbanden af bij gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relaties en verbanden: • oorzaak en gevolg • probleem en oplossing • middel-doel • deel-geheel • tussen hoofdpersonen en nevenpersonages *een variatie aan teksten
-
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: door informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Leiden impliciete boodschappen in een gelezen tekst* af.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Impliciete boodschappen afleiden: aanwijzingen identificeren, verbindingen maken, conclusies trekken
Voorbeelden
Impliciete boodschappen afleiden: • In het verhaal zegt het hoofdpersonage ‘Oef! Deze doos is zwaar’. Wat hij niet zegt tegen de nevenpersonages is dat die graag hulp zou krijgen bij het dragen van de doos. • ‘Fietsen is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de gezondheid. Toch blijven veel ouders kiezen voor de auto, vooral op regenachtige dagen of wanneer ze haast hebben.’: In deze passage uit de tekst wordt impliciet gezegd dat het beter zou zijn als ouders hun kinderen vaker met de fiets naar school laten gaan. *een variatie aan teksten -
Leiden logische conclusies af uit gelezen teksten*.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie selecteren en interpreteren
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Logische conclusies afleiden: impliciete en expliciete informatie uit de tekst te combineren *een variatie aan teksten
-
Maken verbindingen tijdens het luisteren naar of lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
-
Maken verbindingen tijdens het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verbindingen: • tussen de tekst en eigen ervaringen • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis • tussen passages uit de tekst
-
Bepalen of de titel bij de tekst past.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen werkelijkheid en fantasie.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: bij (voor)gelezen teksten
-
Reflecteren over werkelijkheid en fantasie bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Onderscheiden fictie en non-fictie bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
fictie, non-fictie
-
Herkennen feiten en meningen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: in gelezen teksten
Te hanteren begrippen
de mening, het feit
-
Onderscheiden feiten en meningen in gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Verwoorden het standpunt van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Standpunt: over het onderwerp van de tekst
-
Geven een onderbouwde beoordeling over de standpunten van de auteur.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Onderbouwde beoordeling: argumenten uit de tekst
-
Verwoorden hoe een tekst aansluit bij het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de bruikbaarheid van gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Analyseren standpunten en boodschappen uit verschillende teksten over hetzelfde onderwerp.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verschillende teksten: • teksten van verschillende auteurs • verschillende teksten van dezelfde auteur
-
Vatten informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde onderwerp samen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Geven eigen gedachten en meningen weer over teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gedachten en meningen: • over de vorm • over de inhoud Weergeven: • onderbouwd met informatie uit de tekst
-
Onderbouwen hun mening op basis van vergelijking van verschillende bronnen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Reflecteren over de invloed van de gelezen tekst op de eigen mening: • relatie tussen zender en ontvanger • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd
-
Reflecteren over de kennis die de gelezen tekst opleverde.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
-
Herkennen de betrouwbaarheid van bronnen bij gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Informatie kritisch verwerken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Betrouwbaarheid van bronnen herkennen: • Wie is de auteur? • Wat is de datum? • Waarom schrijft de auteur dit?
-
Herkennen sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • actualiseren van kennis en woordenschat • actief luisteren aan de hand van luisterstrategieën
-
Gebruiken sturingsstrategieën bij het beluisteren van voorgelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Beschrijven sturingsstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Sturingsstrategieën: • leesdoel bepalen • oriëntatie op de tekst • actualiseren van kennis en woordenschat • actief lezen door toepassen van leesstrategieën • controleren van begrip • toepassen van herstelstrategieën • controle bereiken leesdoel
Te hanteren begrippen
de controle, het leesdoel, het begrip
-
Passen sturingsstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Stemmen hun manier van lezen af op het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Manieren van lezen: • globaal lezen • intensief lezen • kritisch lezen
-
Reflecteren over de keuze van zelf gekozen gelezen teksten in functie van het leesdoel.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Duiden de invloed van eigen voorkennis en identiteit op de interpretatie van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Bodhi weet al veel over de ruimte en zegt: ‘Wanneer ik een verhaal lees dat zich in de ruimte afspeelt, kan ik me gemakkelijk voorstellen hoe de ruimte eruitziet.’ • Sara is sportief en speelt voetbal in haar vrije tijd. Ze zegt: ‘Ik vind het stom dat in de meeste verhalen over voetbal de hoofdpersonages jongens zijn.’ • Bashir is moslim. Hij las een boek waarin het hoofdpersonage ook een moslim is en zegt: ‘Ik herken mezelf helemaal in Omar, het hoofdpersonage!’ -
Illustreren herstelstrategieën bij het lezen.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herstelstrategieën: • Een stukje opnieuw lezen, langzamer. • Een stukje hardop lezen. • Een stukje verder lezen, wordt het dan duidelijk? • Naar de illustraties kijken, wordt het dan duidelijk? • Helpt het om een leesstrategie toe te passen? • Hulp vragen als je er echt niet uitkomt.
Te hanteren begrippen
hardop, de illustratie, opnieuw, langzamer, verder, de hulp
-
Passen herstelstrategieën toe.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij lezen
-
Herkennen leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren • verbinden
-
Gebruiken leesstrategieën bij (voor)gelezen teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Beschrijven leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Beschrijven: Welke strategie zet ik wanneer in en waarom? Leesstrategieën: • voorspellen • vragen stellen • visualiseren: mentale beelden en zintuigelijke gewaarwordingen • verbinden • samenvatten • afleiden
Te hanteren begrippen
voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden
Voorbeelden
Visualiseren: • Terwijl je leest speelt er zich een film af in je hoofd. • Bij het lezen van een tekst over een heerlijk geurende en mooi versierde taart, beelden de leerlingen zich in hoe de taart smaakt. -
Beschrijven de best passende leesstrategie(ën) bij het begrijpend lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Selecteren: • Wanneer de leesstrategie inzetten? • Waarom de leesstrategie inzetten? • Welke leesstrategie inzetten?
-
Passen leesstrategieën toe bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Selecteren leesstrategieën bij het lezen van teksten.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)
-
Reflecteren over het eigen gebruik van leesstrategieën.
Nederlands › Lezen › Tekstbegrip › Leesproces sturen met behulp van strategieën › Leesstrategieën (cognitief)